Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

SPRONG Transparantie in de voedselketen

OpenGeldig tot 26 januari 2027

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Het SPRONG-programma ondersteunt het uitbouwen en versterken van samenwerkende onderzoeksgroepen van hogescholen. Met SPRONG Transparantie in de voedselketen willen Regieorgaan SIA en het Ministerie van LVVN praktijkgericht onderzoek op het gebied van transparantie in de voedselketen samenbrengen en versterken in een multidisciplinaire SPRONG-groep. Doelgroep: Door de overheid bekostigde hogescholen. Subsidieplafond: € 1.000.000.

Volledige officiële tekst

1

Overzicht en inleiding

1.1

Kort overzicht

1.2

Inleiding

1.3

Achtergrond

2

Doel

2.1

Doelstelling van het programma

2.2

Doelstelling van de regeling

2.3

Maatschappelijke impact van onderzoek

3

Opstellen en indienen

3.1

Tijdpad

3.2

Wie kan aanvragen

3.3

Wat kan worden aangevraagd

3.4

Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

3.5

Voorwaarden voor in behandeling nemen

4

Beoordeling

4.1

Criteria

4.2

Beoordelingsprocedure

4.3

Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

5

Na de toewijzing

5.1

Start van het traject

5.2

Monitoring en projectbeheer

5.3

Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het traject

5.4

Onderzoeksresultaten – Open Science

5.5

Afronding

5.6

Aanvullende voorwaarden

5.7

Evaluatie

6

Contact

6.1

Vragen over de financiering van aanvragen?

6.2

Vragen over de inhoud van deze ronde?

6.3

Technische vragen over ISAAC?

7

Voorwaarden en tarieven in budgetmodules

7.1

Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.1)

7.2

Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.2)

7.3

Investeringen (behorend bij paragraaf 3.3.3)

7.4

Indexering

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van deze subsidieronde (hierna ronde), een inleiding bij deze Call for proposals en de achtergrond van deze ronde.

Doel: Het SPRONG-programma ondersteunt het uitbouwen en versterken van samenwerkende onderzoeksgroepen van hogescholen. Deze onderzoeksgroepen hebben de potentie om uit te groeien tot duurzame, krachtige SPRONG-groepen. Met SPRONG Transparantie in de voedselketen willen Regieorgaan SIA en het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur praktijkgericht onderzoek, opgedane kennis en ervaringen op het gebied van transparantie in de voedselketen samenbrengen en versterken in een multidisciplinaire SPRONG-groep.

Budget: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 1.000.000. Binnen deze ronde wordt maximaal 1 aanvraag toegewezen.

Consortium en cofinanciering: Het consortium bestaat uit minimaal 2 hogescholen en minimaal 1 praktijkpartner. Het consortium moet het subsidiebedrag matchen met eigen bijdragen en cofinanciering.

Indieningsdeadline: De deadline voor het indienen van aanvragen is dinsdag 26 januari 2027 vóór 14:00:00 uur CET.

Procedure: Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie voor een voorlopige beoordeling. Vervolgens wordt het consortium uitgenodigd voor een interview. De vragen van de commissie worden vooraf aan het interview gedeeld met de aanvrager. Na het interview stelt de beoordelingscommissie het advies voor besluitvorming vast. Op basis van het advies neemt het bestuur van Regieorgaan SIA een besluit over financiering.

Lees voor de volledige voorwaarden het gehele document.

Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA) en wordt uitgevoerd in een samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde SPRONG Transparantie in de voedselketen is ingericht en bestaat uit 7 hoofdstukken.

Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling van toepassing.

Regieorgaan SIA verwerkt ontvangen persoonsgegevens conform de privacyverklaring van NWO. De persoonsgegevens die NWO verstrekt aan het Ministerie van LVVN, worden vermeld in paragraaf 5.6.3.

Praktijkgericht onderzoek van hogescholen draagt in toenemende mate bij aan duurzame oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Door de positie van hogescholen in het oplossen van maatschappelijke uitdagingen verder uit te bouwen en te professionaliseren kan de impact van de hogescholen op deze uitdagingen verder vergroot worden. Met SPRONG Transparantie in de voedselketen zet Regieorgaan SIA in op de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen.

Deze regeling is onderdeel van het SPRONG-programma dat Regieorgaan SIA uitvoert sinds 2020 om de positie van hogescholen te versterken. Dit programma is gericht op de randvoorwaarden voor goed praktijkgericht onderzoek. Daarnaast is de regeling onderdeel van het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen dat Regieorgaan SIA uitvoert sinds 2019 om onder andere de kennisinfrastructuur in het groene domein verder te ontwikkelen. Met SPRONG Transparantie in de voedselketen werkt Regieorgaan SIA aan verschillende ambities zoals vastgelegd in haar strategie ‘Investeren in impact 2023-2026’. De nadruk ligt in de 1e plaats op het bestendigen van de onderzoeksinfrastructuur van hogescholen. Door in te zetten op goede randvoorwaarden voor praktijkgerichte onderzoekers draagt Regieorgaan SIA via het SPRONG-programma tevens bij aan stelselontwikkeling en professionalisering.

In paragraaf 2.1 wordt het reguliere SPRONG-programma van Regieorgaan SIA beschreven en het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen. Daarin leest u meer over de algemene doelstelling van deze programma’s. In paragraaf 2.2 leest u meer over de opzet van de regeling en in paragraaf 2.3 over de maatschappelijke impact van SPRONG-groepen.

