Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Call for proposals KIC Innovatieve vroegdiagnostiek van MDL-ziekten

OpenGeldig tot 30 maart 2027

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Binnen het KIC-partnerschap NWO – MDL Fonds vraagt deze call for proposals om vernieuwende of sterk verbeterde methoden voor vroegdiagnostiek van maag-darm-leverziekten met een hoge ziektelast. Voor wie: inter- en transdisciplinaire consortia met kennisinstellingen, private partijen, overheid, patiënten(organisaties), zorgprofessionals en maatschappelijke organisaties. Het subsidieplafond is € 2.716.000. Per project is minimaal € 530.000 en maximaal € 679.000 beschikbaar (exclusief 20% cofinanciering).

Volledige officiële tekst

KIC partnerschap NWO – MDL Fonds

2026

1

Overzicht en inleiding

1.1

Kort overzicht

1.2

Inleiding

2

Doelstelling en achtergrond

2.1

Doelstelling van het programma

2.2

Achtergrond

2.3

Consortiumvorming

3

Opstellen en indienen

3.1

Tijdpad

3.2

Wie kan aanvragen

3.3

Wat kan worden aangevraagd

3.4

Het deelnemen aan de matchmakingbijeenkomst

3.5

Intentieverklaring indienen in ISAAC

3.6

Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

3.7

Voorwaarden voor in behandeling nemen

4

Beoordeling

4.1

Criteria

4.2

Procedure

4.3

Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

5

Na de toewijzing

5.1

Start van het project

5.2

Monitoring en projectbeheer

5.3

Richtlijnen en kaders voor uitvoering project

5.4

Afronding

5.5

Onderzoeksresultaten – Open Science

5.6

Evaluatie

6

Contact

7

Bijlagen

7.1

Toelichting op budgetmodules

7.2

Indexering

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding van het KIC partnerschap NWO – MDL Fonds Vroegdiagnostiek bij Maag-Darm en Lever (MDL) ziekten.

Titel: KIC Innovatieve vroegdiagnostiek van MDL-ziekten.

Doel: Het doel van deze Call for proposals is om innovatieve of radicaal verbeterde methoden voor vroegdiagnostiek voor Maag-Darm-Lever-ziekten te ontwikkelen. Het gaat in het bijzonder over vroege opsporing van MDL-ziekten met een hoge ziektelast of vroege signalering van progressie en exacerbaties van deze ziekten. De vroegdiagnostiek is specifiek gericht op situaties waarin nog geen effectieve vroegdiagnostiek beschikbaar is, of waarin de huidige diagnostische methoden onvoldoende efficiënt en/of effectief zijn.

Budget: Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 2.716.000 en wordt beschikbaar gesteld door NWO en MDL Fonds. De aan te vragen subsidie per project bedraagt minimaal € 530.000 en maximaal € 679.000 (exclusief 20% cofinanciering). Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 5 aanvragen toegewezen.

Cofinancieringseis: Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 20% van het totale budget van de aanvraag als cofinanciering op projectniveau. Minimaal 50% van deze verplichte cofinanciering dient afkomstig te zijn van een private partij of onderneming met een winstoogmerk.

Indieningsdeadlines:

De deadline voor het indienen van verplichte intentieverklaringen is 17 november 2026, voor 14:00:00 CET.

De deadline voor het indienen van aanvragen is 30 maart 2027, voor 14:00:00 CEST.

Meer informatie over de online matchmaking en informatiesessie kunt u vinden op de website van deze Call for proposals.

Procedure: Voorafgaand aan de deadline voor de aanvragen worden een online matchmaking en informatiesessie georganiseerd waarbij informatie wordt gedeeld over de Call for proposals en potentiële aanvragers, samenwerkingspartners en stakeholders uit diverse relevante werkvelden met elkaar kennis kunnen maken en aanvullende expertises kunnen vinden. Aanvragen worden beoordeeld door een beoordelingscommissie op basis van de aanvraag en een interview.

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde ‘KIC Innovatieve vroegdiagnostiek van MDL-ziekten’ is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

De partner

De missie van MDL Fonds is het maximaal inzetten op het voorkomen, het vroegtijdig opsporen, het behandelen en het verlichten van ziekten die de maag, darmen, lever, slokdarm, galwegen en alvleesklier treffen. Deze ziekten treffen jaarlijks miljoenen mensen in Nederland. Om dit te bereiken stimuleert en financiert MDL Fonds wetenschappelijk onderzoek op dit gebied, ontwikkelt en verspreidt het voorlichtingsmateriaal om het publiek te informeren over deze ziekten en hun gevolgen, en zet het zich in voor beleidsveranderingen die preventie, zorg en behandeling verbeteren.

Fondsenwerving is essentieel om dit alles mogelijk te maken.

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

NWO verwerkt ontvangen persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring. De persoonsgegevens die NWO verstrekt aan MDL Fonds worden vermeld op de financieringspagina.

Partnerschappen dragen bij aan het creëren van economische kansen door wetenschappelijk onderzoek te financieren dat wordt uitgevoerd door kennisinstellingen samen met publieke en private partijen. Zo beogen we impact te realiseren voor economie, mens en samenleving. Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van het KIC Innovatieve vroegdiagnostiek van MDL-ziekten dat aansluit bij de KIA(s).

MDL-ziekten behoren tot de top drie doodsoorzaken in Nederland en zijn verantwoordelijk voor circa 10% van de totale sterfte. De impact van MDL-ziekten, een heterogene groep van meer dan tweehonderd ziektebeelden, op de samenleving, en daarmee de maatschappij, is enorm. Naar schatting zijn MDL-ziekten verantwoordelijk voor 3,8% van de directe totale zorgkosten en voor een nog hoger percentage voor langdurige arbeidsuitval. De oorzaken hiervan liggen in de toename van de incidentie en, omdat veel ziekten een chronisch karakter kennen, ook de prevalentie. De toename is te wijten aan de vergrijzing, de westerse leefstijl (westers voedingspatroon, beperkte beweging, tekort of verstoorde slaap en hoge stress), maar opvallend genoeg ook doordat ziektes veel vroeger in het leven optreden. Een andere belangrijke oorzaak is de vaak late diagnose van ziekte of ziekteprogressie. Dit is gerelateerd aan o.a. de vaak aspecifieke symptomatologie maar ook omdat diagnostiek binnen het diverse MDL-veld nog ontbreekt of beperkingen kent in gevoeligheid, toegankelijkheid en/of snelheid. Dit programma richt zich specifiek op vroegdiagnostiek van MDL-ziekten om deze maatschappelijke uitdaging aan te pakken.

