Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

NGF Big Chemistry 2026

NieuwGeldig tot 23 februari 2027

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Oproep voor voorstellen voor Proof-of-Concept-onderzoek binnen het Groeifondsprogramma ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’: integratie van experimentele chemie, automatisering en AI in consortia van academische en industriële partners. Doelgroep: consortia met een hoofdaanvrager van een in de oproep genoemde onderzoeksorganisatie en minimaal één cofinancier; medeaanvragers, samenwerkingspartners en cofinanciers zijn optioneel. Subsidieplafond € 2.550.421; max. € 400.000 per project; minimaal 20

Volledige officiële tekst

Exacte en Natuurwetenschappen

2026

1

Overzicht en inleiding

1.1

Kort overzicht

1.2

Inleiding

2

Doelstelling en achtergrond

2.1

Doelstelling van het programma

2.2

Achtergrond

3

Opstellen en indienen

3.1

Tijdpad

3.2

Wie kan aanvragen

3.3

Wat kan worden aangevraagd

3.4

Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

3.5

Voorwaarden voor in behandeling nemen

3.6

Subsidievoorwaarden

4

Beoordeling

4.1

Criteria

4.2

Procedure

4.3

Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

5

Na de toewijzing

5.1

Start van het project

5.2

Monitoring en projectbeheer

5.3

Richtlijnen en kaders voor uitvoering project

5.4

Afronding

5.5

Onderzoeksresultaten – Open Science

5.6

Evaluatie

6

Contact

7

Bijlagen

7.1

Budgetmodules en tarieven voor onderzoeksorganisaties

7.2

Toelichting op budgetmodules

7.3

In aanmerking komende kosten voor ondernemingen en maatschappelijke organisaties

7.4

De integrale kostensystematiek (IKS) en het vaste uurtarief

7.5

Reservering van UNL, UMCNL en HOT loonkosten

7.6

Relatie van deze Call for proposals tot de andere onderdelen van ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.

Titel: NGF Big Chemistry 2026

Doel: Deze Call for proposals beoogt een brug te slaan tussen onderzoek op het gebied van experimentele chemie, automatisering en AI, door de integratie van technologische platforms voor parallelle en/of seriële experimenten, en toepassingen van de hieruit voortkomende resultaten in het bedrijfsleven.

Budget: Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.550.421. De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 400.000.

Cofinancieringseis: Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 20% van de aan te vragen subsidie als cofinanciering. Deze verplichte cofinanciering mag zowel cash als in kind worden geleverd, waarbij minimaal de helft cash moet zijn. Indien er sprake is van cofinanciering door twee of meer organisaties, dan geldt dat ieder aan de verplichting van minimaal de helft cash financiering moet voldoen.

Cofinanciering kan alleen worden ingebracht door organisaties die onder deze Call for proposals geen subsidie aanvragen.

Eigen bijdrage: Niet van toepassing, tenzij subsidie wordt aangevraagd door ondernemingen en/of overige publieke en private organisaties.

Indieningsdeadline:

De deadline voor het indienen van aanvragen is 23 februari 2027, voor 14:00:00 CET.

Procedure: Na het in behandeling nemen van de aanvraag ondergaat deze een peer review door referenten. Vervolgens krijgt de aanvrager de mogelijkheid tot het indienen van een weerwoord. De aanvraag, referentenrapporten en (eventuele) weerwoord worden door de beoordelingscommissie gebruikt voor het opstellen van een preadvisering ter voorbereiding van de vergadering en om tot een advies te komen aan het bestuur van NWO-domein ENW. Na de vergadering van de beoordelingscommissie volgt de besluitvorming door het bestuur van NWO-domein ENW.

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces is ingericht voor de ronde ‘Big Chemistry 2026’, die onderdeel is van het Groeifonds Programma ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’ (ook wel bekend onder de naam Big Chemistry) en bestaat uit zeven hoofdstukken. Het voorstel Zelfdenkende Moleculaire Systemen is door de Nederlandse overheid gehonoreerd in het kader van het Nationaal Groeifonds. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en is tot stand gekomen in een samenwerking met stichting Big Chemistry. Aangezien deze oproep tot het indienen van voorstellen wordt gerealiseerd in het kader van het Nationaal Groeifonds, kunnen de voorwaarden die erop van toepassing zijn afwijken van die in standaard NWO-oproepen tot het indienen van voorstellen.

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024, met uitzondering van de artikelen genoemd in paragraaf 3.6, en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.

In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het programma.

Deze Call for proposals richt zich op het voorspellen van de fysische en chemische eigenschappen van complexe moleculaire systemen met behulp van AI. Hierbij moet gedacht worden aan eigenschappen die het resultaat zijn van de vele, niet-lineaire interacties tussen moleculen en faseovergangen in complexe mengsels. De inzet van AI, zoals onder andere Machine Learning (ML) en Large Language Models (LLM), zal leiden tot een versnelling van innovaties in de chemische industrie, en daarmee tot nieuwe, duurzame toepassingen die complexe problemen kunnen oplossen en de transitie naar een circulaire economie mogelijk maken.

Deze Call for proposals beoogt een brug te slaan tussen onderzoek op het gebied van experimentele chemie, automatisering en AI, door de integratie van technologische platforms voor parallelle en/of seriële experimenten, en toepassingen van de hieruit voortkomende resultaten in het bedrijfsleven. Specifieker gedefinieerd dienen projecten die in deze Call for proposals worden ingediend, gecategoriseerd te worden als een Proof-of-Concept onderzoek binnen een of meer van de drie onderstaande onderzoekslijnen, en moeten ze zowel een chemische als een AI component bevatten:

  • •

    Schuimen en emulsies; nieuwe methodes die gebruik maken van AI en high-throughput experimenten zijn nodig om de eigenschappen van deze complexe systemen te voorspellen, te optimaliseren en/of te controleren. Daarmee kan bijv. het gebruik van PFAS-ingrediënten worden vermeden en fossiele bouwstenen worden vervangen door bio-based materialen in een breed scala aan toepassingen.

  • •

    Coatings, lijmen, inkten; complexe formuleringen worden gebruikt om de uitdagende eigenschappen die aan deze materialen worden gesteld te realiseren. AI en automatisering kunnen ertoe bijdragen om deze formuleringen te optimaliseren. Data-gedreven onderzoek naar de eigenschappen van onder andere polymeren, surfactanten, en colloïden zal innovatie in deze toepassingen versnellen.

  • •

    Drug-delivery systemen; niet alleen moeten de gebruikte materialen biocompatibel zijn, ze moeten ook medicijnen op de juiste manier kunnen afstaan aan het lichaam. AI en automatiseren zijn essentieel in de zoektocht naar nieuwe (bio)materialen en de beste formulering hiervan in drug-delivery systemen.

