Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Oproep Jongeren en Journalistiek

OpenGeldig tot 17 december 2026

Stimuleringsfonds voor de journalistiek

Oproep tot deelname: Incubator Jongeren en Journalistiek. Doel is duurzame strategieën te ontwikkelen die de informatiepositie van jongeren (16-24 jaar) versterken. Het Stimuleringsfonds stelt voor deelname en reiskosten € 750.000 beschikbaar. Doelgroep: (journalistieke) organisaties die werknemers beschikbaar stellen en zelfstandige professionals (zzp'ers), met minstens twee jaar werkervaring in een genoemde discipline; voor zelfstandig journalistiek contentmaker minimaal één jaar.

Volledige officiële tekst

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Gelet op de artikelen 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;

In deze regeling wordt verstaan onder:

a)deelnemer:

een natuurlijke persoon die het Stimuleringsfonds toelaat tot de Incubator en die deelneemt vanuit een (journalistieke) organisatie of als zelfstandige professional.

b)discipline:

een vakgebied en de bijbehorende combinatie van kennis, vaardigheden, gedrag en persoonlijke eigenschappen, waardoor iemand een rol binnen dit vakgebied kan uitoefenen

c)duurzame strategie:

de manier waarop (en het geheel van middelen waarmee) vooraf gestelde doelen bereikt kunnen worden, waarbij het gaat om de toekomstbestendigheid van de organisatie.

d)Incubator:

een door het Stimuleringsfonds opgezet en aangeboden begeleidingsprogramma op grond van de Regeling SVDJ Incubator. Het hoofddoel van de Incubator is om gezamenlijk, met alle deelnemers, te komen tot een antwoord op het journalistieke probleem dat centraal staat in het programma. Om tot deze inzichten te komen, werken deelnemers in teamverband aan praktijkgerichte oplossingsrichtingen. De kennis en inzichten die zij gedurende dit proces ontwikkelen, vormen de grondstof voor het collectieve antwoord op het journalistieke probleem.

e)informatiepositie van jongeren:

de mate waarin jongeren toegang hebben tot betrouwbare en relevante informatie, samen met hun vaardigheden om die informatie te vinden, te beoordelen en te gebruiken

f)jongeren:

iedereen tussen de 16 en 24 jaar in Nederland

g)journalistiek probleem:

een door het Stimuleringsfonds aangewezen probleem binnen de journalistieke sector dat voldoet aan de volgende kenmerken:

  • i)

    Het probleem wordt door meer dan één individuele organisatie binnen de sector als probleem ervaren; en

  • ii)

    Het bestaan van het probleem wordt onderbouwd door wetenschappelijk of kortlopend toegepast onderzoek of door ervaringen uit bestaand beleid van het Stimuleringsfonds.

h)maatschappelijke positie van jongeren:

de mate waarin jongeren volwaardig deelnemen aan de democratische samenleving en daarop worden voorbereid.

i)penvoerder:

de door de deelnemers van een team aangewezen natuurlijk of rechtspersoon die, op basis van een schriftelijke machtiging van alle deelnemers, namens hen optreedt richting het Stimuleringsfonds en verantwoordelijk is voor de indiening van de subsidieaanvraag en de aanvraag tot subsidievaststelling, het beheer van de subsidie en de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

j)Regeling SVDJ Incubator:1Staatscourant 2026, 30914

besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 20-5-2026, nr. INC2629, tot vaststelling van een subsidieregeling Incubator 2026–2029

k)Stimuleringsfonds:

het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.

l)team:

een samenwerkingsverband bestaande uit vier of vijf deelnemers aan de Incubator dat is gevormd met het oog op het gezamenlijk ontwikkelen van een oplossing voor een journalistiek probleem.

Het Stimuleringsfonds roept op tot deelname aan een Incubator gericht op het zoeken van oplossingen voor het volgende journalistieke probleem:

  • –

    Hoe kan de journalistiek duurzame strategieën ontwikkelen om de informatiepositie van jongeren te versterken?

Als Stimuleringsfonds zetten we ons in om de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek in Nederland te versterken. Elke burger zou toegang moeten hebben tot journalistiek die aansluit bij diens gebruikersbehoefte en daarmee bijdraagt aan een sterke democratische informatiepositie. Vanuit dit perspectief streven we naar een journalistiek die voldoet aan de gebruikersbehoeften van jongeren, en die bijdraagt aan hun informatiepositie en opinievorming.

Deze oproep is voortgekomen uit gesprekken met journalistieke organisaties, makers en experts op het gebied van jongeren en journalistiek. Zij onderschrijven de noodzaak om jongeren te bereiken, een onderscheidende waardepropositie te bieden en daar een verdienmodel op te ontwikkelen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de informatiebehoefte van toekomstige generaties.