Maatschappelijke vraagstukken hebben krachtige onderzoeksgroepen nodig, die hoogwaardig onderzoek doen en in staat zijn langjarige, strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan met relevante partners in het regionale, nationale (en internationale) kennisecosysteem. Het SPRONG-programma stelt hogescholen in staat om met hun praktijkgerichte onderzoek een significante bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken.

SPRONG staat voor Stimuleren van PRaktijkgerichte ONderzoeksGroepen. Het programma SPRONG ondersteunt hogescholen bij het verder uitbouwen en versterken van bestaande onderzoeksgroepen die de potentie hebben om binnen 8 jaar uit te groeien tot krachtige en duurzame onderzoeksgroepen. Regieorgaan SIA stuurt hierbij op kwaliteit van de onderzoeksgroepen en tegelijkertijd op landelijke samenwerking en afstemming tussen de hogescholen in Nederland.

De samenwerkende onderzoeksgroepen van minimaal 2 verschillende hogescholen noemen we de SPRONG-groep. De SPRONG-groep is de groep die in het SPRONG-programma wordt beoordeeld op de haalbaarheid van doorgroeien naar een krachtige onderzoeksgroep.

Een SPRONG-consortium bestaat uit een samenwerking tussen de SPRONG-groep, praktijkpartners en andere kennis- of onderwijsinstellingen. Onder praktijkpartners verstaan we onder andere bedrijven uit de beroepspraktijk (bijvoorbeeld mkb), publieke instellingen en overheden

Binnen het programma is ruimte voor verschillende beginposities. Niet iedere onderzoeksgroep hoeft op hetzelfde punt te starten, maar het moet wel haalbaar zijn om met behulp van de samenwerking binnen 8 jaar uit te groeien naar een krachtige SPRONG-groep.

Voor het programma SPRONG is een programmakader ontwikkeld dat is vastgesteld door het bestuur van Regieorgaan SIA. In dit programmakader is gedefinieerd wat een krachtige SPRONG-groep is en wat de groei daarnaartoe behelst. Ook zijn in het programmakader de rol en de taken van de programmacommissie in het SPRONG-programma omschreven. Zie paragraaf 5.2 voor meer informatie over de programmacommissie van SPRONG Transparantie in de voedselketen.

Bekijk het programmakader op de website van Regieorgaan SIA.

SPRONG Transparantie in de voedselketen is onderdeel van het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen. Dit onderzoeksprogramma richt zich op het vinden van oplossingen voor maatschappelijk relevante vraagstukken in het groene domein en op het verder ontwikkelen van de kennisinfrastructuur in het groene domein. Het onderzoeksprogramma wordt door het Ministerie van LVVN en Regieorgaan SIA gezamenlijk gefinancierd. Naast de SPRONG Transparantie in de voedselketen-subsidie die zich richt op de randvoorwaarden voor goed praktijkgericht onderzoek, zijn er binnen het programma ook subsidieregelingen voor het onderzoek zelf, zoals de regeling Thematische vraagstukken.

Met SPRONG Transparantie in de voedselketen willen Regieorgaan SIA en het Ministerie van LVVN praktijkgericht onderzoek, opgedane kennis en ervaringen op het gebied van transparantie in de voedselketen samenbrengen en versterken in een multidisciplinaire SPRONG-groep. Door gericht focus en massa op te bouwen en deze te ontwikkelen tot een krachtige, hogeschool-overstijgende onderzoeksgroep, ontstaat een stevige basis waarin expertise en inzichten samenkomen. Het thema is sector- en domeinoverstijgend; de samenwerking tussen diverse expertises biedt daarbij belangrijke kansen en meerwaarde.

De subsidie is bestemd voor het versterken van de onderzoeksfunctie van de hogescholen via de SPRONG-groep waarbij de samenwerking een aantoonbare meerwaarde oplevert voor de SPRONG-groep ten opzichte van op ad-hoc basis projectmatig samenwerken.

Door deze samenwerking kunnen de onderzoeksgroepen binnen de SPRONG-groep zich samen ontwikkelen tot een krachtige SPRONG-groep die een waardevolle bijdrage levert aan transparantie in de voedselketen.

SPRONG Transparantie in de voedselketen bestaat uit 2 fasen. Fase 1 omvat de eerste 4 jaar van het voorgestelde traject (verder ‘traject’) en fase 2 omvat de tweede 4 jaar. Voor de tweede fase van een toegekend SPRONG-traject geldt een nieuwe subsidieronde (SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2).

Transparantie in voedselketens is een belangrijk middel en randvoorwaarde voor een toekomstbestendig voedselsysteem. Het Ministerie van LVVN spreekt van ketentransparantie als informatie op gestructureerde wijze tussen primaire producenten en ketenschakels gedeeld kan worden, zodanig dat die informatie de beoogde inzichten kan leveren aan stakeholders en dat hiernaar ook gehandeld kan worden, en deze informatie vergelijkbaar en toegankelijk is.

LVVN heeft zich tot doel gesteld dat in 2030 het merendeel van de ketenpartijen in Nederland een uniforme systematiek gebruikt voor het vaststellen, meten en presenteren van de totale milieu-impact van voedselproducten. Dit omvat het voedsel dat in Nederland verkocht, geproduceerd, geïmporteerd en geëxporteerd wordt.

Kijkend naar de huidige werking van ketenschakels in het landbouw- en voedselsysteem zijn 3 hoofdactoren in productie en consumptie te onderscheiden.

  • 1.

    Primaire productie van landbouwgoederen door agrarisch ondernemers (inclusief toeleveranciers van inputs zoals kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen).

  • 2.

    Afnemers van landbouwproducten; onder andere voedselverwerkende industrie, retail en out-of-home services

  • 3.

