Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Subsidieregeling cursus- en verletkosten

Open

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Subsidie voor cursussen uit de Opleidingscatalogus van de Afbouwacademie en andere werkgerelateerde cursussen met voorafgaande toestemming, ter vergoeding van cursus- en verletkosten. Doelgroep: Werkgevers in de Afbouw. Subsidieplafond: € 200.000 per jaar.

Volledige officiële tekst

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2026 tot wijziging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingenAfbouwBedrijfstakeigen regelingen 2026Verbindendverklaring gewijzigde cao-bepalingenMINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEIDDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Afbouw namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeenverbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;Partij ter ener zijde: de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA);Partijen ter andere zijde: FNV en CNV.Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Het besluit tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw inzake de bedrijfstakeigen regelingen1Stcrt. 2021, nr. 45648; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 maart 2025 (Stcrt. 2025, nr. 8064) wordt met inachtneming van dictum II als volgt gewijzigd:

ADe onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:Artikel 1, tweede en achtste lid, komen te luiden:

Artikel 1 Definities

‘2.CAO Afbouw:

de landelijke collectieve arbeidsovereenkomst voor de Afbouw, lopende van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.’

8.O&O fonds:

Stichting opleidings- en ontwikkelingsfonds Afbouw.’

Artikel 10, tweede lid, komt te luiden:

Artikel 10

‘2.

De hoogte van de premies worden jaarlijks – na overleg met de CAO-partijen – door de besturen van de betreffende fondsen bepaald. Voor de onderstaande fondsen en regelingen zijn de volgende premies vastgesteld:

Regeling

Grondslag

Aandeel

werkgever

Aandeel

werknemer

O&O Afbouw

premie werknemer

bruto sv-loon

1,665%

0,065%

Deze premie geldt niet voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7.

O&O Afbouw

premie werknemer.

bruto sv-loon

1,795%

0,065%

Deze premie geldt uitsluitend voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7.

Fysiotherapie

premie per werknemer

sv-dag

€ 0,12

Voorziening bij ongeval

premie per werknemer

sv-dag

€ 0,13

Het uurloon, dat wordt gebruikt voor de berekening van alle uurloon afhankelijke regelingen, komt tot stand door het garantie-uurloon te vermeerderen met (indien van toepassing) diplomatoeslag, voorliedentoeslag, prestatietoeslag en tariefloon.

Onder garantieloon wordt verstaan het loon waarop de werknemer krachtens hoofdstuk 6 van de cao Afbouw recht kan doen gelden.

Voor de onderstaande fondsen en regelingen zijn per 1 april 2026 de volgende premies vastgesteld:

Regeling

Grondslag

Aandeel

werkgever

Aandeel

werknemer

O&O Afbouw

premie werknemer

bruto sv-loon

2,915%

0,065%

Deze premie geldt niet voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7.

O&O Afbouw

premie werknemer.

bruto sv-loon

3,045%

0,065%

Deze premie geldt uitsluitend voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7.

Fysiotherapie

premie per werknemer

sv-dag

€ 0,12

Voorziening bij ongeval

premie per werknemer

sv-dag

€ 0,13

Het uurloon, dat wordt gebruikt voor de berekening van alle uurloon afhankelijke regelingen, komt tot stand door het garantie-uurloon te vermeerderen met (indien van toepassing) diplomatoeslag, voorliedentoeslag, prestatietoeslag en tariefloon.

Onder garantieloon wordt verstaan het loon waarop de werknemer krachtens hoofdstuk 6 van de cao Afbouw recht kan doen gelden.’

Artikel 18, derde lid, komt te luiden:

Artikel 18 Regeling zware beroepen

‘3.

Instroom in de regeling is mogelijk vanaf 1 januari 2026.’

Artikel 19, vijfde lid, komt te luiden:

Artikel 19 Declaratieregeling vierdaagse werkweek werknemer natuursteen van 59 jaar en ouder (t/m 5-7-2016)

‘5.

De werkgever dient binnen 6 maanden na afloop van elk kalenderhalfjaar een ondertekende verklaring in te zenden, waaruit blijkt dat de werknemer deelneemt aan de vierdaagse werkweek voor 59 jaar en ouder. Deze verklaring moet ook door de betrokken werknemer zijn ondertekend en dient bij het O&O fonds (www.mijnafbouw.nl/declareren/) ingediend te zijn, voordat het fonds tot uitbetaling overgaat.’