Met het oog op de verbinding van wetenschap en industrie (zie paragraaf 2.2) wordt het onderzoek uitgevoerd in consortia bestaande uit academische en industriële partners, en mogelijke andere deelnemers (zie paragraaf 3.2).

NWO en het Nationaal Groeifonds

Via het Nationaal Groeifonds investeert de overheid in de periode 2021–2025 in projecten die economische groei op lange termijn waarborgen. Het Nationaal Groeifonds investeert onder andere in onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieprojecten. In sommige van deze projecten is NWO betrokken als één van de uitvoerende organisaties, bijvoorbeeld voor het organiseren van subsidieprogramma’s voor wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijk talent.

Zelfdenkende Moleculaire Systemen

De Nederlandse overheid heeft via het Nationaal Groeifonds het voorstel ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’ een totale waarde van 96,9 miljoen euro toegekend. Het programma heeft zich als doel gesteld om uit te groeien tot hét kennis- en innovatiecentrum in Nederland en Europa op het gebied van zelfdenkende moleculaire systemen.

Eén van de belangrijkste doelstellingen binnen het Nationaal Groeifonds-programma ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’ is het versnellen van innovatie in de chemische industrie. Kunstmatige intelligentie (AI) en high-throughput experimenten zijn daarbij onmisbare technologieën. Het zijn deze technologieën die het mogelijk maken om op een geheel nieuwe manier de geavanceerde eigenschappen van mengsels van veelal complexe moleculen te onderzoeken en te optimaliseren om specifieke eigenschappen te bereiken. Vooral op het gebied van de materialentransitie is een enorme inhaalslag nodig om nieuwe, duurzame producten te ontwikkelen die ‘biobased’ en/of gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen zijn, en om energiezuinige oplossingen voor dataopslag en dataverwerking mogelijk te maken.

De mogelijke toepassingen van AI en high-throughput experimenten in de chemische industrie zijn zeer breed en behoeven grote investeringen in de opbouw van kennis, data en infrastructuur. Het is daarom van belang om hoogstaand wetenschappelijk onderzoek en de daarbij verworven kennis te verbinden met vragen vanuit de industrie, en strategische samenwerkingen te vormen door:

  • •

    het vormen en faciliteren van samenwerkingen tussen kennisinstellingen en industriële partners;

  • •

    het identificeren van cruciale bottlenecks bij bedrijven op het gebied van de chemie, die opgelost kunnen worden met behulp van AI en high-throughput experimenten;

  • •

    het overbrengen van kennis van AI en high-throughput experimenten naar onderzoekers in de industrie;

  • •

    het opzetten van een gecombineerde experimentele en AI-workflow die ingezet kan worden voor het versnellen van innovatie in industriële projecten;

  • •

    het verrichten van onderzoek op het gebied van chemie en AI-onderwerpen, waardoor nieuwe commerciële toepassingen mogelijk worden.

Deze Call for proposals is onderdeel van de hierboven beschreven beoogde samenwerking tussen wetenschappelijk onderzoek en industrie van het ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’-programma.

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.

In dit programma wordt de Impact Outlook benadering toegepast. Onderzoekers kunnen hierbij kiezen op welk soort impact ze hun eigen focus willen leggen en er wordt proportioneel gekeken naar wat er kan voor de overige impact.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact – Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. Het is aanvragers niet toegestaan een verborgen prompt1Een verborgen prompt is een voor de lezer van een document niet (of slecht) zichtbare opdracht aan een GAI-applicatie, met als doel om de GAI-applicatie te beïnvloeden met een nieuwe opdracht. Een dergelijke opdracht kan zijn om een positieve beoordeling te genereren over de desbetreffende voorliggende tekst. Dit is in geen geval toegestaan. op te nemen in de aanvraag. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Hieronder staan de indieningsdeadline en het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd. Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Aanvragen

23 februari 2027 voor 14:00:00 CET

Deadline aanvragen

Eind februari tot mid-maart 2027

Controle in behandeling nemen

Mid-maart tot mid-mei 2027

Raadplegen referenten

Mid-mei tot begin juni 2027

Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

Juni 2027

Vergadering beoordelingscommissie

Augustus 2027

Besluit door het bestuur van NWO-domein ENW

September 2027

Aanvragers ontvangen besluit

Aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager en, optioneel, één of meerdere medeaanvragers. Een aanvraag wordt opgesteld door een consortium, waarin naast de aanvragers ook andere deelnemers betrokken kunnen zijn.

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:

  • 1.

    Hoofdaanvrager

  • 2.

    Medeaanvrager(s)

  • 3.

    Samenwerkingspartner(s)

  • 4.

    Cofinancier(s)

Een consortium dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager en een cofinancier. De voorwaarden per deelnemer worden in de volgende paragrafen nader toegelicht. Alleen de hoofd- en medeaanvragers kunnen binnen deze Call for proposals subsidie ontvangen.

Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste dienst zijn (en dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben2Voor lectoren in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen indien zij een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd hebben.) of een tenure track-overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • –

    universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • –

    universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • –

    TO2 Instituten3De TO2 Instituten zijn Deltares, NLR, TNO, WUR en MARIN;

  • –

    KNAW- en NWO-instituten;

  • –

    het Nederlands Kanker Instituut;

  • –

    het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • –

    NCB Naturalis;

  • –

    Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • –

    Prinses Máxima Centrum.

Personen met een nul uren-arbeidsovereenkomst of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling) zijn uitgesloten van indiening.

Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst of het bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd (in het geval van lectoren in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instelling) van hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project, of dat het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval dient bij de aanvraag een verklaring van de werkgever te worden toegevoegd. Hierin garandeert de betreffende onderzoeksorganisatie dat het project – en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd – adequaat wordt begeleid voor de volledige duur van het project.

Een aanvrager mag slechts één aanvraag binnen deze Call for proposals indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager. Een hoofdaanvrager mag daarnaast binnen deze Call for proposals maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium. Een aanvrager mag maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een consortium.

Als medeaanvragers kunnen optreden medewerkers van:

  • –

    (1) de onderzoeksorganisaties genoemd onder ‘hoofdaanvrager’ in paragraaf 3.2.1;

  • –

    (2) ondernemingen en overige publieke en private organisaties (hierna: ondernemingen en maatschappelijke organisaties) anders dan de onderzoeksorganisaties genoemd onder ‘hoofdaanvrager’ in paragraaf 3.2.1.

Ad 1

Voor de medewerkers van de onderzoeksorganisaties onder 1 gelden dezelfde voorwaarden als genoemd onder 3.2.1.

