Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics

OpenGeldig tot 15 december 2026

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De subsidieregeling is gericht op verwerkers en compounders die productietesten willen uitvoeren als voorbereiding op de overstap van fossiele plastics naar meer circulaire plastics, zoals plasticrecyclaat en biogebaseerd plastic. De doelgroep bestaat uit verwerkers en compounders met een vestiging in Nederland die bij de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven, in het bijzonder MKB-bedrijven. De subsidie dekt 75% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 25.000 per aanvraag. Het subsidieplafond is € 2,2 mln.

Volledige officiële tekst

Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 20 september 2026, nr. WJZ/106745604, houdende wijziging Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies in verband met de subsidiemodule Subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics (Subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics)De Minister van Klimaat en Groene Groei,Gelet op artikelen 2, 4, 5, 25, 34, 36a en 44 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Aan hoofdstuk 4 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt een titel toegevoegd, luidende:

Artikel 4.15.1. Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

biogebaseerd plastic:

plastic waarvan de polymeerfractie voor minimaal 25 massaprocent afkomstig is uit biologische grondstoffen, inclusief bijproducten en reststromen die vrijkomen bij verwerking van biologische grondstoffen.

circulaire plastics:

plasticrecyclaat geproduceerd uit post-consumer materiaal en biogebaseerd plastic;

compounder:

ondernemer die compounds maakt door additieven of vulstoffen toe te voegen aan polymeren om de gewenste eigenschappen te bereiken;

fossiele grondstoffen:

aardolie, aardgas of steenkool;

fossiel plastic:

plastic gemaakt op basis van fossiele grondstoffen en niet van plasticrecyclaat;

groep:

groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;

plastic:

een materiaal bestaande uit polymeren waaraan additieven of vulstoffen kunnen zijn toegevoegd;

plasticrecyclaat:

plastics die verkregen zijn door een recyclingproces van kunststofafval dat afkomstig is van in de handel gebrachte kunststofproducten en die nieuw fossiel plastic kunnen vervangen;

post-consumer materiaal:

materiaal gegenereerd door huishoudens of door commerciële, industriële en institutionele faciliteiten in hun rol als eindgebruikers van het product, en dat niet meer gebruikt kan worden voor het beoogde doel, met inbegrip van materiaal dat is geretourneerd uit de distributieketen;

productietest:

technische test gericht op het verwerken van circulaire plastics in de eigen producten of in de eigen compounds;

textielstoffen en textielwaren:

als bedoeld in afdeling XI van deel II van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief;

verklaring de-minimissteun:

verklaring als bedoeld in Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 2023/2831);

verwerker:

ondernemer die polymeren, waaraan additieven of vulstoffen kunnen zijn toegevoegd, verwerkt tot plastic deel- of eindproducten.

Artikel 4.15.2. Subsidieverstrekking

1.

De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een verwerker of compounder voor het uitvoeren van productietesten ter voorbereiding op de omschakeling van het verwerken van fossiele plastics naar het verwerken van meer circulaire plastics in het bestaande portfolio van plastic producten van de aanvrager.

2.

De compounder of verwerker, bedoeld in het eerste lid, is een onderneming met een vestiging in Nederland die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 4.15.3. Subsidiabele kosten

1.

Voor subsidieverlening komen uitsluitend na indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten in aanmerking.

2.

Overeenkomstig artikel 4.1.3 bedraagt het uurtarief € 60, waarin zowel de directe loonkosten als de daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, eventueel te vermeerderen met:

  • a.

    voorziene kosten van het gebruik van bestaande apparatuur, indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;

  • b.

    kosten van verbruikte materialen hulpmiddelen;

  • c.

    aan derden te betalen kosten op basis van offerte.

3.

In afwijking van het tweede lid komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor marketing- en salesactiviteiten;

  • b.

    kosten van opleidingen.

Artikel 4.15.4. Verdeling Subsidieplafond en hoogte subsidie

1.

De Minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

2.

De subsidie bedraagt 75 procent van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000 per aanvraag.

Artikel 4.15.5. Aanvraagperiode

Een aanvraag kan worden ingediend van 6 oktober 2026, 9.00 uur tot en met 15 december 2026, 17.00 uur.

