Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Perspectiefronde 2026–2027

Open

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

Call voor publiek-private onderzoeksprojecten voor risicovolle vroege technologieontwikkeling (TRL1-6) die het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem versterkt. Doelgroep: Onderzoekers in vaste dienst of tenure track bij Nederlandse universiteiten, umc's, KNAW/NWO-instituten, etc., met medeaanvragers uit TO2/hogescholen en gebruikers.. Subsidieplafond: maximaal €5.000.000 per project.

Volledige officiële tekst

Nieuwe technologie voor het missiegedreven innovatiebeleid Call voor publiek-private onderzoeksprojecten

Toegepaste en Technische Wetenschappen

2026–2027

1

Overzicht en inleiding

1.1

Kort overzicht

1.2

Inleiding

2

Doelstelling en achtergrond

2.1

Doelstelling van het programma

2.2

Achtergrond

3

Opstellen en indienen

3.1

Tijdpad

3.2

Wie kan aanvragen

3.3

Wat kan worden aangevraagd

3.4

Intentieverklaring indienen via de website

3.5

Vooraanmelding opstellen en indienen in ISAAC

3.6

Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

3.7

Voorwaarden voor in behandeling nemen

4

Beoordeling

4.1

Criteria

4.2

Procedure

4.3

Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

5

Na de toewijzing

5.1

Start van het project

5.2

Monitoring en projectbeheer

5.3

Richtlijnen en kaders voor uitvoering project

5.4

Afronding

5.5

Onderzoeksresultaten – Open Science

5.6

Evaluatie

6

Contact

7

Bijlagen

7.1

Toelichting op budgetmodules

7.2

Indexering

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.

Titel: Perspectiefronde 2026–2027.

Doel: Perspectief richt zich op risicovolle, vroege technologieontwikkeling (TRL1-6) die de positionering van het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem versterkt. Op deze wijze leidt het onderzoeksprogramma tot sterke en duurzame innovatienetwerken en ecosystemen rondom verschillende sleuteltechnologieën.

Budget: De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 5.000.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 6 aanvragen toegewezen.

Cofinancieringseis: Minimaal 10% van de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van het onderzoek dient te bestaan uit cash cofinanciering van de gebruikers. Daarnaast dient minimaal 30% van de totale projectkosten (benodigde financiële middelen plus in kind bijdragen) te bestaan uit cofinanciering door gebruikers (cash en/of in kind bijdragen).

Eigen bijdrage: Eigen bijdrage is niet toegestaan.

Indieningsdeadline(s):

De deadline voor het indienen van intentieverklaringen is 6 oktober 2026, voor 14:00:00 CEST.

De deadline voor het indienen van vooraanmelding is 24 november 2026, voor 14:00:00 CET.

De deadline voor het indienen van aanvragen is 25 mei 2027, voor 14:00:00 CEST.

Procedure: De ronde begint met het indienen van een intentieverklaring via het webformulier op de financieringspagina. Vervolgens kunnen aanvragers een vooraanmelding indienen. Aanvragers die een positief besluit ontvangen op de vooraanmelding, worden uitgenodigd voor de volgende fase. In deze fase dienen zij een uitgewerkte aanvraag in en vinden er interviews plaats. De beoogde besluitdatum is 12 november 2027.

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde Perspectief 2026–2027 is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.

NWO verwerkt ontvangen persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.

In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het programma

De doelstelling van Perspectief is het (door)ontwikkelen van innovatieve sleuteltechnologieën die de (internationale) positionering van het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem versterkt. Deze technologieën dragen bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen en kunnen tegelijkertijd een bijdrage aan onze economie leveren. Het Perspectief-programma sluit aan bij de missies op het gebied van Klimaat & Energie, Circulaire Economie, Gezondheid & Zorg, Landbouw, Water en Voedsel en Veiligheid en de inzet van sleuteltechnologieën en digitalisering uit het Missiegedreven innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Perspectief richt zich op:

  • 1.

    de ontwikkeling van excellente wetenschappelijke kennis en hieruit voor het bedrijfsleven en de maatschappij strategisch relevante nieuwe technologie;

  • 2.

    het opbouwen van intensieve, duurzame en transdisciplinaire samenwerkingsrelaties binnen consortia tussen meerdere onderzoeksorganisaties, bedrijven en maatschappelijke organisaties;

  • 3.

    het creëren van aantoonbaar meer focus, massa en coherentie in het onderzoek op voor Nederland relevante maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën om de (internationale) positionering van het Nederlandse kennis- en innovatiesysteem te versterken;

  • 4.

    het hanteren van een gestructureerde, transdisciplinaire aanpak gericht op het gezamenlijk vergroten van de kans op maatschappelijke, inclusief economische, impact van het programma.

Met bovenstaande doelen draagt Perspectief in belangrijke mate bij aan de doelstellingen van NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (NWO-domein TTW: het versterken van het fundament van de technische wetenschappen, vergroten van de efficiëntie van innovatieketens en een zichtbare maatschappelijke impact.

Binnen Perspectief speelt de (door)ontwikkeling van een of meerdere sleuteltechnologieën een centrale rol. De belangrijkste elementen van een sleuteltechnologie zijn:

  • –

    Brede toepasbaarheid;

  • –

    Enabling en vernieuwend karakter;

  • –

    Essentieel voor het adresseren van grote maatschappelijke uitdagingen;

  • –

    Zicht op toepassing in de middellange termijn;

  • –

    Voldoende substantie of basis in het Nederlandse innovatiesysteem (universiteiten, kennisinstellingen, bedrijven, inclusief startups) zodat wordt bijgedragen aan lange-termijn economisch potentieel voor Nederland.