Ad 2

Voor medewerkers van organisaties genoemd onder 2 geldt dat zij kunnen deelnemen als medeaanvrager in het consortium mits:

  • –

    zij een vast dienstverband hebben voor minimaal 0,6 fte;

  • –

    hun organisatie aantoonbare Research & Development (R&D) activiteiten heeft in Nederland;

  • –

    zij over een masteropleiding beschikken.

Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Een samenwerkingspartner is dus geen hoofd- of medeaanvrager of cofinancier. Hierbij kan gedacht worden aan partijen die betrokken zijn door middel van deelname aan een advies-, begeleidings- of gebruikerscommissie, of partijen die op voorhand niet in staat zijn om hun bijdrage te kapitaliseren.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiële kosten’ of ‘kennisbenutting’ (zie paragraaf 3.3 en bijlage 7.2).

Een cofinancier is een organisatie die deelneemt aan het consortium en cash of in kind bijdraagt aan het project. Voor de verdere specifieke cofinancieringsvoorwaarden die gelden in deze Call for proposals, zie paragraaf 3.4.1. De rol die deze organisaties spelen bij de voorbereiding, uitvoering en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in de aanvraag beschreven te worden.

Een cofinancier ontvangt geen subsidie van NWO op basis van deze Call for proposals. Ook is het niet mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de budgetmodule Materieel.

Per project is maximaal € 400.000 subsidie aan te vragen. Deze financiering dient te worden ingezet voor ten minste één tijdelijke positie (i.e., postdoc of niet-wetenschappelijk personeel met een looptijd van minimaal één jaar) in combinatie met de overige, beschikbare budgetmodules. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 30 maanden. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting.

NWO financiert hiermee maximaal 80% van de totale projectomvang van de subsidiabele kosten zoals hieronder beschreven en in 3.3.1. Een aanvraag vereist daarmee minimaal 20% van de aan te vragen subsidie als Financiering anders dan door NWO. Van de aangevraagde subsidiemiddelen dient minimaal 50% te gaan naar onderzoeksorganisaties genoemd onder ‘hoofdaanvrager’ in 3.2.1.

Financiering anders dan door NWO bestaat uit:

  • i.

    De eigen bijdrage, i.e. het niet-gesubsidieerde deel van de ingebrachte in aanmerking komende kosten van ondernemingen en maatschappelijke organisaties (zie verderop in deze paragraaf).

  • ii.

    Cash (exclusief btw) of eventuele in kind cofinanciering (zie paragraaf 3.4.1).

Onderzoeksorganisaties in paragraaf 3.2.1 genoemd onder ‘hoofdaanvrager’ of bij 3.2.3 ‘medeaanvragers’ onder 1 kunnen geen eigen bijdrage als Financiering anders dan door NWO opvoeren of als cofinancier optreden. Ondernemingen en maatschappelijke organisaties die optreden als ‘medeaanvrager’ zoals bedoeld in paragraaf 3.2.3 onder 2 kunnen de eigen bijdrage, i.e. het niet-gesubsidieerde deel van de ingebrachte in aanmerking komende kosten van ondernemingen en maatschappelijke organisaties (zie verderop in deze paragraaf), niet als cofinanciering opvoeren of als cofinancier optreden.

Alle Financiering anders dan door NWO dient als private bijdrage aangemerkt te kunnen worden (zie paragraaf 3.4.1 voor de definitie van private bijdrage).

De hoofd- en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren volgens de beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7. Deze Call for proposals maakt onderscheid tussen de budgetmodules voor de onderzoeksorganisaties (zoals benoemd in paragraaf 3.2.1 onder ‘hoofdaanvrager’ en bij 3.2.3 ‘medeaanvrager’ onder 1) en ‘ondernemingen en maatschappelijke organisaties’ (zoals benoemd bij 3.2.3 bij ‘medeaanvrager’ onder 2).

Subsidiepercentages per type aanvrager
  • –

    Onderzoeksorganisatie (zie paragraaf 3.2.1)

    Subsidiepercentage 100% van de subsidiabele kosten voor niet-economische activiteiten.

  • –

    Ondernemingen en maatschappelijke organisaties (zie paragraaf 3.2.3 bij ‘medeaanvrager’ onder 2)

    Subsidiepercentage Maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten.

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt. Loonkosten voor aanvragers zijn niet subsidiabel.

Er kan in deze Call for proposals gebruik worden gemaakt van de volgende tariefsystemen:

  • –

    UNL-salaristabellen plus 50% opslag (zie bijlage 7.1);

  • –

    UMCNL-salaristabellen plus 50% opslag (zie bijlage 7.1);

  • –

    tarieven uit tabel 2.1 ‘Gemiddelde directe loonkosten’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven plus 50% opslag (zie bijlage 7.1);

  • –

    integrale kostensystematiek (IKS) zoals, uiterlijk op de deadline (23 februari 2027, voor 14:00:00 CET) voor het indienen van de aanvraag, zoals vermeld in paragraaf 1.1, gedeponeerd4NWO sluit zich aan bij de RVO terminologie: gedeponeerd houdt ook in dat de tarieven door RVO goedgekeurd zijn. bij RVO voor de betreffende organisatie (zie bijlage 7.4)5Indien een aanvrager gebruik wenst te maken van de IKS-tarieven, dan houdt deze keuze automatisch in dat men NWO toestemming geeft de IKS-tarieven op te vragen bij RVO en te delen met de consortiumpartners van de aanvraag op het moment dat er een gezamenlijke begroting wordt opgesteld.;

  • –

    vast uurtarief van € 60 (zie bijlage 7.4).

Bijlage 7 geeft per type aanvrager aan welk tariefsysteem ter beschikking staat. De verschillende tariefsystemen zijn verwerkt in het begrotingsformat dat NWO beschikbaar stelt.

Voor de onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in paragraaf 3.2.1, zowel bij ‘hoofdaanvrager’ als bij ‘medeaanvrager’, gelden de budgetmodules (inclusief de maximum bedragen) zoals hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u in de bijlage bij deze Call for proposals (zie bijlage 7.2).

Activiteiten waarvoor een onderzoeksorganisatie subsidie aanvraagt dienen te kwalificeren als niet-economische activiteiten, zoals bedoeld in paragraaf 20 van de Europese Kaderregeling betreffende staatssteun voor Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (2022/C 414/01)6https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52022XC1028(03).. Onderzoeksorganisaties die subsidie aanvragen in deze Call for proposals dienen te verklaren dat deze activiteiten niet-economisch van aard zijn. De kwalificatie als niet-economische activiteit betreft een drempelcriterium om voor subsidie in aanmerking te komen. De beoordelingscommissie zal daarom de voorgestelde activiteiten van onderzoeksorganisaties beoordelen op de mate van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, gericht op meer kennis en beter inzicht (zie paragraaf 4).

Voor de verschillende tariefsystemen die gebruikt kunnen worden, zie paragraaf 3.3.1 en paragraaf 7.1.