De focus in het journalistieke probleem ligt op jongeren tussen de 16–24 jaar. In deze leeftijdscategorie worden cruciale ervaringen opgedaan die leidend zijn voor nieuwsroutines in het latere leven. Zij delen bepaalde omstandigheden, ervaringen en tijdsgeest, zoals dat ze social natives zijn, geboren in het internettijdperk.2Jongeren, Nieuws en Sociale Media (Cvdm 2024). www.cvdm.nl/documents/3124/Rapport-Jongeren-nieuws-en-sociale-media.pdf Tegelijkertijd zijn er ook binnen deze groep belangrijke verschillen op het gebied van nieuwsgebruik en opinievorming; jongeren kunnen niet bereikt worden door één platform of format.3Jongeren, Nieuws en Sociale Media (Cvdm 2024). www.cvdm.nl/documents/3124/Rapport-Jongeren-nieuws-en-sociale-media.pdf4Understanding Young Audiences at a Time of Rapid Change (RISJ 2026). reutersinstitute.politics.ox.ac.uk/understanding-young-news-audiences-time-rapid-change

De interesse in, het gebruik van en het vertrouwen in nieuws dalen.5Digital News Report Nederland (RISJ/ CvdM 2026). www.cvdm.nl/documents/3892/705719_CvdM_Digital_News_Report_2026_TG.pdf Ook onder jongeren is deze ontwikkeling zichtbaar. Zij gebruiken bovendien steeds vaker sociale media als voornaamste bron van nieuws en steeds minder traditionele media. Journalistieke organisaties weten dat veranderende kijk- en luistergewoonten en verwachtingen van het publiek een reactie vereisen.6Future Newsrooms Study 2026: A global benchmark of how newsrooms are changing, what they are prioritising and where they are going next (FT Strategies 2026). www.ftstrategies.com/en-gb/insights/future-newsrooms-study Een op jongeren gerichte aanpak ontbreekt, daardoor houden nieuwsmerken geen voeling met toekomstige gebruikers en andersom. Het lukt journalistieke organisaties vaak niet om experimenten gericht op jonge doelgroepen te vertalen naar grotere, operationele veranderingen.7Future Newsrooms Study 2026: A global benchmark of how newsrooms are changing, what they are prioritising and where they are going next (FT Strategies 2026). www.ftstrategies.com/en-gb/insights/future-newsrooms-study Daardoor blijft de noodzakelijke vernieuwing van organisatie- en verdienmodellen uit.

Naast traditionele nieuwsorganisaties bestaan digital-native startups en creators. Zij moeten beide voortdurend afwegingen maken tussen bereik van jongeren, inkomsten, en een groeiende afhankelijkheid van social mediaplatforms. Samenwerking, aanpassingsvermogen en het maken van strategisch weloverwogen keuzes is hierbij van groot belang.8Understanding Young Audiences at a Time of Rapid Change (RISJ 2026). reutersinstitute.politics.ox.ac.uk/understanding-young-news-audiences-time-rapid-change

We nodigen iedereen met betrokkenheid bij dit onderwerp, uit de journalistiek én daarbuiten, om binnen de SVDJ Incubator samen nieuwe oplossingsrichtingen te bedenken voor de journalistiek, gericht op het ontwikkelen van duurzame strategieën om de informatiepositie van jongeren te versterken.

Traditionele subsidieregelingen, waarbij individuele journalistieke organisaties ideeën en oplossingen aandragen, zijn niet genoeg om deze uitdaging aan te gaan. We kiezen voor een gezamenlijke aanpak, omdat we merken dat er niet alleen behoefte is aan verandering op organisatieniveau, maar ook breder binnen de sector, en dat er een sterke bereidheid is tot samenwerking rond dit journalistieke probleem. Als we gezamenlijk op zoek gaan naar oplossingen, hoeven de betrokken organisaties niet ieder voor zich het wiel uit te vinden en kan het hele journalistieke veld ervan profiteren.

De Incubator richt zich primair op het gezamenlijk beantwoorden van de centrale vraag: Hoe kan de journalistiek duurzame strategieën ontwikkelen om de informatiepositie van jongeren te versterken?

Het gaat niet om het ontwikkelen van losse, individuele projecten, maar om het vinden van antwoorden en inzichten die voor de hele sector waardevol zijn. Multidisciplinaire samenwerking, actieve kennisuitwisseling en iteratief innoveren staan hierbij centraal. Op die manier kunnen er (eerste) deelantwoorden worden ontwikkeld op deze grote vraag voor de sector.

De Incubator Jongeren en Journalistiek loopt van 2 maart 2026 tot en met 30 november 2026. In deze 9 maanden tijd zullen deelnemers in teamverband werken aan het vinden van oplossingen voor het hierboven genoemde journalistieke probleem. Bij deze zoektocht word je begeleid door het Stimuleringsfonds en zijn er regelmatig contactmomenten om voortgang en kennis te delen.

Voor deelname aan en reiskosten voor de Incubator stelt het Stimuleringsfonds 750.000 euro beschikbaar. Tot aan dit subsidieplafond is er geld beschikbaar als vergoeding voor de tijd die in het programma wordt geïnvesteerd. Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering kunnen deelnemers ook subsidie als tegemoetkoming voor de te maken reiskosten aanvragen. Je kunt hier alleen aanspraak op maken als je vanuit je werkgever geen ov-vergoeding hebt. Organisaties kunnen een of meerdere medewerkers aanmelden voor deelname aan de Incubator. Zzp’ers kunnen zichzelf aanmelden.