    Consumptie door eindgebruikers van voedselproducten (onder andere consumenten en via (semi)publieke instanties)

Verduurzaming van productie en consumptie is essentieel in een toekomstbestendig voedselsysteem. Op allerlei vlakken zijn zowel publieke als private initiatieven actief op het thema ketentransparantie. True Value Language, het Dashboard Supermarkten: Duurzaamheid en Gezondheid en de BioMarktMeter zijn enkele voorbeelden.

De basis voor ketentransparantie ligt in het verkrijgen en doorontwikkelen van een gemeenschappelijke taal. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan over een uniforme set aan kritische prestatie-indicatoren (KPI) voor agrarische ondernemers, een geharmoniseerde methode voor het meten van effecten van productie door bedrijven en een eenduidige wijze van communicatie over impact van voedselproducten op onder meer klimaat en milieu. De gemeenschappelijke taal zal de basis worden voor keurmerken, vergoedingen, bovenwettelijke eisen, rapportageverplichtingen, ketensturing, monitors en benchmarking. Deze keuzes kunnen op termijn geborgd worden in wet- en regelgeving.

Met de LVVN-strategie wordt gebouwd aan een stevig fundament voor transparantie in de voedselketen. Deze strategie is gebouwd op 3 pijlers:

  • 1.

    Ondersteunen bij de ontwikkeling van een data-transparantieplatform: gezamenlijk wordt toegewerkt naar het mogelijk maken om informatie te kunnen delen in een data-transparantieplatform. Dit platform is de zogenaamde “hardware” van transparantie. Door het ondersteunen bij de ontwikkeling van een dergelijk platform wordt het mogelijk gemaakt om primaire data van de gehele keten transparant en inzichtelijk te maken.

  • 2.

    Bouwen aan vertrouwen en faciliteren van interactie: publiek-private samenwerking is alleen mogelijk als een goede vertrouwensbasis aanwezig is. Het delen van informatie is per definitie gelegen in een ecosysteem bestaande uit interactie met en tussen diverse actoren. Het bouwen aan vertrouwen en samenwerking tussen ketenschakels en overheden is een noodzakelijke randvoorwaarde. Oftewel de “software” van transparantie.

  • 3.

    Sturing geven op uniformiteit en gelijkgerichtheid (gemeenschappelijke taal): De basis voor uniformiteit en standaardisatie ligt in de toepassing van een algemeen geaccepteerde (meet)methodiek en vertaling van de meetresultaten. LVVN hanteert daarbij het principe dat een EU-gedragen methodiek op basis van de methode Product Environmental Foodprint (PEF) en de Kritische Prestatie Indicatoren (KPI)-kernset de basis voor de gemeenschappelijke taal moet zijn.

Hoewel primaire producenten, markt- en ketenpartijen goede en betekenisvolle stappen zetten in het leveren van hun bijdragen aan maatschappelijke opgaven, liggen er uitdagingen op het gebied van samenhang, consistentie, sturing en regie op verduurzaming van het landbouw- en voedselsysteem. Vanuit de beleids- en stelselverantwoordelijkheid van het Ministerie van LVVN liggen er kansen voor het versterken van transparantie in de keten. Er is behoefte aan samenwerking tussen hogescholen onderling en met het bedrijfsleven en de overheid om gezamenlijk richting te geven aan transparantie over de milieu-impact van productie en consumptie van voedsel.

De SPRONG-groep draagt bij aan missie 4A deelprogramma 2 “Transparante en duurzame voedselketens” van de Kennis- en Innovatieagenda Landbouw, Water en Voedsel 2024–2027 van het Missiegedreven Innovatiebeleid waarvan het doel is dat ketens de mogelijkheden hebben en gestimuleerd worden om duurzamer en transparanter te werken.

Met SPRONG stelt Regieorgaan SIA hogescholen in staat om zich te versterken op gebied van een kennis- en onderzoeksinfrastructuur om uiteindelijk met hun praktijkgerichte onderzoek een significante bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken binnen het Missiegedreven Innovatiebeleid. Krachtige SPRONG-groepen vergroten de kwaliteit en impact van praktijkgericht onderzoek van de betrokken hogescholen. De door de SPRONG-groepen opgedane kennis stroomt door naar het onderwijs van de betrokken hogescholen en naar de beroepspraktijk. De regeling SPRONG Transparantie in de voedselketen is onderdeel van deze inzet.

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.

Hieronder staan de indieningsdeadline en het tijdpad van de beoordelingsprocedure van deze ronde. Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.

Regieorgaan SIA toetst de aanvragen op de formele voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5). Als de aanvraag daaraan voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen die na de indieningsdeadline worden ingediend, neemt Regieorgaan SIA niet in behandeling.

Aanvragen en tijdpad behandeling aanvragen

  • •

    September/oktober 2026 (naar verwachting dinsdag 29 september): Collaboratieve workshop

  • •

    Dinsdag 26 januari 2027 vóór 14:00:00 uur CET: Indieningsdeadline

  • •

    Januari en februari 2027: Toets op voorwaarden voor indiening

  • •

    Februari en maart 2027: Voorlopige beoordeling door beoordelingscommissie

  • •

    April 2027: Interview en vergadering van de beoordelingscommissie

  • •

    Mei 2027: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA

  • •

    Mei 2027: Bekendmaking besluit

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

Naast de hoofdaanvrager is er minimaal 1 medeaanvrager. De medeaanvrager is een door de overheid bekostigde hogeschool, zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De medeaanvrager van de subsidie moet worden aangegeven op het aanvraagformulier.