Artikel 20 komt te luiden:

‘Artikel 20 Declaratieregeling verlof

Werkgevers kunnen het tijdens het rouwverlof, palliatief verlof en zorgverlof aan de werknemer doorbetaalde vast overeengekomen loon, vakantiewaarde en werkgeverslasten declareren bij het O&O fonds (www.mijnafbouw.nl/declareren/), onder de voorwaarden zoals weergegeven in het Verlofdeclaratiereglement (bijlage 7).’

Artikel 20a wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 20a Declaratieregeling aanvullend geboorteverlof

1.

Partners kunnen maximaal 5 weken (5 keer het aantal werkuren per week) aanvullend geboorteverlof opnemen. Voor opgenomen aanvullende verlofdagen ontvangt de werknemer geen loon. De werkgever vraagt ten behoeve van de werknemer bij het UWV een uitkering voor opgenomen aanvullende verlofdagen aan. Deze uitkering is maximaal 70% van het dagloon (en maximaal 70% van het maximumdagloon) en wordt door de werkgever uitbetaald aan de werknemer. De uitkering van het UWV wordt door de werkgever aangevuld met 15% van het vast overeengekomen loon.

2.

De werkgever kan de extra loonkosten van de aanvulling declareren bij het O&O fonds.

3.

  • a.

    De declaratie dient binnen 6 maanden na de beëindiging van het aanvullend geboorteverlof te worden aangevraagd bij het O&O fonds met het daartoe bestemde aanvraagformulier dat volledig dient te worden ingevuld.

  • b.

    Het aanvraagformulier kan worden gedownload van www.mijnafbouw.nl/declareren/.

  • c.

    Het aanvraagformulier dient te zijn voorzien van de gevraagde bewijsmiddelen.

4.

Een bezwaar tegen de afwijzing van de aanvulling dient binnen 6 weken na dagtekening van de afwijzingsbrief schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij het bestuur van het O&O fonds, Mauritskade 27, 2514 HD, Den Haag (info@tbafbouw.nl). Het bestuur van het O&O fonds doet binnen 3 maanden schriftelijkuitspraak.’

Artikel 21, vijfde lid, komt te luiden:

Artikel 21 Overgangsregeling extra verlofdagen oudere werknemers (m.u.v. natuursteenbedrijf)

‘5.

Het O&O fonds vergoedt aan de werkgever de loonkosten van de extra opgenomen verlofdagen voor afbouwwerknemers als bedoeld in artikel 1 lid 6. De loonkosten over de extra opgenomen verlofdagen die in een kalenderjaar zijn gemaakt dienen door de werkgever binnen 6 maanden na het verstrijken van dat kalenderjaar worden gedeclareerd bij het administratiekantoor (www.mijnafbouw.nl/declareren/) met het daartoe bestemde formulier. Na deze termijn ontvangen declaraties worden niet vergoed.’

Artikel 22, zesde lid, komt te luiden:

Artikel 22 Overgangsregeling extra verlofdagen oudere werknemers natuursteenbedrijf (vanaf 1-1-2017)

‘6.

Het O&O fonds vergoedt aan de werkgever de loonkosten van de extra opgenomen verlofdagen. De loonkosten over de extra opgenomen verlofdagen die in een kalenderjaar zijn gemaakt dienen door de werkgever binnen 6 maanden na het verstrijken van dat kalenderjaar worden gedeclareerd bij het administratiekantoor (www.mijnafbouw.nl/declareren/) met het daartoe bestemde formulier. Na deze termijn ontvangen declaraties worden niet vergoed.’

De titel van Hoofdstuk 7 komt te luiden:

‘HOOFDSTUK 7 SUBSIDIEREGELINGEN’

Artikel 25, tweede tot en met zevende lid, komen te luiden:

Artikel 25 Subsidieregeling cursus- en verletkosten

‘2.

Voor deze subsidieregeling trekt het O&O fonds een bedrag uit van € 200.000,– per jaar. De subsidie voor cursus- en verletkosten wordt uitsluitend toegekend voor zover het budget dat toelaat. Wanneer dit budget niet volledig wordt besteed, kan het saldo worden toegevoegd aan het budget van de subsidieregeling als bedoeld in artikel 26.

3.

  • a.

    Gesubsidieerd worden de cursussen uit de Opleidingscatalogus van de Afbouwacademie (www.afbouwacademie.com) waarbij vermeld staat dat ze vallen onder de subsidieregeling van het O&O fonds.

  • b.

    Andere werkgerelateerde cursussen kunnen worden gesubsidieerd wanneer de werkgever vooraf schriftelijk toestemming van het O&O fonds heeft ontvangen. Toestemming moet schriftelijk worden gevraagd via de Afbouwacademie (info@afbouwacademie.com). Op basis van het advies van de Afbouwacademie neemt het O&O fonds een besluit. Het O&O fonds brengt de werkgever schriftelijk van de uitslag op de hoogte. Het O&O fonds kan nadere voorwaarden aan het besluit verbinden.

