Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

RAAK-mkb maart 2027

OpenGeldig tot 2 maart 2027

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

De RAAK-mkb-regeling, ronde maart 2027. Subsidieplafond €6.750.000, maximaal €375.000 per project. Doelgroep: Door de overheid bekostigde hogescholen, lector, consortium met minimaal 6 mkb-ondernemingen en één organisatie die de mkb-praktijk vertegenwoordigt.. Subsidieplafond: €6.750.000 totaal, maximaal €375.000 per project.

Volledige officiële tekst

1

Overzicht en inleiding

1.1

Kort overzicht

1.2

Inleiding

1.3

Achtergrond

2

Doel

2.1

Doelstelling van het programma

2.2

Doelstelling van de regeling

2.3

Maatschappelijke impact van onderzoek

3

Opstellen en indienen

3.1

Tijdpad

3.2

Wie kan aanvragen

3.3

Wat kan worden aangevraagd

3.4

Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC

3.5

Voorwaarden voor in behandeling nemen

4

Beoordeling

4.1

Criteria

4.2

Beoordelingsprocedure

4.3

Richtlijnen en kaders voor de beoordeling

5

Na de toewijzing

5.1

Start van het project

5.2

Monitoring en projectbeheer

5.3

Richtlijnen en kaders voor uitvoering van het project

5.4

Onderzoeksresultaten – Open Science

5.5

Afronding

5.6

Evaluatie

6

Contact

6.1

Vragen over de financiering van aanvragen?

6.2

Vragen over de inhoud van deze ronde?

6.3

Technische vragen over ISAAC?

7

Voorwaarden en tarieven in budgetmodules

7.1

Personeel (behorend bij paragraaf 3.3.1)

7.2

Materieel (behorend bij paragraaf 3.3.2)

7.3

Investeringen (behorend bij paragraaf 3.3.3)

7.4

Indexering

Bijlage 1 Getoetste organisaties

In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van deze subsidieronde (hierna ronde), een inleiding bij deze Call for proposals en de achtergrond van deze ronde.

Doel: De RAAK-mkb-regeling bevordert de samenwerking tussen praktijkgericht onderzoek van hogescholen en mkb-ondernemingen. Netwerken van hogescholen, onderzoeksorganisaties en mkb-ondernemingen doen praktijkgericht onderzoek gestuurd door vragen vanuit het mkb. Het resultaat van het onderzoek is praktisch toepasbare kennis voor de beroepspraktijk in het mkb.

Budget ronde september 2026: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 6.375.000. Per project kan maximaal € 375.000 aangevraagd worden. Naar verwachting worden binnen deze ronde maximaal 17 aanvragen toegewezen.

Budget ronde maart 2027: Het subsidieplafond voor deze subsidieronde bedraagt in totaal € 6.750.000. Per project kan maximaal € 375.000 aangevraagd worden. Naar verwachting worden binnen deze ronde maximaal 18 aanvragen toegewezen.

Consortium en cofinanciering: Het consortium bestaat naast de aanvrager uit minimaal 6 mkb-ondernemingen. Daarnaast neemt minimaal 1 organisatie van samenwerkende partijen die de mkb-praktijk vertegenwoordigt deel, zoals een koepel- of brancheorganisatie of een beroepsvereniging. De consortiumpartners dragen via cofinanciering bij aan de uitvoering van het project. Voor een subsidie van € 375.000 is een cofinanciering en eigen bijdrage van € 325.000 vereist.

Procedure: Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie voor een voorlopige beoordeling. De aanvrager ontvangt de voorlopige beoordeling en krijgt de gelegenheid om een weerwoord te formuleren. De voorlopige beoordeling en het eventuele weerwoord worden voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Op basis van de aanvraag, de voorlopige beoordeling en het eventuele weerwoord formuleert de beoordelingscommissie het advies voor besluitvorming. Het bestuur besluit op basis van dit advies over het al dan niet toewijzen van de subsidie.

Lees voor de volledige voorwaarden het gehele document.

Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (hierna Regieorgaan SIA. Regieorgaan SIA stimuleert de kwaliteit en de impact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen en is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de rondes RAAK-mkb september 2026 en maart 2027 is ingericht en bestaat uit 7 hoofdstukken.

Op alle aanvragen is de NWO Subsidieregeling van toepassing.

Regieorgaan SIA verwerkt ontvangen persoonsgegevens conform de privacyverklaring van NWO.