De mede aanvragende hogeschool ontvangt de voor de hogeschool bestemde financiering niet direct van Regieorgaan SIA, maar via de hoofdaanvrager. Het subsidiebesluit wordt ook aan de betrokken medeaanvrager(s) bekendgemaakt.

Het onderzoek van de SPRONG-groep moet goed ingebed zijn in de (externe) omgeving en richt zich daarmee op het opbouwen van een duurzame infrastructuur. Daarmee zijn ook de samenwerkingspartners zoals bedrijven uit de beroepspraktijk, publieke instellingen, overheden en andere onderzoeks- of onderwijsorganisaties van belang.

Bij elke aanvraag zijn ten minste 2 hogescholen (hoofdaanvrager en medeaanvrager) betrokken. Hogescholen die geen medeaanvrager zijn en hogeschool zijn zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), kunnen deelnemen in het consortium. Daarnaast bestaat het consortium uit minimaal 1 praktijkpartner.

Binnen het SPRONG-programma worden alle partners die bijdragen aan het traject (zowel in cash als in kind) gezien als consortiumpartners. De samenwerkende hogescholen die de SPRONG-groep vormen, maken ook onderdeel uit van het consortium. De betrokkenheid van de consortiumpartners blijkt tevens uit de substantiële cofinanciering. De consortiumpartners bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. De consortiumpartners worden opgenomen in de begroting.

Partijen die niet op de begroting staan, maar wel bijdragen aan het traject kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.

Het subsidieplafond voor deze ronde bedraagt in totaal € 1.000.000. De aan te vragen subsidie per traject bedraagt maximaal € 1.000.000. Binnen deze ronde wordt naar verwachting maximaal 1 aanvraag toegewezen.

De subsidie is bestemd voor de beoogde SPRONG-groep (hoofd- en medeaanvragers) en alleen te besteden aan kosten van de hogescholen. De kosten van de praktijkpartners of andere hogescholen als consortiumpartners buiten de SPRONG-groep worden beschouwd als cofinanciering. De hoofdaanvrager, medeaanvrager(s) en andere consortiumpartner(s) kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel en investeringen. Kosten van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies van Regieorgaan SIA of NWO, kunnen niet worden opgevoerd.

De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Voer alleen de kosten op die essentieel zijn om het traject uit te voeren. De volledige voorwaarden en tarieven op deze budgetmodules staan in Hoofdstuk 7. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het traject, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.

Voor projectmanagement mag maximaal 10% van de totale trajectkosten worden opgevoerd.

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten, overige organisaties. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.1.

Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het traject als ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.2. De kosten hiervan kunt u binnen het traject opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het traject. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.2.

Subsidie kan worden aangevraagd voor alle traject-specifieke materiële kosten. Zie voor meer informatie paragraaf 7.2.

Het is mogelijk om kosten op te voeren voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, worden niet beschouwd als onderdeel van de investering.

Alleen de afschrijvingskosten van investeringen zijn subsidiabel. Afschrijvingskosten gemoeid met gedane investeringen in het buitenland kunnen niet worden opgevoerd. Zie voor meer informatie paragraaf 7.3.

De kosten van de andere consortiumpartners komen niet in aanmerking voor subsidie. Ook is het niet mogelijk om kosten van consortiumpartners op te voeren als inhuur van derden door de penvoerder. Deze kosten worden beschouwd als cofinanciering.

De hoofd- en/of medeaanvrager(s) van het betreffende traject lever(t)/(en) een eigen bijdrage. De overige consortiumpartners leveren cofinanciering. Deze consortiumpartners bevestigen hun cofinanciering door middel van ondertekening van de verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Hiervoor geldt de Regeling Cofinanciering.

Eigen bijdragen, cash en in kind cofinanciering kunnen worden ingebracht voor dekking van de kosten van de betrokken organisaties. Aangegeven moet worden welke kosten van de trajectactiviteiten hiermee worden gefinancierd.

Meer informatie over cofinanciering binnen het SPRONG-programma is te vinden op de website.

De vereiste eigen bijdragen en cofinanciering van het consortium bedragen bij elkaar ten minste 50% van de totale trajectkosten.

Rekenvoorbeeld: Bij een gevraagde subsidie van € 1.000.000 bedragen de totale trajectkosten minimaal € 2.000.000. De minimale eigen bijdragen en cofinanciering hierbij is € 1.000.000.

Gezien de lange doorlooptijd van het traject (4 jaar) wordt de begroting en de financiële verantwoording van het consortium onderverdeeld over 2 tijdvakken van ieder 2 jaar.

Hiermee wordt de begroting van na 2 jaar voorzien van een update voor de laatste 2 jaar van het traject.

De omvang van de eigen bijdrage(n) en cofinanciering geeft u aan in de begroting. Niet toelaatbaar als cofinanciering is door NWO verstrekte subsidie. Niet toelaatbare cofinanciering in kind is verder beschreven in de Regeling Cofinanciering.

Na afronding van het traject stelt Regieorgaan SIA de subsidie vast aan de hand van de eindrapportage. Voor deze subsidievaststelling gelden dezelfde voorwaarden als voor de aanvraag, ook wat betreft cofinanciering en eigen bijdragen.

Het percentage van de minimale vereiste eigen bijdrage en cofinanciering gebruikt Regieorgaan SIA dus ook voor de subsidievaststelling. Een lagere eigen bijdrage of cofinanciering kan leiden tot een lagere subsidievaststelling.

In sommige gevallen (zie paragraaf 7.4) wijst Regieorgaan SIA meer subsidie voor loonkosten toe dan aangevraagd, als gevolg van ambtshalve indexering. Tegenover dit extra bedrag hoeft geen aanvullende eigen bijdrage of cofinanciering te staan.