4.

  • d.

    De hoogte van de uit te betalen verletkosten, cursuskosten en eigen bijdrage wordt door het bestuur van het O&O fonds bepaald.

5.

  • a.

    De subsidie dient binnen 6 maanden na de beëindiging van de cursus door de werkgever te worden aangevraagd bij het O&O fonds met het daartoe bestemde aanvraagformulier dat volledig dient te worden ingevuld.

6.

Een bezwaar tegen de afwijzing van de subsidie dient binnen 6 weken na dagtekening van de afwijzingsbrief schriftelijk te worden ingediend bij het bestuur van het O&O fonds, Mauritskade 27, 2514 HD, Den Haag (info@tbafbouw.nl). Het bestuur van het O&O fonds doet binnen 3 maanden schriftelijk uitspraak.

7.

Indien de werkgever zijn werknemer niet in de gelegenheid stelt om een cursus in de zin van lid 3 van dit artikel te volgen, kan de werknemer zelf de subsidie voor cursuskosten aanvragen bij het bestuur van het O&O fonds (info@tbafbouw.nl). Het fonds kan besluiten om toegekende subsidie rechtstreeks uit te keren aan de cursusaanbieder.’

Artikel 26 komt te luiden:

‘Artikel 26 Cursusdoorgangsregeling

1.

  • b.

    Het bestuur van het O&O fonds bepaalt op advies van Branche Platform Afbouw welke cursussen daadwerkelijk moeten plaatsvinden.

  • c.

    Per cursus wordt door het bestuur van het O&O fonds op advies van Branche Platform Afbouw bepaald wat de cursuskosten zijn, hoeveel aanmeldingen er minimaal moeten zijn ontvangen bij de cursusaanbieder en vanaf welk aantal deelnemers de cursusaanbieder geen recht meer heeft op subsidie. Het subsidiebedrag bedraagt het cursusgeld van het aantal deelnemers tot dat aantal, verminderd met het cursusgeld van de deelnemers die zich hebben aangemeld.

2.

Voor de subsidieregeling trekt het O&O fonds een bedrag uit van € 100.000,– per jaar. De in lid 1 bedoelde subsidie wordt uitsluitend toegekend voor zover het budget dat toelaat. Wanneer dit budget niet volledig wordt besteed, kan het saldo worden toegevoegd aan het budget van de subsidieregeling als bedoeld in artikel 25.

3.

  • a.

    De subsidie dient binnen 3 maanden na de beëindiging van de cursus door de cursusaanbieder te worden aangevraagd bij het O&O fonds met het daartoe bestemde aanvraagformulier dat volledig dient te worden ingevuld.

4.

Een bezwaar tegen de afwijzing van de subsidie dient binnen 6 weken na dagtekening van de afwijzingsbrief schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij het bestuur van het O&O fonds, Mauritskade 27, 2514 HD, Den Haag (info@tbafbouw.nl). Het bestuur van het O&O fonds doet binnen 3 maanden schriftelijk uitspraak.’

Artikel 27, tweede, vierde en zesde lid, komen te luiden:

Artikel 27 Subsidieregeling leermeesters

‘2.

Voor de subsidieregeling trekt het O&O fonds een bedrag uit van € 142.500,– per jaar. Dat bedrag kan per besluit van het bestuur van het O&O fonds tussentijds worden aangepast.

4.

  • b.

    De hoogte van de uit te betalen verlet- en cursuskosten wordt door het bestuur van het O&O fonds bepaald.

6.

Een bezwaar tegen de afwijzing van de subsidie dient binnen 6 weken na dagtekening van de afwijzingsbrief schriftelijk te worden ingediend bij het bestuur van het O&O fonds, Mauritskade 27, 2514 HD, Den Haag (info@tbafbouw.nl). Het bestuur van het O&O fonds doet binnen 3 maanden schriftelijk uitspraak.’

Artikel 28 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 28 Subsidieregeling diplomabonus

1.

De werknemer die een diploma bbl-2 of bbl-3 heeft behaald die relevant is voor de afbouwsector en een dienstverband aangaat bij een werkgever in de zin van deze cao, heeft van zijn werkgever recht op een diplomabonus van maximaal € 2.500,–. Dat bedrag wordt op twee verschillende tijdstippen uitbetaald.