Artikel 4.15.6 Realisatietermijn

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is twaalf maanden na de beschikking van de subsidieverlening.

Artikel 4.15.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 22 en 23 van het besluit, beslist de Minister afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan de aanvrager;

  • b.

    op grond van deze regeling subsidie is verstrekt binnen de groep waarvan de aanvrager deel uitmaakt voor eenzelfde productietest met hetzelfde polymeertype of dezelfde producttoepassingen;

  • c.

    eerder op grond van de regeling Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics, Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking van circulaire plastics 2025, van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, of op grond van Titel 3.32 van deze regeling (Biobased circular testen van circulaire biopolyesters) subsidie is verstrekt aan de aanvrager of binnen de groep waarvan de aanvrager deel uitmaakt voor eenzelfde productietest met hetzelfde polymeertype of dezelfde producttoepassingen;

  • d.

    geen productietest wordt uitgevoerd op de Nederlandse vestiging van de aanvrager;

  • e.

    de activiteiten geen betrekking hebben op het compounderen of verwerken van circulaire polymeren voor plastic deel- of eindproducten;

  • f.

    de activiteiten betrekking hebben op het maken van compounds voor, of het verwerken van polymeren of compounds tot textielvezels die worden toegepast in textielstoffen en textielwaren voor kleding en woninginrichting;

  • g.

    het percentage circulair plastic in de productietest geen significante toename is ten opzichte van hetgeen de aanvrager nu in het betreffende product toepast.

Artikel 4.15.8. Informatieverplichtingen met betrekking tot de aanvraag

1.

Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 4.15.2, bevat tenminste:

  • a.

    gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de organisatie, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;

  • b.

    een overzicht van de productietesten waarvoor een subsidie is aangevraagd;

  • c.

    een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de productietesten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een bijdrage leveren aan de doelstellingen van deze regeling;

  • d.

    een gespecificeerde begroting waarin de totale kosten van de productietesten en de omvang van de gevraagde subsidie zijn opgenomen;

  • e.

    een tijdsplanning van de productietesten;

  • f.

    de locatie waar de productietest wordt uitgevoerd;

  • g.

    een verklaring de-minimissteun van de aanvrager, indien de aanvrager aanspraak wil maken op de subsidie, bedoeld in artikel 4.15.4, derde lid;

  • h.

    indien sprake is van aan derden te betalen kosten als bedoeld in artikel 4.15.3, tweede lid, sub c de betreffende offertes.

2.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel 4.15.9. Verplichtingen subsidieontvanger

1.

Overeenkomstig artikel 36a van het besluit, is de subsidieontvanger verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

2.

De subsidieontvanger neemt de resultaten van de productietest op in een testverslag.

3.

het testverslag bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a.

    de start- en einddatum van uitvoering van de productietest;

  • b.

    een algemene en technische beschrijving van de uitgevoerde productietest inclusief resultaten, inzichten en conclusie;

  • c.

    beeldmateriaal waaruit blijkt dat de test is uitgevoerd.

4.

Het testverslag, bedoelde in het tweede lid, blijft beschikbaar gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

5.

De subsidieontvanger is verplicht desgevraagd aan de hand van een per omgaande toe te zenden testverslag van de uitgevoerde productietest of productietesten aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 4.15.10. Staatssteun

Subsidie die krachtens deze titel wordt verleend bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de algemene de-minimisverordening.

Artikel 4.15.11 Vervaltermijn

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding met dien verstande dat zij van toepassing blijft op voordien ingediende aanvragen om subsidie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics.In de tabel van artikel 1, tweede lid, van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 worden na het onderdeel dat betrekking heeft op titel 4.15 een rij ingevoegd, luidende:

Titel 4.15: Subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics.