De subsidie van Regieorgaan SIA is nooit meer dan de toegewezen subsidie uit het subsidiebesluit.

Te allen tijde dient Regieorgaan SIA op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering en eigen bijdragen. Naast financiële gevolgen voor een traject, kan Regieorgaan SIA ook adequate wijzigingen in een traject verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het project/traject naar beste vermogen vervolgd kan worden.

Regieorgaan SIA werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

  • •

    Maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft.

  • •

    Download het aanvraagformulier en de 3 formats voor bijlagen in ISAAC.

  • •

    Vul het aanvraagformulier in.

  • •

    Als er meer dan 1 medeaanvrager is, vul dan een extra medeaanvragersformulier in.

  • •

    Vul de consortiumpartnertabel inclusief verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier in. Als er meer dan 1 consortiumpartner is, vul dan zo vaak als nodig het losse consortiumpartnerformulier in.

  • •

    Sla het aanvraagformulier en extra medeaanvragersformulier(en) en/of extra consortiumpartnerformulier(en) op als 1 pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlagen in.

  • •

    In ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de publiekssamenvatting. De publiekssamenvatting bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een brede doelgroep. Regieorgaan SIA kan deze samenvatting bij een nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie publiceren.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • •

    trajectvoorstel (pdf)

  • •

    begroting (Excel-bestand)

  • •

    formulier traject betrokkenen (Excel-bestand)

Gebruik voor de bijlagen alleen de door Regieorgaan SIA aangeboden formats. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Taal van de aanvraag is Nederlands of Engels. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen 2 werkdagen.

Bekijk de ronde en alle documenten in ISAAC.

Bedenk tijdig of de aanvraag inhoudelijk aansluit bij het doel van het programma en/of de regeling, aangezien voor deze ronde geldt dat de aanvraag moet passen binnen de thematische beschrijving van de regeling zoals beschreven in hoofdstuk 2. Neem bij twijfel contact op (ruim voor de indieningsdeadline) met de contactpersoon van het programma en/of regeling. Deze persoon kan adviseren over de inhoudelijke aansluiting van de aanvraag bij deze ronde. Aanvragers maken zelf de definitieve keuze. Voor contactgegevens zie Hoofdstuk 6.

Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring. De door u verstrekte informatie wordt niet meegenomen in het beoordelingsproces.

De Vereniging Hogescholen (VH) maakt onderscheid tussen 7 hbo-sectoren, ook wel “onderwijssectoren” genoemd. Regieorgaan SIA wenst geïnformeerd te worden over de aansluiting van het traject bij deze onderwijssectoren.

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de NationaleWetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het traject aansluit.

Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid.

Als hoofdaanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welke van de 8 Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) het traject aansluit. U onderbouwt in het trajectvoorstel hoe het traject aansluit bij 1 of meerdere KIA’s.

  • 1.

    Klimaat en Energie

  • 2.

    Circulaire Economie

  • 3.

    Landbouw, Water, Voedsel

  • 4.

    Gezondheid en Zorg

  • 5.

    Veiligheid

  • 6.

    Sleuteltechnologieën

  • 7.

    Digitalisering

  • 8.

    Maatschappelijk Verdienvermogen

Informatie over de KIA’s vindt u op de website (Kennis en Innovatieagenda’s | NWO).

Regieorgaan SIA toetst een aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

Voorwaarden:

  • •

    De aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline.

  • •

    De aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager.

  • •

    De aanvraag is opgesteld met de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC.

  • •

    Het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld en bijgevoegd.

  • •

    De hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden.

  • •

    Het consortium voldoet aan de consortiumeisen zoals beschreven in paragraaf 3.2.3.

  • •

    De begroting in de aanvraag is opgesteld volgens de voorwaarden van paragraaf en hoofdstuk 7.

  • •

    De aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4.

  • •

    De aanvraag is opgesteld in het Nederlands of Engels.

  • •

    Het voorgestelde traject heeft een looptijd van 48 maanden, met een uiterste startdatum 6 maanden na de besluitdatum.

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de hoofdaanvrager bericht of Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat Regieorgaan SIA de hoofdaanvrager binnen 2 weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De hoofdaanvrager krijgt 1 keer de gelegenheid om binnen maximaal 5 werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag niet in behandeling.

Over de aanvraag communiceert Regieorgaan SIA van indiening tot en met besluit met de volgende personen:

  • •

    Met de hoofdaanvrager (indiener in ISAAC) communiceert Regieorgaan SIA over: Toets op indieningsvoorwaarden en subsidiebesluit.

  • •

    Met de contactpersoon opgegeven in het aanvraagformulier communiceert Regieorgaan SIA over: Interview, kennisgevingsbericht, subsidiebesluit.

  • •

    Met het College van Bestuur van de hoofd- en medeaanvragers communiceert Regieorgaan SIA over: Subsidiebesluit.

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en nadat de aanvraag is toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Criterium 1: kwaliteit consortium (40%)

In welke mate draagt het consortium bij aan de inhoudelijke kaders van de LVVN strategie voor transparantie in de voedselketen en missie 4A deelprogramma 2 van de KIA Landbouw, Water en Voedsel?

  • •

    Het consortium heeft aantoonbare expertise om een relevante bijdrage te kunnen leveren aan de strategie van het Ministerie van LVVN voor transparantie in de voedselketen en missie 4A deelprogramma 2 van de KIA Landbouw, Water en Voedsel.