Bij de indiensttreding ontvangt de werknemer van zijn werkgever een bedrag van € 1.250,–. Als de werknemer op het tijdstip van het behalen van zijn diploma al in dienst is bij een werkgever in de zin van deze cao, ontvangt hij het bedrag van € 1.250,– rond het moment waarop hij zijn diploma haalt.

Als deze werknemer 2 jaar na het behalen van zijn diploma nog steeds bij een werkgever in de zin van deze cao in loondienst is, ontvangt hij van zijn werkgever rond dat tijdstip een bedrag van € 1.250,–. Als de werknemer in deeltijd werkt, is dat bedrag naar rato.

2.

De werkgever kan voor het uitbetaalde bedrag subsidie aanvragen bij het O&O fonds.

3.

  • a.

    Het bedrag dat bij de indiensttreding van de werknemer is uitgekeerd, dient binnen 6 maanden na de uitbetaling als subsidie te worden aangevraagd bij het O&O fonds met het daartoe bestemde aanvraagformulier.

    Het bedrag dat na twee jaar na de indiensttreding is uitgekeerd, dient binnen 6 maanden na de uitbetaling als subsidie te worden aangevraagd bij het O&O fonds met het daartoe bestemde aanvraagformulier.

  • b.

    Het aanvraagformulier kan worden gedownload van www.mijnafbouw.nl/subsidieregeling-diplomabonus/.

  • c.

    Het aanvraagformulier dient volledig te zijn ingevuld en voorzien te zijn van de gevraagde bewijsmiddelen.

4.

Een bezwaar tegen de afwijzing van de subsidie dient binnen 6 weken na dagtekening van de afwijzingsbrief schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij het bestuur van het O&O fonds, Mauritskade 27, 2514 HD, Den Haag (info@tbafbouw.nl). Het bestuur van het O&O fonds doet binnen 3 maanden schriftelijk uitspraak.’

Artikel 2, eerste lid, komt te luiden:

‘Artikel 2 Doel

1.

De stichting heeft ten doel: het financieren van opleidings- en ontwikkelingsactiviteiten en van activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf. De stichting tracht dit doel te bereiken door gelden te innen bij ondernemingen in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf en deze, met andere baten van de stichting aan te wenden voor de financiering van activiteiten als bedoeld in dit artikel. Deze activiteiten zijn:

  • a.

    de financiering van opleidingen voor het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf;

  • b.

    de bestrijding van verletkosten van in opleiding zijnde werknemers, onder meer door het zo nodig verstrekken van vergoedingen aan werkgevers bij wie betrokken werknemers in dienst zijn, en die door de werkgevers bij Savantis te Waddinxveen kunnen worden aangevraagd;

  • c.

    subsidiëren en het (doen) publiceren van de resultaten in de sector van onderzoeksactiviteiten voor het bevorderen van goede arbeidsverhoudingen in het belang van de bedrijfstak;

  • d.

    de uitgifte van brochures, CAO-boekjes, periodieken en kennisdragers ten behoeve van alle werknemers en werkgevers in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf in het belang van de arbeidsverhoudingen in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf;

  • e.

    het stimuleren en subsidiëren van de reïntegratie van arbeidsongeschikte of met werkloosheid bedreigde werknemers in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf;

  • f.

    financiering dan wel subsidiëring van werkzaamheden voor het doen van onderzoek en het (doen) publiceren van de resultaten in de sector en het ontwikkelen van projecten ten behoeve van de arbeidsomstandigheden en de bevordering en bescherming van de gezondheid in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf;

  • g.

    het doen van uitkeringen in verband met loonderving als gevolg van Rouwverlof, Palliatief verlof en Kortdurend verlof zoals bedoeld in het Verlofdeclaratiereglement O&O-fonds Afbouw;

  • h.

    het geven en/of doen geven van voorlichting over doelstellingen en activiteiten van het fonds;

  • i.

    het innen van premies ten behoeve van door de werkgeversorganisaties dan wel CAO-partijen afbouw aangegane collectieve verzekeringen;

  • j.

    de financiering van de Stichting Technisch Bureau Afbouw;

  • k.

    het direct dan wel indirect verstrekken van suppleties op door werknemers te ontvangen sociale verzekeringsuitkeringen;

  • l.

    het bevorderen van arbeidsmobiliteit van werknemers in het stukadoors-afbouwbedrijf, het plafond- en wandbedrijf, het vloerenbedrijf, het terrazzobedrijf, het blokkenstelbedrijf en het natuursteenbedrijf;

  • m.

    het financieren van verlofdagen oudere werknemers;

  • n.

    de verstrekking van een uitkering aan werknemers die maximaal drie jaar voor hun AOW-gerechtigde leeftijd wegens zwaar werk stoppen met werken;

  • o.

    de financiering van de subsidieregeling leermeesters;

  • p.

    de financiering van de subsidieregeling diplomabonus;

  • q.

    de financiering van de declaratieregeling aanvullend geboorteverlof.’