Onder meer door de uitdagingen binnen de bestaande diagnostiek en de zorgmonitoring is de druk op het zorgpersoneel hoog en zijn er lange wachtlijsten. Gemiddeld duurt het 17,2 weken voordat een patiënt voor de eerste keer bij een MDL-arts terecht kan. Deze lange wachttijd, die ruim boven de wettelijke Treeknorm van vier weken is, leidt tot onnodig veel angst en onrust bij patiënten, maar ook tot een verhoogd risico op onomkeerbare gezondheidsschade. Inefficiënte, ingrijpende (denk aan biopsieën) en aspecifieke methoden voor diagnose zorgen voor een lagere kwaliteit van leven tijdens het behandeltraject en op de langere termijn. Daarnaast bestaan er sociaaleconomische verschillen in toegang tot zorg en zorggebruik. Deze verschillen lijken deels samen te hangen met culturele aspecten van toegankelijkheid (RIVM), en kunnen ertoe leiden dat aandoeningen niet altijd tijdig worden herkend of behandeld. Een vertraagde diagnose kan leiden tot ingrijpende operaties, zoals het verwijderen van organen, terwijl bij vroege diagnose vaak orgaan sparende behandeling mogelijk is – bijvoorbeeld bij oncologische MDL-ziekten. Bij acute MDL-ziekten kan vroege diagnose het verschil maken tussen volledig herstel en overlijden. Bij chronische MDL ziekten kan vroege diagnose en goede behandeling het verschil maken tussen actief blijven op de arbeidsmarkt of niet.

Door de toenemende incidentie en prevalentie is de impact van MDL-ziekten op de samenleving enorm hoog door hoge zorgkosten en langdurige arbeidsuitval. Wanneer MDL-ziekten vroegtijdig, inclusief en kosteneffectief kunnen worden opgespoord kunnen complicaties worden voorkomen of verminderd, en worden het aantal (relatief) gezonde levensjaren en de kwaliteit van leven vergroot. Hierdoor verlengen we de duur van actieve maatschappelijke participatie. Op de langere termijn leidt deze verbeterde vroegdiagnostiek tot een verkorte wachttijd, snellere diagnose, non-invasieve methoden en het voorkomen van onnodige ingrepen en zorgkosten.

Innovatie alleen is onvoldoende om uiteindelijk betere vroegdiagnostiek, en daarmee de beoogde maatschappelijke impact te bereiken. Innovaties voor nieuwe of radicaal verbeterde vroegdiagnostiek van MDL-ziekten kunnen mogelijk makkelijker impact bereiken als zij aansluiting vinden bij bestaande initiatieven en kennisagenda’s. Voorbeelden zijn ‘Less is More’ van NVMDL, evenals (inter)nationale ziekte-specifieke kennisagenda’s binnen het veld, waarvan stakeholders voldoende overtuigd zijn dat veelbelovende innovaties daadwerkelijk geïmplementeerd worden. Ook zijn voor uiteindelijke implementatie en opschaling van innovaties op het gebied van vroegdiagnostiek in de klinische praktijk onderwerpen als gedragsverandering, duurzaamheid, toegankelijkheid en kosteneffectiviteit zeer relevant. Dit programma richt zich op innovatieve vroegdiagnostiek voor gepaste zorg met het beste resultaat voor de patiënt, de zorgverleners en de maatschappij. Beoogde projecten adresseren een aantoonbaar klinisch relevante vraagstelling, waarbij de voorgestelde onderzoeksactiviteiten, welke in co-creatie met stakeholders zijn ontwikkeld, overtuigend zijn gericht op concrete implementatie en de realisatie van klinische, sociale en/of maatschappelijke impact.

Samenwerkingen tussen relevante vakgebieden en stakeholders zijn cruciaal voor succesvol ontwikkelen en valoriseren van innovatieve diagnostiek, die betaalbaar en toegankelijk is voor de patiënt. Dit proces vraagt om een zorgvuldige toepassing van wetenschappelijke kennis in de dagelijkse praktijk. Ook is breed draagvlak en acceptatie binnen het zorgveld en onder patiënten nodig en vroege afstemming met zorgverzekeraars en het Nederlands Zorginstituut. Samenwerking in consortia draagt bij aan een snelle en effectieve implementatie. Belangrijk is dat in deze consortia alle relevante stakeholders vertegenwoordig zijn. Denk aan patiënten en eventueel mantelzorgers, beleidsmakers, zorgprofessionals, sociale wetenschappers (bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit van leven of health economics), data wetenschappers, bedrijven en overige (maatschappelijke) organisaties.

Om te komen tot gevalideerde, non-invasieve vroegdiagnostiek die in de zorgpraktijk toepasbaar is en de druk op de zorg verlaagt, is versterking nodig van de hele keten: van tijdige herkenning van patiënten, via adequate risicostratificatie tot een betrouwbare diagnose. Op elk van deze stappen bestaan nog verschillende kennisleemtes die geadresseerd kunnen worden. De volgende kennisleemtes kunnen aanknopingspunten vormen voor het onderzoeksvoorstel, maar zijn niet uitputtend.

Vroege herkenning op de juiste plek

Om MDL-ziekten in een vroeg stadium op te sporen, is het essentieel dat symptomen tijdig worden herkend en patiënten op het juiste moment de juiste diagnostiek ontvangen. Veel MDL-klachten zijn aspecifiek en kunnen passen bij zowel onschuldige als ernstige aandoeningen. Hierdoor is het een uitdaging om de juiste patiënten tijdig te identificeren voor aanvullend onderzoek, zonder onnodige diagnostiek of verwijzingen te veroorzaken. Bij de ontwikkeling van innovatieve vroegdiagnostiek is daarom aandacht nodig voor de optimale inzet van diagnostische methoden binnen de zorgketen, waaronder de rol van de eerste en tweede lijn, samenwerking tussen zorgverleners en passende verwijsstrategieën.

Risicostratificatie

In het MDL-veld is er voor verschillende MDL-ziekten onvoldoende inzicht in duidelijk gedefinieerde risicogroepen, terwijl dit essentieel is voor vroegdiagnostiek en het voorkomen van ziekteprogressie. Het definiëren van risicogroepen waar dat nog niet/onvoldoende is gerealiseerd, is nodig om kennis-en zorginnovaties te versnellen maar ook om de juiste zorg op de juiste plek te bieden. Onderzoek naar risicostratificatie in combinatie met biomarker onderzoek kan hierin het verschil maken. Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) is hierbij een belangrijke ontwikkeling om complexe datasets om te zetten naar bruikbare inzichten. Een belangrijk aspect is dat patiëntgegevens momenteel versnipperd en niet uniform worden vastgelegd tussen huisartsen, ziekenhuizen en instellingen onderling. Het ontsluiten, koppelen en hergebruiken van patiëntdata, met aandacht voor privacy en het patiëntperspectief, is daarom belangrijk om de ontwikkeling van robuuste risicomodellen mogelijk te maken.