  • •

    Het consortium laat zien hoe zij zich, bij het proces van vraagsturing gedurende de komende jaren, laat voeden door vraagstukken uit de regionale context en deze afstemt met (kennis)instellingen in de regio.

  • •

    Het consortium staat niet geïsoleerd, dit blijkt uit de relaties die er zijn met relevante initiatieven in de regio en/of elders in Nederland.

Criterium 2: kwaliteit SPRONG-groep (60%)

In welke mate is het haalbaar dat de SPRONG-groep doorgroeit naar een krachtig en duurzaam onderzoeksnetwerk binnen de SPRONG-periode?

  • •

    De SPRONG-groep heeft een herkenbaar en afgebakend onderzoeksprofiel dat aantoonbaar wordt ondersteund door het profiel en de strategie van de hogescholen.

  • •

    De SPRONG-groep is duurzaam, voldoende omvangrijk en gebouwd op basis van een volledig functiehuis, met lectoren, hbo-postdocs, promovendi, docent-onderzoekers, praktijkprofessionals en studenten waaraan op adequate wijze leiding wordt gegeven.

  • •

    De SPRONG-groep initieert nieuwe en onderhoudt duurzame (strategische) samenwerkingsverbanden met relevante praktijkpartners en het onderwijs, en is in staat om externe (project)financiering uit verschillende bronnen te realiseren.

  • •

    De SPRONG-groep heeft een kwalitatief goed onderzoeksproces, conform methodologische regels, onderzoeks- en beroepsethiek en waarden die binnen het vakgebied en onderzoeksdomein gelden. Hiertoe behoren ook een gestructureerde werkwijze voor datamanagement en een regelmatige en systematische evaluatie van de onderzoeksprocessen.

  • •

    De SPRONG-groep heeft impact op de beroepspraktijk, het onderwijs en het onderzoeksdomein en weet deze impact structureel in kaart te brengen.

De leden van de beoordelingscommissie beoordelen de criteria met een score in gehele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score vertegenwoordigt.

Criterium 1 weegt 40% mee in de beoordeling. Criterium 2 weegt 60% mee in de beoordeling. Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria 1 en 2.

Om in aanmerking te komen voor subsidie dient een aanvraag op elk van de criteria een 4,00 of hoger te scoren.

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen volgens het tijdpad zoals wordt vermeld in paragraaf 3.1:

  • •

    voorlopige beoordeling door de beoordelingscommissie

  • •

    interview

  • •

    vergadering van de beoordelingscommissie

  • •

    eventuele herstelmogelijkheid

  • •

    besluitvorming

Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt voor deze ronde een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie in. De leden hiervan zijn afkomstig van de bestaande SPRONG-programmacommissie aangevuld met leden met expertise op het gebied van de maatschappelijke uitdagingen rondom transparantie in de voedselketen. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk. De taak van de beoordelingscommissie is de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie, heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

De aanvraag wordt voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De commissie komt voor elke aanvraag tot een voorlopige beoordeling. De commissieleden geven individueel schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Tijdens de eerste vergadering formuleren de commissieleden vragen ter verheldering. De vragen van de beoordelingscommissie worden schriftelijk zonder scores gedeeld met de aanvragers in voorbereiding op het interview.

De aanvragers ontvangen een uitnodiging voor een interview. Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook aanvullende vragen zijn. Het consortium heeft de gelegenheid hier direct op te reageren. Op deze wijze wordt hoor- en wederhoor toegepast.

Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

De aanvraag, het voorlopige oordeel van de beoordelingscommissie en het interview fungeren als startpunt voor de plenaire bespreking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. De leden van de beoordelingscommissie maken op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de voorlopige beoordeling richtinggevend is voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie bekijkt of tijdens het interview een goede reactie is geformuleerd op de vragen en kritische opmerkingen van de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie geeft per criterium een score, wat leidt tot een gewogen totaalscore en een eindoordeel per aanvraag. De totaalscore van een aanvraag bepaalt de prioritering in de aanvragen.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA. Het oordeel baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste cijfer 4,00 scoren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag, plaats in de prioritering en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze ronde.

Binnen deze subsidieronde streven we naar 1 ingediende aanvraag. De hierna beschreven herstelmogelijkheid geldt alleen als er daadwerkelijk 1 aanvraag is ingediend. Als er meer aanvragen zijn ingediend, dan is er geen mogelijkheid tot herstel voor aanvragers.

De herstelmogelijkheid geldt als de ingediende aanvraag op criterium 2 (kwaliteit SPRONG-groep) een score behaalt lager dan 4,00, maar van ten minste 3,00, en op criterium 1 (kwaliteit consortium) een score heeft van minimaal 4,00.

De beoordelingscommissie geeft in dat geval schriftelijk aan welke elementen binnen criterium 2 onvoldoende zijn en zal eventueel verbeterpunten aandragen. Het consortium krijgt eenmalig de kans tot herstel door een herziene aanvraag in te dienen. De aanvrager krijgt na dagtekening van het verzoek tot herstel 6 weken de tijd om de herziene aanvraag in te dienen. Na ontvangst van de herziene aanvraag bespreekt de beoordelingscommissie het voorstel opnieuw met vertegenwoordigers van het consortium in een interview.

Vervolgens stelt de beoordelingscommissie een advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA.

Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van de subsidie. De hoofdaanvrager ontvangt daarna een brief per e-mail met daarin het besluit.

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken medewerkers van Regieorgaan SIA is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). Regieorgaan SIA biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

Regieorgaan SIA hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

Regieorgaan SIA verzoekt de beoordelingscommissieleden bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA | NWO), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten, en niet op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd.