Artikel 2, vierde en vijfde lid, komen te luiden:

Artikel 2 Premieverplichting

‘4.

De premie bedraagt 1,665% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,065% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer.

De premie bedraagt per 1 april 2026 2,915% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,065% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer.

Deze premie geldt niet voor het natuursteenbedrijf als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de cao.

5.

Voor natuursteenbedrijven als bedoeld in artikel 2 lid 7 van de cao bedraagt de premie 1,795% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,065% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer.

De premie bedraagt per 1 april 2026 3,045% van het bruto sv-loon, te betalen door de werkgever en 0,065% van het bruto sv-loon, te betalen door de werknemer.’

Artikel 9, negende lid, komt te luiden:

Artikel 9 Maatregelen

‘9.

De kosten van een traject in verband met deelname aan de 80/90/100 regeling als bedoeld in artikel 16 van deze cao komen voor rekening van de werkgever. De werkgever kan het O&O fonds verzoeken om vergoeding van 50% van deze kosten met uitzondering van de btw. Een verzoek daartoe moet binnen 3 maanden na het beëindigen van het traject zijn ingediend bij het fonds met het daartoe bestemde formulier (www.mijnafbouw.nl/declareren/). Het O&O fonds wijst een verzoek toe, indien en voor zover het budget dat toelaat. Hiervan zal tijdig melding worden gedaan.’

Artikel 10, vierde lid sub a, komt te luiden:

Artikel 10 80/90/100 regeling

‘4.

  • a.

    De loonkosten en pensioenpremies over de dagen waarop de werknemer is vrijgesteld van het verrichten van arbeid dienen door de werkgever per kwartaal te worden gedeclareerd bij het O&O fonds (www.mijnafbouw.nl/declareren/) met het daartoe bestemde formulier.’

Artikel 2 komt te luiden:

‘Artikel 2 Instroom in de regeling

Instroom in de regeling is mogelijk vanaf 1 januari 2026.’

Artikel 8, derde, zesde en zevende lid, komen te luiden:

Artikel 8 Uitkering

‘3.

De Stichting stelt de hoogte van de uitkering jaarlijks vast. De uitkering bedraagt maximaal de wettelijke RVU-drempelvrijstelling.

Het maximale bedrag wordt voor de toekenning van nieuwe uitkeringen jaarlijks per 1 januari geïndexeerd bij ministeriële regeling.

De Stichting is bevoegd lopende uitkeringen te indexeren en zal jaarlijks uiterlijk in december van ieder kalenderjaar daarover een besluit nemen, waarbij het wettelijk maximum in acht wordt genomen.

6.

De rechthebbende die voorafgaand aan de uittredingsdatum een parttime dienstverband of flexibel contract had, heeft recht op een uitkering naar rato van zijn arbeidsduur. Bij een flexibel contract wordt de uitkering naar rato bepaald op basis van het gemiddelde aantal gewerkte uren over de laatste 12 maanden voorafgaand aan de uittredingsdatum.

7.

Degene wiens parttime dienstverband voorafgaand aan de uittredingsdatum is gewijzigd in die zin dat de arbeidsduur in de laatste 12 maanden voorafgaand aan de uittredingsdatum is verhoogd, heeft recht op een uitkering naar rato van de arbeidsduur vóór deze verhoging.’

Artikel 19 wordt toegevoegd en komt te luiden:

‘Artikel 19 Financiële middelen

1.

Jaarlijks stelt het bestuur van de Stichting het budget vast voor deze regeling.

2.

Bij een (dreigende) overschrijding van het budget wordt de instroom in deze regeling gestopt, tenzij het bestuur van de Stichting besluit om extra budget beschikbaar te stellen.’

Artikel 20 wordt vernummerd tot artikel 21 en komt te luiden:

‘Artikel 21 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement zware beroepen.’

Artikel 2, eerste lid, komt te luiden:

‘Artikel 2 Rouwverlof, palliatief verlof en kortdurend zorgverlof

1.

De werkgever, die zijn werknemer het loon heeft doorbetaald over een periode van rouwverlof in verband met het overlijden van de partner of (pleeg)kind van de werknemer heeft recht op een vergoeding van de loonkosten over in totaal maximaal tien dagen ten laste van het Fonds.’

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 26 maart 2026

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De directeur Collectieve arbeidsovereenkomsten,

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.