Let op: het is niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor de inzet van de hoofd- of medeaanvragers zelf.

Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: postdoc en niet-wetenschappelijk personeel (NWP).

Er kunnen posities van het subsidiebedrag worden aangevraagd volgens;

  • –

    UNL-salaristabellen plus 50% opslag, of

  • –

    UMCNL-salaristabellen plus 50% opslag, of

  • –

    Tarief conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers.

Personeel van hogescholen, onderzoekorganisaties en TO2-instituten

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderzoeksorganisaties en TO2-instituten.

Er kunnen posities worden aangevraagd volgens;

  • –

    De op het moment van subsidieverlening geldende tarieven uit tabel 2.1 ‘Gemiddelde directe loonkosten’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) plus 50% opslag, of

  • –

    Tarief conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers.

Reservering voor indexeren

Indien na indiening van de aanvraag en voor toewijzing van de aanvraag de UNL-, en/of UMCNL- en/of HOT-tarieven stijgen, dient de aanvrager in de aanvraagbegroting middelen te reserveren om de stijging van personeelstarieven eenmalig te financieren (zie bijlage 7.5).

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 15% van het NWO subsidiebedrag.

Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden.

Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan niet worden opgevoerd als onderdeel van de investering. Investeringen door onderzoeksorganisaties kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.2.

Er kan maximaal € 500.000 worden aangevraagd voor investeringen.

Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut,7Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van “Activiteiten inzake kennisoverdracht” die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414). om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.

Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken.

Onder deze Call for proposals wordt subsidie verstrekt aan ondernemingen en maatschappelijke organisaties op grond van artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) Nr. 651/2014 van 17 juni 2014, hierna: “AGVV”). Hieronder worden de maximaal in aanmerking komende kosten voor ondernemingen en maatschappelijke organisaties genoemd. Voor deze organisaties wordt maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten vergoed. Een nadere toelichting op deze in aanmerking komende kosten vindt u tevens in de bijlage bij deze Call for proposals (zie bijlage 7.3).

Uit de AGVV volgt dat per individuele onderneming of maatschappelijke organisatie maximaal € 15.000.000 per project kan worden toegewezen.

In aanmerking komende kosten voor ondernemingen en maatschappelijke organisaties
  • –

    Personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoek bezighouden, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 sub a AGVV;

    Onbeperkt aantal posities volgens;

    • –

      de op het moment van subsidieverlening geldende HOT tarieven uit tabel 2.1 ‘Gemiddelde directe loonkosten’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven plus 50% opslag, of

    • –

      een vast uurtarief van € 60, of

    • –

      een tarief conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers.

  • –

    Operationele kosten, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 sub e AGVV

    Maximaal bedrag Maximaal € 25.000 in totaal per project

NWO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • –

    maak een ISAAC account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;

  • –

    download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;

  • –

    sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;

  • –

    in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;

  • –

    nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;

  • –

    de aanvraag is geschreven in het Engels.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • –

    begroting (Excel-bestand);

  • –

    verklaring cofinanciering volgens voorgeschreven format (pdf);

  • –

    ingevulde en ondertekende verklaring Voorwaarden van de AGVV (zie paragraaf 3.6.1), indien van toepassing;

  • –

    verklaring aanstelling en projectbegeleiding (pdf), indien van toepassing.

Gebruik voor de bijlagen alleen de door NWO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.

Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.

Aanvullende definities:

  • –

    cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;

  • –

    cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.

Cofinanciering is in deze Call for proposals verplicht. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de hoofdaanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en cofinanciering in kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties. Onderzoeksorganisaties, hetzij als ‘hoofdaanvrager’ of als ‘medeaanvrager’, kunnen geen eigen bijdrage als cofinanciering dan wel als Financiering anders dan door NWO opvoeren en kunnen dus niet als cofinancier optreden.

Cofinancieringseis

Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 20% van de aan te vragen subsidie als cofinanciering. Deze verplichte cofinanciering mag zowel cash als in kind worden geleverd, waarbij minimaal de helft cash moet zijn. Indien er sprake is van cofinanciering door twee of meer organisaties, dan geldt dat ieder aan de verplichting van minimaal de helft cash financiering moet voldoen. Cofinanciering kan alleen worden ingebracht door organisaties die onder deze Call for proposals geen subsidie aanvragen.

Van de cofinanciering moet 100% van private oorsprong zijn. De definitie van private (co)financiering; geldmiddelen die niet direct of indirect afkomstig zijn van:

  • –

    een onderzoeksinstelling, zijnde een onderzoeksorganisatie die alle winst opnieuw investeert in fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, in het verspreiden van de resultaten daarvan, of in onderwijs, namelijk een met inbegrip van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek NWO en de KNAW of;

  • –

    een openbaar lichaam.

Alleen ingebrachte cofinanciering die aan deze definitie voldoet, kan als een private bijdrage worden aangemerkt. Ingebrachte cofinanciering door een onderzoeksinstelling of een openbaar lichaam geldt als een publieke bijdrage.

Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:

  • –

    NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 50% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;

  • –

    in kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van de projectactiviteiten en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt. Bij vragen kan NWO verzoeken om nadere motivering en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing. Daarnaast mogen eventuele in kind bijdragen in de vorm van diensten en know how niet reeds bij de onderzoeksorganisatie(s) van de aanvrager(s) beschikbaar of voorhanden zijn;

  • –

    voor het kapitaliseren van de personele inbreng (mensuren) aan een project worden vaste integrale uurtarieven gebruikt. Voor de tarieven, zie de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. Hierbij dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert;

  • –

    cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de aanvrager. De aanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.

Niet toelaatbaar als cash/in kind cofinanciering zijn8Niet toelaatbare cofinanciering is beschreven in de Regeling Cofinanciering, artikel 6.:

  • –

    alle bijdragen uit publieke middelen (waaronder door NWO verstrekte subsidie, PPS-toeslag en andere bijdragen van overheidswege)

  • –

    cofinanciering mag niet afkomstig zijn van onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in paragraaf 3.2.1. en 3.2.3 onder 1;

  • –

    cofinanciering mag niet afkomstig zijn van ondernemingen en maatschappelijke organisaties, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.3 onder 2.

  • –

    kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de gebruikerscommissie/begeleidingscommissie.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO-website en in ISAAC.

In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1.3).

Verantwoording cash cofinanciering en cofinanciering in kind

De verhouding tussen cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde project specifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).

Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.

In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.

Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.

Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.

NWO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.