Het kan gebeuren dat 2 of meer aanvragen bij de beoordeling (bijna) dezelfde score krijgen. Dit noemen we ex aequo. Dit kan ook voorkomen rond het subsidieplafond, oftewel de grens tussen aanvragen die wel en niet worden toegewezen. Dan moet worden bepaald welke aanvraag wel wordt toegewezen, en welke niet. Dat gebeurt aan de hand van de volgende procedure.

De aanvraag met de hoogste score op het criterium Kwaliteit SPRONG-groep krijgt de hoogste positie in de prioritering.

Als er dan nog aanvragen op dezelfde positie staan rond de grens van wel of niet toewijzen, stemmen de leden van de beoordelingscommissie om te bepalen welke aanvraag op de hoogste positie in de prioritering eindigt (conform artikel 2.2.6, lid 5 van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo doorgestuurd naar het bestuur van Regieorgaan SIA.

Om te bepalen of 2 of meer aanvragen een score hebben die niet van elkaar te onderscheiden is, wordt gekeken naar de totaalscore van de aanvraag die nog net binnen de grens van het subsidieplafond valt. Als de score van deze aanvraag 0,05 punt of minder verschilt met de scores van de aanvragen buiten de grens van het subsidieplafond, dan wordt de ex aequo op bovenstaande manier opgelost. Alle aanvragen met een score tussen +0,05 en –0,05 van de referentiescore worden meegenomen in de procedure.

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

De hoofdaanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele traject en treedt op als penvoerder. Regieorgaan SIA communiceert met de hoofdaanvrager (indiener in ISAAC) over het traject. Deze persoon is tijdens het traject het formeel aanspreekpunt tenzij de aanvrager via ISAAC een wijziging doorgeeft.

De hoofdaanvrager van het traject ontvangt namens het bestuur van Regieorgaan SIA een toewijzingsbrief. De medeaanvrager(s) ontvang(t)(en) een afschrift van de toewijzingsbrief. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen.

De aanvrager (indiener in ISAAC) kan anderen machtigen om administratieve acties voor het traject uit te voeren in het ISAAC-systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling is te vinden in de ISAAC-handleiding.

In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindrapportages. De model consortiumovereenkomst is na toewijzing beschikbaar in ISAAC. De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle trajectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties. De verantwoordelijkheid voor het regelen van de consortiumovereenkomst ligt bij de penvoerder.

Regieorgaan SIA beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door Regieorgaan SIA gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (een van) de bij het traject betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.

Tijdens de loop van het traject houdt de penvoerder Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang. Na afloop van het traject deelt de penvoerder de resultaten. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.

Regieorgaan SIA zet in op effectieve informatievoorziening en communicatie naar de hogescholen gedurende de looptijd van SPRONG. De communicatie is gericht op kennisuitwisseling met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende (thematische) SPRONG-trajecten. Denk hierbij aan werksessies over monitoring en kennisdeling over het in kaart brengen van impact.

Het programma SPRONG wordt begeleid door een onafhankelijke SPRONG-programmacommissie. De commissie bestaat uit experts uit de onderzoekswereld en uit de praktijk. De programmacommissie vormt het eerste aanspreekpunt voor het bestuur van Regieorgaan SIA en heeft verschillende taken binnen het SPRONG-programma (zie hiervoor het programmakader SPRONG).

In het beoordelingsproces van de thematische SPRONG-regelingen vervullen leden van de programmacommissie, aangevuld met inhoudelijk experts, de rol van beoordelingscommissie. Leden van de programmacommissie spelen tevens een rol in het monitoringsproces van SPRONG.

Voor alle hogescholen is het van belang dat de SPRONG-groepen een langetermijnperspectief hebben en kunnen voortbouwen op eerdere ervaringen om krachtiger te worden. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op hun onderscheidende karakter, methodologische professionalisering, het netwerk dat ze nodig hebben voor meer impact of een betere verbinding tussen onderwijs en onderzoek.

Regieorgaan SIA wil samen met de gehonoreerde SPRONG-groep en de programmacommissie de ontwikkeling monitoren op een wijze die past bij de betreffende groep. Doel van de monitoring is om in gesprek te kunnen gaan over de beoogde en gerealiseerde groei met als focus de ontwikkeling van de onderzoeksgroepen tot krachtige onderzoeksgroepen.

Na toekenning van de aanvraag wordt door de SPRONG-groep zelf, op basis van een nulmeting per ontwikkelaspect, een monitoringskader vastgesteld. Daarna wordt in een startgesprek op basis van dit kader alsmede de beoordeling verder bepaald hoe zij in eerste 4 jaar kunnen doorgroeien en hoe een afgevaardigde van de programmacommissie in de rol van mentor de SPRONG-groep kan adviseren.

Regieorgaan SIA vraagt de SPRONG-groep jaarlijks verslag te doen van haar voortgang op basis van dit monitoringskader. De voortgang wordt jaarlijks besproken met betrokken mentoren van de programmacommissie in de vorm van een voortgangsgesprek.

Aan de hand van het monitoringskader en zelfevaluatie vinden er jaarlijks voortgangsgesprekken plaats tussen de (afgevaardigde(n) van de) programmacommissie en de onderzoeksgroep.

Het tijdpad van de monitoring is in fase 1 als volgt:

  • •

    Begin jaar 1: Startgesprek

  • •

    Begin jaar 2: Voortgangsgesprek (aan de hand van zelfevaluatie jaar 1)

  • •

    Begin jaar 3: Voortgangsgesprek (aan de hand van zelfevaluatie jaar 2)

  • •

    Jaar 4: Eindrapportage uiterlijk 13 weken na einde traject

Als er tijdens de looptijd van het traject wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting, moet de penvoerder deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voorleggen aan Regieorgaan SIA via een wijzigingsformulier in ISAAC.

