Officiële Bekendmakingen (KOOP)
Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie
Open oproep voor het ontwikkelen en uitvoeren van cultuureducatieve projecten waarin digitale technologie als creatief instrument in het onderwijs wordt ingezet, in Amsterdam, Caribisch Nederland, Friesland en Noord-Brabant. Doelgroep: Culturele instellingen en professionals in Amsterdam, Caribisch Nederland, Friesland of Noord-Brabant, niet zijnde penvoerder voor Cultuureducatie met Kwaliteit, die samenwerken met een school of meerdere scholen en de betreffende penvoerder.. Subsidieplafond: Subsidieplafond: € 500.
besluit:
In deze open oproep worden onderstaande begrippen gebruikt:
a.Adviescommissie:Een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van het Fonds 2019.
b.Caribisch deel van het Koninkrijk:De landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
c.Caribisch Nederland:De drie openbare lichamen van Nederland: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
d.Culturele instelling:Een rechtspersoon die zich inzet binnen de cultuursector en ook zo staat ingeschreven bij de desbetreffende Kamer van Koophandel.
e.Cultuur:Het dynamische geheel van onder andere normen, waarden, tradities, regels, kunst, erfgoed en identiteiten van een volk, gemeenschap of groep. Cultuur ontstaat door sociale en artistieke processen.
f.Cultuureducatie:Het doelbewust leren over en door middel van cultuur binnen schooltijd.
g.Programma Cultuureducatie met Kwaliteit:Het programma dat de landelijke kwaliteit van cultuureducatie in het onderwijs waarborgt.
h.Culturele codes:Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code en Governance Code Cultuur.
i.(Cultureel) erfgoed:Dat wat onze (voor)ouders overgedragen hebben, waarmee wij nu leven en wat we (willen) doorgeven voor toekomstige generaties. Dit kunnen bijvoorbeeld plekken, objecten of tradities zijn. Cultureel erfgoed is meestal onderverdeeld in de vijf domeinen: monumenten, collecties, cultuurlandschap, archeologie en immaterieel erfgoed.
j.Digitale technologie:het geheel van elektronische systemen, apparaten en toepassingen die informatie verwerken, opslaan en uitwisselen met behulp van digitale (binaire) gegevens. In de context van cultuureducatie is het een creatief en maakbaar middel waarmee leerlingen door experiment en ontwerp de wereld onderzoeken, beïnvloeden en kritisch leren begrijpen.
k.Digitale geletterdheid:kennis hebben van digitale technologie en digitale media en beschikken over vaardigheden om deze te gebruiken.
l.Europees deel van Nederland:Nederland, zonder het Caribisch deel van het Koninkrijk.
m.Fonds:Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
n.Koninkrijk der Nederlanden:Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
o.Materiaalkosten:Kosten voor de aanschaf van materialen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project.
p.Materiële investeringen:Kosten voor de aanschaf van materialen voor een project die de aanvrager na dat project nog langere tijd kan gebruiken.
q.Onderwijs:Het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs, gespecialiseerd onderwijs en wetenschappelijk onderwijs.
r.Open oproep:Een subsidie-instrument met een beperkte looptijd, specifiek doel, thema of een specifieke doelgroep.
s.Penvoerder:Een culturele instelling die voor zichzelf, en in samenwerking met andere (culturele) partners, een subsidieaanvraag indient. Als penvoerder is deze culturele instelling de projectleider en intermediair van het project Cultuureducatie met Kwaliteit.
t.Professional:Een natuurlijk persoon die (1) ten minste een parttime aanstelling bij een organisatie heeft, (2) vakbekwaam is door afgestudeerd te zijn aan een erkende opleiding, (3) als zelfstandige minimaal drie jaar als ondernemer wordt beschouwd door de Belastingdienst en inschreven staat bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare organisatie en/of (4) financiering ontvangt van op professionals gerichte instanties zoals rijkscultuurfondsen.
u.Website van het Fonds:www.cultuurparticipatie.nl
Met deze open oproep stimuleert het Fonds de ontwikkeling van cultuureducatie waarin digitale technologie wordt ingezet als creatief instrument in het onderwijs (PO, VO, GO). De open oproep richt zich op het versterken van de lokale of regionale Cultuureducatie met Kwaliteit (hierna: CmK) infrastructuur door scholen, culturele instellingen en makers te ondersteunen in het gezamenlijk ontwikkelen van cultuureducatie met en over digitale technologie. De projecten vinden plaats in Amsterdam, Caribisch Nederland, Friesland en Noord-Brabant.