Alleen het toepassen van een sleuteltechnologie is niet voldoende binnen Perspectief, er moet sprake zijn van innovatie binnen een of meerdere technologieën. Als voorbeeld: alleen het gebruik van bestaande artificial intelligence (AI) technologie in het voorgestelde onderzoek is onvoldoende, er moet sprake zijn van het verder ontwikkelen van deze sleuteltechnologie (Innovatie in de technologie versus Innovatie met de technologie). In dit voorbeeld is dus het alleen toepassen van een Large Language Model onvoldoende.

Een Perspectief-aanvraag moet gericht zijn op het (door)ontwikkelen van nieuwe technologie, maar de activiteiten hoeven niet beperkt te zijn tot technologieontwikkeling. Samenhangende sociale, ethische en/of culturele aspecten kunnen bijvoorbeeld ook worden meegenomen in de aanvraag. Perspectief is specifiek bedoeld voor onderzoeksactiviteiten en is niet bedoeld voor aanvragen die overwegend gericht zijn op andere activiteiten, zoals investeringen, contractonderzoek of klinische trials.

Perspectief is ontworpen als instrument voor het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Jaarlijks stelt NWO-domein TTW een onderzoeksbudget beschikbaar waarmee nieuwe, uitdagende onderzoeksprojecten gericht op technologieontwikkeling kunnen worden ontwikkeld en gefinancierd.

Perspectief draagt bij aan het Nederlandse innovatiebeleid via een bijdrage aan het Missiegedreven innovatiebeleid en de Nationale Technologie Strategie (NTS). De economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen én de ambitie om een vooraanstaande rol te spelen in een aantal sleuteltechnologieën staan hierin centraal.

Vanuit het perspectief van de potentiële bijdrage van technologie aan maatschappelijke uitdagingen in Nederland heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 44 sleuteltechnologieën onderscheiden. De NTS prioriteert 10 van deze sleuteltechnologieën die i) een grote bijdrage leveren aan ons verdienvermogen, ii) cruciaal zijn voor maatschappelijke uitdagingen, iii) belangrijk zijn voor de nationale veiligheid en iv) Nederlands technologisch leiderschap mogelijk maken. Voor de volledige lijst met sleuteltechnologieën en de 10 geprioriteerde technologieën in de NTS zie de volgende website van NWO: sleuteltechnologieën | NWO.

In het Missiegedreven innovatiebeleid staan missies centraal op het gebied van Klimaat & Energie, Circulaire Economie, Gezondheid & Zorg, Landbouw, Water en Voedsel en Veiligheid.

Elke vooraanmelding en aanvraag dient gericht te zijn op de (door)ontwikkeling van één of meerdere van de 44 sleuteltechnologie(ën). TTW stelt de Perspectiefronde 2026–2027 uitsluitend open voor onderwerpen die bijdragen aan één of meerdere van de KIA’s, met uitzondering van de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen1In totaal zijn er acht KIA’s. Er kunnen echter geen onderwerpen ingediend worden die uitsluitend passen binnen de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen. De KIA Maatschappelijk Verdienvermogen richt zich specifiek op wat er nodig is om van technologische ontwikkeling te komen tot daadwerkelijke versnelling van transities via opschaling van innovatie..

Voor de KIA’s verwijzen wij naar de volgende website van NWO: Kennis- en Innovatieagenda's | NWO.

Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken door het stimuleren van productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet zij op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.

In dit programma wordt de Impact Plan benadering toegepast. Hiermee faciliteert NWO de ontwikkeling van een geïntegreerde strategie door onderzoekers en partners om doelgericht de kans op de gewenste maatschappelijk impact te vergroten.

NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact – Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag. Met ‘aanvraag’ wordt ook de intentieverklaring en vooraanmelding bedoeld indien een intentieverklaring en vooraanmelding van toepassing zijn bij deze ronde.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.

Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.

De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van (buitenlandse) organisaties (zie paragraaf 7.1.1) is 10 werkdagen voor de indieningsdeadline van de aanvraag, uiterlijk 10 mei 2027 voor 14:00:00 CEST.

Intentieverklaringen

6 oktober 2026 voor 14:00:00 CEST

Deadline intentieverklaringen

Vooraanmeldingen

24 november 2026 voor 14:00:00 CET

Deadline vooraanmeldingen

December 2026 – januari 2027

Beoordelingscommissie beoordeelt vooraanmeldingen

Half februari 2027

Besluit door het bestuur van NWO-domein TTW

Aanvragen

25 mei 2027 voor 14:00:00 CEST

Deadline aanvragen

Mei – augustus 2027

Raadplegen referenten

24 augustus – 7 september 2027

Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

Week van 4–8 oktober 2027

Interviews en vergadering beoordelingscommissie

Half november 2027

Besluit door het bestuur van NWO-domein TTW

Onderzoekers mogen een aanvraag indienen als zij in vaste dienst zijn (en dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben) of een tenure track-overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:

  • –

    universiteiten zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;

  • –

    universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • –

    KNAW- en NWO-instituten;

  • –

    het Nederlands Kanker Instituut;

  • –

    het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;

  • –

    NCB Naturalis;

  • –

    Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);

  • –

    Prinses Máxima Centrum.