Het Stimuleringsfonds zoekt (journalistieke) organisaties die werknemers beschikbaar willen stellen voor deelname. Ook zelfstandige professionals kunnen zich aanmelden voor de SVDJ Incubator Jongeren en Journalistiek.

Deelnemers dienen minimaal twee jaar werkervaring (exclusief stages) te hebben in de afgelopen vijf jaar binnen één van de volgende disciplines:

  • 1.

    Adviseur mediawijsheid: adviseert organisaties en particulieren bij vraagstukken met betrekking tot kritisch begrip van media, actief gebruik, zelfreflectie en participatie in de mediasamenleving.

  • 2.

    Data-analist: verzamelt en analyseert data om waardevolle inzichten en trends te ontdekken die besluitvorming ondersteunen.

  • 3.

    Developer (Algemeen): ontwikkelt, test en onderhoudt softwaretoepassingen en systemen, werkt samen met andere teamleden aan technische oplossingen en zorgt ervoor dat de software voldoet aan functionele en technische eisen.

  • 4.

    Financieel medewerker: beheert en analyseert de financiële activiteiten van een organisatie, inclusief budgettering, cashflowbeheer, financiële rapportage en risicobeheer.

  • 5.

    Journalist: verzamelt informatie, maakt hier nieuws van en presenteert dit aan het publiek via diverse mediakanalen.

  • 6.

    Juridisch adviseur: adviseert organisaties en particulieren bij juridische vraagstukken met betrekking tot bedrijfsactiviteiten en naleving van regelgeving.

  • 7.

    Marketeer: is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en implementeren van marketingstrategieën, waaronder sociale media, e-mailmarketing en SEO, om de verkoop te stimuleren, de merkbekendheid te vergroten en klantloyaliteit op te bouwen.

  • 8.

    Onderzoeker: voert onderzoek uit binnen hun vakgebied, zoals wetenschappelijk onderzoek, marktonderzoek of sociaal onderzoek.

  • 9.

    Product Owner: is verantwoordelijk voor het maximaliseren van de waarde van een product door het opstellen en beheren van de product backlog, het prioriteren van functionaliteiten en het afstemmen met stakeholders om zo de wensen van gebruikers te vertalen naar concrete productontwikkeling.

  • 10.

    Salesmedewerker: stelt verkoopdoelen vast en ontwikkelt verkoopstrategieën, identificeert potentiële klanten, voert verkoopgesprekken en sluit deals.

  • 11.

    Sociaal/maatschappelijk jongerenwerker: begeleidt jongeren die steun kunnen gebruiken bij het volwassen worden. Ze leggen contact, brengen jongerengemeenschappen samen, stimuleren talentontwikkeling, signaleren problemen, motiveren, begeleiden in de ontwikkeling en zetten jongeren in beweging.

  • 12.

    UX/UI-ontwerper: richt zich op het ontwerpen van intuïtieve en gebruiksvriendelijke gebruikersinterfaces en ervaringen voor digitale producten en websites.

  • 13.

    Zelfstandig journalistiek contentmaker: produceert originele berichtgeving voor een eigen kanaal, waarbij deze een persoonlijk merk en directe relatie met het publiek opbouwt en werkt volgens journalistieke principes, zoals het toepassen van hoor en wederhoor en transparantie.

Het Stimuleringsfonds wil met deze oproep nadrukkelijk ruimte bieden aan nieuwe deelnemers. Een belangrijk doel van de Incubator is om een bredere groep te bereiken en zo bij te dragen aan de doorontwikkeling en vernieuwing van het werkveld. Nieuwe deelnemers brengen frisse perspectieven en innovatieve ideeën mee die het programma en de resultaten kunnen verrijken en versterken. Om deze reden is het niet mogelijk om meer dan twee keer subsidie te ontvangen voor deelname aan een Incubator van het Stimuleringsfonds. Deze regel geldt voor alle eerdere oproepen – de Oproep Private Lokale Journalistiek9Staatscourant 2023, 30774, de Oproep Publieksbetrokkenheid10Staatscourant 2024, 36860en de Oproep Digitale Autonomie11Staatscourant 2025, 38353. Elke combinatie van deze oproepen telt mee. Aanvragers die al tweemaal eerder subsidie hebben ontvangen voor deelname aan een Incubator, komen niet in aanmerking voor deelname aan deze Incubator. Deze subsidieaanvragen zullen worden geweigerd.

De deelnemer kan zelf bepalen hoeveel tijd hij of zij wil investeren, maar er geldt wel een minimum en maximum. De minimale vereiste beschikbaarheid van een deelnemer is 0,4 fte, wat gelijk staat aan 16 uur per week; en de maximale toegestane beschikbaarheid is 0,8 fte, wat gelijk staat aan 32 uur per week.