4.15.2, eerste lid

6-10-2026 t/m 15-12-2026

€ 2.2 mln.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage,20 september 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Toelichting

Met deze subsidieregeling worden de volgende bedrijven financieel ondersteund bij het uitvoeren van tests voor een potentiële omschakeling van het gebruik van primair fossiele polymeren naar het gebruik van plasticrecyclaat en biogebaseerd plastic:

  • •

    Bedrijven die polymeren, waaraan additieven of vulstoffen kunnen zijn toegevoegd, verwerken tot plastic deel of eindproducten (hierna: verwerkers);

  • •

    Bedrijven die polymeren mengen met additieven of vulstoffen (hierna: compounders).

Deze subsidie is de opvolger is van de Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze was zowel in het jaar 2024 als 2025 reeds opengesteld. Na de overplaatsing van de directie Circulaire Economie naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, wordt dit jaar deze subsidie onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groei opengesteld. De inhoudelijke wijzigingen zijn beperkt en betreffen met name de technische overheveling van de regeling onder het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV subsidies.

Het betreft een subsidieregeling die laagdrempelig en eenvoudig toegankelijk moet zijn voor de aanvragers, een groep die voor het grootste deel uit (kleine) MKB-bedrijven bestaat. De Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is mede vormgegeven op basis van een aantal sessies met de Federatie Nederlandse Rubber- en Kunststofindustrie (branchevereniging NRK) en een studie door Partners for 1‘Gevolgen Nationale Circulaire Plastics Norm’, 29 september 2023, Partners for Innovation, die in gezamenlijkheid met de NRK is uitgezet. De kennis die hiermee is opgedaan, is ook verwerkt in deze subsidieregeling.

De Nederlandse regering wil in 2030 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. Dit doel is vastgelegd in artikel 2, tweede lid, van de Klimaatwet. Daarnaast heeft Nederland de ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren waarin grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk en zo hoogwaardig mogelijk in de keten gehouden worden en het gebruik van primaire grondstoffen wordt verminderd. Het Nederlandse beleid om naar een circulaire plasticketen toe te werken is op hoofdlijnen beschreven in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023–2030 (hierna: NPCE). De doelstellingen voor plastic zoals opgenomen in het NPCE kunnen in het kort worden weergegeven als: (1) minder plastic, (2) circulair plastic en (3) veilig plastic. Wat betreft de doelstelling “circulair plastic” hanteert het beleid een toekomstbeeld voor 2050 waarin plastic niet meer wordt gemaakt van fossiele grondstoffen (primair plastic) maar van gerecyclede grondstoffen (afgedankte producten), aangevuld met duurzaam verkregen biogrondstoffen en CO2 uit de atmosfeer.

Op Europees niveau wordt toegewerkt naar verplichte normering van een minimum aandeel recyclaat in producten. In 2030 treedt de Europese Verpakkingenverordening in werking (PPWR). Er gaan dan verplichte doelen gelden voor het aandeel recyclaat in verpakkingen, variërend van 10% in voedselcontactverpakkingen tot 30% in overige verpakkingen. De percentages van de verplichtingen nemen over tijd toe. Voor 2040 bedragen ze 25 tot 65%. In Nederland werd in 2022 gemiddeld 10% recyclaat toegepast in verpakkingen.

De Circulaire Voertuigen Verordening (ELV) eist dat 6 jaar na inwerkingtreding 15% van het plastic in een voertuig recyclaat is. Met de Europese Kaderverordening Ecodesign voor Duurzame Producten (Ecodesign Verordening) wordt het mogelijk om voor vrijwel alle productgroepen duurzame ontwerpeisen te stellen. De ontwerpeisen worden per productgroep uitgewerkt en gelden dan voor alle op de Europese markt gebrachte producten die binnen de productgroep vallen. De eisen kunnen bijvoorbeeld een verplicht aandeel recyclaat bevatten.

Deze subsidieregeling is bedoeld voor compounders en verwerkers die naar verwachting per 2030 te maken krijgen met verplichte normering van het aandeel recyclaat in producten op grond van bovengenoemde Europese verordeningen.