1.
Het subsidieplafond voor deze open oproep is € 500.000,–.
2.
Door middel van een besluit kan het Fonds het subsidieplafond wijzigen.
3.
Door middel van een besluit kan het Fonds het tijdvak voor het indienen van aanvragen en de subsidiehoogte wijzigen.
4.
Een besluit over lid 2 of 3 van dit artikel wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van het Fonds.
5.
Aanvragen kunnen worden gedaan vanaf maandag 19 oktober 2026, 15.00 uur tot woensdag 16 december 2026, 15.00 uur. De tijdsaanduiding betreft de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.
6.
Het Fonds kan de in artikel 1.3 vijfde lid genoemde indieningstermijn voortijdig sluiten als het totaalbedrag van de ingediende aanvragen het subsidieplafond ruimschoots overschrijdt.
1.
Op grond van deze regeling wordt alleen subsidie verstrekt als aan de volgende drempelcriteria is voldaan:
De aanvrager is gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden en beschikt over een bankrekening in een van de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden of de Europese Unie.
De aanvrager verklaart kennis te hebben genomen van de culturele codes en deze te onderschrijven.
Het project of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd:
wordt op het moment van de aanvraag niet al uitgevoerd;
start tussen 10 maart 2027 en 10 mei 2027;
heeft een looptijd van maximaal een jaar.
De aanvraag is voorzien van een getekende intentieverklaring tussen de aanvrager, de penvoerder van de betreffende regio en de samenwerkende school of scholen is ingediend door aanvragers uit Amsterdam, Friesland en Noord-Brabant;
De aanvraag is voorzien van een getekende intentieverklaring tussen de aanvrager en de samenwerkende school of scholen is ingediend door aanvragers uit Caribisch Nederland.
2.
Het Fonds weigert subsidie als:
voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend:
door het Fonds;
door een van de andere Rijkscultuurfondsen;
op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
op grond van de Erfgoedwet.
de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie;
de aanvraag wordt ingediend namens een overheidslichaam of semi-overheidslichaam;
de aanvrager al een project heeft gefinancierd door middel van de open oproep.
3.
Het Fonds weigert subsidie aan derden als die werken in opdracht van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in aanmerking komen voor subsidie.
4.
Het Fonds kan subsidie weigeren als de aanvraag niet aansluit bij het doel van de regeling of de doelstellingen van het Fonds.
1.
Alleen kosten die direct verband houden met de activiteiten of het project komen in aanmerking voor subsidiëring.
2.
Naast de in lid 1 genoemde kosten kan op grond van deze regeling ook subsidie worden verleend aan of voor:
materiële investeringskosten met een maximale hoogte van 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag voor aanvragers in het Europees deel van Nederland en 20% voor aanvragers in het Caribisch deel van het Koninkrijk van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
kosten voor het omwisselen van valuta die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project door aanvragers die gevestigd zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk;
kosten voor fondsenwerving met een maximale hoogte van 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
vertaalkosten die de subsidieaanvrager heeft gemaakt voor het opstellen van de aanvraag tot maximaal 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag;
vacatiegelden voor de leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders; en
kosten voor deelname aan het kennisdelingstraject zoals bedoeld in artikel 1.8.
3.
Op grond van deze regeling kan geen subsidie worden verleend aan of voor:
een onvoorziene kostenpost op de begroting;
kosten voor leden van de raad van toezicht of de toezichthoudende bestuurders die uitvoerend betrokken zijn bij de activiteit of het project.
4.
Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning van het Fonds nodig is voor een sluitende begroting;
aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
1.
Aanvragen worden ingediend via een digitaal aanvraagformulier in de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, op de website van het Fonds.
2.
Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier is ontvangen. Onderdelen van het aanvraagformulier zijn:
informatie over het project;
een planning;
een sluitende begroting. De begroting mag geen tekort of overschot bevatten; en
een intentieverklaring volgens het format zoals aangeboden door het Fonds.
3.
Het Fonds neemt onvolledige aanvragen niet in behandeling totdat de aanvraag volledig is aangevuld. Als het Fonds aanvragers volgens artikel 4:5 Awb in de gelegenheid stelt om onvolledige aanvragen aan te vullen, geldt de datum en het tijdstip waarop de aanvraag compleet is als het moment van ontvangst.