Fte

Uren per week

Maximale subsidiehoogte (totaal)

0,4

16

€ 20.000,–

0,6

24

€ 30.000,–

0,8

32

€ 40.000,–

Voorbeeld: je bent marketeer en werkt 36 uur per week bij een organisatie. Je bent enthousiast over deelname aan de Incubator en komt met je werkgever overeen dat je hiervoor 16 uur per week beschikbaar kan worden gesteld. Als vergoeding voor deze tijdsinvestering betaalt het Stimuleringsfonds maximaal 20.000 euro aan jouw werkgever voor de 9 maanden dat je deelneemt aan de Incubator.

Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering kunnen deelnemers ook subsidie ontvangen als tegemoetkoming voor de te maken reiskosten. Deelnemers die al vanuit hun werkgever een reiskostenvergoeding ontvangen kunnen hiervoor geen subsidie voor aanvragen. De hoogte van deze subsidie wordt berekend aan de hand van de te reizen enkele afstand (van het adres van vertrek van de deelnemer naar het kantoor van het Stimuleringsfonds in Utrecht). Hiervoor gebruikt het Stimuleringsfonds het volgende schema:

Afstand

Tegemoetkoming per maand

Maximale subsidiehoogte (totaal)

10–100 km

€ 200,–

€ 1.800,–

101–200 km

€ 300,–

€ 2.700,–

>200km

€ 400,–

€ 3.600,–

Het minimaal te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag is 20.000 euro, het maximaal te verstrekken bedrag per aanvraag is 43.600 euro.

Binnen de Incubator wordt er gewerkt in teamverband. Bij de start worden in overleg tussen de deelnemers en het Stimuleringsfonds maximaal 6 teams gevormd. Hierbij geldt dat een team bestaat uit minimaal 4 leden en maximaal 5 leden.

Geïnteresseerde deelnemers kunnen in de periode van 19 oktober 2026 tot en met 17 december 2026 een aanvraag indienen. De aanvraagprocedure bestaat uit twee onderdelen: een intakegesprek met het Stimuleringsfonds en het indienen van een aanvraagformulier. Beide onderdelen moeten voor sluiting van de aanvraagperiode zijn voltooid.

Het inplannen van een intakegesprek gaat via een online boekingssysteem via de website www.svdj.nl of het aanvraagformulier. Het intakegesprek dient voor 17 december 2026 te hebben plaatsgevonden. Het indienen van het aanvraagformulier kan digitaal via MijnSVDJ, het online portaal van het Stimuleringsfonds. Het aanvraagformulier bevat onderdelen voor zowel de werkgever, als de medewerker die beschikbaar wordt gesteld. Het invullen van het formulier doen ze samen. Dit geldt uiteraard niet voor zzp’ers, zij kunnen zelfstandig een aanvraag indienen.

Bij een aanvraag wil het Stimuleringsfonds in ieder geval het volgende van aanvragers weten:

  • 1.

    Voor welke discipline meld je je aan?

  • 2.

    Welke tijdinvestering ben je bereid te leveren?

  • 3.

    Heb je aantoonbare ervaring met het werken aan de maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren?

Ook dient de aanvrager een cv van de medewerker en algemene informatie over de organisatie in. Als de aanvrager zzp’er is, moeten er twee referenties worden ingeleverd, volgens een door het SVDJ vastgesteld format.

Nadat een aanvraag is ingediend, controleert het Stimuleringsfonds eerst of deze compleet is. Ontbreken er gegevens, dan wordt er contact met de aanvrager opgenomen.

Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld op twee drempelcriteria:

  • a.

    Heeft de aanvrager minimaal twee jaar werkervaring (exclusief stages) in de afgelopen vijf jaar, binnen de opgegeven discipline?

  • b.

    Heeft er een intakegesprek met het Stimuleringsfonds plaatsgevonden?

Subsidieaanvragers die zzp’er zijn, worden ook beoordeeld op het volgende drempelcriterium:

?controleren lijst met maar 1 item?>
  • c.

    Heeft de aanvrager twee referenties ingeleverd waaruit blijkt dat de zzp’er prettig en professioneel in een groep heeft samengewerkt tijdens een opdracht die door een werkgever of opdrachtgever is gegeven?

Voor subsidieaanvragers die zich aanmelden voor de discipline Zelfstandig journalistiek contentmaker geldt, in afwijking van het drempelcriterium vermeld onder a, dat zij minimaal één jaar werkervaring (exclusief stages) in de afgelopen vijf jaar moeten hebben.

Voor de beoordeling van de drempelcriteria gebruikt het Stimuleringsfonds het cv van de aanvrager, het aanvraagformulier, de eventueel ingeleverde referenties en een lijst van gevoerde intakegesprekken. Als een aanvraag niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.

Aanvragen die voldoen aan de gestelde drempelcriteria worden vervolgens beoordeeld aan de hand van drie inhoudelijke criteria:

  • a.

    Maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren (5 punten): de aanvrager krijgt 5 punten als er sprake is van ervaring met het werken aan de maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren;

  • b.