Veel compounders en verwerkers van plastic zijn onvoldoende bekend met het toepassen van plasticrecyclaat en biogebaseerd plastic. Het merendeel van het recyclaat wordt toegepast door een beperkt aantal verwerkers in bepaalde productcategorieën (zoals bloempotten). Door de aankomende verplichtingen op grond van de hierboven genoemde Europese verordeningen moeten alle verwerkers een bepaalde hoeveelheid recyclaat gaan toepassen. Hiervoor zijn aanpassingen nodig aan de productieprocessen en werkwijzen voor bestaande producten die het bedrijf al maakt. Afhankelijk van het product, de afzetmarkt, e.d. kunnen deze wijzigingen groot of relatief klein zijn. Onderhavige regeling richt zich op productietesten voor kleine wijzigingen waardoor producenten bekend raken met de mogelijkheden om meer circulaire plastic in te zetten in hun productieproces, en daardoor eerder geneigd zijn daadwerkelijke circulaire aanpassingen in het productieproces te realiseren.

Compounders en verwerkers kunnen subsidie aanvragen voor het uitvoeren en analyseren van één productietest met post-consumer recyclaat (recyclaat afkomstig van gebruikte producten) of biogebaseerd plastic. De productietest(en) moet(en) als doel hebben om in het bestaande productportfolio van de aanvrager fossiel plastic te vervangen door (meer) post-consumer recyclaat of biogebaseerd plastic. Hierbij dient te worden gestreefd naar een aandeel van minimaal 25–30% circulair plastic. Dit percentage is gekozen omdat uit onderzoek van Conversio blijkt dat in 2022 gemiddeld circa 13% circulair plastic (post-consumer recyclaat en biogebaseerd plastic) werd verwerkt. Een aandeel van 25–30% vormt daarmee een ambitieus maar realistisch doel voor bedrijven die de omschakeling naar circulaire plastics willen versnellen. Wanneer dit voor een aanvrager technisch of economisch niet haalbaar is, kan binnen de regeling ook een lager percentage worden toegepast, mits sprake is van een significante toename van het aandeel circulaire plastics ten opzichte van de bestaande situatie.

De regeling voorziet in een subsidie die éénmaal per jaar mag worden toegekend met een maximaal bedrag van 25.000 euro per aanvraag op basis van de voorziene activiteiten en de daaraan verbonden kosten die worden ingediend bij de aanvraag en ambtshalve vaststelling (subsidiearrangement 1 onder het uniform subsidiekader). Om zoveel mogelijk verwerkers en compounders de kans te geven in aanmerking te komen voor subsidie en ten behoeve van de eenvoud en de uitvoerbaarheid van de regeling, is in artikel 4.15.2 jo. 4.15.7 van de regeling opgenomen dat een aanvraag wordt afgewezen indien er al eerder aan de aanvrager subsidie is verstrekt voor een reeds ingediende eenzelfde productietest met hetzelfde polymeertype of dezelfde producttoepassingen op grond van de Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking van circulaire plastics 2025, van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, of op grond van Titel 3.32 van deze regeling (Biobased circular testen van circulaire biopolyeters).

Het subsidiepercentage bedraagt 75% van de subsidiabele kosten en de regeling maakt gebruik van de-minimissteun. Dit laatste wil zeggen dat de subsidie niet als staatssteun wordt aangemerkt, mits de ontvanger niet meer dan 300.000 euro aan overheidssteun heeft ontvangen in drie jaar tijd. De aanvrager dient hiervoor een de-minimissteunverklaring te ondertekenen en mee te sturen bij het indienen van de aanvraag.

Steekproefsgewijs kan worden gecontroleerd of de subsidieontvanger de te leveren prestatie, namelijk de productietest(en) heeft verricht. In artikel 4.15.9, vijfde lid is daarom de verplichting opgenomen om per ommegaande een verslag toe te zenden van de uitgevoerde productietest indien daarom wordt verzocht.

De technische productietesten die gedaan moeten worden om de producten in het eigen portfolio van zoveel mogelijk circulaire plastics te maken, vormen de kern van de activiteiten in de regeling. De aan productietesten verbonden noodzakelijke activiteiten zijn echter ook subsidiabel. Hieronder vallen activiteiten als: inkoop van expertise of advies, inkoop van proefmatrijzen, uitvoeren van eigen studies ter voorbereiding van de productietest, doen van kleine aanpassingen aan eigen apparatuur en matrijzen, uitvoeren van testen en testen van materialen bij of door derden. In voorkomende gevallen kan de verwerker of compounder naast het zelf uitvoeren van een productie test ook een recycler of een eindgebruiker van het product een vergoeding geven voor het doen van testen aan testmaterialen of eindproducten.