Hieronder staan de richtlijnen en kaders die van toepassing zijn op de uitvoering van het traject.

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode WetenschappelijkeIntegriteit te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de penvoerder Regieorgaan SIA hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan Regieorgaan SIA overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun instelling of bij het NWO Meldpunt wetenschappelijke integriteit.

Regieorgaan SIA hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

Uit het traject kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de 10 principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point).

Het beleid van Regieorgaan SIA met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling.

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het traject dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.

Leidt onderzoek dat door Regieorgaan SIA is gefinancierd tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder Regieorgaan SIA noemen als financier.

De onderzoeksresultaten, tot stand gekomen met een programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen-subsidie, moeten ook via Groen Kennisnet openbaar worden gemaakt. De penvoerder wordt uitgenodigd om gebruik te maken van de verschillende mogelijkheden die dit platform biedt in het publiceren van kennis. Neem hiervoor contact op met Groen Kennisnet.

Uiterlijk 13 weken na het einde van de looptijd van het traject levert de penvoerder schriftelijk een inhoudelijke en financiële eindrapportage in. Het niet of niet tijdig indienen van deze rapportages kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie.

Het subsidiebesluit voor de SPRONG-groep omvat in eerste instantie de eerste 4 jaren van het traject (fase 1). Voor de tweede fase van een toegekend SPRONG traject geldt een nieuwe subsidieronde (SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2).

Voor de tweede fase van een toegekend traject geldt een nieuwe subsidieronde (SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2). Uiterlijk in het laatste kwartaal van fase 1 (het 4de jaar) is er een formeel evaluatiemoment inclusief beoordeling. Tijdens de beoordeling wordt bepaald of de SPRONG-groep goed op weg is in de ontwikkeling richting een krachtige onderzoeksgroep. Het beoordelingskader hiervoor is gebaseerd op de beoordelingscriteria en de afspraken op maat in het vastgestelde monitoringskader tussen Regieorgaan SIA en de SPRONG-groep.

Voor fase 2 dient de toegekende SPRONG-groep een nieuwe aanvraag in binnen de ronde SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2. De SPRONG-groep beschrijft volgens een gegeven format haar plannen voor de komende 4 jaren. Ook dient de SPRONG-groep te beschrijven hoe zij zich de komende 4 jaren verder wil ontwikkelen richting een krachtige SPRONG-groep.

Het bestuur van Regieorgaan SIA neemt op basis van de beoordeling van de eerste fase, de aanvraag in de SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2 en het advies van de beoordelingscommissie een nieuw besluit over voortzetting van de financiering met een tweede termijn van 4 jaar.

Wanneer blijkt dat er na 4 jaar onvoldoende voortgang is gerealiseerd en er onvoldoende zicht is op de realisatie van plannen in de komende 4 jaren, kan Regieorgaan SIA besluiten om een aanvraag in de SPRONG Transparantie in de voedselketen, fase 2 af te wijzen.

Het Ministerie van LVVN is medefinancier van het programma Praktijkkennis voor Voedsel en Groen en houdt graag overzicht van alle onderzoeken waarbij het betrokken is.

Regieorgaan SIA deelt daarom van alle gehonoreerde subsidieaanvragen binnen deze ronde onderdelen van het trajectvoorstel, voortgangs- en eindrapportages en de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon van het traject met het Ministerie van LVVN.

Medewerkers van het Ministerie van LVVN hebben uitsluitend recht van inzage in deze documenten. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de penvoerder van het traject mogen zij geen mededelingen doen aan derden over inhoud die op basis van de publiek beschikbare samenvatting niet bekend is. De naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van de contactpersoon worden mogelijk gebruikt om contact op te nemen.

Regieorgaan SIA kan aanvragers/penvoerders benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Kijk voor meer informatie op Regieorgaan SIA | Financiering.

Op de webpagina SPRONG Transparantie in de voedselketen op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze Call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen 2 werkdagen een reactie.

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen. Loonkosten kunnen ook als cofinanciering worden opgevoerd voor personeel van TO2-instituten, overige onderwijsinstellingen en overige organisaties, waaronder publieke organisaties en mkb-ondernemingen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de meest actuele Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het traject.

Voor organisaties die niet de cao rijksoverheid of een vergelijkbare cao gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen van HOT-tabel 2 onder 2.2, kolommen productieve uren. Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.

In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de hogeschool of universiteit.

Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle kosten voor het traject en de doorwerking ervan met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het traject werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van Citizen science vallen eveneens onder deze module.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in paragraaf 4.5 Onderzoeksresultaten – Open science. Kosten voor een controleverklaring kunnen niet worden opgevoerd.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • •

    organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • •

    het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • •

    reguliere onderwijsactiviteiten.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle trajectspecifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het traject economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het traject het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.

Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde traject wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde traject, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • •

    kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • •

    kosten voor investeringen in datasets;

  • •

    loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Niet-subsidiabel zijn:

  • •

    kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden, zoals een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding;

  • •

    dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • •

    overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • •

    kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een traject (de kosten voor het gebruik van apparatuur op een traject kunnen via het materieel budget aangevraagd worden);

  • •

    kosten gemoeid met gedane investeringen in het buitenland.

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. Regieorgaan SIA past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Universitair Medische Centra Nederland (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

De ambtshalve indexering heeft geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en/of cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de eigen bijdragen en/of cofinanciering kunnen voortvloeien.

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.