Voorwaarden:

  • –

    de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • –

    de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden;

  • –

    de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.4.1 gestelde voorwaarden;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;

  • –

    de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;

  • –

    de datamanagementparagraaf is ingevuld (hiermee maken aanvragers kenbaar hoe met data voortkomend uit het onderzoek wordt omgegaan);

  • –

    het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld en conform de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld en ingediend;

  • –

    de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • –

    de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;

  • –

    de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • –

    de vereiste cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels het formulier verklaringen cofinanciering;

  • –

    het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 30 maanden;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de vereisten ten aanzien van Financiering anders dan door NWO;

  • –

    aanvragers die het IKS-tariefsysteem gebruiken hebben NWO toestemming gegeven om hun IKS-tarieven op te vragen bij RVO.

In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

In behandeling nemen en administratieve correcties

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling.

Informeren eigen onderzoeksorganisatie

NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing met uitzondering van;

  • –

    Artikel 1.4 lid 1, lid 5 en lid 6 van de NWO Subsidieregeling 2024 en artikel 2.1 van het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek; in de zin dat onder projectkosten in deze Call for proposals ook overhead vergoed wordt en dat aanvragers per (mede)aanvrager een keuze moeten maken tussen: 1) integrale kostensystematiek (IKS) mits hun IKS-boekhoudmethode is goedgekeurd door RVO, of 2) de reguliere NWO-tarieven (UNL, UMCNL, HOT) plus een opslag voor 50% van de overhead of 3) vast uurtarief (€ 60).

  • –

    Artikel 1.1. van de NWO Subsidieregeling 2024; in de zin dat ondernemingen en maatschappelijke organisaties financiering mogen aanvragen. Daarbij dient het staatssteunkader in acht te worden genomen;

  • –

    Artikel 4.1.1 lid 4 van de NWO Subsidieregeling 2024;

  • –

    De zinsnede “niet zijnde een aanvrager” in artikel 5.1, aanhef en sub f van de NWO Subsidieregeling 2024, indien door een aanvragende onderneming of maatschappelijke organisatie in kind cofinanciering wordt geleverd.

NWO verleent geen subsidie dan wel trekt de subsidie in, wanneer blijkt dat er sprake is van ongeoorloofde staatsteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

NWO financiert de aanvragen in deze Call for proposals met toepassing van artikel 25 van de AGVV. NWO verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat de aanvraag past binnen de definities en voorwaarden van de AGVV.

NWO verstrekt geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, met uitzondering van steunregelingen tot herstel van de schade veroorzaakt door bepaalde natuurrampen. Daarnaast verstrekt NWO geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 2, lid 18, van de AGVV.

Cumuleren van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de aanmeldingsdrempels voor onderzoek- en ontwikkelingsprojecten onder i, van de AGVV geldt, worden overschreden.

Onderzoeksactiviteiten

Ondernemingen en maatschappelijke organisaties zoals bedoeld in paragraaf 3.2.3 bij ‘medeaanvragers’ onder 2, die subsidie aanvragen voor onderzoeksactiviteiten zoals bedoeld in paragraaf 3.3.7 van deze Call for proposals, dienen de verklaring AGVV ingevuld en ondertekend als bijlage bij de aanvraag te uploaden in ISAAC.

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen. De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de hieronder weergegeven criteria. Om in aanmerking te komen voor subsidie dient een aanvraag tenminste de kwalificatie ‘goed’ te krijgen op het beoordelingscriterium in onderdeel 1. Het criterium in onderdeel 1 telt niet mee in het totaaloordeel op onderdeel 2.

Onderdeel 1

Criterium 1: Voldoen aan kaderregeling O&O&I

Voor onderzoeksorganisaties: de beoordelingscommissie beoordeelt in hoeverre de activiteiten die in de aanvraag zijn aangemerkt als niet-economisch van aard kwalificeren als onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek door de onderzoeksorganisatie in het samenwerkingsverband, gericht op meer kennis en beter inzicht.

Onderdeel 2

Criterium 2: Kwaliteit van het onderzoek (40%)

  • –

    Het voorgestelde onderzoek bedient tenminste een van de drie genoemde onderzoekslijnen (zie paragraaf 2.1) en bevat een substantiële en expliciet beschreven toepassing van AI-methoden of AI-technologie;

  • –

    De aanvraag bevat een helder geformuleerde probleemstelling en resulterende, vernieuwende kennisvra(a)g(en) die logisch gerelateerd en bijdragend is/zijn aan de doelstelling van de call (zie paragraaf 2.1);

  • –

    De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doel?xpp afbm?>stelling(en) te behalen en de vraagstelling te beantwoorden;

  • –

    De opzet van het voorgestelde onderzoeksplan bevat helder omschreven en logisch samenhangende werkpakketten, een passende en goed gemotiveerde begroting en een gedegen risicoanalyse met eventueel een back-up plan.

Criterium 3: Verwachte impact (30%)

  • –

    De beoogde wetenschappelijke en/of maatschappelijke impact9Het is mogelijk een goede score te krijgen voor dit criterium als de focus van het voorstel ligt op wetenschappelijke impact, als de focus ligt op maatschappelijke impact, of als de focus verspreid is over beide vormen van impact. De score voor dit criterium is onafhankelijk van de gekozen focus; de ene vorm van impact is niet beter of minder dan de andere. is helder gedefinieerd, overtuigend gemotiveerd en volgt logisch uit het geïdentificeerde probleem en/of de geformuleerde kennisvra(a)g(en).

Criterium 4: Kwaliteit van het consortium (30%)

  • –

    Er is sprake van een passende expertise en track record van de aanvrager(s), specifiek met betrekking tot publiek-private samenwerking, op het gebied van tenminste één van de genoemde onderzoekslijnen (zie paragraaf 2.1);

  • –

    Samenstelling van het consortium: alle disciplines die nodig zijn voor een adequate aanpak van het probleem en/of de vraagstelling zijn in het onderzoeksvoorstel opgenomen en hun rol is overtuigend beschreven.

De criteria 2, 3 en 4 krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria 2, 3 en 4 en worden op basis van deze score in prioritering gezet. In rondes met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):

  • –

    indiening van de aanvraag;

  • –

    in behandeling nemen van de aanvraag;

  • –

    indien nodig, voorselectie;

  • –

    peer review door referenten;

  • –

    weerwoord;

  • –

    preadvisering beoordelingscommissie;

  • –

    vergadering van de beoordelingscommissie;

  • –

    besluitvorming.

Voor deze ronde wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld door het bestuur van NWO-domein ENW. De leden hiervan zijn afkomstig uit de wetenschap en de praktijk met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Voor indiening van de aanvraag is een standaardformulier beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO website. In uw aanvraag moet u zich houden aan de vragen die in dit formulier staan en aan de werkwijze die in de toelichting staat. Ook moet u zich houden aan de voorwaarden voor het maximale aantal woorden en pagina’s.