Deze regeling is ook van toepassing op compounders, omdat zij door hun positie in de plasticketen technische kennis en expertise hebben om verwerkers te ondersteunen bij de transitie. Compounders voegen additieven of vulstoffen toe aan polymeren om de gewenste eigenschappen te bereiken. Het eindproduct van dit proces heet een compound. Een verwerker verwerkt dit compound tot plastic deel- of eindproducten. De toegevoegde additieven of vulstoffen mogen geen vezels bevatten. Projecten die betrekking hebben op de verwerking van elastomeren of thermoharders of de productie van composietmaterialen vallen onder de reikwijdte van deze regeling. Met deze regeling is ook bepaald dat projecten die betrekking hebben op de productie van vezels uit polymeren, dus het smelten en de extrusie van vezels gesubsidieerd kunnen worden. Dit geldt niet voor de activiteiten voor de vervolgstappen in het productieproces, deze zijn niet subsidiabel. Daarnaast geldt dat deze projecten enkel gericht moeten zijn op vezels voor technische toepassingen of interieurtextiel en niet op vezels voor kleding textiel. Onder technische textieltoepassingen vallen toepassingen in landbouw, tuinbouw en visvangst (zoals grondbedekkingsdoek, visserijgarens), in bouw en constructie (zoals roofingtextiel, geotextiel toepassingen), in de industrie (zoals transportbanden, koorden) en in medische toepassingen. Interieurtoepassingen hebben onder meer betrekking op tapijten en meubelen.

Op grond van de evaluatie in 2024 van de tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn in artikel 4.15.7 minder afwijzingsgronden opgenomen. Deels zijn afwijzingsgronden ten opzichte van de vorige regeling samengevoegd (geen productietest op de Nederlandse vestiging van de aanvrager is samengevoegd met geen productietest in Nederland), en deels zijn afwijsgronden komen te vervallen om de regeling beter te doen aansluiten bij het toepassingsbereik van de aankomende normeringen op grond van de Europese verordeningen. Elastomeren, thermoharders en composieten zijn in 2026 geen afwijzingsgrond meer. In de begripsbepalingen is gespecificeerd dat plasticrecyclaat geproduceerd moet zijn uit post-consumer materiaal, daarom is de afwijzingsgrond voor projecten die niet geproduceerd zijn uit post-consumer materiaal vervallen.

De subsidieregeling is gebaseerd op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en, de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.

Door primair fossiel plastic – plastic gemaakt van aardolie, aardgas of steenkool – te vervangen door plasticrecyclaat of biogebaseerd plastic kan per kilogram geproduceerd plastic gemiddeld een reductie van 2,5 kilo CO2-uitstoot worden behaald.4 De CO2-reductie wordt behaald doordat er bij de grondstoffenwinning en het productieproces minder CO2 vrijkomt en er – door de toenemende vraag naar gerecycled plastic – minder plastic afval wordt verbrand. Deze regeling dwingt niet af dat compounders en verwerkers recyclaat en biogebaseerd plastic gaan gebruiken, dat doen de aankomende Europese verordeningen op het gebied van verpakkingen, voertuigen en ecodesign. Wel draagt deze regeling bij aan een soepele en tijdige omschakeling als gevolg van deze wettelijke verplichtingen. Een tijdige omschakeling is noodzakelijk voor het slagen van de transitie naar circulair plastic. Indien bedrijven niet tijdig in staat zijn om het productieproces aan te passen, dan neemt het risico op productieverlies toe. Verwachting is dat Nederlandse compounders en verwerkers in 2030 – mede met behulp van deze subsidieregeling – juist positieve economische effecten hebben omdat ze in staat zijn om naast de Nederlandse markt ook de Europese en mondiale markt te bedienen als koploper in circulair plastic.