    Diversiteit in disciplines (maximaal 5 punten): de aanvrager krijgt 5 punten, gedeeld door het totale aantal andere aanvragers dat zich heeft aangemeld met dezelfde discipline. Hierbij wordt uitgegaan van het geheel van aanvragers dat voldoet aan de drempelcriteria;

  • c.

    Aanvragende organisatie (10 punten): de aanvrager krijgt 10 punten als andere aanvragers werkzaam zijn bij dezelfde organisatie. Hierbij wordt uitgegaan het geheel van aanvragers dat voldoet aan de drempelcriteria.

Voorbeeld:Nieuwsorganisatie A dient twee aanvragen in; een voor medewerker B met als gekozen discipline ‘Journalist’ en een voor medewerker C met de discipline ‘Onderzoeker’. Beide aanvragen voldoen aan de drempelcriteria. Medewerker B heeft ervaring met de maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren, medewerker C niet.

Bij sluiting van de aanvraagperiode en beoordeling van de drempelcriteria blijft er een groep van 25 aanvragers over, hiervan vallen 10 onder de discipline ‘Journalist’ en 3 onder de discipline ‘Onderzoeker’.

De aanvraag voor medewerker B wordt als volgt op de inhoudelijke criteria beoordeelt:

  • a.

    Maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren: 5 punten

  • b.

    Diversiteit in disciplines: 5/10 = 0,5 punt

  • c.

    Aanvragende organisatie: 10 punten

Totaalscore: 15,5 punten

Voor de aanvraag van medewerker C geldt de volgende beoordeling:

  • a.

    Maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren: 0 punten

  • b.

    Diversiteit in disciplines: 5/3 = 1,7 punt

  • c.

    Aanvragende organisatie: 10 punten

Totaalscore: 11,7 punten

De scores van elk criterium uit artikel 2.4.2 worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag. Er zijn maximaal 20 punten te behalen. De rangschikking van de aanvragen wordt bepaald door het totaal aantal punten dat is behaald. Aanvragen met de hoogste scores komen daarbij als eerste in aanmerking voor subsidie.

Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het totaal beschikbare subsidiebedrag als volgt verdeeld:

  • a.

    de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking wordt als eerste gehonoreerd;

  • b.

    telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;

  • c.

    indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het toepasselijke subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:

    • i.

      de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Aanvragende organisatie’, bedoeld in artikel 3.3., onderdeel c;

    • ii.

      op basis van de toegekende score op het criterium ‘Maatschappelijke en/of informatiepositie van jongeren', bedoeld in artikel 3.3., onderdeel a;

    • iii.

      de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Diversiteit in disciplines’, bedoeld in artikel 3.3, onderdeel b.

    • iv.

      de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van volgorde van binnenkomst (datum en tijdstip)

Na afloop van de Incubator moet de deelnemer een aanvraag tot subsidievaststelling indienen voor de deelnamesubsidie.

De Incubator bestaat uit drie opeenvolgende fasen. In Fase I (Verkennen) verkennen de deelnemers gezamenlijk het centrale thema, analyseren ze het vraagstuk en formuleren ze concrete deeluitdagingen. Gedurende deze fase wordt geen activiteitensubsidie verstrekt. Vanaf Fase II kunnen teams activiteitensubsidie aanvragen.

In Fase II (Ontwerpen) werken de deelnemers ten minste drie onderscheidende oplossingsrichtingen uit. Ze onderzoeken de technische, organisatorische en economische haalbaarheid en werken deze uit tot toetsbare concepten. In Fase III (Integreren) staat de verdere ontwikkeling en inpassing van de gekozen oplossing centraal: de oplossing wordt getoetst in relatie tot de beoogde markt of toepassingsomgeving en, waar relevant, verbonden met andere initiatieven binnen de Incubator.

De exacte data voor de start- en einddata van de fasen worden bij aanvang van het programma bekendgemaakt aan de deelnemers.

Naast de vergoeding voor de tijdsinvestering die in Hoofdstuk 1 is beschreven, kunnen teams van de Incubator een aanvullende subsidie aanvragen voor de kosten van activiteiten in Fase II en Fase III. Deze subsidie is niet bedoeld als persoonlijke vergoeding, maar om daadwerkelijk de activiteiten te kunnen uitvoeren die nodig zijn om de oplossingen tot stand te brengen en verder uit te werken. Denk aan het inhuren van externe expertise of het organiseren van testsessies.

Om activiteitensubsidie aan te vragen, wijst elk team een penvoerder aan die het contact tussen het team en het Stimuleringsfonds onderhoudt. De penvoerder is ook de enige die activiteitensubsidie kan aanvragen voor het team als geheel. De aanwijzing van een penvoerder laat onverlet dat alle deelnemers van het team afzonderlijk als subsidieontvanger worden aangemerkt en ieder verantwoordelijk zijn voor de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Indien subsidie geheel of gedeeltelijk wordt teruggevorderd, kan het Stimuleringsfonds het terug te vorderen bedrag verhalen op ieder van de deelnemers.