In aanvulling hierop kunnen medeaanvragers in de Perspectiefronde 2026-2027 ook werkzaam zijn bij een van de volgende organisaties:

  • –

    TO2-instellingen (De leden van de TO2-federatie zijn Deltares, Marin, NLR, TNO en WUR. Zie ook to2-federatie);

  • –

    Hogescholen (zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)).

Personen met een nul uren-arbeidsovereenkomst of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track) zijn uitgesloten van indiening. Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.

Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project, of dat het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager en/of medeaanvragers eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval dient bij de aanvraag een verklaring van de werkgever te worden toegevoegd. Hierin garandeert de betreffende onderzoeksorganisatie dat het project – en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd – adequaat wordt begeleid voor de volledige duur van het project.

  • –

    Een onderzoeker mag per Perspectiefronde slechts één vooraanmelding en aanvraag indienen als hoofdaanvrager, en daarnaast bij maximaal één andere aanvraag betrokken zijn als medeaanvrager. Een onderzoeker mag per Perspectiefronde bij maximaal twee vooraanmeldingen en aanvragen betrokken zijn als medeaanvrager;

  • –

    Een aanvraag met vergelijkbare probleemstelling en/of een (geheel of gedeeltelijk overlappend) consortium kan alleen worden ingediend als deze maximaal één (1) keer eerder in de laatste fase in een Perspectiefronde in behandeling is genomen.

Bij Perspectief is naast de wetenschap de toepassing van resultaten door gebruikers van groot belang. Om ook in de aansturing van het project beide vertegenwoordigd te hebben, dient er één vertegenwoordiger namens de gebruikers te zijn die naast de hoofdaanvrager als medetrekker voor het project optreedt. Deze persoon mag niet tevens een aanstelling bij één van de betrokken onderzoeksorganisaties hebben. Deze medetrekker dient aanwezig te zijn bij het interview en nadrukkelijk betrokken te zijn bij het werkpakket (WP) ‘Projectmanagement en kennisbenutting’ om hierin de gebruikers te vertegenwoordigen.

Voor een Perspectiefproject is het vormen van een sterk consortium belangrijk. In het consortium zijn naast onderzoeksorganisaties ook vertegenwoordigers van de gehele valorisatie- en innovatieketen aanwezig, de zogenaamde gebruikers.

Het project wordt niet in hoofdzaak aan één onderzoeksorganisatie uitgevoerd. De activiteiten (en aangevraagde subsidie) binnen het project hebben een evenwichtige verdeling over de deelnemende onderzoeksorganisaties, waarbij in ieder geval niet meer dan 50% van het aantal aangevraagde posities voor één onderzoeksorganisatie wordt aangevraagd. In een consortium moeten minimaal drie Nederlandse onderzoeksorganisaties zoals vermeld onder paragraaf 3.2 zijn vertegenwoordigd als (mede)aanvrager, waarvan ten minste twee universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden.

Onderzoeksorganisaties mogen binnen deze voorwaarden niet dubbel geteld worden. Verschillende faculteiten/afdelingen van één en dezelfde organisatie worden niet beschouwd als verschillende onderzoeksorganisaties.

TO2-instellingen en hogescholen kunnen onderdeel zijn van het consortium en een belangrijke partij zijn in de innovatieketens richting toepassing. Een TO2-instelling kan binnen de Perspectiefronde per aanvraag kiezen voor een rol als medeaanvrager òf als gebruiker/cofinancier. De activiteiten die TO2-instellingen als medeaanvrager in het kader van het Perspectiefproject uitvoeren mogen alleen bestaan uit industrieel onderzoek. Ook de hogescholen hebben de mogelijkheid om medeaanvrager te zijn, maar kunnen geen cofinancier zijn. De aangevraagde subsidie voor TO2-instellingen en hogescholen die medeaanvrager zijn, bedraagt in totaal maximaal 20% van het subsidiebedrag.

Cofinanciers

Cofinanciers zijn organisaties die deelnemen aan het consortium en cash en/of in kind bijdragen aan het project. De rol die de cofinancier speelt bij de voorbereiding, uitvoering en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in het onderzoeksvoorstel beschreven te worden. Een cofinancier moet altijd een potentiële gebruiker van de kennis zijn. Onderzoeksorganisaties die conform de onder in paragraaf 3.2 gegeven beschrijving in aanvragen deel mogen nemen, mogen in de Perspectiefronde 2026–2027 niet deelnemen als cofinancier. Een uitzondering hierin wordt gemaakt voor TO2-instellingen. Zij mogen in een project wel deelnemen als cofinancier, mits zij in hetzelfde project niet ook als medeaanvrager deelnemen.

Partijen die op voorhand niet in staat zijn om hun bijdrage te kapitaliseren vallen niet onder cofinanciers van het project, maar kunnen wel gebruiker zijn.

Gebruikers

Een gebruiker is een partij die (nauw) betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Gebruikers ontvangen nooit subsidie van NWO. Een gebruiker kan cofinancier zijn, maar dit is niet noodzakelijk.

De gebruikers van onderzoek worden gedefinieerd als natuurlijke personen of rechtspersonen (nationaal of internationaal) die de resultaten van het onderzoek kunnen toepassen. Soms is er onderscheid te maken tussen directe gebruikers van de ontwikkelde kennis, meestal bedrijven, en eindgebruikers, die de producten van die bedrijven afnemen. Beide hebben hun eigen rol in de innovatieketen en moeten worden benoemd in de aanvraag.