Betrouwbare biomarkers

Het afnemen van biopten/biopsies wordt vaak gezien als de gouden standaard in de vroegdiagnostiek. Naast dat dit een invasieve methode is, wordt er slechts een klein deel van het weefsel onderzocht.

Minder invasieve bestaande methoden, zoals echografie, overzien evenmin het gehele orgaan en zijn daarom vaak onvoldoende effectief. Daarnaast zijn de huidige diagnostische methoden voor verschillende MDL-ziekten nog onvoldoende sensitief en/of specifiek om ziekte of ziekteprogressie in een vroeg stadium betrouwbaar vast te stellen. Er is daarom behoefte aan onderzoek dat bestaande kennis, data en diagnostische technieken combineert om de diagnostische prestaties radicaal te verbeteren en te komen tot betrouwbare, non-invasieve vroegdiagnostiek met een hogere sensitiviteit, specificiteit en klinische toepasbaarheid. Onderzoek naar de diagnostische waarde van biomarkers zijn nodig om de kennisvragen die centraal staan in deze Call for proposals te beantwoorden. Hierbij kan worden gedacht aan onder andere beeldvormende technieken, het microbioom, metabole en epigenetische markers die hiervoor gebruikt kunnen worden, maar ook interdisciplinaire samenwerking om deze inzichten van laboratoriumresultaten naar klinisch relevante modellen te vertalen.

AI-gestuurde modellen

Bemensbaarheid en betaalbaarheid van de zorg kan verder ondersteund worden met AI-toepassingen. Voorbeelden hiervan zijn AI-gestuurde medische beeldvorming, digital twin technologieën, risicomodellen, patiënten stratificatie en ziektemonitoring via realtime data. Echter wordt de implementatie van AI-toepassingen bemoeilijkt door onder andere onvoldoende toegang tot hoge kwaliteit data voor het ontwikkelen en valideren van AI-modellen met voldoende sensitiviteit en specificiteit. Een andere beperking is dat implementatie van AI-gestuurde modellen vaak aanpassingen vereist in zorgpaden, personele inzet en personele kennis en dienen te voldoen aan (Europese) wet- en regelgeving. Voor het beantwoorden van deze kennisvragen zijn verschillende interdisciplinaire inzichten noodzakelijk.

MDL-ziekten behoren tot de top drie doodsoorzaken in Nederland en door de toenemende incidentie is de impact op de samenleving hoog. Met betere vroegdiagnostiek kunnen complicaties worden verminderd en het aantal (relatief) gezonde levensjaren worden vergroot. Het doel van deze Call for proposals is het financieren van interdisciplinair onderzoek, uitgevoerd in publiek-private samenwerkingen, dat bijdraagt aan het oplossen van de beschreven kennisleemtes en leidt tot innovatieve of radicaal verbeterde vroegdiagnostiek voor MDL-ziekten met een hoge ziektelast.

Hierdoor ervaren patiënten met MDL-ziekten een betere kwaliteit van leven en wordt het aantal (relatief) gezonde levensjaren vergroot. Deze Call for proposals richt zich op vroege opsporing van MDL-ziekten met een hoge ziektelast of vroeg signalering van progressie en exacerbaties van deze ziekten. Het doel is om innovatieve of radicaal verbeterde methoden voor vroegdiagnostiek te ontwikkelen voor situaties waarin nog geen effectieve vroegdiagnostiek beschikbaar is, of waarin de huidige diagnostische methoden onvoldoende efficiënt of effectief zijn. Onder hoge ziektelast verstaan we een hoge mate van verlies van gezondheid door ziekte en sterfte, met fysieke, emotionele, psychologische en sociale gevolgen voor het dagelijks leven en het welzijn van mensen. Het gaat hierbij zowel om een hoge ziektelast op individueel niveau, zoals bij zeldzamere MDL-ziekten, als om een grote impact op de volksgezondheid en de maatschappij. Onder innovatieve of radicaal verbeterde vroegdiagnostiek verstaan we een ontwikkeling waarvan de toepassingssystemen, processen en/of gedragingen ingrijpend veranderen of verbeteren.

Wat valt niet binnen de scope van deze Call for proposals:

  • –

    Fundamenteel onderzoek zonder duidelijke vertaling naar de klinische praktijk;

  • –

    Projecten enkel gericht op implementatie van bewezen technologie binnen een bewezen toepassingsgebied en waarvoor geen verdere verbetering of doorontwikkeling voorzien is;

  • –

    Fase 3 en fase 4 klinische studies, die zich beperken tot de implementatie van een bestaand(e) instrument(en)/technologie(en);

  • –

    Projecten gericht op verbetering van bestaande behandelingen;

  • –

    Projecten enkel gericht op verbetering van kwaliteit van leven. Projecten gericht op vroegdiagnostiek ter verbetering van klinische parameters en/of vermindering van exacerbaties bij chronische patiënten vallen wél binnen de scope van de Call for proposals;

  • –

    Projecten die identiek zijn aan reeds gefinancierde projecten bij NWO, ZonMw of MDL Fonds;

  • –

    Projecten die vallen binnen WBO-vergunningsplichtige screening of bevolkingsonderzoek;

Deze Call for proposals beoogt het vormen van inter- en transdisciplinaire consortia. Dit is nodig om voldoende co-creatie te bewerkstellingen, de impact van de beoogde onderzoeksresultaten op kwaliteit van leven goed in te bedden en patiëntvoorkeuren en -behoeften hierin inzichtelijk te maken en mee te nemen. Interdisciplinaire samenwerking verwijst naar onderzoek waarin kennis en expertise uit verschillende wetenschapsgebieden van meet af aan geïntegreerd worden om samen problemen op te lossen en verschijnselen te verklaren. Het gaat om een samenwerking van de alfa-, bèta- en gammawetenschappen. Bij transdisciplinair onderzoek worden kennis en expertise van maatschappelijke actoren en het bedrijfsleven betrokken, zoals patiënten en patiëntenorganisaties, maatschappelijke partners en bedrijven evenals interregionale samenwerking.