Met RAAK-mkb draagt Regieorgaan SIA bij aan de professionalisering en kwaliteitsversterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit past bij onze strategische uitgangspunten om netwerkvorming te bevorderen en hoogwaardig onderzoek van hogescholen met doorwerking in onderwijs en praktijk te stimuleren.

Op regionaal niveau is er behoefte aan onderzoeksorganisaties die intensief samenwerken met het veranderende werkveld en in continue verbinding staan met de maatschappij.

Hogescholen zijn bij uitstek in staat om onderwijs, onderzoek en de (regionale) beroepspraktijk met elkaar te verbinden. Gezamenlijk kunnen zij tot kennis en innovaties komen die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken.

In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling van het programma, de doelstelling van de regeling en de maatschappelijke impact.

Het RAAK-programma heeft als doel de samenwerking te bevorderen tussen hogescholen, het (inter)nationale kennisnetwerk en het beroepenveld van hbo-professionals die werkzaam zijn in de publieke sector of het mkb. Regieorgaan SIA voert daartoe 3 regelingen uit: RAAK-publiek, RAAK-mkb en RAAK-PRO.

De RAAK-mkb-regeling bevordert de samenwerking tussen hogescholen en mkb-ondernemingen. Netwerken van hogescholen, onderzoeksorganisaties en mkb-ondernemingen doen praktijkgericht onderzoek gestuurd door vragen vanuit de beroepspraktijk. Het resultaat van het onderzoek is praktisch toepasbare kennis voor de beroepspraktijk in het mkb.

Het is niet mogelijk om aanvragen te doen die zich uitsluitend richten op deskundigheidsbevordering van personeel, het ontwikkelen van een nieuwe opleiding/nieuw curriculum voor de hogeschool en/of behoren tot reguliere activiteiten van een hogeschool.

Het onderzoek uitgevoerd met RAAK-mkb-financiering draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en innovatie in het mkb. Zo wordt bijvoorbeeld een praktische aanpak ontwikkelt voor mkb-bedrijven om hun duurzaamheidsprestaties structureel effectief te meten, beheren en verbeteren. Een ander voorbeeld is hoe sociale robots met behulp van AI en productdata mkb-winkeliers kunnen ondersteunen bij persoonlijk productadvies voor de klant.

In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag.

Hieronder staan de indieningsdeadlines en het tijdpad van de beoordelingsprocedure van deze ronde. Het kan zijn dat Regieorgaan SIA het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De aanvrager wordt hierover geïnformeerd.

Regieorgaan SIA toetst de aanvragen op de formele voorwaarden voor indiening (zie paragraaf 3.5). Als de aanvraag daaraan voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Aanvragen die na de indieningsdeadline worden ingediend, neemt Regieorgaan SIA niet in behandeling.

Deadline en tijdpad behandeling aanvragen, ronde september 2026

  • •

    22 september 2026 vóór 14:00:00 CEST: Indieningsdeadline

  • •

    23 september – 2 oktober 2026: Toets op voorwaarden voor indiening

  • •

    November 2026: Vergadering beoordelingscommissie

  • •

    December 2026: Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

  • •

    Januari 2027: Tweede vergadering beoordelingscommissie

  • •

    Februari 2027: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA

  • •

    Maart 2027: Bekendmaking van het besluit

Deadline en tijdpad behandeling aanvragen, ronde maart 2027

  • •

    2 maart 2027 vóór 14:00:00 CET: Indieningsdeadline

  • •

    3 – 12 maart 2027: Toets op voorwaarden voor indiening

  • •

    April 2027: Vergadering beoordelingscommissie

  • •

    Mei 2027: Aanvragers kunnen een weerwoord indienen

  • •

    Juni 2027: Tweede vergadering beoordelingscommissie

  • •

    Juli 2027: Besluit door het bestuur van Regieorgaan SIA

  • •

    September 2027: Bekendmaking van het besluit

Alleen door de overheid bekostigde hogescholen kunnen een aanvraag indienen. Dit zijn hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

De persoon die de aanvraag indient in ISAAC wordt geacht hiertoe te zijn gemachtigd door het College van Bestuur van de aanvragende hogeschool.

De aanvraag is opgesteld onder verantwoordelijkheid van een lector, verbonden aan de aanvragende hogeschool.