4.
Als aanvragers ervoor kiezen om uit eigen beweging de aanvraag aan te vullen of te wijzigen, geldt de datum en het tijdstip waarop de aanvraag is aangevuld of gewijzigd als het moment van ontvangst.
1.
Het Fonds:
neemt aanvragen die na de indieningstermijn zijn ingediend niet in behandeling;
beoordeelt de aanvragen op volgorde van ontvangst, met dien verstande dat eerst per aangewezen gebied drie aanvragen worden gehonoreerd. Nadat per gebied drie aanvragen zijn gehonoreerd, worden de overige aanvragen zonder onderscheid naar gebied behandeld op volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Het moment van ontvangst is de datum en het tijdstip waarop de aanvraag voor het laatst is bewerkt; en
beoordeelt de aanvragen overeenkomstig deze regeling. De beoordelingscriteria zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 van deze regeling. De aanvraag moet op alle beoordelingscriteria voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen.
2.
Aanvragen voor een subsidie tot en met € 25.000 die voldoen aan de drempelcriteria en niet onder de weigeringsgronden vallen, worden door een interne adviescommissie beoordeeld.
3.
Beslist uiterlijk 13 weken na het sluiten van de indieningstermijn op de aanvraag.
Het Fonds verplicht aanvragers deel te nemen aan evaluaties, bijeenkomsten of begeleidingstrajecten die samenhangen met de doelstellingen van de regeling. Door deel te nemen aan deze regeling is de aanvrager zich ervan bewust dat het Fonds gegevens uit de aanvraag en de (eventuele) verantwoording kan gebruiken voor de volgende doeleinden: (i) de beoordeling en uitvoering van de subsidieregeling, (ii) de verantwoording van publieke middelen en (iii) beleidsontwikkeling, kennisdeling en onderzoek naar de werking van de regeling.
1.
De verantwoording en vaststelling van de subsidie vinden plaats volgens de eisen van de artikelen 25, 26 en 27 van het Algemeen Subsidiereglement.
2.
Bij een subsidie tot en met € 25.000 kan het Fonds subsidieontvangers steekproefsgewijs verzoeken om aan te tonen dat aan de activiteiten en verplichtingen van de subsidie is voldaan.
3.
Subsidie wordt direct vastgesteld.
Subsidie op grond van deze open oproep kan alleen worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde culturele instelling of professional, niet zijnde een penvoerder voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. De aanvrager werkt altijd samen met een school of meerdere scholen en de betreffende penvoerder. De aanvrager is gevestigd in Amsterdam, Caribisch Nederland, Friesland of Noord-Brabant.
Subsidie kan worden aangevraagd voor het ontwikkelen en uitvoeren van cultuureducatieve projecten gericht op creatieve en digitale maakprocessen die elkaar wederzijds versterken. Met deze projecten ontwikkelen kinderen en jongeren zich digitaal kritisch en kundig, en artistiek onderzoekend en verbeeldend. De projecten vinden plaats binnen het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs.
De projecten zijn gekoppeld aan de definitieve conceptkerndoelen kunst & cultuur en digitale geletterdheid. Eventuele benodigde deskundigheidsbevordering van leerkrachten of culturele partners kan ook onderdeel zijn van de aanvraag.
Voor een project in deze open oproep:
kan minimaal € 10.000,– en maximaal € 25.000,– worden aangevraagd; en
bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.
1.
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
inhoudelijke kwaliteit: Het Fonds toetst de inhoudelijke kwaliteit op hoe de inhoud van het plan zich richt op het doel van deze open oproep. Daarnaast beoordeelt het Fonds in hoeverre de activiteiten bijdragen aan zowel ethische, inclusieve, veilige als duurzame vormen van cultuureducatie en digitale technologie. Onder deze vier aspecten wordt verstaan dat in het project sprake is van:
een bewuste en verantwoorde omgang met digitale technologie en de effecten daarvan (ethisch);
toegankelijkheid voor alle doelgroepen en herkenbare vertegenwoordiging van diverse perspectieven (inclusief);
een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal (veilig); en
een gerichtheid op langdurig effect en een verantwoord gebruik van middelen (duurzaam).
organisatorische kwaliteit: Bij de beoordeling van de organisatorische kwaliteit beoordeelt het Fonds
of de aanvraag een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd.
of de samenwerkingspartners een samenwerkingsverband hebben gevormd met voldoende slagkracht om het project uit te voeren.
hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd.
of de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
2.