Onderzoek gericht op de beschreven kennisleemtes in dit partnerschap programma maken bijvoorbeeld gebruik van infrastructuren op het gebied van technologie, data en zorg en hebben aandacht voor toekomstige implementatie en opschaling in de klinische praktijk.

Deze Call for proposals is onderdeel van de NWO programmering voor het Kennis- en Innovatie Convenant (KIC) 2024–2027 ten behoeve van het missiegedreven innovatiebeleid van de Nederlandse overheid.

NWO ontwikkelt innovatieprogramma’s in het KIC gericht op de maatschappelijke uitdagingen van Nederland om impact te realiseren voor economie, mens en samenleving. De nadruk ligt op samenwerking tussen kennisinstellingen, private partijen en overheid. De resultaten dragen daarmee bij aan het realiseren van economische kansen. Essentieel is daarom dat bedrijven investeren in elk onderzoeksproject.

Thematische focus

In de KIC periode 2024–2027 staan acht Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) centraal:

  • –

    Klimaat en Energie

  • –

    Circulaire Economie

  • –

    Landbouw, Water, Voedsel

  • –

    Veiligheid

  • –

    Gezondheid & Zorg

  • –

    Sleuteltechnologieën

  • –

    Digitalisering

  • –

    Maatschappelijk Verdienvermogen

KIA’s zijn te vinden op: Kennis en Innovatieagenda's| NWO.

NWO en het KIC: onderzoek brengt oplossingen dichterbij

NWO investeert jaarlijks circa 138 miljoen euro in haar programmering voor het KIC 2024–2027. De onderzoeks- en innovatieprogramma’s van NWO voor het KIC dragen bij aan de antwoorden op de onderzoeks- en ontwikkelvragen die nodig zijn om de huidige maatschappelijke uitdagingen te kunnen adresseren. Dit is in lijn met de missie van NWO: Wat NWO doet | NWO.

Deze Call for proposals is onderdeel van NWO-KIC programma hoofdlijn Vraag, waarin maatschappelijke organisaties en/of bedrijven samen met NWO relevante en urgente onderwerpen, welke passen binnen het missiegedreven innovatie beleid, kunnen agenderen voor impact-gedreven wetenschappelijk onderzoek.

Meer informatie over de KIC programmering van NWO is te vinden via de website: KIC 2024–2027 | NWO.

NWO bevordert de bijdrage van onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek.

Maatschappelijke impact staat voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties.

In dit programma moet de Impact Plan benadering worden toegepast. De Impact Plan benadering is ontwikkeld om de kans op maatschappelijke impact van onderzoek doelgericht te vergroten.

De Impact Plan benadering geeft het consortium inzicht in welk onderzoek noodzakelijk is voor bijdrage aan de beoogde maatschappelijke impact en maakt tegelijkertijd expliciet welke partijen hiervoor nodig zijn, wat hun belang en rol is, en welke aannames er worden gedaan. Het Impact Plan laat de samenhang zien tussen de maatschappelijke uitdaging, de route(s) naar de beoogde impact en het daarvoor benodigde onderzoek. Gedurende het onderzoek (en daarna) faciliteert het Impact Plan de reflectie op al deze elementen.

NWO biedt e-learning aan om consortia op weg te helpen via Online impact workshops | NWO. NWO raadt ten zeerste aan om samen met de partijen in het consortium e-learning voor Impact Plan te volgen. Meer informatie is te vinden op de website Impact Plan benadering | NWO.

Samen werken aan maatschappelijke impact

De maatschappelijke uitdagingen die centraal staan in het missiegedreven innovatiebeleid zijn complex en veelomvattend. Maatschappelijke impact1NWO definitie van maatschappelijke impact: culturele, economische, industriële, ecologische of sociale veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. ontstaat alleen wanneer alle partijen die nodig zijn om tot innovatieve oplossingen te komen hun krachten bundelen. De aansluiting van deze innovaties op economie, mens en samenleving is belangrijk. Daarom stimuleert NWO in haar KIC-programmering samenwerking tussen veel verschillende partijen.

Het gaat hierin om samenwerking tussen onderzoekers over de grenzen van disciplines2Bij interdisciplinaire samenwerking binnen het KIC gaat het bij om samenwerking tussen onderzoekers uit meerdere wetenschappelijke disciplines en/of praktijkgerichte domeinen over de grenzen van wetenschapsgebieden – alfa, bèta of gamma – heen. De samenwerking is passend bij (de beoogde impact van) het voorgestelde onderzoek. Indien interdisciplinaire samenwerking niet nodig zou zijn om de beoogde impact te realiseren, moet dat overtuigend geformuleerd en onderbouwd worden in de aanvraag., kennisinstellingen, regio’s en landen. Daarnaast is ook de samenwerking tussen deze onderzoekers en de samenleving cruciaal om tot innovatieve oplossingen te komen. Bedrijven, maatschappelijke organisaties, (beroeps)onderwijs en de mensen die de innovatie zullen gebruiken ((eind-)gebruikers) leveren een belangrijke bijdrage aan te vormen consortia en onderzoeksvoorstellen. Meer informatie en voorbeelden zijn te vinden op de website: KIC 2024–2027 | NWO.

De samenwerking tussen deze partijen begint al bij de voorbereiding van het onderzoeksvoorstel. De uiteenlopende kennis, vaardigheden en expertise van de partijen zijn nodig voor het formuleren van een goede probleemstelling, adequate onderzoeksvragen, en een doordachte route naar impact (co-design). Bij de uitvoering van het voorgestelde onderzoek wordt de samenwerking in het consortium vervolgd door uitwisseling van nieuwe kennis en het gezamenlijk creëren van nieuwe inzichten (co-creatie). De kennis en innovaties die uit het onderzoek voortkomen, worden uiteindelijk gedeeld en in de samenleving geïmplementeerd. Op deze manier wordt maatschappelijke impact een gezamenlijk doel; een coproductie.

Consortia vergroten de kans op het bereiken van de beoogde maatschappelijke impact door voldoende aandacht te besteden aan de mensen die gaan werken met de innovaties die uit het onderzoek voortkomen. Goed geschoold en onderlegd personeel kan innovaties verder helpen, implementatie op grote schaal versnellen, en zo transities en veranderingen bewerkstellingen. Dit stelt eisen aan opleiding en training, inclusief eventuele omscholing, van personeel. Human capital, in de vorm van lerende, innoverende mensen, kan op verschillende manieren een plaats krijgen in een onderzoeksvoorstel binnen het NWO-KIC programma. Bijvoorbeeld via publiek-private leer-werkpraktijken (learning communities) die onderzoeken, innoveren, werken en leren nauw met elkaar verbinden. Op deze manier wordt nieuwe kennis geïntegreerd in de (onderwijs- en werk)praktijk. Meer informatie en voorbeelden zijn te vinden op de website Human Capital | NWO.