Het consortium bestaat naast de aanvrager uit minimaal de volgende consortiumpartners:

  • •

    6 mkb-ondernemingen. Van de deelnemende mkb-ondernemingen dienen er minimaal 5 in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd te zijn.

  • •

    Minimaal 1 organisatie van samenwerkende partijen die de mkb-praktijk vertegenwoordigt, zoals een koepel- of brancheorganisatie of een beroepsvereniging. Deze organisatie zet zich in voor de verdere verspreiding en doorwerking van de in het project opgedane kennis, breder dan onder de bij het project aangesloten partijen. Deze organisatie is aangesloten als consortiumpartner of als overige betrokken partij.

Mkb-ondernemingen (waaronder ook zzp’ers) die participeren in een consortium voldoen aan de volgende criteria:

  • •

    Er is sprake van een onderneming, te weten: een eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitvoert.

  • •

    De onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of een niet-Nederlands handelsregister. Ondernemingen die bij een niet-Nederlands handelsregister geregistreerd staan tonen dit aan door middel van een uittreksel dat op moment van indienen van de aanvraag niet ouder is dan 3 maanden. Ondernemingen die niet staan ingeschreven bij een niet-Nederlands handelsregister tonen door middel van een uittreksel van een oprichtingsakte of een ander juridisch document aan dat het een entiteit/rechtsvorm is.

  • •

    Er is sprake van een onderneming met minder dan 250 werknemers én een jaarlijkse omzet van minder dan € 50 miljoen óf een balanstotaal van € 43 miljoen. Om vast te stellen of aan deze maxima wordt voldaan, moet een onderneming die onderdeel is van een groep bedrijven of een concern zowel het personeel, de omzet en het balanstotaal van dit concern mee te tellen.

De consortiumpartners bevestigen hun deelname aan het consortium door middel van een handtekening op het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag.

De consortiumpartners worden opgenomen in de begroting.

Het is mogelijk om ook andere deelnemers (zoals grootbedrijven, publieke organisaties etc.) aan te laten sluiten bij het consortium als consortiumpartner, zolang aan de minimale eisen van de samenstelling van het consortium is voldaan. Partijen die niet op de begroting staan maar wel bijdragen aan het project kunt u aangeven in het aanvraagformulier onder overige betrokken partijen.

Het subsidieplafond voor de ronde september 2026 bedraagt in totaal € 6.375.000. De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 375.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 17 aanvragen toegewezen.

Het subsidieplafond voor de ronde maart 2027 bedraagt in totaal € 6.750.000. De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 375.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 18 aanvragen toegewezen.

De aanvrager en consortiumpartners kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel en investeringen. Kosten van (deel)activiteiten die al zijn gefinancierd vanuit andere subsidies, kunnen niet worden opgevoerd.

De beschikbare budgetmodules (inclusief de maximale bedragen) staan hieronder vermeld. Voer alleen de kosten op die essentieel zijn om het project uit te voeren. De volledige voorwaarden en tarieven op deze budgetmodules staan in Hoofdstuk 7. Alle op te voeren kosten zijn exclusief btw, tenzij het niet-verrekenbare btw betreft.

Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.

Voor projectmanagement mag maximaal 10% van de totale projectkosten worden opgevoerd.

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.1.

Het is mogelijk om studenten in te zetten voor het project als ze studeren aan een door de overheid bekostigde onderwijsinstelling. De kosten hiervan kunt u binnen het project opvoeren als materiële kosten. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.2.

Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, lid 1, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, postdoc, arts-onderzoeker en niet-wetenschappelijk personeel (NWP). Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.3. t/m 7.1.6.

Het is mogelijk om loonkosten van universitair (hoofd)docenten en hoogleraren en onderzoekers van overige onderzoeksorganisaties op te voeren. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.7.

Het is mogelijk om loonkosten voor wetenschappelijk personeel van buitenlandse onderzoeksorganisaties op te voeren. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.9. Kosten van andere organisaties buiten de Europese Unie (EU) komen niet in aanmerking voor subsidie.

Het is mogelijk om loonkosten op te voeren voor organisaties in de Europese Unie die het project uitvoeren. Zie voor meer informatie paragraaf 7.1.9.

Subsidie kan worden aangevraagd voor alle projectspecifieke materiële kosten. Voor de specifieke post inhuur van derden geldt een maximum van 10% van het subsidiebedrag. Zie voor meer informatie paragraaf 7.2.