Het is expliciet de bedoeling dat potentiële technologiegebruikers en eindgebruikers buiten de eigen kring en buiten het onderzoeksgebied van de aanvragende onderzoekers bij het project worden betrokken. De gebruikers moeten de kennis uit het onderzoek kunnen (gaan) toepassen. In de aanvraag moeten de rol en het belang van de (potentiële) gebruikers worden beschreven.

Buitenlandse gebruikers

Indien er in het buitenland sterke spelers zijn op een bepaald gebied, dan kunnen deze buitenlandse partijen bij het consortium betrokken worden. Voor buitenlandse partijen gelden dezelfde voorwaarden als voor Nederlandse, waarbij ook dient te worden gedacht aan het plaatsnemen in de gebruikerscommissie die minimaal twee keer per jaar vergadert (reis- en verblijfkosten zijn op kosten van de buitenlandse gebruiker en kunnen niet worden gedeclareerd). Buitenlandse partijen kunnen onder dezelfde voorwaarden als Nederlandse bedrijven cofinanciering leveren. Partijen uit het buitenland die vallen onder bepaalde (inter)nationale sanctiewetweging kunnen geen cofinanciering leveren. De EU Sanctions map is hiervoor richtinggevend.

Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 26.500.000. Per project is minimaal € 2.000.000 en maximaal € 5.000.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 6 jaar. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen, kennisbenutting en projectmanagement. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt. Loonkosten voor (mede)aanvragers zijn niet subsidiabel.

Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, arts-onderzoeker, niet-wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).

Er kan voor ten hoogste 5% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.

Financiering voor de functie van een Engineering Doctorate (EngD) en niet-wetenschappelijk personeel (NWP) kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.

Personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen en TO2-instituten

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen en TO2-instituten. Er kan maximaal 20% van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor dit type functies.

Studenten

De kosten voor studenten kunt u opvoeren als materiële kosten indien deze ingezet worden voor het project en ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.2 (zie paragraaf 7.1.2). Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.

Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland

Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties die medeaanvrager zijn, op te voeren voor wetenschappelijk personeel. Er kan maximaal 20% van het subsidiebedrag worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.

Let op: voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt door NWO getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet (zie paragraaf 7.1.3).

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NWO subsidiebedrag. Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden.

Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.

Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan worden opgevoerd als onderdeel van de investering. De tarieven en voorwaarden van Personeel zijn hierbij van toepassing en de kosten moeten worden opgevoerd als Investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.2.

Er kan maximaal € 1.000.000 worden aangevraagd voor investeringen. Alleen de afschrijvingskosten worden gefinancierd.

Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut2Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van "Activiteiten inzake kennisoverdracht" die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414)., om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.

Het is verplicht om een bedrag op te voeren voor kennisbenutting. Deze kosten zijn ten minste 5% en maximaal 20% van het subsidiebedrag. Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor kennisbenutting worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.

Financiering kan worden aangevraagd voor projectmanagement. Deze kosten zijn maximaal 5% van het subsidiebedrag.

Voor het indienen van een intentieverklaring wordt gebruik gemaakt van een webformulier op de NWO-website. Uw intentieverklaring bevat de volgende onderdelen:

  • –

    titel;

  • –

    korte beschrijving van het thema/onderzoek;

  • –

    beoogde hoofdaanvrager;

  • –

    de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) waarbinnen het onderzoek past;

  • –

    categorie(ën) sleuteltechnologie(ën) / NTS.

Indien het een herindiening uit de Perspectiefronde 2025–2026 betreft, dan blijft de intentieverklaring die in oktober 2025 ingediend is geldig.

NWO werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de vooraanmelding in ISAAC.

Voor het opstellen van uw vooraanmelding doorloopt u de volgende stappen:

  • –

    maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;

  • –

    download het vooraanmeldingsformulier;

  • –

    sla het ingevulde vooraanmeldingsformulier op als pdf en dien het in ISAAC in;

  • –

    in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO;

  • –

    nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot vijf werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;

  • –

    de vooraanmelding is geschreven in het Engels.

Documentatie, zoals formats voor indiening van de vooraanmelding en de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.

Een ingediende vooraanmelding dient in ISAAC omgezet worden naar een aanvraag met de knop ‘Vooraanmelding omzetten naar aanvraag’. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:

  • –

    download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;

  • –

    sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;

  • –

    in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50-100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;

  • –

    nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;

  • –

    de aanvraag is geschreven in het Engels.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • –

    begroting (Excel-bestand);

  • –

    verklaring cofinanciering (alle verklaringen als één gecombineerde pdf-bestand aanleveren);

  • –

    ‘Statement and signing by the main applicant’;

  • –

    ‘Response points of attention committee’.

Gebruik voor de bijlagen alleen de door NWO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.

Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.

Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing, met uitzondering van artikel 5.1 waarin staat dat de aanvrager verantwoordelijk is voor de inning van de cofinanciering in cash.

Aanvullende definities:

  • –

    cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;

  • –

    cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.

Cofinanciering is in deze Call for proposals verplicht. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door NWO), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en cofinanciering in kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.

Cofinancieringseis

De gestelde cofinancieringseis in deze Call for proposals is een minimale vereiste bijdrage.

Minimaal 10% van de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van het onderzoek dient te bestaan uit cash cofinanciering door de gebruikers. Daarnaast dient minimaal 30% van de totale projectkosten (benodigde financiële middelen plus in kind bijdragen) te bestaan uit cofinanciering door gebruikers (cash en/of in kind bijdragen).

Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:

  • –

    NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;

  • –

    in kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van de projectactiviteiten en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt. Bij vragen kan NWO verzoeken om nadere motivering en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing. Daarnaast mogen eventuele in kind bijdragen in de vorm van diensten en know how niet reeds bij de onderzoeksorganisatie(s) van de aanvrager(s) beschikbaar of voorhanden zijn;

  • –

    voor het kapitaliseren van de personele inbreng (mensuren) aan een project worden vaste integrale uurtarieven gebruikt. Voor de tarieven, zie de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. Hierbij dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert;

  • –

    voor verbruiksgoederen op basis van de kostprijs;

  • –

    voor investeringen (zoals apparatuur, ICT-systemen, laboratoria) op basis van:

    • a.

      een bij de cofinancier gebruikelijk tarief voor de doorberekeningen van gebruik van apparatuur en faciliteiten aan derden. Het moet in dat geval aantoonbaar zijn dat het tarief bij derden is toegepast; of

    • b.

      de afschrijvingslasten die evenredig zijn aan het overeengekomen gebruik; of

    • c.

      een machine uurtarief (afschrijvingskosten per jaar gedeeld door het aantal operationele uren per jaar) vermenigvuldigd met de verwachte gebruiksuren gedurende het project.

  • –

    cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier bijdraagt aan het project. NWO factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.

Niet toelaatbaar als cash/in kind cofinanciering zijn3Niet toelaatbare cofinanciering is beschreven in de Regeling Cofinanciering, artikel 6.:

  • –

    door NWO verstrekte subsidie;

  • –

    cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen. Dit geldt voor (buitenlandse) universiteiten, hogescholen en NWO-instituten. Uitzondering hierop zijn TO2-instellingen als ze in de aanvraag niet kiezen voor de rol van (mede)aanvrager;

  • –

    kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de gebruikerscommissie of andere projectbijeenkomsten.

Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers

In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO-website en in ISAAC.

In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s). (zie paragraaf 5.1.3).

Verantwoording cash cofinanciering en cofinanciering in kind

De verhouding tussen cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde project specifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).

Ambtshalve indexeren (zie bijlage 7.2) als gevolg van andere geldende tarieven na indiening heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO bijdrage. NWO gaat daarvoor uit van de verhouding in de door NWO geaccepteerde aanvraagbegrotingen.

Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.

In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.

Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.

Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.

NWO toetst een vooraanmelding op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de vooraanmelding aan deze voorwaarden voldoet, wordt de vooraanmelding in behandeling genomen.

Voorwaarden:

  • –

    de verplichte intentieverklaring is ingediend voor de deadline;

  • –

    de vooraanmelding is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • –

    de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 en paragraaf 7.1.1 gestelde voorwaarden;

  • –

    de vooraanmelding voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;

  • –

    de vooraanmelding is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;

  • –

    het vooraanmeldingsformulier is, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • –

    de vooraanmelding is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • –

    de vooraanmelding is in het Engels opgesteld;

  • –

    de vooraanmelding voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;

  • –

    het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 6 jaar.

  • –

    er is één vertegenwoordiger namens de gebruikers genoemd die naast de hoofdaanvrager als medetrekker voor het project optreedt;

  • –

    er zijn in het consortium minimaal drie Nederlandse onderzoeksorganisaties zoals vermeld onder paragraaf 3.1 vertegenwoordigd als (mede)aanvrager, waarvan ten minste twee universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden

In het vooraanmeldingsformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

In behandeling nemen en administratieve correcties

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de vooraanmelding in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de vooraanmelding niet in behandeling.

Informeren eigen onderzoeksorganisatie

NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de vooraanmelding en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

NWO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.

Voorwaarden:

  • –

    de verplichte intentieverklaring is ingediend voor de deadline;

  • –

    de verplichte vooraanmelding is ingediend voor de deadline;

  • –

    de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;

  • –

    de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 en paragraaf 7.1.1 gestelde voorwaarden;

  • –

    de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.6.3 gestelde voorwaarden;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;

  • –

    de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;

  • –

    de datamanagementparagraaf is ingevuld (hiermee maken aanvragers kenbaar hoe met data voortkomend uit het onderzoek wordt omgegaan);

  • –

    het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;

  • –

    de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;

  • –

    de aanvraag is in het Engels opgesteld;

  • –

    de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;

  • –

    de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);

  • –

    de vereiste cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering;

  • –

    het voorgestelde project heeft een looptijd van maximaal 6 jaar;

  • –

    er is één vertegenwoordiger namens de gebruikers genoemd die naast de hoofdaanvrager als medetrekker voor het project optreedt;

  • –

    er zijn in het consortium minimaal drie Nederlandse onderzoeksorganisaties zoals vermeld onder paragraaf 3.1 vertegenwoordigd als (mede)aanvrager, waarvan ten minste twee universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden.

In het vooraanmeldings- en aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

In behandeling nemen en administratieve correcties

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NWO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.

De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NWO de aanvraag niet in behandeling.

Informeren eigen onderzoeksorganisatie

NWO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NWO met de hoofdaanvrager.

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen. De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, die ieder evenredig meewegen in de beoordeling:

  • 1.

    Maatschappelijke en economische impact

  • 2.

    Technologieontwikkeling

  • 3.

    Wetenschappelijke kwaliteit

De drie criteria krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.

Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de drie criteria en worden op basis van deze score in prioritering gezet. In rondes met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.

Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de aanvraag als geheel de kwalificatie ‘zeer goed’ te krijgen (scorebereik 1,5–3,4). Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de score 4,0 krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

De drie criteria bestaan uit de volgende aspecten:

1. Maatschappelijke en economische impact
  • 1a.

    Route richting maatschappelijke en economische impact

    • •

      De probleemanalyse is helder en goed onderbouwd.

    • •

      De beoogde impact en de route ernaar toe is helder en concreet beschreven en passend bij het type onderzoek en de fase waarin het zich bevindt.

    • •

      Er is voldoende focus en massa om bij te dragen aan het economisch verdienvermogen van Nederland en deze bijdrage is helder en concreet beschreven.

  • 1b.

    Samenstelling en betrokkenheid van de gebruikersgroep

    • •

      De gebruikersgroep is sterk, complementair en vertegenwoordigt de volledige innovatieketen.

    • •

      De vooraanmelding/aanvraag is in co-design met gebruikers opgesteld; de rol van gebruikers tijdens de uitvoering van het project (co-creatie) is helder beschreven.

    • •

      De interesse, steun en cofinanciering (in-kind en cash) zijn overtuigend en passend bij de belangen en draagkracht van de gebruikers.

2. Technologieontwikkeling
  • 2a.

    Substantiële (door)ontwikkeling van sleuteltechnologie(ën)

    • •

      Er is duidelijk sprake van een substantiële bijdrage aan de (door)ontwikkeling van één of meerdere van de 44 sleuteltechnologieën.

    • •

      De technologische vernieuwing is duidelijk beschreven en er is onderbouwd hoe dit de huidige stand van de techniek/technologie overstijgt.

  • 2b.

    Toepassing van de (door)ontwikkelde sleuteltechnologie(ën)

    • •

      De (door)ontwikkeling draagt bij aan nieuwe toepassingsgebieden en/of verbreding van het toepassingsgebied en deze bijdrage is helder beschreven.

    • •

      De technologie heeft potentie om op te schalen of door te ontwikkelen na afloop van het project en deze route is duidelijk beschreven.

    • •

      2c. Bijdrage aan de Nationale Technologie Strategie (alleen bij vooraanmelding)

    • •

      De bijdrage aan de NTS is overtuigend middels de (door)ontwikkeling van één of meerdere geprioriteerde sleuteltechnologieën.

3. Wetenschappelijke kwaliteit
  • 3a.

    Wetenschappelijke uitdagingen en doelstellingen

    • •

      De wetenschappelijke uitdagingen zijn helder en scherp geformuleerd.

    • •

      De doelstellingen hebben duidelijke wetenschappelijke meerwaarde ten opzichte van bestaande kennis en initiatieven. De wetenschappelijke ambitie is passend bij de state-of-the-art in het veld.

  • 3b.

    Wetenschappelijk consortium

    • •

      Het consortium bevat verschillende disciplines en de juiste expertise om de wetenschappelijke doelen en de technologieontwikkeling te realiseren. De betrokken onderzoeksgroepen hebben aantoonbare kwaliteit en trackrecord.

    • •

      Indien van toepassing: buitenlandse expertise vult aantoonbaar een lacune in die in Nederland niet beschikbaar is.

  • 3c.

    Onderzoeksaanpak

    • •

      De onderzoeksaanpak is helder, logisch en passend bij de wetenschappelijke vragen.

    • •

      De samenhang tussen de werkpakketten is helder en de synergie duidelijk. De verschillende werkpakketten dragen allen bij aan de projectdoelstellingen.

    • •

      De organisatie van het project, inclusief projectmanagement, ondersteunt effectieve samenwerking en kennisuitwisseling.

    • •

      De begroting en inzet van personeel zijn passend bij de onderzoeksactiviteiten.

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):

  • –

    toetsing doorontwikkeling sleuteltechnologieën;

  • –

    weerwoord;

  • –

    preadvisering beoordelingscommissie;

  • –

    vergadering van de beoordelingscommisie;

  • –

    besluit over de vooraanmelding;

  • –

    peer review door referenten;

  • –

    weerwoord;

  • –

    preadvisering beoordelingscommissie;

  • –

    interview;

  • –

    vergadering van de beoordelingscommissie;

  • –

    besluitvorming.

Voor deze ronde wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld door het bestuur van NWO-domein TTW. De leden hiervan zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de samenleving: onderzoeksorganisaties, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke sectoren. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende vooraanmeldingen en aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere vooraanmelding en aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Voordat de beoordelingscommissie zich over uw vooraanmelding buigt, vraagt NWO eerst input vanuit een team met expertise op het gebied van sleuteltechnologieën, NTS en technologieontwikkeling (hierna ST-team genoemd). Dit Nederlandse team (met leden uit het kernteam van de KIA’s ST en Digi) beoordeelt de paragraaf over Technologieontwikkeling uit het vooraanmeldingsformulier op basis van het in de Call for proposals genoemde beoordelingscriterium Technologieontwikkeling (paragraaf 4.1).

De hoofdaanvrager ontvangt de input van het ST-team. Hierop is weerwoord mogelijk. De deadline voor het indienen van het weerwoord via email naar ttw-perspectief@nwo.nl is vijf werkdagen na ontvangst van de input. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure.

De vooraanmelding, de input van het ST-team en eventueel een weerwoord worden voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per vooraanmelding bij voorkeur minstens drie preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de vooraanmelding. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de vooraanmelding per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend).

