Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl

OpenGeldig tot 1 januari 2028

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Met de aanpassing van de Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl kan een ambtshalve overbruggingssubsidie worden gegeven om een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg voort te zetten tot 1 januari 2028. Voor wie: bevoegde gezagen van tl-scholen die in de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 of 2025–2026 en 2026–2027 subsidie hadden voor een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg. Het plafond is € 19.849 per vestiging; dit aanvullend subsidiebedrag wordt ambtshalve toegekend.

Volledige officiële tekst

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 oktober 2026, nr. 64280293, tot wijziging van de Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl in verband met een overbrugging tot 1 januari 2028Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

De Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1.De begripsbepaling van mbo-instelling vervalt.2.In de alfabetische volgorde wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:beroepsonderwijs:

onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

3.De begripsbepaling van minister komt te luiden:minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;.

BIn de artikelen 8, 11, 14, 15 en 17 wordt ‘praktijkgerichte vak’ telkens vervangen door ‘praktijkgericht vak’.CIn de artikelen 8, tweede lid, onderdeel b, en 14, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘het mbo’ telkens vervangen door ‘het beroepsonderwijs’.DIn de artikelen 11, 17 en 19a wordt ‘Minister’ telkens vervangen door ‘minister’.EIn artikel 19a, eerste lid, wordt ‘vertrekt’ vervangen door ‘verstrekt’.FIn artikel 11 worden onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:

3.

Voor zover aan het bevoegd gezag op grond van artikel 19b een verhoging van het subsidiebedrag is toegekend voor het continueren van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg:

  • a.

    biedt het bevoegd gezag dat praktijkgericht vak, in aanvulling op het eerste lid, tot en met het schooljaar 2027–2028 aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan; en

  • b.

    zendt het bevoegd gezag, in afwijking van het tweede lid, uiterlijk 4 oktober 2028 een eindrapportage aan de minister.

4.

De eindrapportage wordt ingericht overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.

GAan het opschrift van paragraaf 3 van hoofdstuk 2 wordt toegevoegd ‘en vavo-instellingen’.HIn artikel 17 worden onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:

3.

Voor zover aan het bevoegd gezag op grond van artikel 19b een verhoging van het subsidiebedrag is toegekend voor het continueren van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg:

  • a.

    biedt het bevoegd gezag dat praktijkgericht vak, in aanvulling op het eerste lid, tot en met het schooljaar 2027–2028 aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan; en

  • b.

    zendt het bevoegd gezag, in afwijking van het tweede lid, onderdelen a en b, uiterlijk 4 oktober 2028 een eindrapportage aan de minister.

4.

De eindrapportage wordt ingericht overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.

INa artikel 19a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19b. Verhoging subsidiebedrag theoretische leerweg: overbrugging tot 1 januari 2028

1.

De minister kent aan bevoegde gezagen waaraan op grond van artikel 3, eerste lid, voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 of voor de schooljaren 2025–2026 en 2026–2027 subsidie is verstrekt voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg, uiterlijk op 1 maart 2027 een aanvullend subsidiebedrag toe voor het continueren van dat praktijkgericht vak in de periode die loopt van 1 augustus 2026 tot 1 januari 2028 onderscheidenlijk 1 augustus 2027 tot 1 januari 2028. De minister verstrekt het aanvullende subsidiebedrag door ambtshalve wijziging van de subsidiebeschikking waarbij de aanvankelijke subsidie werd toegekend.

2.

Het aanvullende subsidiebedrag bedraagt € 19.849 per vestiging.

3.

De minister bepaalt in de wijziging van de subsidiebeschikking, bedoeld in het eerste lid, het betaalritme van het aanvullende subsidiebedrag.

4.

Ten aanzien van het aanvullende subsidiebedrag is het bepaalde in de artikelen 3, eerste lid, 14, 17 en 18 onverkort van toepassing, met uitzondering van hetgeen in de artikelen 3, eerste lid, en 14 is bepaald over de gemengde leerweg.

5.