De aanvraag moet op beide beoordelingscriteria voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen.
1.
In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het bestuur van het Fonds.
2.
Het Fonds kan de bepalingen van deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met die bepalingen te dienen doelen. Afwijking kan alleen in het voordeel van de aanvrager en is slechts mogelijk in bijzondere gevallen waarmee bij het opstellen van deze regeling geen rekening is gehouden.
1.
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd.
2.
Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2028. Deze regeling blijft van toepassing op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond.
Deze regeling wordt aangehaald als: regeling Open oproep Cultuureducatie en digitale technologie
directeur-bestuurder
Met deze open oproep geeft het Fonds verdere uitvoering aan het programma Cultuureducatie uit het beleidsplan Cultuur doet. De open oproep is een van de subsidie-instrumenten waarmee het Fonds werkt aan de inhoudelijke doelstellingen van zijn programma’s. Andere instrumenten zijn vouchers, projectregelingen en meerjarenregelingen.
Deze open oproep kent twee doelen. Enerzijds stimuleren we projecten gericht op cultuureducatie en digitale technologie, anderzijds is de open oproep voor het Fonds een onderzoek naar hoe we de volgende beleidsperiode dit onderwerp structureel kunnen stimuleren.
De projecten leveren kennis op over de vorm en inhoud van digitale cultuureducatie. Het Fonds gebruikt die kennis om digitale technologie als onderdeel van creatieve maakprocessen steviger te kunnen opnemen in subsidieregelingen op het gebied van cultuureducatie in de volgende beleidsperiode.
Ook draagt de open oproep bij aan de verdere ontwikkeling van het instrumentarium van het Fonds. Het gaat daarbij om het vergroten van deskundigheid binnen de CmK infrastructuur, het stimuleren van toegankelijke hybride maakpraktijken, zoals makerspaces of mobiele labs, en het bevorderen van digitale inclusie en kansengelijkheid voor kinderen en jongeren in verschillende regio’s. Daarnaast draagt de open oproep bij aan bewustwording over de klimaatbelasting door de inzet van AI.
De projecten worden gevolgd via monitoring en kennisdeling door DEN en LKCA. Daardoor kunnen de opbrengsten breder worden gedeeld. Zo kan de landelijke infrastructuur worden versterkt en kan cultuureducatie beter aansluiten op de definitieve conceptkerndoelen kunst & cultuur en digitale geletterdheid.
Het Fonds gebruikt de uitkomsten van deze open oproep als input voor de nieuwe beleidsperiode en voor eventuele subsidieregelingen en flankerende activiteiten.
Met deze open oproep stimuleert het Fonds in vier regio’s de ontwikkeling van cultuureducatie waarin digitale technologie wordt ingezet als creatief middel in het onderwijs. Het gaat om projecten binnen het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs.
De open oproep richt zich op het versterken van de lokale of regionale CmK infrastructuur. Scholen, culturele instellingen en makers worden ondersteund om samen vormen van digitale cultuureducatie te ontwikkelen. Daarbij staat cultuureducatie centraal die ethisch, inclusief, veilig en duurzaam is.
Deze open oproep heeft een onderzoekend karakter. Het Fonds wil hiermee ervaring opdoen met cultuureducatie en digitale technologie voor de periode na 2028. Daarom werkt het Fonds binnen deze open oproep met enkele regio’s.
De aangewezen regio’s zijn Noord-Brabant, Amsterdam, Friesland en Caribisch Nederland.
Deze open oproep sluit aan bij de penvoerdersstructuur van CmK. Daarom kunnen alleen aanvragers uit het bedieningsgebied van deze penvoerders subsidie aanvragen.
De vier regio’s zijn geselecteerd op basis van de volgende criteria:
er is sprake van spreiding tussen grootstedelijk, landelijk en regionaal gebied, waaronder in ieder geval het Caribisch gebied;
er is een mix van regio’s waar al veel gebeurt op het gebied van digitale technologie en cultuureducatie, en regio’s waar dat nog nauwelijks het geval is;
de penvoerders van de regio’s zijn bereid om zelf ook te investeren en hebben een belangrijke rol bij het opzetten van samenwerkingen en het delen van kennis met LKCA en DEN; en
bij voorkeur gaat het om regio’s die niet eerder betrokken waren bij pilots van het Fonds, zoals binnen het programma Fonds in de Regio. Zo wordt de spreiding en diversiteit van ervaring vergroot.