Binnen het NWO-KIC programma Innovatieve vroegdiagnostiek van MDL-ziekten wordt het bereiken van maatschappelijke impact gestimuleerd en gefaciliteerd door gebruik van een Impact Plan benadering en aandacht voor consortium vorming.

Om de kans op impact van het onderzoek te vergroten, is samenwerking tussen onderzoekers, met onderzoekers van andere disciplines én met partners uit de maatschappij, zoals bedrijven en maatschappelijke organisaties nodig. In deze Call for proposals ondersteunt NWO de vorming van een consortium door het organiseren van een online matchmaking. Deze methode wordt hieronder kort toegelicht. Meer informatie over consortiumvorming is te vinden op Consortiumvorming | NWO.

Het doel van matchmaking is het samenbrengen van potentiële aanvragers, onderzoekers, samenwerkingspartners en stakeholders uit diverse werkvelden en sectoren om ideeën voor, of behoefte aan, onderzoek rond het thema en de beschreven impact in de Call for proposals uit te wisselen.

Tijdens de eenmalige online matchmakingsbijeenkomst is er de mogelijkheid voor deelnemers om ideeën uit te wisselen, te netwerken en om eventueel ontbrekende expertises in kaart te brengen. Het is aan de deelnemers zelf vorm te geven aan het vervolg van de resultaten van de matchmaking.

Daarnaast wordt tijdens de matchmaking meer informatie gegeven over het aanvraagproces en de Impact Plan benadering (zie ook paragraaf 2.2.1).

Verdere informatie over matchmaking wordt op de website van deze Call for proposals gepubliceerd. Deelname aan de matchmaking is niet verplicht.

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag. Met ‘aanvraag’ wordt ook de intentieverklaring en vooraanmelding bedoeld indien een intentieverklaring en vooraanmelding van toepassing zijn bij deze ronde.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.

Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

Matchmaking

7 januari 2027, om 10:30:00 CET

Matchmaking bijeenkomst

Intentieverklaringen

17 november 2026, voor 14:00:00 CET

Deadline intentieverklaringen

Aanvragen

30 maart 2027, voor 14:00:00 CEST

Deadline aanvragen

6 – 13 april 2027

Preadvisering beoordelingscommissie

19 april – 28 mei 2027

Interviewselectie (indien van toepassing), interviews en vergadering beoordelingscommissie

Juli – september 2027

Besluit door de raad van bestuur van NWO

Aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager en één of meer medeaanvragers. Een aanvraag wordt opgesteld door een consortium, waarin naast de aanvragers ook andere deelnemers zijn betrokken.

Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:

  • 1.

    Hoofdaanvrager

  • 2.

    Medeaanvrager(s)

  • 3.

    Cofinancier(s)

  • 4.

    Samenwerkingspartner(s)

Een consortium dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager, een medeaanvrager, twee cofinanciers en een ervaringsdeskundige of vertegenwoordiger van een patiëntenvereniging, mogelijk aangevuld met één of meer samenwerkingspartners. De voorwaarden per deelnemer worden in de volgende paragrafen nader toegelicht. Voor alle consortiumpartners geldt dat zij een actieve rol dienen te spelen bij het formuleren van de onderzoeksvragen en bij de opzet en de uitvoering van het project.

Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste dienst zijn (en dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben3Voor onderzoekers in dienst van een hogeschool geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.) of een tenure track-overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • –

    universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • –

    universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • –

    KNAW- en NWO-instituten;

  • –

    het Nederlands Kanker Instituut;

  • –

    het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • –

    NCB Naturalis;

  • –

    Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • –

    Prinses Máxima Centrum.

Personen met een nul uren-arbeidsovereenkomst of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening. Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd. Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project, of dat het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval dient bij de aanvraag een verklaring van de werkgever te worden toegevoegd. Hierin garandeert de betreffende onderzoeksorganisatie dat het project – en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd – adequaat wordt begeleid voor de volledige duur van het project.

De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. Tijdens het beoordelingsproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager. Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.

Aanvullende voorwaarden

Een hoofdaanvrager mag slechts één aanvraag binnen deze Call for proposals indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager. Een hoofdaanvrager mag daarnaast binnen deze Call for proposals maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een ander consortium. Een medeaanvrager mag binnen deze Call for proposals in maximaal twee consortia als medeaanvrager deelnemen.

Deze Call for proposals vereist dat consortia die een aanvraag indienen minimaal bestaan uit:

  • –

    een hoofdaanvrager en/of medeaanvragers met een achtergrond in bètawetenschappen;

  • –

    een hoofdaanvrager en/of medeaanvragers met een achtergrond in alfa en/of gammawetenschappen;

  • –

    samenwerkingspartners;

  • –

    minimaal één private partij met winstoogmerk;

  • –

    minimaal één ervaringsdeskundige of patiëntenvereniging.

Een cofinancier is een partij die deelneemt aan het consortium en cash cofinanciering en/of in kind bijdraagt aan het project. De rol die de cofinancier speelt bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Een cofinancier ontvangt geen subsidie van NWO op basis van deze Call for proposals. Ook is het niet mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via budgetmodules. Een nadere toelichting op de budgetmodules vindt u in de bijlage bij deze Call for proposals (paragraaf 7.1).

Organisaties waarvan medewerkers, conform paragraaf 3.2, als (hoofd- of mede)aanvrager mogen deelnemen, mogen in deze Call for proposals niet deelnemen als cofinanciers.

In deze Call for proposals is het verplicht om twee of meer cofinanciers te laten deelnemen aan het project. De cofinanciers dienen gezamenlijk minimaal 20% van het totale budget voor de aanvraag bij te dragen.

De bijdrage van de cofinancier wordt bekend gemaakt door middel van een verklaring cofinanciering en is een netto bijdrage aan het project. Voorts wordt er in deze Call for proposals onderscheid gemaakt tussen private en publieke cofinanciers. Voor definities daarvan en de verdere specifieke cofinancieringsvoorwaarden die gelden in deze Call for proposals, zie paragraaf 3.7.1.