De beoordelingscommissie beoordeelt vooraanmeldingen aan de hand van de criteria beschreven in paragraaf 4.1 en neemt de input van de toetsing (zie paragraaf 4.2.1) mee.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein TTW over de kwaliteit en prioritering van de vooraanmeldingen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De vooraanmelding moet op het beoordelingscriterium Technologieontwikkeling tenminste de score 4,0 krijgen om in aanmerking te komen voor selectie voor verdere uitwerking. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Voor de besluitvorming toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de selectie en afwijzing van de vooraanmeldingen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de vooraanmelding geselecteerd wordt voor verdere uitwerking tot aanvraag of dat het wordt afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.

Nadat een vooraanmelding omgezet is naar een aanvraag volgt de beoordeling van de aanvraag. Voordat de beoordelingscommissie zich over de aanvraag buigt, vraagt NWO eerst input van tenminste drie externe referenten. Dit zijn onafhankelijke adviseurs die deskundig zijn op het onderwerp van de aanvraag. Zij beoordelen de aanvraag op basis van de beoordelingscriteria in de Call for proposals (zie paragraaf 4.1). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld door referenten, zij kunnen wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Non-referenten opgeven

Een aanvrager kan maximaal drie personen opgeven die niet als referent mogen worden benaderd. Aanvragers kunnen deze personen opgeven in ISAAC, tegelijk met het indienen van de aanvraag. NWO zal deze zogenoemde non-referenten niet benaderen.

De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde referentenrapporten. Hierop is weerwoord mogelijk. De deadline voor het indienen van het weerwoord via ISAAC is tien werkdagen na ontvangst van de referentenrapporten. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure. Na ontvangst van het referentenrapport kan de aanvrager kiezen de aanvraag in te trekken via ISAAC en dit zo snel mogelijk per e-mail aan NWO te melden. Zie contactgegevens in hoofdstuk 6.

De aanvraag, de referentenrapporten en het weerwoord worden voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag bij voorkeur minstens drie preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe vragen zijn die niet door de referenten zijn opgeworpen. Het consortium kan tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie reageren. Op deze wijze wordt aanvullend hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.

De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de referentenrapporten en/of preadviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de referenten en/of preadviseurs (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de referentenrapporten en/of preadviezen. De beoordelingscommissie heeft bovendien, anders dan de referenten, zicht op de kwaliteit van de overige ingediende aanvragen en weerwoorden. Dit brengt met zich mee dat de beoordelingscommissie tot een andere beoordeling kan komen dan de referenten. De beoordelingscommissie geeft alle aanvragen een eindscore, afgerond op twee decimalen.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van NWO-domein TTW over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie (scorebereik 1,5–3,4). Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de score 4,0 krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Voor de besluitvorming toetst het bestuur van NWO-domein TTW de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe-en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt referenten en leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

NWO verzoekt de beoordelingscommissie en referenten bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

Tegemoetkomingsregeling bij overmacht

Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.

Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer vooraanmeldingen/aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde vooraanmelding/aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle vooraanmeldingen/aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de vooraanmeldingen/aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de vooraanmelding/aanvraag met de beste score op het criterium ‘Technologieontwikkeling’ als hoogste eindigen. Als ook dan vooraanmeldingen/aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar het bestuur van NWO-domein TTW.

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.

De projectleider van het project ontvangt namens het bestuur van NWO-domein TTW een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. Het startformulier en het datamanagementplan en de consortiumovereenkomst dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.

Om de start van het project aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van het startformulier. Het startformulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.

Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Voorafgaand aan de start van het project werkt de projectleider de datamanagementparagraaf (zie paragraaf 3.7.2) uit tot een datamanagementplan. Als er door referenten en de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De projectleider beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.

Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Het datamanagementplan moet voor de startdatum van het project via ISAAC bij NWO worden ingediend. NWO beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door NWO is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. De (model) consortiumovereenkomst die NWO beschikbaar stelt op de financieringspagina voor deze Call for proposals dient hiervoor gebruikt te worden. Deze modelovereenkomst is opgesteld conform de NWO Subsidieregeling 2024.

De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle projectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties en dient via ISAAC te worden ingediend voordat het project mag starten. De verantwoordelijkheid voor het regelen van de consortiumovereenkomst ligt bij de aanvrager.

NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door NWO gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (één van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.

Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.

NWO vraagt twee keer per jaar de inhoudelijke voortgang van een project op en één keer per jaar de financiële voortgang. De projectleider ontvangt tijdig per e-mail een verzoek voor het opstellen en indienen van een voortgangsverslag, inclusief de deadline voor indiening. Er geldt een apart voortgangsverslagsjabloon voor het project, de projectleider krijgt daar later informatie over.

NWO kan u daarnaast vragen om jaarlijks een overzicht van de belangrijkste resultaten te geven.

Na toewijzing van de aanvraag stelt NWO een of meerdere gebruikerscommissies in, die (onderdelen van) het project monitoren en over de voortgang adviseren. Deze commissies bestaan voor minimaal 50% uit leden die afkomstig zijn uit het bedrijfsleven, tenzij u met redenen omkleed motiveert waarom hiervan bij de samenstelling van de gebruikscommissies wordt afgeweken en voor zover dit nodig is voor de optimalisatie van de utilisatie van de onderzoeksresultaten binnen een project. Deze commissies komt minimaal twee keer per jaar bijeen. Meer informatie over de gebruikerscommissies staat in het subsidieverleningsbesluit.

NWO wil op de hoogte blijven van alle output die het onderzoek oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.

Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NWO via een wijzigingsformulier. Zie ook art.3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.

Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.

Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.

NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).

Het beleid van NWO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.

Projectleiders moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.

Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een basis eindverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden op: Het afsluiten van een project | NWO. Indien er een afwijkend eindverslagsjabloon voor het project geldt, ontvangt de projectleider daar te zijner tijd informatie over.

Om zekerheid te verkrijgen over of de subsidie op de juiste wijze is besteedt, vraagt NWO bij een vaststellingsverzoek om een controleverklaring / auditrapport uitgevoerd door een externe accountant wanneer:

  • –

    het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZK niet van toepassing is op de begunstigde van een subsidie voor een project en de verleende subsidie boven de € 125.000 ligt;

  • –

    bij de financiering van een project door NWO een andere publieke financier dan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is betrokkenen en deze een controleverklaring vereist. In die gevallen maakt het niet uit of het Onderwijsaccountantsprotocol van toepassing is.

Het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZK is van toepassing op door het Ministerie van OCW bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO).

De penvoerder is verantwoordelijk voor het tijdig regelen van de controleverklaring. Deze verantwoordelijkheid blijft onverminderd van toepassing als de penvoerder een deel van de subsidie heeft besteed aan een andere partij. Stem dit op tijd af met de externe accountant.

Neem voor vragen over dit onderwerp tijdig, bij voorkeur bij de start van het project, contact op met NWO, zie hoofdstuk 6.

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.

Leidt NWO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NWO noemen als financier.

NWO kan aanvragers/projectleiders mogelijk benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Vragen over de financiering van aanvragen?

Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.

Vragen over de inhoud van deze ronde?

Voor inhoudelijke vragen over deze Call for proposals neemt u, via ttw-perspectief@nwo.nl, contact op met de coördinatoren van Perspectief:

Dr. ir. Anke Stekelenburg, 030-6001 314

Dr. ir. Arjen Bergsma, 030-6001 241

Dr. Frans van der Wel, 030-6001 286

Dr. Ir. Lisette Heijmans-Wijkhuijs, 070-3494 270

Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.

Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor onderstaande personeelsposities.

Promovendus

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Engineering Doctorate

Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende onderzoeksorganisatie en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.

Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Postdoc

Een postdoc wordt aangesteld voor een specifieke periode en fte.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Arts-onderzoeker

Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts-onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts-onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van UMCNL. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Niet-wetenschappelijk personeel

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten en analisten. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Vervanging van de aanvrager

Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvragers. Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.

NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (UMCNL).

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten en overige onderwijsinstellingen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.

Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert.

Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie zoals bedoeld in artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 en aan de onder ‘voorwaarden buitenlandse onderzoeksorganisatie’ genoemde cumulatieve voorwaarden.

Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘Wetenschappelijke Kwaliteit’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.

De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.

Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.

Voorwaarden buitenlandse onderzoeksorganisatie

De organisatie dient:

  • –

    een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn, althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie; (alle andere rechtsvormen, waaronder besloten en naamloze vennootschappen – althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie – zijn uitgesloten);

  • –

    zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van de eigen onderzoeksactiviteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;

  • –

    te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.

Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen.

NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun.

De hoofdaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan ttw-perspectief@nwo.nl (dus uiterlijk 10 mei 2027 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):

  • –

    een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;

  • –

    de oprichtingsakte en/of actuele statuten;

  • –

    de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring4Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.;

  • –

    een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.

De documenten worden in het Engels of Nederlands aangeleverd. Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.

Als de organisatie van de beoogde medeaanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig contact op met NWO via het bovengenoemde e-mailadres om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.

Indien de hoofdaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module. Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumanalyses, dataverzameling enz.).

In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • –

    organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • –

    het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • –

    reguliere onderwijsactiviteiten;

  • –

    leden van de gebruikerscommissie, met uitzondering van mensen die op persoonlijke titel of als vertegenwoordiger van een stichting of vereniging en in een onbezoldigde rol lid zijn van de gebruikerscommissie als ervaringsdeskundige, die vallen onder kosten in het kader van citizen science.

Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in paragraaf 7.1.1 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.

Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • –

    kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • –

    kosten voor investeringen in datasets;

  • –

    loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Niet-subsidiabel zijn:

  • –

    kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);

  • –

    dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • –

    overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • –

    kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.

Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.

Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5%, en maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten.

In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:

  • –

    specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten;

  • –

    belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.;

  • –

    communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen;

  • –

    ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten;

  • –

    monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.

Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in paragraaf 7.1.1 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.

Voor ‘Projectmanagement’ kan maximaal 5% van het subsidiebedrag worden aangewend.

Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan: het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de projectleider, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de werkpakketten binnen het project en organisatie van bijeenkomsten en andere activiteiten op project niveau. Er bestaan twee mogelijkheden voor het aanstellen van een projectmanager:

  • –

    Iemand is/komt in (tijdelijke) dienst van een kennisinstelling. Dit kan bijvoorbeeld één van de betrokken (mede)aanvragers zijn (zie de Budgetmodule Personeel onderdelen Vervanging, NWP of Personeel van hogescholen en overige instellingen) of tijdelijk ingehuurd personeel (overige onderdelen van Budgetmodule Personeel).

  • –

    Iemand van buiten de kennisinstelling, bijvoorbeeld van één van de gebruikers, een adviesbureau of van een andere organisatie (Budgetmodule Materieel). De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en mag daarom niet worden opgenomen in de begroting.

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.