Voor deze subsidieregeling is beperkt subsidie beschikbaar. Het Fonds publiceert het subsidieplafond in de Staatscourant en op de website van het Fonds. Ook wijzigingen van het subsidieplafond worden daar gepubliceerd.
Als het subsidieplafond volledig is bereikt, mag het Fonds geen subsidie meer toekennen.
Een aanvraag kan alleen worden ingediend binnen de indieningstermijn. Het Fonds publiceert deze termijn in de Staatscourant en op de website van het Fonds. Ook wijzigingen van de indieningstermijn worden daar gepubliceerd.
Een aanvraag moet voldoen aan de drempelcriteria uit het eerste lid. Ook mag er geen sprake zijn van een situatie als bedoeld in het tweede of derde lid. Is dat wel het geval, dan wijst het Fonds de aanvraag af. Het gaat dan om verplichte weigeringsgronden. Als een van deze gronden van toepassing is, moet het Fonds de aanvraag afwijzen. Het Fonds kan dan geen andere belangen meewegen.
Daarnaast kan het Fonds een aanvraag afwijzen als die duidelijk niet past binnen het doel van deze subsidieregeling. In dat geval maakt het Fonds altijd een belangenafweging. In het afwijzingsbesluit licht het Fonds toe waarom de aanvraag niet past bij het doel van de subsidieregeling.
In lid 6 staat dat het Fonds een indieningstermijn voortijdig kan sluiten. Dat kan als het totaalbedrag van de ingediende aanvragen het beschikbare bedrag (subsidieplafond) ruimschoots overschrijdt. De achtergrond van deze bepaling is gelegen in het belang van een doelmatige en zorgvuldige uitvoering van de subsidieregeling. Als al vroeg duidelijk is dat het beschikbare bedrag binnen een subsidiedeelplafond ruimschoots wordt overschreden, heeft het geen redelijk doel om de indieningstermijn voor dat subsidiedeelplafond open te houden. Aanvragen die na dat moment worden ingediend, zouden op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht verplicht moeten worden afgewezen, omdat subsidieverlening zou leiden tot overschrijding van het subsidiedeelplafond. Door de indieningstermijn voortijdig te sluiten, voorkomt het Fonds dat aanvragers onnodige moeite stoppen in en kosten maken voor het indienen van aanvragen waarvan bij voorbaat vaststaat dat deze niet voor subsidieverlening in aanmerking komen.
Alleen kosten die direct bij het project horen, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Het moet gaan om kosten die noodzakelijk zijn om de activiteiten uit te voeren. De activiteiten moeten ook bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling. Als kosten of activiteiten niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen zij niet worden gesubsidieerd. In dit artikel staat welke kosten in elk geval wel en niet voor subsidie in aanmerking komen.
Een begroting mag worden opgesteld in Amerikaanse dollars, Caribische guldens of Arubaanse florin. De aanvrager rekent deze bedragen om naar euro’s en gebruikt daarvoor de dagkoers op het moment van indiening. Het omgerekende bedrag wordt opgenomen in het aanvraagformulier.
Aanvragers uit het Caribisch deel van het Koninkrijk mogen kosten voor valutawissel opnemen in de begroting.
Er kan ook subsidie worden verleend voor de kosten voor fondsenwerving, tot een maximum van 5% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag. Daarbij geldt nadrukkelijk dat deze kosten uitsluitend voor subsidie in aanmerking komen als en voor zover de subsidieaanvraag voor het project of de activiteit wordt gehonoreerd. Kosten voor fondsenwerving die worden gemaakt voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag, worden dan ook gemaakt op eigen risico van de aanvrager.
Deelname aan het kennisdelingstraject en het onderzoek kosten circa 15 uur per project, de kosten kunnen worden opgenomen op de begroting. Zie voor meer informatie over het kennisdelingstraject in de toelichting op artikel 1.8.
Uit de begroting moet blijken dat subsidie van het Fonds nodig is om tot een sluitende begroting te komen. Ook moet blijken dat de aanvrager, samen met eigen financiële middelen en andere beschikbare middelen, voldoende budget heeft om de activiteit of het project uit te voeren.
Aanvragen worden ingediend via Mijn Fonds op de website van het Fonds.