Een samenwerkingspartner is een partij die geen subsidie ontvangt en geen cofinanciering bijdraagt aan de aanvraag, maar wel nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven, publieke en private organisaties, en overige instellingen. Andere relevante stakeholders en samenwerkingspartners waaraan gedacht kan worden om in ontwerpfase van de aanvraag of het beoogde project te betrekken zijn bijvoorbeeld (huis)artsen, gedragswetenschappers, juridische en regulatoire experts, HTA-experts of zorgverzekeraars. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden.

Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiele kosten’ of ‘kennisbenutting’ (zie paragraaf 3.3 en bijlage 7.1).

Een ervaringsdeskundige is een samenwerkingspartner met een MDL-ziekte en met relevante ervaring op het onderwerp van de aanvraag. De ervaringsdeskundige kan als potentiële eindgebruiker optreden en daarnaast dient de ervaringsdeskundige affiniteit met wetenschappelijk onderzoek te hebben. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn die al in ander onderzoek van een deelnemende universiteit participeert. MDL Fonds kan, vanuit haar hoedanigheid als patiëntenorganisatie, ondersteunen in het zoeken naar een geschikte kandidaat voor deelname aan het consortium. Binnen de budget module Kennisbenutting is het mogelijk om reiskostenvergoeding en vacatiegelden voor ervaringsdeskundigen te financieren vanuit het projectbudget. Binnen de budgetmodule Materieel is het mogelijk om vacatiegelden voor ervaringsdeskundigen te financieren voor deelname aan de gebruikerscommissie.

Binnen een project is het verplicht om minimaal één ervaringsdeskundige of patiëntenvereniging op te nemen. De betrokken patiëntenvereniging of ervaringsdeskundige dient een Letter of Intent af te geven waarin het voornemen van actieve betrokkenheid in alle fases van het onderzoeksproject wordt aangegeven. De ervaringsdeskundige die deel uitmaakt van het consortium neemt relevante ervaring op het onderwerp van de aanvraag mee. De Kickstarter voor onderzoekers van INVOLV biedt handvatten om deze participatie betekenisvol vorm te geven.

Voor een aanvraag in deze Call for proposals kan minimaal € 530.000 en maximaal € 679.000 aangevraagd worden aan NWO-financiering. Daarmee financiert NWO maximaal 80% van de totale projectomvang; de rest van het projectbudget wordt ingebracht via de verplichte cofinanciering (zie paragraaf 3.7.1). NWO financiert nooit minder dan 50% van de totale projectomvang. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen, kennisbenutting en projectmanagement. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt. Loonkosten voor (mede)aanvragers zijn niet subsidiabel.

Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, arts-onderzoeker, niet-wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).

Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie. Er kan voor ten hoogste 5% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.

Financiering voor de functie van een Engineering Doctorate (EngD) kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.

Personeel van hogescholen en overige organisaties

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen en overige organisaties. Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie. De kosten voor studenten kunt u opvoeren als materiële kosten indien deze ingezet worden voor het project en ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.2 (zie paragraaf 7.1.2). Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NWO subsidiebedrag. Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden.

Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut4Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414)., om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.

Het is verplicht om een bedrag op te voeren voor kennisbenutting. Deze kosten zijn ten minste 5% en maximaal 20% van het subsidiebedrag.

Op 7 januari 2027 organiseert NWO een online matchmaking voor deze Call for proposals. Deelname aan deze activiteit wordt aanbevolen maar is niet verplicht.

Verdere informatie over de invulling en planning van de matchmaking zal bekend worden gemaakt via webpagina van deze Call for proposals en de NWO nieuwsbrieven.

NWO werkt met het systeem ISAAC.

Voor het opstellen van uw intentieverklaring doorloopt u de volgende stappen:

  • –

    maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;

  • –

    in ISAAC vult u de gevraagde gegevens in en dient u de intentieverklaring in; de intentieverklaring is in het Engels geschreven;

  • –

    nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot vijf werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.

NWO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • –

    maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;

  • –

    download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;

  • –

    sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;

  • –

    in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50-100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;

  • –

    nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;

  • –

    de aanvraag is geschreven in het Engels.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • –

    begroting (Excel-bestand);

  • –

    verklaringen cofinanciering van cofinanciers (zie paragraaf 3.2.2 en 3.7.1) (pdf);

  • –

    garantstelling voor continuïteit in de projectbegeleiding (alleen indien van toepassing, zie paragraaf 3.2.1) (pdf);

  • –

    formulier ‘Statements and signature’ (pdf);

  • –

    verklaring kennisveiligheid (zie paragraaf 4.3.5).

Gebruik voor de bijlagen alleen de door NWO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.

Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.

Aanvullende definities:

  • –

    cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;

  • –

    cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.

Van private partner(s), zoals bedrijven en ondernemingen, wordt een actieve rol verwacht binnen het beoogde project. Cofinanciering is in deze Call for proposals verplicht. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de hoofdaanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en cofinanciering in kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.

Cofinancieringseis

De gestelde cofinancieringseis in deze Call for proposals is een minimale vereiste bijdrage. Dit onderzoeksprogramma vereist minimaal 20% van het totale budget van de aanvraag als cofinanciering op projectniveau.

Deze cofinanciering mag zowel cash als in kind geleverd worden. De verdeling tussen cash en in kind cofinanciering is door het consortium vrij te kiezen. Minimaal 50% van de totale cofinanciering moet van private oorsprong zijn. Voor de definitie van private cofinanciering: zie hieronder bij definitie private cofinanciering. De toegezegde cofinanciering is het netto bedrag dat de aanvrager ontvangt. Als voor toegezegde cofinanciering BTW van toepassing is komt deze bovenop het toegezegde bedrag.

Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:

  • –

    NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 50% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;

  • –

    in kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van de projectactiviteiten en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt. Bij vragen kan NWO verzoeken om nadere motivering en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing. Daarnaast mogen eventuele in kind bijdragen in de vorm van diensten en know how niet reeds bij de onderzoeksorganisatie(s) van de aanvrager(s) beschikbaar of voorhanden zijn;

  • –

    voor het kapitaliseren van de personele inbreng (mensuren) aan een project worden vaste integrale uurtarieven gebruikt. Voor de tarieven, zie de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. Hierbij dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert;

  • –

    cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de aanvrager. De aanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.

Niet toelaatbaar als cash/in kind cofinanciering zijn5Niet toelaatbare cofinanciering is beschreven in de Regeling Cofinanciering, artikel 6.:

  • –

    door NWO verstrekte subsidie;

  • –

    cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen;

  • –

    kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de gebruikerscommissie.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO-website en in ISAAC.