In totaal stelt het Stimuleringsfonds 400.000 euro beschikbaar voor deze activiteitensubsidie, waarvan 150.000 euro beschikbaar is voor Fase II en 250.000 euro voor Fase III. Deze bedragen worden evenredig verdeeld over het aantal teams dat gevormd wordt binnen de Incubator. Het exacte bedrag per team hangt dus af van het uiteindelijke aantal deelnemende teams.

Voorbeeld: Binnen de Incubator worden er 6 teams gevormd. Voor Fase II ontvangt elk team maximaal 25.000 euro om drie oplossingsrichtingen uit te werken. In Fase III kan een team daarnaast maximaal 41.600 euro krijgen voor het toetsen en inpassen van jullie gekozen oplossing. Als er uiteindelijk slechts 5 teams zijn, ontvang je respectievelijk 30.000 euro en 50.000 euro.

Een team kan subsidie aanvragen voor kosten die direct verbonden zijn aan de activiteiten in Fase II en Fase III. Het Stimuleringsfonds bepaalt hoe teams de kosten berekenen en in hun aanvraag opnemen. Het gaat om kosten die in redelijkheid noodzakelijk zijn om de activiteiten uit te voeren, en die zijn gemaakt nádat de subsidie is verleend. Kosten die al op een andere manier worden of zijn betaald, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Het Stimuleringsfonds kan subsidie verstrekken voor de volgende kosten:

  • a)

    externe expertise: kosten voor het inhuren van expertise die niet in het eigen team aanwezig is en aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;

  • b)

    evenementen: kosten die direct verband houden met de organisatie of deelname aan evenementen die onderdeel uitmaken van de activiteiten, waaronder zaalhuur, technische faciliteiten, sprekersvergoedingen en beperkte catering. Onder ‘beperkte catering’ wordt verstaan: het verstrekken van eenvoudige consumpties en, indien de duur of aard van de activiteit dit vereist, een sobere lunch of diner van bescheiden omvang en kosten. Catering is uitsluitend functioneel ter ondersteuning van de activiteit en mag geen zelfstandig of overheersend onderdeel daarvan vormen. Luxe of uitgebreide catering, recepties en onbeperkte drankverstrekking vallen hier niet onder;

  • c)

    vergoedingen voor respondenten: redelijke vergoedingen voor respondenten in het kader van onderzoek of productie, waaronder reiskosten en een passende onkosten- of tijdsvergoeding;

  • d)

    tools: kosten voor licenties voor software en digitale tools die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten, voor de duur van de subsidieperiode;

  • e)

    reiskosten van teamleden: kosten voor reizen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project en die geen betrekking hebben op regulier reisverkeer tussen de thuislocatie en het kantoor van het SVDJ in Utrecht.

  • f)

    Voor deze reiskosten gelden de volgende bepalingen:

    • i.

      Openbaar vervoer: enkel 2e klasse komt voor subsidie in aanmerking;

    • ii.

      Auto: kilometervergoeding van 23 cent per kilometer, inclusief gemaakte parkeerkosten.

Let op: voor het reguliere reisverkeer tussen de thuislocatie en het kantoor van het SVDJ in Utrecht ontvangt een deelnemer als vergoeding al een bedrag (zie artikel 2.3.2 van dit Besluit).

Deze reiskosten hebben betrekking op aanvullende reizen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten;

?controleren lijst met maar 1 item?>
  • g)

    marketing en communicatie: kosten die direct samenhangen met de zichtbaarheid en verspreiding van de projectresultaten, waaronder vormgeving, drukwerk, online promotie, productie van communicatiemiddelen en beperkte inzet van externe communicatie-expertise.

Wat valt er niet onder?

Niet alle kosten komen in aanmerking. De volgende uitgaven worden niet vergoed:

  • i.

    kosten die geen directe relatie hebben met de uitvoering van de activiteiten, zoals uitgaven voor teambuilding of sociale bijeenkomsten;

  • ii.

    het inhuren van externe partijen uitsluitend om organisatorische of gemaksoverwegingen; en

  • iii.

    vergoedingen aan teamleden of andere deelnemers van de Incubator voor het uitvoeren van activiteiten.

Subsidie en btw

Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking als de penvoerder deze niet kan verrekenen. Dit betekent dat als de penvoerder btw-plichtig is en de btw op de gemaakte kosten kan aftrekken bij de Belastingdienst, de btw-bedragen niet voor subsidie in aanmerking komen. In dat geval declareert de penvoerder alleen de netto-kosten bij het Stimuleringsfonds.

Is de penvoerder niet btw-plichtig, of kan de btw om een andere reden niet worden verrekend? Dan worden de brutokosten inclusief btw voor subsidie in aanmerking genomen. De btw is in dat geval een reële kostenpost die niet kan worden teruggevraagd bij de Belastingdienst.

Zoals eerder aangegeven, wordt er alleen activiteitensubsidie verleend in de fasen II en III van de Incubator. In beide fasen kan elke penvoerder – en dus elk team – slechts één subsidieaanvraag doen. Het Stimuleringsfonds maakt bij aanvang van het programma bekend op welke data er activiteitensubsidie kan worden aangevraagd.