Uw volledig ingevulde aanvraagformulier moet voor de deadline via ISAAC zijn ontvangen (zie paragraaf 1.1 en 3.1). Na dit tijdstip kunt u geen aanvraag meer indienen. De hoofdaanvrager ontvangt na indiening van de aanvraag een ontvangstbevestiging.

Zo snel mogelijk nadat u uw aanvraag heeft ingediend, hoort u of NWO uw aanvraag in behandeling neemt. NWO bepaalt dit aan de hand van een aantal administratief-technische criteria (zie de formele voorwaarden voor indiening, paragraaf 3.5). Alleen als uw aanvraag hieraan voldoet, kan NWO deze in behandeling nemen.

Houdt er rekening mee dat NWO u binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. U krijgt één keer de gelegenheid om de correcties door te voeren, hiervoor krijgt u vijf werkdagen de tijd.

Indien NWO zo veel aanvragen ontvangt dat het totaal aangevraagde subsidiebedrag vier maal groter is dan het subsidieplafond voor deze ronde, vindt een voorselectie van de aanvragen plaats. De beoordelingscommissie beoordeelt dan alle aanvragen globaal aan de hand van de beoordelingscriteria. Indien de beoordelingscommissie voornemens is de aanvraag af te wijzen, krijgt de aanvrager vervolgens vijf werkdagen de gelegenheid om te reageren op het voorlopig oordeel van de beoordelingscommissie. Met inachtneming van de reactie van de aanvrager adviseert de beoordelingscommissie aan het bestuur van NWO-domein ENW om de minst kansrijke aanvragen af te wijzen. De overige aanvragen worden verder in behandeling genomen.

Voordat de beoordelingscommissie zich over de aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste twee externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria in de Call for proposals (zie paragraaf 4.1). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld door referenten, zij kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Non-referenten opgeven

Een aanvrager kan maximaal drie personen opgeven die niet als referent mogen worden benaderd. Aanvragers kunnen deze personen opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de aanvraag. NWO zal deze zogenoemde non-referenten niet benaderen.

De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde referentenrapporten. Hierop is weerwoord mogelijk. De deadline voor het indienen van het weerwoord via ISAAC is vijf werkdagen na ontvangst van de referentenrapporten. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure. Na ontvangst van het referentenrapport kan de aanvrager kiezen de aanvraag in te trekken via ISAAC en dit zo snel mogelijk per e-mail aan NWO te melden. Zie contactgegevens in hoofdstuk 6.

De aanvraag, de referentenrapporten en het weerwoord worden voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de referenten (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten. De beoordelingscommissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de beoordelingscommissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten. De beoordelingscommissie geeft alle aanvragen een eindscore, afgerond op twee decimalen.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein ENW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen op beoordelingscriterium 1 om in aanmerking te komen voor de subsidie (zie paragraaf 4.1). Het gemiddelde van de scores op beoordelingscriteria 2, 3 en 4 samen moet tenminste de kwalificatie zeer goed (score 3,4 of beter) krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op zowel beoordelingscriterium 2, 3 en 4 afzonderlijk tenminste een score van 4,0 (of beter) krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Als na de bespreking van de aanvragen blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.3.7).

Voor de besluitvorming toetst het bestuur van NWO-domein ENW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Dit geldt ook voor het gebruik van GAI als taalhulp of om beoordelingen en/of aanvraagdocumenten te vertalen. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt referenten en leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke trackrecord van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt de beoordelingscommissie en referenten bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

Tegemoetkomingsregeling bij overmacht

Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal ter stimulering van het aandeel vrouwen in de wetenschap de aanvraag van een vrouwelijke hoofdaanvrager als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoek’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het bestuur van NWO-domein ENW.

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.

De projectleider van het project ontvangt namens het bestuur van NWO-domein ENW een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. Het startformulier en het datamanagementplan en de consortiumovereenkomst dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.

Om de start van het project aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van het startformulier. Het startformulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.

Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Voorafgaand aan de start van het project werkt de projectleider de datamanagementparagraaf uit tot een datamanagementplan. Als er door referenten en de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De projectleider beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.

Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Het datamanagementplan moet voor de startdatum van het project via ISAAC bij NWO worden ingediend. NWO beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. De NWO consortiumovereenkomst is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels. De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle projectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties en dient via ISAAC te worden ingediend voordat het project mag starten. De verantwoordelijkheid voor het regelen van de consortiumovereenkomst ligt bij de aanvrager.

NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door NWO gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (één van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.

Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.

NWO vraagt periodiek de voortgang van een project op. De projectleider ontvangt tijdig per e-mail een verzoek voor het opstellen en indienen van een voortgangsverslag, inclusief de deadline voor indiening. Een voortgangsverslagsjabloon is online beschikbaar. Indien er een afwijkend voortgangsverslagsjabloon voor het project geldt, krijgt de projectleider daar informatie over. Omdat voor deze ronde een Impact Outlookbenadering van toepassing is, wordt de projectleider gevraagd om langs de lijnen van deze benadering over maatschappelijke impact te rapporteren.

Na toewijzing van de aanvraag zal een begeleidingscommissie worden ingesteld voor de begeleiding van en advisering over het geheel aan projecten. Meer informatie over deze commissie staat in het subsidieverleningsbesluit.

Programmabijeenkomsten

Het programmabestuur van Big Chemistry zal jaarlijks een programmabijeenkomst organiseren. Alle gehonoreerde projecten binnen deze Call for proposals worden, gedurende de looptijd van het project, geacht om hieraan deel te nemen.

Kennisdelingscommissie

Het programmabestuur van Big Chemistry interacteert met de projecten die volgen uit deze Call for proposals via een kennisdelingscommissie voor het Big Chemistry-programma. In deze commissie wordt elk project vertegenwoordigd door de projectleider. De projectleiders voorzien het programmabestuur van relevante informatie (o.a. kennis en projectresultaten) die bijdraagt aan het Big Chemistry-programma. Daarnaast worden kennis en inzichten uit de verschillende projecten met elkaar uitgewisseld.

NWO wil op de hoogte blijven van alle output die het onderzoek oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.

Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NWO via een wijzigingsformulier. Zie ook art.3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.

Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.

Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.

NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).

Het beleid van NWO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.

Projectleiders moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.

Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een basis eindverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden op: Het afsluiten van een project | NWO. Indien er een afwijkend eindverslagsjabloon voor het project geldt, ontvangt de projectleider daar te zijner tijd informatie over.

Om zekerheid te verkrijgen over of de subsidie op de juiste wijze is besteed, vraagt NWO bij een vaststellingsverzoek om een controleverklaring/auditrapport uitgevoerd door een externe accountant wanneer het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ niet van toepassing is op de begunstigde van een subsidie voor een project en de verleende subsidie boven de € 125.000 ligt.