Voor Mijn Fonds is een account nodig. De aanvrager vraagt dit account aan via de website van het Fonds. De verwerkingstijd voor een accountaanvraag is vijf werkdagen. Het Fonds adviseert daarom om het account op tijd aan te vragen.
Het aanvraagformulier en het format voor de begroting worden vóór de opening van de regeling op de website van het Fonds gepubliceerd. Het projectplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Ook beschrijft de aanvrager hoe deze activiteiten worden uitgevoerd.
De begroting geeft een overzicht van de geraamde baten en lasten en bevat een toelichting per begrotingspost. De begroting mag geen tekort of overschot bevatten. Dat betekent dat het saldo van de begroting, inclusief de aangevraagde subsidie, € 0 is.
Bij het opstellen van de begroting houdt de aanvrager rekening met eventuele btw-afdracht. Of btw moet worden afgedragen, hangt af van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Als de aanvrager btw-plichtig is, kan de btw over uitgaven worden teruggevorderd bij de Belastingdienst. De begroting wordt dan exclusief btw opgesteld. Als de btw niet kan worden teruggevorderd, maakt de btw-onderdeel uit van de projectkosten. De begroting wordt dan inclusief btw opgesteld.
Bij twijfel adviseert het Fonds om contact op te nemen met een financieel adviseur of belastinginspecteur.
Voor het onderzoek is het belangrijk dat in alle regio’s projecten worden gehonoreerd. Daarom geldt voor deze open oproep een manier van beoordelen waarbij eerst minimaal drie aanvragen per regio worden gehonoreerd, waarmee het Fonds in ieder geval projecten uit verschillende regio’s kunnen honoreren.
Voor de termijn waarover het Fonds beschikt, is gekozen in verband met de verdeelwijze zoals opgenomen in artikel 1.7, onder d. De volgorde van beoordeling is pas definitief nadat de indieningstermijn is gesloten.
Het Fonds kan verplichtingen verbinden aan de subsidie. De aanvrager moet zich aan die verplichtingen houden bij de uitvoering van het subsidiabele project of de subsidiabele activiteit.
Aanvragers die binnen deze open oproep gehonoreerd worden zijn verplicht deel te nemen aan het kennisdelingstraject dat LKCA en DEN verzorgen op het onderwerp cultuureducatie en digitale technologie. Ook werken de gehonoreerde aanvragers mee aan het onderzoek dat het Fonds samen met LKCA en DEN uitvoeren onder de projecten.
Het Fonds kan gegevens uit de aanvraag en de eventuele verantwoording gebruiken voor de doelen van deze subsidieregeling. Als daarbij persoonsgegevens worden verwerkt, gebeurt dat alleen als dit noodzakelijk is en in overeenstemming met de AVG.
Voor onderzoek en evaluatie kan het nodig zijn om gegevens te delen met samenwerkingspartners, zoals kennis- en onderzoeksinstellingen. Een voorbeeld daarvan is het LKCA. Het Fonds neemt daarbij passende waarborgen in acht. Meer informatie over de verwerking van persoonsgegevens staat in de privacyverklaring van het Fonds.
De projecten vinden binnen de context van een CmK regio of gemeente en worden gemonitord door het Kennisinstituut cultuur & digitale transformatie (DEN) en het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA).
Als de subsidieontvanger achteraf verantwoording moet afleggen over de verleende subsidie, moeten de verantwoording en vaststelling voldoen aan het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds.
De culturele instelling of professional is de aanvrager en verantwoordelijk voor de subsidierelatie met het Fonds. Daarmee is de aanvrager als enige verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten en voor het voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden. De aanvrager doet de aanvraag namens de samenwerkende partijen: de culturele instelling of professional samen met de school of scholen en de CmK penvoerder van de betreffende regio. De samenwerking tussen deze verschillende partijen dient in een intentieverklaring vastgelegd te zijn.
De penvoerders van de verschillende regio’s zijn:
Amsterdam: MOCCA
Caribisch Nederland:
Bonaire: Art Culture Education Foundation
Saba: Sea & Learn foundation
Sint Eustatius: Gateway to Succes foundation
Friesland: Keunstwurk
Noord-Brabant: Kunstloc
Aanvragers kunnen slechts uit de vier aangewezen regio’s komen. Omdat deze regeling de structuur van CmK penvoerders volgt kunnen ook alleen aanvragers uit het bedieningsgebied van deze penvoerders een aanvraag doen.