Er kan maximaal 50% van het subsidiebedrag voor materiële kosten worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.

Het is mogelijk om kosten op te voeren voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, worden niet beschouwd als onderdeel van de investering.

Alleen de afschrijvingskosten van investeringen zijn subsidiabel. Afschrijvingskosten gemoeid met gedane investeringen in het buitenland kunnen niet worden opgevoerd. Zie voor meer informatie paragraaf 7.3.

Ten hoogste 25% van het subsidiebedrag mag worden aangevraagd en besteed aan de kosten van de consortiumpartners, die geen hogescholen zijn.

Deze subparagraaf is niet van toepassing op onderzoeksorganisaties genoemd in artikel 1.1, lid 1 van de NWO Subsidieregeling 2024 en onderzoeksorganisaties genoemd in bijlage 1.

Consortiumpartners (niet zijnde deze hierboven genoemde onderzoeksorganisaties) kunnen via de aanvrager subsidie ontvangen van Regieorgaan SIA op voorwaarde dat de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023) niet wordt overschreden. Op basis van de de-minimisverordening mag een consortiumpartner maximaal € 300.000 de-minimissteun ontvangen over een periode van 3 jaar.

Door de Verklaring de-minimissteun in te vullen verklaren consortiumpartners dat door het toewijzen van subsidie door Regieorgaan SIA de consortiumpartner in kwestie niet boven de de-minimisgrens uitkomt. Indien een consortiumpartner constateert dat met de subsidie van Regieorgaan SIA de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de consortiumpartner wel deelnemen aan het project en cofinanciering leveren, maar kan de aanvrager voor deze consortiumpartner geen subsidie aanvragen bij Regieorgaan SIA. De aanvrager dient hiermee bij het opstellen van de projectbegroting rekening te houden en dient dus per consortiumpartner (voor zover deze ondernemingen betreffen) na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke onderneming afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Elke eenheid die een economische activiteit uitoefent en subsidie ontvangt, ongeacht de rechtsvorm en de wijze van financiering, moet een de-minimisverklaring indienen.

Hieronder vallen onder andere mkb-ondernemingen, grootbedrijven, zzp’ers, ziekenhuizen en mbo-instellingen.

Alle consortiumpartners dragen bij aan de uitvoering van het project.

De aanvrager van het betreffende project levert een eigen bijdrage. De overige consortiumpartners leveren cofinanciering. Deze consortiumpartners bevestigen hun cofinanciering door middel van ondertekening van de verklaring cofinanciering in het aanvraagformulier van de subsidieaanvraag. Hiervoor geldt de Regeling Cofinanciering.

Eigen bijdragen, cash en in kind cofinanciering kunnen worden ingebracht voor dekking van de kosten van de betrokken organisaties. Aangegeven moet worden welke kosten van de project/trajectactiviteiten hiermee worden gefinancierd.

Voor een subsidie van € 375.000 is een cofinanciering en eigen bijdrage van € 325.000 vereist. Vraagt u een lager subsidiebedrag aan, dan geldt ook een naar rato lagere cofinanciering en eigen bijdrage.

De omvang van de eigen bijdrage(n) en cofinanciering geeft u aan in de begroting. Niet toelaatbaar als cofinanciering is door NWO verstrekte subsidie. Niet toelaatbare cofinanciering in kind is verder beschreven in de Regeling Cofinanciering.

Na afronding van het project stelt Regieorgaan SIA de subsidie vast aan de hand van de eindrapportage. Voor deze subsidievaststelling gelden dezelfde voorwaarden als voor de aanvraag, ook wat betreft cofinanciering en eigen bijdragen.

Het percentage van de minimale vereiste eigen bijdrage en cofinanciering gebruikt Regieorgaan SIA dus ook voor de subsidievaststelling. Een lagere eigen bijdrage of cofinanciering kan leiden tot een lagere subsidievaststelling.

In sommige gevallen (zie paragraaf 7.4) wijst Regieorgaan SIA meer subsidie voor loonkosten toe dan aangevraagd, als gevolg van ambtshalve indexering. Tegenover dit extra bedrag hoeft geen aanvullende eigen bijdrage of cofinanciering te staan.

De subsidie van Regieorgaan SIA is nooit meer dan de toegewezen subsidie uit het subsidiebesluit.