Om de activiteitensubsidie aan te vragen, levert de penvoerder een ingevuld aanvraagformulier aan bij het Stimuleringsfonds. Dit formulier bevat in ieder geval:

  • 1.

    een beschrijving van de voorgenomen activiteiten;

  • 2.

    een realistische begroting van de kosten die verband houden met de voorgenomen activiteiten (volgens een door het Stimuleringsfonds opgezet model);

  • 3.

    een onderbouwing van de manier waarop de voorgenomen activiteiten bijdragen aan het doel van de betreffende fase;

  • 4.

    een door alle deelnemers van het team ondertekende samenwerkingsovereenkomst waaruit ten minste blijkt:

    • a.

      dat de penvoerder door elk van de deelnemers gemachtigd is tot het indienen van aanvragen tot subsidieverlening en subsidievaststelling;

    • b.

      dat de penvoerder door elk van de deelnemers is gemachtigd tot ontvangst van voorschotten en het doen van terugbetalingen;

    • c.

      dat de penvoerder verantwoordelijk is voor doorbetaling van ontvangen voorschotten en betalingen aan de overige deelnemers en voor eventuele terugbetaling van hetgeen van de subsidieontvangers wordt teruggevorderd;

    • d.

      dat de penvoerder namens alle deelnemers in het team alle correspondentie en communicatie verzorgt met het Stimuleringsfonds;

    • e.

      op welke wijze de penvoerder door de overige deelnemers aan het team van alle informatie wordt voorzien die nodig is in verband met correspondentie in het kader van de subsidieverlening en subsidievaststelling;

    • f.

      op welke wijze kosten en risico’s worden gedeeld tussen de deelnemers aan het team en op welke wijze de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen is geborgd;

    • g.

      dat de deelnemers een gedragscode vaststellen waarin regels zijn opgenomen voor de onderlinge omgang binnen het team en voor de professionele omgang met andere teams en betrokkenen, alsmede welke maatregelen of consequenties gelden indien een deelnemer deze gedragscode niet naleeft.

Ad 4) Dit lid regelt dat deelnemers die gezamenlijk een aanvraag indienen hun samenwerking vastleggen in een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst. Het Stimuleringsfonds acht een duidelijke taakverdeling, transparante afspraken en een zorgvuldige organisatie van de samenwerking essentieel voor een doelmatige besteding van publieke middelen en een goede uitvoering van het project.

Met de samenwerkingsovereenkomst wordt beoogd om een samenwerkingsklimaat te bevorderen waarin wederzijds respect, transparantie, zorgvuldige communicatie en professionele verantwoordelijkheid centraal staan. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering, het voorkomen en tijdig oplossen van conflicten en het realiseren van de doelstellingen van de subsidie. Daarnaast maakt het voor het Stimuleringsfonds inzichtelijk dat de samenwerking organisatorisch en professioneel voldoende is ingericht om het project zorgvuldig en verantwoord uit te voeren. Het Stimuleringsfonds hecht groot belang aan een gezonde, veilige en professionele samenwerking. Daarom wordt ook van de deelnemers verwacht dat zij een gedragscode vaststellen.

Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Het Stimuleringsfonds bekijkt binnen drie werkdagen na ontvangst van het aanvraagformulier of dit volledig is. Is het dat niet, dan krijgt de aanvrager één werkdag de tijd om de ontbrekende gegevens aan te leveren. Als de aanvrager niet binnen die termijn de ontbrekende gegevens aanlevert, dan behandelt het Stimuleringsfonds de aanvraag niet. Als de aanvraag volledig is, neemt het Stimuleringsfonds deze in behandeling.

Elke aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van criteria die afhankelijk zijn van de fase waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Voor beide fasen geldt: een aanvraag moet aan alle criteria voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Als één criterium niet wordt gehaald, wordt de aanvraag afgewezen.

Aanvragen voor fase II (Ontwerpen) worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a)

    de subsidieaanvrager vraagt subsidie aan voor het testen van ten minste drie onderling te onderscheiden oplossingsrichtingen voor het journalistieke probleem;

  • b)

    de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat relevante externe doelgroepen worden betrokken bij de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd;

  • c)

    de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat ten minste één marktpartij betrokken is bij de uitvoering van ten minste een onderdeel van de voorgenomen activiteiten; en

  • d)

    de subsidieaanvrager beschrijft op concrete en navolgbare wijze hoe de voorgenomen activiteiten bijdragen aan het collectieve antwoord op het journalistieke probleem.

Ad a) Er is sprake van onderling te onderscheiden oplossingsrichtingen, als de voorgestelde oplossingen wezenlijk van elkaar verschillen in ten minste één van de volgende aspecten: doelgroep, gekozen technologie, distributievorm, redactioneel concept of verdienmodel. Oplossingen die slechts in beperkte mate van elkaar verschillen of variaties zijn op hetzelfde concept, worden niet als afzonderlijke oplossingsrichtingen aangemerkt. Van praktijkgericht is sprake indien de oplossingsrichting gericht is op toepassing in een reële journalistieke context en toetsbaar is in de praktijk, bijvoorbeeld door middel van een pilot, prototype of praktijktest.