Het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ is van toepassing op door het Ministerie van OCW bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO).

De penvoerder is verantwoordelijk voor het tijdig regelen van de controleverklaring. Deze verantwoordelijkheid blijft onverminderd van toepassing als de penvoerder een deel van de subsidie heeft besteed aan een andere partij. Stem dit op tijd af met de externe accountant.

Neem voor vragen over dit onderwerp tijdig, bij voorkeur bij de start van het project, contact op met NWO, zie hoofdstuk 6.

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het project dienen bij publicatie open access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel open access. Op de website van NWO staat beschreven welke specifieke voorwaarden er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over welke open licenties toegepast kunnen worden per publicatietypen.

Eventuele kosten voor open access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting. Kosten voor publicaties in zogenaamde ‘hybride open access tijdschriften’ komen niet in aanmerking voor vergoeding door NWO. Voor open access boeken kan een beroep gedaan worden op het aparte NWO Open Access boekenfonds.

Leidt NWO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NWO noemen als financier.

NWO kan aanvragers/projectleiders mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Vragen over de financiering van aanvragen?

Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Vragen over de inhoud van deze ronde?

Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:

Dr. Jacqueline van der Meij, tel.: +31 (0)70 349 4696, e-mail: bigchemistry@nwo.nl

Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

Voor personeel dat een substantiële bijdrage levert aan het onderzoek kan subsidie voor de salariskosten worden aangevraagd. Subsidiëring van deze salariskosten is afhankelijk van het type aanstelling en de onderzoeksorganisatie waar het personeel is/wordt aangesteld.

  • –

    Voor universitaire instellingen worden salariskosten gefinancierd conform:

    • –

      de op het moment van subsidieverlening geldende UNL-salaristabellen plus 50% opslag (Salaristabellen | NWO) of;

    • –

      de tarieven conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers. Zie ook paragraaf 7.4.

  • –

    Voor universitair medisch centra worden salariskosten gefinancierd conform:

    • –

      de op het moment van subsidieverlening geldende UMCNL-salaristabellen plus 50% opslag (Salaristabellen | NWO) of;

    • –

      de tarieven conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers. Zie ook paragraaf 7.4.

  • –

    Voor personeel van hogescholen, TO2-instituten en overige onderzoeksorganisaties worden salariskosten gefinancierd op basis van:

    • –

      de cao-inschaling van de betreffende medewerker conform de op het moment van subsidieverlening geldende tarieven uit tabel 2.1 ‘Gemiddelde directe loonkosten’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven plus 50% opslag (Salaristabellen | NWO) of;

    • –

      de tarieven conform integrale kostensystematiek (IKS) zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende hoofd- of medeaanvragers. Zie ook paragraaf 7.4.

  • –

    Voor de Nederlandse Cariben geldt dat de Rijksoverheid in Caribisch Nederland ambtenaren op de BES-eilanden onder andere voorwaarden in dienst neemt dan in Europees Nederland. https://www.rijksdienstcn.com/werken-bij-rijksdienst-caribisch-nederland/arbeidsvoorwaarden.

Alle aanvragers (onderzoeksorganisaties, ondernemingen, maatschappelijke organisaties) moeten reserveren (zie paragraaf 7.5).

De tarieven voor alle budgetmodules, met uitzondering van de IKS-tarieven (zie paragraaf 7.4), zijn verwerkt in het begrotingsformat bij het aanvraagformulier. Voor de budgetmodule ‘Postdoc’ komt bovenop de salariskosten een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 (niet van toepassing bij gebruik van IKS), ter stimulering van de wetenschappelijke carrière van de door NWO gefinancierde projectmedewerker. De IKS-tarieven zijn al integraal dus hierin is benchfee opgenomen. Vergoedingen voor promotiestudenten/beursalen aan een Nederlandse universiteit komen niet in aanmerking voor subsidie van NWO.

Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor onderstaande personeelsposities.

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld voor een specifieke periode en fte.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL plus een opslag van 50%, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL plus een opslag van 50%. Komt de postdoc van een hogeschool dan kunnen de HOT-tarieven plus een opslag van 50% worden gebruikt. Of gebruik de IKS-tarieven zoals gedeponeerd bij RVO.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Niet-wetenschappelijk personeel

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door NWO gefinancierde project.

Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL plus een opslag van 50% voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch of gebruik de IKS-tarieven zoals gedeponeerd bij RVO. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, overige onderzoeksorganisaties en TO2-instituten. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.1, ‘gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ plus 50% opslag. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

Of gebruik de IKS-tarieven zoals gedeponeerd bij RVO. Voor personeel van hogescholen, overige onderzoeksorganisaties en TO2-instituten is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module. Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumanalyses, dataverzameling enz.).

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • –

    organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • –

    het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • –

    reguliere onderwijsactiviteiten;

  • –

    leden van de begeleidingscommissie.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • –

    kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • –

    kosten voor investeringen in datasets;

Niet-subsidiabel zijn:

  • –

    kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);

  • –

    dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • –

    loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering;

  • –

    overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • –

    kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.

Het is mogelijk om maximaal 5% van het subsidiebedrag in te zetten voor deze module. Het is niet verplicht om van deze module gebruik te maken. Voorbeelden van mogelijke kosten, maar niet gelimiteerd tot, zijn het maken van een lespakket, een haalbaarheidsstudie naar toepassingsmogelijkheden, kosten voor het indienen van een octrooiaanvraag of het gebruik maken van een business developer.

Kosten voor de financiering van personeel werkzaam bij een onderneming en maatschappelijke organisaties worden tot maximaal 40% vergoed volgens:

  • –

    de op het moment van subsidieverlening geldende HOT tarieven uit tabel 2.1 ’Gemiddelde directe loonkosten’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’ van de Handleiding Overheidstarieven plus 50% opslag (Salaristabellen | NWO). Het werkelijke uurtarief van de medewerker op basis van de cao van diens organisatie dient als uitgangspunt voor de tariefkeuze. Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden) en of ondernemingen en overige maatschappelijke organisaties die niet onder een cao vallen, kan het HOT-tarief worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert. Bij berekening moet worden uitgegaan van het aantal productieve uren genoemd in de geldende jaargang van de Handleiding Overheidstarieven, of

  • –

    een vast uurtarief van € 60, of

  • –

    een tarief conform integrale kostensystematiek zoals gedeponeerd bij RVO voor de betreffende medeaanvrager. Zie ook paragraaf 7.4.

Dit kunnen personeelskosten zijn voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden.