In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s) (zie paragraaf 5.1.3).

Verantwoording cash cofinanciering en cofinanciering in kind

De verhouding tussen cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde project specifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).

Ambtshalve indexeren (zie bijlage 7.2) als gevolg van andere geldende tarieven na indiening heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO bijdrage. NWO gaat daarvoor uit van de verhouding in de door NWO geaccepteerde aanvraagbegrotingen.

Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.

In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.

Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.

Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.

Definitie private cofinanciering

De definitie van private (co)financiering is afgeleid van de definitie zoals gehanteerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Definities PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie | RVO). Een private bijdrage is daarmee gedefinieerd als een cash of in kind bijdrage die niet direct of indirect afkomstig is van een onderzoeksinstelling of openbaar lichaam. Alleen ingebrachte cofinanciering die aan deze definitie voldoet, kan als een private bijdrage worden aangemerkt. Ingebrachte cofinanciering door een onderzoeksinstelling of een openbaar lichaam geldt als een publieke bijdrage.

NWO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.

Voorwaarden:

  • –

    de verplichte intentieverklaring is ingediend voor de deadline;

  • –

    de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • –

    de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 en paragraaf 7.1.1 gestelde voorwaarden;

  • –

    de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.7.1 gestelde voorwaarden;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;

  • –

    de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;

  • –

    de datamanagementparagraaf is ingevuld (hiermee maken aanvragers kenbaar hoe met data voortkomend uit het onderzoek wordt omgegaan);

  • –

    het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • –

    de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • –

    de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;

  • –

    de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • –

    de vereiste cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering;

  • –

    het aanvraagconsortium bevat tenminste twee cofinanciers waarvan tenminste één private partij;

  • –

    het consortium bevat tenminste één ervaringsdeskundige of vertegenwoordiger van een patiëntenvereniging;

  • –

    het consortium bevat tenminste een hoofd- of medeaanvrager met een bèta-achtergrond en tenminste een hoofd- of medeaanvrager met een alfa- of gamma-achtergrond;

  • –

    het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 6 jaar.

In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

In behandeling nemen en administratieve correcties

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling.

Informeren eigen onderzoeksorganisatie/

NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen.

De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1.

    Probleemstelling en -analyse (25%)

  • 2.

    Verwachte impact en route naar impact (25%)

  • 3.

    Kwaliteit van het consortium (30%)

  • 4.

    Kwaliteit van het onderzoek (20%)

Binnen de vier beoordelingscriteria voor aanvragen worden de volgende aspecten onderscheiden:

Probleemstelling en -analyse
  • –

    Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennishiaten, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de Call for proposals.

  • –

    Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.

  • –

    Het interdisciplinaire karakter van de gedefinieerde probleemstelling en de kennishiaten is helder geformuleerd; of, indien interdisciplinariteit niet nodig zou zijn bij het geadresseerde probleem, dan is dit overtuigend geformuleerd.

Verwachte impact en route naar impact
  • –

    De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.

  • –

    De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, inclusief economische, impact, inclusief de rol van de betrokken partijen. Indien interdisciplinariteit niet nodig zou zijn om de beoogde impact te kunnen realiseren, dan is dit overtuigend geformuleerd.

  • –

    Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling, en inzet en gebruik van Human Capital.

  • –

    Voldoende aandacht voor de belangrijkste risico's op ongewenste maatschappelijke impact en de voorgenomen maatregelen om dit te voorkomen of mitigeren en de kans op gewenste impact te vergroten.

  • –

    De beoogde innovatie biedt een vernieuwende of radicaal verbeterde aanpak voor de vroegdiagnostiek van MDL-ziekten en heeft potentieel aantoonbare impact.

Kwaliteit van het consortium
  • –

    Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project: passende wetenschappelijke disciplines, betrokkenheid van alle relevante partijen.

  • –

    Kwaliteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de begeleiding en uitvoering van het project.

  • –

    Actieve betrokkenheid van de partijen in het consortium bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennishiaten, en bij de uitvoering (co-creatie).

  • –

    Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij regie over en uitvoering van het onderzoek en de governance.

Kwaliteit van het onderzoek
  • –

    De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.

  • –

    De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden.

  • –

    Het geïntegreerde karakter van het onderzoek: een effectieve strategie om de kennis en expertise van de onderzoekers en consortiumpartijen te integreren in het onderzoek.

  • –

    Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risicoanalyse en zo nodig een back-up plan.

De criteria krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria en worden op basis van deze score in prioritering gezet. In rondes met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):

  • –

    indienen intentieverklaring;

  • –

    matchmaking en informatiesessie;

  • –

    indienen aanvraag

  • –

    preadvisering beoordelingscommissie;

  • –

    interviewselectie;

  • –

    interview;

  • –

    vergadering van de beoordelingscommissie;

  • –

    besluitvorming.

Voor deze ronde wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld door de raad van bestuur van NWO. De leden hiervan zijn afkomstig uit de wetenschap en samenleving met kennis van het onderwerp. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Vanwege het bijzondere karakter van de Call for proposals en de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verhelderd, toegelicht of verdiept dienen te worden. De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

In principe worden alle consortia die een aanvraag hebben ingediend uitgenodigd voor een interview met de beoordelingscommissie. Indien het aantal aanvragen driemaal het verwachte aantal toe te kennen aanvragen overschrijdt, dan kan NWO op basis van advies van de beoordelingscommissie besluiten om alleen een selectie van de consortia op interview uit te nodigen.

Om tot deze selectie te komen worden de aanvragen aan de beoordelingscommissie voorgelegd. De beoordelingscommissie maakt op basis hiervan een eigen afweging die resulteert in een ranglijst.

Vervolgens ontvangen de hoogst geprioriteerde aanvragen een uitnodiging voor het interview. Dit zal maximaal tweemaal het verwachte aantal toe te wijzen aanvragen betreffen. Als na de interviewselectie blijkt dat twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.3.7).

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Het consortium kan tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie reageren. Op deze wijze wordt aanvullend hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. De beoordelingscommissie geeft alle aanvragen een eindscore, afgerond op twee decimalen.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste een score van 4,0 (of beter) krijgen.

Scorebereik

Kwalificatie

1.0 – 1.4

Excellent

1.5 – 3.4

Zeer goed

3.5 – 5.4

Goed

5.5 – 9.0

Ontoereikend

Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Voor de besluitvorming toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt de beoordelingscommissie en referenten bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

Tegemoetkomingsregeling bij overmacht

Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan worden de scores voor criterium 1 en 2 (zie paragraaf 4.1) bij elkaar opgeteld. De aanvraag met de laagste som van de scores voor criterium 1 en 2 wordt als hoogste geprioriteerd. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de raad van bestuur van NWO.