Subsidie kan worden aangevraagd voor het ontwikkelen, doorontwikkelen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van een cultuureducatief project. Ook kosten voor scholing of professionele ontwikkeling kunnen worden opgenomen, als deze ondersteunend of noodzakelijk zijn voor het project.
De leefwereld en input van leerlingen vormen een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerpen en uitvoeren van het project. Het Fonds moedigt de samenwerkingspartners aan om leerlingen een actieve rol te geven en ruimte te bieden voor eigen inbreng tijdens het ontwikkelen van het project.
Het gaat om projecten die duurzaam kunnen worden ingezet. Het Fonds zoekt nadrukkelijk geen projecten waarin nieuwe apps of tools worden ontwikkeld. Het gaat om technologie als onderdeel van het creatieve proces en niet om digitalisering als doel op zich.
Bij het criterium inhoudelijke kwaliteit toetst het Fonds of uit het projectplan blijkt dat er aandacht is voor de ethische, inclusieve, veilige en duurzame kanten van digitale technologie in relatie tot cultuureducatie. De aanvrager legt in de aanvraag uit hoe deze aspecten al zijn verwerkt of hoe de aanvrager van plan is deze te verwerken. Alle vier deze aspecten zijn even relevant.
Digitale cultuureducatie is ethisch wanneer bewust en verantwoord wordt omgegaan met technologie en de uitwerking ervan. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
Er is aandacht voor de gevolgen van digitale middelen, zoals de invloed van AI en de belasting op het klimaat
Leerlingen leren kritisch en bewust omgaan met digitale technologie.
Inclusieve digitale cultuureducatie betekent dat iedereen mee kan doen en zich vertegenwoordigd voelt. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
Er wordt gewerkt aan digitale inclusie en het vergroten van de kansengelijkheid voor kinderen en jongeren in de digitale technologie.
De projecten zijn toegankelijk voor diverse doelgroepen en houden rekening met verschillen in achtergrond, mogelijkheden en context.
Leerlingen krijgen een actieve rol en hun eigen leefwereld en input zijn uitgangspunt.
Veiligheid gaat over een vertrouwde en verantwoorde leeromgeving, zowel sociaal als digitaal. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
Projecten worden zo ingericht dat leerlingen veilig kunnen experimenteren met digitale en creatieve processen.
Er is aandacht voor zorgvuldig gebruik van technologie en omgang met anderen (bijvoorbeeld respectvolle samenwerking tussen leerlingen en/of gebruikers).
De samenwerking tussen scholen, makers en instellingen draagt bij aan een stabiele en betrouwbare leeromgeving.
Duurzame digitale cultuureducatie is gericht op langdurig effect en verantwoord gebruik van middelen. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
Ontwikkelde middelen zijn blijvend inzetbaar zijn en niet alleen eenmalig werken.
Ze dragen bij aan het structureel inbedden van digitale technologie in cultuureducatie.
Er wordt gewerkt aan kennisdeling en versterking van de infrastructuur, zodat resultaten breder gebruikt kunnen worden.
We zijn nadrukkelijk niet op zoek naar nieuwe apps of digitale platformen.
Bij de beoordeling van de organisatorische kwaliteit beoordeelt het Fonds of het plan realistisch is om de projectdoelstellingen te bereiken. De aanvrager legt in de aanvraag uit hoe de volgende aspecten al zijn verwerkt of hoe de aanvrager van plan is deze te verwerken.
Een plan van aanpak bevat waaruit blijkt hoe de projectdoelstelling(en) worden gerealiseerd. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
een duidelijke beschrijving van de samenhang tussen de activiteiten;
een plan met een gefaseerde aanpak.
De samenwerkingspartners hebben een samenwerkingsverband dat voldoende slagkracht heeft om het project uit te voeren. Dit aspect uit zich door:
een heldere rol- en taakverdeling;
inzicht in elkaars expertise en een toelichting op hoe iedere partij bijdraagt aan de realisatie van het project.
Hoe de uitvoering van het project wordt gemonitord en geëvalueerd. Dit aspect uit zich bijvoorbeeld als:
concrete activiteiten op het gebied van monitoring en evaluatie, opgenomen in het plan van aanpak;
de begroting inzichtelijk, redelijk en realistisch is, en of deze goed aansluit bij de geplande activiteiten.
De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.