Ad b) Onder relevante externe doelgroepen wordt verstaan: groepen buiten het eigen team die direct of indirect belang hebben bij of geraakt worden door de beoogde oplossing, zoals gebruikers, lezers, kijkers, luisteraars of professionele afnemers. De betrokkenheid moet actief en inhoudelijk van aard zijn, bijvoorbeeld door middel van gebruikersonderzoek, co-creatiesessies, interviews, tests of pilots. De subsidieaanvrager maakt aannemelijk op welke wijze deze betrokkenheid plaatsvindt en welke rol de doelgroep speelt binnen de activiteiten.

Ad c) Een marktpartij is een organisatie of onderneming die actief is binnen de journalistieke sector of een aanverwante markt, zoals journalistieke organisaties, technologiebedrijven, distributeurs of commerciële dienstverleners. De betrokkenheid van een marktpartij dient inhoudelijk van aard te zijn en een aantoonbare bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten, bijvoorbeeld als samenwerkingspartner, testpartij of afnemer. Louter intenties tot samenwerking zonder concrete invulling worden onvoldoende geacht.

Ad d) Een beschrijving is concreet en navolgbaar indien de aanvraag inzichtelijk maakt welke stappen worden gezet, welke resultaten worden beoogd en op welke wijze deze bijdragen aan het beoogde doel. De beschrijving dient logisch opgebouwd te zijn en, waar mogelijk, voorzien van meetbare of toetsbare indicatoren. De subsidieaanvrager maakt duidelijk hoe de resultaten voor andere teams en het hele journalistieke veld bruikbaar zijn.

Aanvragen voor de fase III (Integreren) worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a)

    de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de oplossingsrichting wordt getoetst door ten minste drie onafhankelijke marktpartijen;

  • b)

    de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de oplossingsrichting in de praktijk wordt getest met ten minste één marktpartij;

  • c)

    de subsidieaanvrager beschrijft op concrete en navolgbare wijze hoe de oplossingsrichting aansluit op en zich verhoudt tot andere oplossingen die binnen de Incubator zijn ontwikkeld; en

  • d)

    de subsidieaanvrager onderbouwt op basis van verifieerbaar kwalitatief en kwantitatief bewijs dat realisatie van de oplossingsrichting doelmatig en noodzakelijk is.

Ad a) Voor criterium onafhankelijke marktpartijen geldt dat deze geen organisatorische, financiële of bestuurlijke verbondenheid hebben met de subsidieaanvrager of andere betrokken partijen die de objectiviteit van de toetsing kan beïnvloeden. Hiervan is in ieder geval geen sprake indien partijen deel uitmaken van dezelfde groep of zeggenschapsstructuur.

Ad d) Van verifieerbaar kwalitatief en kwantitatief bewijs is sprake wanneer gegevens en informatie controleerbaar zijn en de gestelde aannames onderbouwen, zoals gebruikersonderzoek, testresultaten, data-analyses, feedback van betrokken partijen of andere vormen van documentatie. De subsidieaanvrager dient aan te geven op welke wijze deze gegevens zijn verkregen en hoe deze bijdragen aan de onderbouwing van de aanvraag.

Er is sprake van doelmatigheid indien de voorgestelde oplossing naar verwachting een effectieve bijdrage levert aan het oplossen van het journalistieke probleem, in verhouding tot de benodigde middelen.

Noodzakelijkheid ligt er wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat de oplossing een relevante en niet eenvoudig vervangbare bijdrage levert en dat er geen voor de hand liggende, minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn.

Het Stimuleringsfonds verdeelt het beschikbare budget gelijktijdig voor alle aanvragen, voor zover zij volledig zijn.

Binnen twee weken na ontvangst van een volledige aanvraag wordt een beslissing genomen over de subsidieverlening. Bij positieve besluitvorming wordt het volledig verleende subsidiebedrag direct uitgekeerd als voorschot.

Is het uitgekeerde voorschot later hoger gebleken dan de definitief vastgestelde subsidie? Dan dient de penvoerder dit verschil binnen één maand na vaststelling terug te betalen aan het Stimuleringsfonds.

Om de subsidiering af te ronden in Fasen II en III, dient de penvoerder uiterlijk twee weken na afloop van de betreffende fase een aanvraag tot subsidievaststelling in. Hierbij verstrekt de penvoerder een financiële en inhoudelijke verantwoording, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format.

De artikelen 4:48 tot en met 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.

Alle bepalingen uit de Regeling SVDJ Incubator zijn op deze oproep van toepassing tenzij daar in deze oproep van wordt afgeweken. In geval van strijdigheid tussen deze regeling en de Regeling SVDJ Incubator prevaleren de bepalingen van deze regeling.

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2026. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 oktober 2026, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2026. Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2028 maar blijft van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.

Deze regeling wordt aangehaald als: SVDJ Incubator Jongeren en Journalistiek.

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.