De administratieve lasten worden geraamd op 1 tot 4 uur voor het opstellen van de aanvraag en 4 tot 8 uur voor het opstellen van een beknopt testrapport, waarmee de totale belasting per aanvraag uitkomt op 5 tot 12 uur. De totale kosten per aanvrager bedragen naar verwachting € 300 tot € 720. Bedrijven die in de steekproef worden betrokken, besteden daarnaast circa 0,5 uur aan het toesturen van het verslag. Voor 2026 bedraagt het budget van de regeling € 2,2 miljoen. Er worden naar verwachting 90 tot 120 aanvragen ingediend, waarvan circa 88 aanvragen kunnen worden goedgekeurd. De totale kosten van de regeling voor alle aanvragers gezamenlijk bedragen naar verwachting ongeveer € 53.550. De totale regeldruk komt daarmee uit op ongeveer 2,4% van het openstellingsbudget. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het minimale gevolgen voor de regeldruk heeft.

De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De kosten van de regeling moeten nog nader worden vastgesteld, maar worden geschat op 5%–15% van het subsidieplafond.

Toezicht en handhaving worden uitgevoerd door RVO.

Deze regeling heeft als doel de compounders en verwerkers financieel te ondersteunen bij omschakeling van primair fossiel plastic naar recyclaat en biogebaseerd plastic. Dit heeft een (licht) positief financieel gevolg voor de compounder of verwerker. Met inwerkintreding vanaf 2030 van verplichte doelen voor een minimaal aandeel recyclaat in producten op grond van de Europese verordeningen voor verpakkingen, voertuigen en ecodesign zullen verwerkers sneller moeten omschakelen naar circulair plastic en daardoor kunnen omschakelkosten en een toename in productiekosten ontstaan. Deze regeling is bedoeld om een gedeelte van de omschakelkosten te financieren.

Een aanvrager kan op grond van artikel 4.15.4, tweede lid van de regeling geen hoger bedrag dan 25.000 euro subsidie per aanvraag krijgen, met een maximum van één keer per jaar. Dit maximale bedrag is gebaseerd op een schatting van experts uit de sector. Uit navraag bij de sector blijkt dat de gemiddelde kosten voor een productie test (inclusief daaraan gerelateerde werkzaamheden) ongeveer 34.000 euro bedragen, hetgeen bij een subsidiepercentage van 75% neerkomt op ongeveer 25.000 euro per aanvraag. Voor dit bedrag kunnen uit één aanvraag één of meerdere productietesten worden gedaan met circulaire plastics. Op basis van gesprekken met de sector is de schatting dat maximaal zo’n 800 plasticverwerkers en tientallen compounders in aanmerking komen voor deze regeling. Echter, niet iedereen zal gebruik maken van de regeling, niet iedereen zal op hetzelfde moment gebruik willen maken van de regeling en niet iedereen zal met dezelfde intensiteit gebruik willen maken van deze regeling. Dit is onder andere afhankelijk van de grootte van het productportfolio van betreffende compounder of verwerker, de complexiteit van het product dat (gedeeltelijk) moet worden omgeschakeld naar circulaire plastics en de ervaring die de aanvrager al heeft.

Het subsidieplafond is € 2.2mln. euro. Hiervoor kunnen minimaal 88 projecten worden gehonoreerd (uitgaande van maximale subsidies van 25.000 euro).

De Tijdelijke subsidieregeling omschakeling naar verwerking circulaire plastics van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is eind 2025 geëvalueerd op uitputting van het budget en op wijzigingen voor de deze regeling in 2026. Medio 2027 vindt opnieuw een evaluatie plaats over de behaalde resultaten.

Van internetconsultatie is afgezien omdat bij de introductie van de oorspronkelijke regeling in 2024 al een uitgebreide consultatie heeft plaatsgevonden en de subsidie sindsdien geen substantiële wijzigingen heeft gekend. De subsidieregeling brengt bovendien ook geen ingrijpende verandering teweeg in de rechten en plichten van burgers en bedrijven en heeft ook geen ingrijpende gevolgen voor de uitvoeringspraktijk (vgl. Verzamelbrief regeldruk, Kamerstukken II 2012/13, 29 362, nr. 224)

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

De regeling treedt in werking op de dag na publicatie en vervalt vijf jaar nadien.

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.