Onder artikel 25 van de AGVV vergoedt NWO maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten voor personeel. Indien na indiening van de aanvraag en voor toewijzing van de aanvraag de HOT-tarieven stijgen, moet een aanvrager die gebruikt maak van de HOT-tarieven in de aanvraagbegroting middelen reserveren om de stijging van personeelstarieven eenmalig te financieren. NWO zal daartoe in het begrotingsformat een percentage voorschrijven op basis van een inschatting van historische, meerjarige cijfers. De aanvrager kan geen rechten ontlenen aan het voorgeschreven percentage ten aanzien van de daadwerkelijke stijging van tarieven.

Indien de reservering onvoldoende blijkt om stijging van de personeelstarieven te financieren, compenseert de aanvrager de stijging uit andere begrotingsposten waarbij het substantieel inhoudelijk wijzigen van de aanvraag niet is toegestaan.

Indien blijkt dat niet alle gereserveerde middelen nodig zijn, stelt NWO de aanvraagbegroting naar beneden bij en worden uitsluitend de kosten verbonden aan de daadwerkelijke stijging toegewezen.

Voor zover de in aanmerking komende kosten van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten andere kosten dan de personeelskosten betreffen komen hiervoor in deze Call for proposals de volgende kosten in aanmerking voor financiering:

  • –

    Operationele kosten: bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. Maximaal € 25.000,– in totaal in het project.

Maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten wordt als subsidie verleend. De overige minimaal 60% van de in aanmerking komende kosten betreft de eigen bijdrage van de organisatie en wordt meegerekend bij de Financiering anders dan door NWO (zie ook paragraaf 3.3).

Specifiek en uitsluitend voor Calls for proposals die NWO uitvoert in het kader van het Nationaal Groeifonds kunnen hoofd- en medeaanvragers voor de financiering van personeelskosten gebruikmaken van de Integrale kostensystematiek zoals deze door RVO wordt gehanteerd.

Alleen onderzoeksorganisaties, ondernemingen en maatschappelijke organisaties waarvan de IKS-tarieven zijn gedeponeerd en goedgekeurd door RVO mogen deze tarieven toepassen in de aanvraagbegroting.

Indien een aanvrager gebruik wenst te maken van de IKS-tarieven, dan houdt deze keuze automatisch in dat men NWO toestemming geeft de IKS-tarieven op te vragen bij RVO ten behoeve van de formele toets op indieningsvoorwaarden door NWO. Tevens houdt de keuze in dat men de IKS-tarieven deelt met de consortiumpartners van het voorstel op het moment dat er een gezamenlijke begroting wordt opgesteld.

NWO zal als onderdeel van de toets op formele voorwaarden voor indiening de IKS-tarieven in de aanvraagbegroting vergelijken met de bij RVO gedeponeerde en goedgekeurde tarieven. NWO hanteert hierbij de tarieven die gebruikt zijn bij indiening van de aanvraag. Indien er een afwijking geconstateerd wordt in de IKS-tarieven van de aanvraagbegroting en de IKS-tarieven bij RVO zal door NWO contact gezocht worden met de hoofdaanvrager, die de verantwoordelijkheid heeft om de aanvraag (incl. begroting) binnen de daartoe gestelde termijn in overeenstemming te brengen met de voorwaarden (zie ook de paragraaf 4.2.2).

De opgevoerde functies in de aanvraagbegroting moeten overeenkomen met de benoemde functies in de IKS-tabel zoals deze is gedeponeerd bij RVO. De bijbehorende uurtarieven dienen verder zonder indexatie te worden opgevoerd in de aanvraagbegroting. Er is géén mogelijkheid tot indexatie van tarieven gedurende de looptijd van het project. Als gebruik is gemaakt van IKS-tarieven is benchfee niet van toepassing omdat deze integrale kosten al in het IKS-tarief zijn opgenomen.

In de financiële eindverantwoording moet de aanvrager de gemaakte personeelskosten van alle jaren afzonderlijk opnemen.

Vast uurtarief

(Bron: Vaste uurtarief systematiek (rvo.nl)) De vaste-uurtarief-systematiek is een standaardmethode om de hoogte van subsidie voor in aanmerking komende kosten te berekenen. Onderzoeksorganisaties kunnen geen gebruik maken van dit tarief.

Het vaste uurtarief is een vergoeding voor de loonkosten/arbeidskosten en de indirecte-, of overheadkosten van uw organisatie, bijvoorbeeld huisvestingskosten, kosten van kantoorapparatuur en kosten van binnenlandse reizen voor werkoverleg. De hoogte van het vaste uurtarief bedraagt in deze Call for proposals € 60.

Indien u gebruik maakt van deze systematiek moet in uw administratie het aantal gewerkte uren door uw projectmedewerkers en de kosten van apparatuur, materialen en derden (facturen) duidelijk terug te vinden zijn. Een verantwoording over de werkelijke loonkosten van de medewerkers die aan het project werken is niet nodig.

Indien na indiening van het voorstel en voordat het voorstel wordt toegekend de UNL- en/of UMCNL- en/of HOT-tarieven stijgen, dient de aanvrager in de begroting van het voorstel middelen te reserveren om een eenmalige stijging van de personeelstarieven te financieren. NWO zal in het begrotingsformat een percentage voorschrijven op basis van een inschatting van historische meerjarencijfers. Aan het voorgeschreven percentage kan de aanvrager geen rechten ontlenen ten aanzien van de daadwerkelijke tariefstijging.

Als het gereserveerde bedrag onvoldoende blijkt om de stijging van de personele tarieven te financieren, compenseert de aanvrager de stijging uit andere begrotingscategorieën. Inhoudelijke wijzigingen in de aanvraag zijn niet toegestaan.

Als blijkt dat niet alle gereserveerde middelen nodig zijn, dan past NWO het aanvraagbudget naar beneden aan en worden alleen de kosten vergoed die samenhangen met de daadwerkelijke tariefsverhoging.

Governance ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’: programmabestuur, uitvoerende commissie en rol projectleider(s)

Het programmabestuur van ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’ (Stichting Big Chemistry) faciliteert en stuurt op de integrale aanpak, ziet toe op het bewaken van de voortgang op het niveau van het gehele ‘Zelfdenkende Moleculaire Systemen’-groeifondsvoorstel, rapporteert aan het betrokken departement over de voortgang en stelt prioriteiten bij wanneer daartoe aanleiding toe is.

De NGF Big Chemistry 2026 Call for proposals is slechts één van deze activiteiten waar het programmabestuur op toeziet. Het programmabestuur interacteert met het R&D-programma via een kennisdelingscommissie voor het R&D-programma. In deze kennisdelingscommissie wordt elke programmalijn vertegenwoordigd door de projectleider (die de hoofdaanvrager van de subsidieaanvraag is). Dit gezelschap van projectleiders en vertegenwoordigers van het programmabestuur wisselen met elkaar kennis en inzichten uit over de verschillende programmalijnen.

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.