Artikel 6a is ten aanzien van dit artikel niet van toepassing.

6.

Indien een bevoegd gezag aan de minister meldt geen aanvullend subsidiebedrag als bedoeld in het eerste lid te willen ontvangen, gaat de minister niet over tot het toekennen daarvan aan het desbetreffende bevoegd gezag.

7.

Het eerste lid is niet van toepassing op in dat lid bedoelde bevoegde gezagen waarvan de beschikking tot subsidieverstrekking nadien is gewijzigd in die zin dat de activiteitenperiode desgevraagd is verlengd tot en met het schooljaar 2027–2028.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Toelichting

Op grond van de Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl (hierna ook: de regeling) hebben sinds de inwerkingtreding daarvan drie aanvraagrondes plaatsgevonden, elk voor een afzonderlijk subsidietijdvak:

  • –

    de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 (subsidietranche 1);

  • –

    de schooljaren 2025–2026 en 2026–2027 (subsidietranche 2); en

  • –

    de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 (subsidietranche 3).

Met oog op een meer structurele financiering van de activiteiten waarvoor deze subsidies zijn verstrekt, heeft de regering in het kader van de Voorjaarsnota een wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap ingediend bij de Tweede Kamer.1Kamerstukken 36915. Dat voorstel voorziet erin om vanaf begrotingsjaar 2028 € 11,6 miljoen over te hevelen naar artikel 3 van de OCW-begroting, waarmee het aanbieden van het praktijkgericht vak vervolgens met ingang van 1 januari 2028 onder de reguliere bekostiging kan worden gebracht. Met die nieuwe financieringswijze in het vooruitzicht bestaat er aanleiding om te komen tot een overbrugging van de periode die is gelegen tussen het einde van de subsidietranches 1 en 2 en de start van de nieuwe bekostiging. De wijzigingen die zijn vervat in deze regeling strekken daartoe. Deze creëren de grondslag voor een eenmalige, ambtshalve te verstrekken subsidie waarmee scholen die reeds subsidie hebben ontvangen in de eerste en tweede tranche in de gelegenheid worden gesteld het door hen ontwikkelde praktijkgerichte vak ook in de hiervoor bedoelde tussenliggende periode te continueren. Het betreft een overbrugging voor de tl-scholen. De gl-scholen uit die groep vallen niet onder de overbruggingsregeling, aangezien zij al aanvullende bekostiging vanuit het beroepsgerichte programma ontvangen.

Door de overbruggingssubsidie ambtshalve te verstrekken, is het niet nodig voor de scholen om een aanvraag in te dienen. Scholen die aanspraak maken op de subsidie ontvangen die automatisch. Zodoende leidt deze wijzigingsregeling niet tot extra administratieve lasten voor de doelgroep. Aanvullende lasten zijn er ook niet ten aanzien van de financiële verantwoording van de overbruggingssubsidie. De financiële verantwoording van de overbruggingsgelden loopt namelijk integraal mee met de financiële verantwoording die reeds was geregeld voor de oorspronkelijke subsidiebedragen, in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Daarnaast is ook niet voorzien in een extra inhoudelijke verantwoording in de vorm van een tussenrapportage. De verplichtingen op dat vlak blijven beperkt tot één enkele eindrapportage (waar de regeling oorspronkelijk al in voorzag). Het moment waarop die eindrapportage moet worden ingediend is logischerwijs wel verschoven: van 1 oktober 2026 respectievelijk 1 oktober 2027 naar 4 oktober 2028. Ter stroomlijning van de processen is daarbij aangesloten bij het rapportagemoment voor de subsidies in de derde tranche. Als scholen de activiteiten tijdens de overbruggingsperiode niet uitvoeren, maar wel hebben uitgevoerd tijdens de oorspronkelijke tweejarige subsidieperiode, wordt alleen het geld dat bij de overbrugging hoorde, teruggevorderd.