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.

De projectleider van het project ontvangt namens de raad van bestuur van NWO een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. Het startformulier, het datamanagementplan en de consortiumovereenkomst dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.

Om de start van het project aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van het startformulier. Het startformulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.

Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Voorafgaand aan de start van het project werkt de projectleider de datamanagementparagraaf uit tot een datamanagementplan. Als er door referenten en de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De projectleider beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.

Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Het datamanagementplan moet voor de startdatum van het project via ISAAC bij NWO worden ingediend. NWO beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. De NWO consortiumovereenkomst is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels. De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle projectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties en dient via ISAAC te worden ingediend voordat het project mag starten. De verantwoordelijkheid voor het regelen van de consortiumovereenkomst ligt bij de aanvrager.

Partijen hebben de mogelijkheid om te kiezen voor de standaardtekst van NWO in de modelovereenkomst, maar zij hebben ook de mogelijkheid om op de onderdelen IE en publicatieprocedure eigen afspraken te maken of reeds bestaande afspraken toe te passen. De model consortiumovereenkomst voorziet hierin.

NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door NWO gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (één van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.

De aanvragers van toegekende projectvoorstellen wordt gevraagd of hun aanvraag gedeeld mag worden met MDL Fonds. De hoofdaanvrager van iedere aanvraag wordt gevraagd hiervoor schriftelijk toestemming te geven namens het consortium.

Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.

NWO vraagt periodiek de voortgang van een project op. De projectleider ontvangt tijdig per e-mail een verzoek voor het opstellen en indienen van een voortgangsverslag, inclusief de deadline voor indiening. Een voortgangsverslagsjabloon is online beschikbaar. Indien er een afwijkend voortgangsverslagsjabloon voor het project geldt, krijgt de projectleider daar informatie over. Omdat voor deze ronde een Impact Plan benadering van toepassing is, wordt de projectleider gevraagd om langs de lijnen van deze benadering over maatschappelijke impact te rapporteren.

Na toewijzing van het project zal een gebruikerscommissie conform artikel 3.3.2 van de NWO Subsidieregeling 2024 worden ingesteld. Deze gebruikerscommissie volgt het project en adviseert over de voortgang en de richting van het project met als doel de kans op impact/toepassing van de resultaten van het onderzoek te maximaliseren. De gebruikerscommissie is samengesteld uit in ieder geval de medeaanvragers, (een vertegenwoordiging van) cofinanciers en samenwerkingspartners en (een vertegenwoordiging van) MDL Fonds. De gebruikerscommissie vergadert minimaal één keer per jaar. Een NWO medewerker sluit aan bij de vergaderingen van de gebruikerscommissie.

Tijdens de looptijd van dit programma organiseert NWO mogelijk programmabijeenkomsten. Alle projecten binnen dit call-thema zullen worden uitgenodigd om actief bij te dragen aan de inhoud van deze bijeenkomsten.

NWO wil op de hoogte blijven van alle output die het onderzoek oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.

Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NWO via een wijzigingsformulier. Zie ook artikel 3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.

Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.

Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.

NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).

Het beleid van NWO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.

Projectleiders moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.

Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een basis eindverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden op: Het afsluiten van een project | NWO. Indien er een afwijkend eindverslagsjabloon voor het project geldt, ontvangt de projectleider daar te zijner tijd informatie over.

Om zekerheid te verkrijgen over of de subsidie op de juiste wijze is besteedt, vraagt NWO bij een vaststellingsverzoek om een controleverklaring / auditrapport uitgevoerd door een externe accountant wanneer:

  • –

    het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ niet van toepassing is op de begunstigde van een subsidie voor een project en de verleende subsidie boven de € 125.000 ligt;

  • –

    bij de financiering van een project door NWO een andere publieke financier dan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is betrokkenen en deze een controleverklaring vereist. In die gevallen maakt het niet uit of het Onderwijsaccountantsprotocol van toepassing is.

Het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ is van toepassing op door het Ministerie van OCW bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO).

De penvoerder is verantwoordelijk voor het tijdig regelen van de controleverklaring. Deze verantwoordelijkheid blijft onverminderd van toepassing als de penvoerder een deel van de subsidie heeft besteed aan een andere partij. Stem dit op tijd af met de externe accountant.

Neem voor vragen over dit onderwerp tijdig, bij voorkeur bij de start van het project, contact op met NWO, zie hoofdstuk 6.

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.

Leidt onderzoek van dit KIC Partnerschap NWO – MDL Fonds tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput, dan dient de penvoerder bij de acknowledgements NWO en MDL Fonds te noemen als financier.

NWO kan aanvragers/projectleiders mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Vragen over de financiering van aanvragen?

Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Vragen over de inhoud van deze ronde?

Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:

Cheryl Roumen

Senior programme officer

kic-mdlfpartnership@NWO.NL

Marjolein van Dalen

Programme officer

kic-mdlfpartnership@NWO.NL

Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor onderstaande personeelsposities.

Promovendus

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Engineering Doctorate

Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende onderzoeksorganisatie en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld voor een specifieke periode en fte.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Arts-onderzoeker

Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts-onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts-onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van UMCNL. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Niet-wetenschappelijk personeel

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Vervanging van de aanvrager

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvragers. Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (UMCNL).

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, en overige (onderzoeks)organisaties. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module. Onder Citizen Science valt ook onkostenvergoeding voor mensen die op persoonlijke titel of als vertegenwoordiger van een stichting of vereniging en in een onbezoldigde rol deelnemen aan de gebruikerscommissievergadering als ervaringsdeskundige, waarbij een maximaal uurtarief gehanteerd wordt (Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 1 onder 2.1 ‘gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 10).

Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumanalyses, dataverzameling enz.).

In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • –

    organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • –

    het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • –

    reguliere onderwijsactiviteiten;

  • –

    leden van de gebruikerscommissie, met uitzondering van mensen die op persoonlijke titel of als vertegenwoordiger van een stichting of vereniging en in een onbezoldigde rol lid zijn van de gebruikerscommissie als ervaringsdeskundige, die vallen onder kosten in het kader van citizen science.

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.

Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5%, en maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten.

In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:

  • –

    specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten;

  • –

    belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.;

  • –

    communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen;

  • –

    ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten;

  • –

    monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.