Het begrip ‘mbo-instelling’ kwam nergens voor in de tekst van de regeling. Aan een definitie van dat begrip bestond dus geen behoefte. Op een tweetal plekken werd wel het begrip ‘het mbo’ gebruikt. Onder vervanging van dat begrip door het begrip ‘beroepsonderwijs’, is daaromtrent een nieuwe begripsbepaling opgenomen, die aansluit bij de in de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES gehanteerde definities. Daarnaast is de begripsbepaling van ‘minister’ geactualiseerd.

Deze wijzigingen betreffen zuiver redactionele correcties. Verspreid over de regeling kwam het begrip ‘praktijkgerichte vak’ voor. De schrijfwijze is geüniformeerd aan de begripsbepaling in artikel 1. Verder is bij Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 december 2024 (Stcrt. 2024, 41157) een aantal keer abusievelijk de term ‘Minister’ met hoofdletter ingevoegd, daar waar een kleine letter gebruikt had moeten worden. De aanpassing in artikel 19a, tot slot, ziet op een kennelijke verschrijving.

Tijdens de periode waar de overbruggingsubsidie betrekking heeft, dienen de ontvangers daarvan het praktijkgericht vak uiteraard te continueren. Voor pilotscholen is dit geregeld door die verplichting vast te leggen in het nieuwe derde lid, onderdeel a, van artikel 11. Voor alle overige scholen en vavo-instellingen is een zelfde nieuwe bepaling opgenomen in artikel 17. In beide artikelen is tevens voorzien in het bepalen van een afwijkend verantwoordingsmoment. Continueren van de subsidie voor het praktijkgericht vak tot 2028 maakt immers dat door de scholen pas op een later moment een eindrapportage kan worden ingediend. Uit oogpunt van efficiency voor de uitvoering is bij het bepalen van de uiterste datum daarvoor aangesloten bij de deadline voor het derde cohort aan subsidieontvangers: 4 oktober 2028.

Verder is aanvullend ten opzichte van de oorspronkelijke regeling een voorschrift opgenomen over de eisen waaraan de eindrapportage moet voldoen: die dient te worden ingericht overeenkomstig een door de minister vastgesteld model. In de praktijk verandert er daarmee voor de scholen overigens niet, omdat DUS-I als uitvoerder van de subsidieregeling dit model al aan hen ter beschikking stelde.

Het opschrift van paragraaf 3 zoals dat oorspronkelijk luidde, kaderde de rubricering abusievelijk in tot de categorie ‘overige scholen’, terwijl de voorschriften in die paragraaf ook betrekking hebben op vavo-instellingen. Met deze wijziging is de omissie hersteld.

Met artikel 19b (nieuw) is voorzien in de grondslag voor de verstrekking van de overbruggingssubsidie. Qua redactie van deze bepaling is zo veel mogelijk aangesloten bij de formuleringen van artikel 19a, dat bij eerdere wijziging van de regeling is ingevoegd en ook voorzag in een basis voor verstrekking van een aanvullend bedrag. Ook is de systematiek van artikel 19a gevolgd: zo wordt de oorspronkelijke subsidiebeschikking ambtshalve aangepast. De scholen die aanspraak maken op de overbruggingssubsidie hoeven daar dus geen aanvraag voor in te dienen. Scholen die om welke reden dan ook geen gebruik zouden willen maken van de subsidieaanspraak, kunnen dit vooraf bij DUS-i melden. Zij zullen in dat geval geen beschikking ontvangen. Verder regelt deze nieuwe bepaling dat scholen waarvan tussentijds de oorspronkelijke activiteitenperiode is verlengd zodanig dat daarmee materieel al sprake is van een overbrugging tot 1 januari 2028, geen aanspraak maken op een aanvullend bedrag. Dit betreft scholen uit ronde 2 van de subsidieregeling.

Van het regeringsbeleid inzake de vaste verandermomenten van regelgeving wordt afgeweken, aangezien dit gelet op de jaarindeling bij het onderwijs ongewenste nadelen voorkomt en het onderwijsveld gebaat is bij een snelle inwerkingtreding.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.