Te allen tijde dient Regieorgaan SIA op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte cofinanciering en eigen bijdragen. Naast financiële gevolgen voor een project, kan Regieorgaan SIA ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het project/traject naar beste vermogen vervolgd kan worden.

Regieorgaan SIA werkt met het systeem ISAAC. Begin tijdig met de aanvraag in ISAAC.

  • •

    Maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft.

  • •

    Download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC.

  • •

    Vul het aanvraagformulier in.

  • •

    Vul het consortiumpartnerformulier inclusief verklaring cofinanciering in. Vul voor elk van de consortiumpartners een apart formulier in.

  • •

    Sla het aanvraagformulier op en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in.

  • •

    In ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de publiekssamenvatting. De publiekssamenvatting bedraagt 50-100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een brede doelgroep. Regieorgaan SIA kan deze samenvatting bij een nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie publiceren.

Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:

  • •

    projectvoorstel (pdf-bestand)

  • •

    begroting (Excel-bestand)

  • •

    formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand)

  • •

    verklaring de-minimissteun (Indien van toepassing. Elke verklaring die u wilt toevoegen, uploadt u apart als bijlage in ISAAC.) (pdf-bestand)

Gebruik voor de bijlagen alleen de door Regieorgaan SIA aangeboden formats. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan.

Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

U kunt uw aanvraag alleen indienen via ISAAC. Aanvragen die niet via ISAAC zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Taal van de aanvraag is Nederlands of Engels. Binnen het aanvraag- en beoordelingsproces correspondeert Regieorgaan SIA altijd in het Nederlands, ook als u uw aanvraag in het Engels opstelt.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen 2 werkdagen.

Bekijk de rondes RAAK-mkb september 2026 en RAAK-mkb maart 2027 en alle documenten in ISAAC.

Op het aanvraagformulier vragen wij u aan te geven bij welke thema’s en beleidslijnen uw aanvraag aansluit. Deze informatie ondersteunt ons onder meer bij het maken van beleidskeuzes. Meer informatie hierover vindt u op onze webpagina Informatieverzameling en monitoring. De door u verstrekte informatie wordt niet meegenomen in het beoordelingsproces.

Regieorgaan SIA wil graag geïnformeerd worden over hoe de aanvraag zich verhoudt tot de onderzoeksthema’s, gespecificeerd in Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller, Strategische onderzoeksagenda hbo 2022 – 2025 van de Vereniging Hogescholen. Op het aanvraagformulier geeft u daarom aan bij welke thema’s uit deze onderzoeksagenda de activiteiten aansluiten.

Daarnaast wenst Regieorgaan SIA geïnformeerd te worden over de aansluiting van het project bij de onderwijssectoren.

Regieorgaan SIA zet zich actief in om hogescholen optimaal mee te laten doen met praktijkgericht onderzoek binnen de verschillende routes van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Indien van toepassing geeft u in de aanvraag daarom aan bij welke NWA-route het project aansluit.

Regieorgaan SIA wil hogescholen en onderzoekers aan universiteiten en overige onderzoeksorganisaties in staat stellen een waardevolle bijdrage te leveren aan het Missiegedreven Innovatiebeleid, onder andere met RAAK-mkb.

Als aanvrager geeft u op het aanvraagformulier aan bij welke van de 8 Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) het project aansluit. U onderbouwt in het projectvoorstel hoe het project aansluit bij 1 of meerdere KIA’s.

  • 1.

    Klimaat en Energie

  • 2.

    Circulaire Economie

  • 3.

    Landbouw, Water, Voedsel

  • 4.

    Gezondheid en Zorg

  • 5.

    Veiligheid

  • 6.

    Sleuteltechnologieën

  • 7.

    Digitalisering

  • 8.

    Maatschappelijk Verdienvermogen

Informatie over de KIA’s vindt u op de website (Kennis en Innovatieagenda’s | NWO).

Regieorgaan SIA toetst een aanvraag op onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

Voorwaarden:

  • •

    De aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline van de indieningsronde september 2026 of maart 2027.

  • •

    De aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de aanvrager.

  • •

    De aanvraag is opgesteld met de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC.

  • •

    Het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld.

  • •

    De aanvrager voldoet aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden.

  • •

    Het consortium voldoet aan de consortiumeisen zoals beschreven in paragraaf 3.2.1.2.

  • •

    De begroting in de aanvraag is opgesteld volgens de voorwaarden van paragraaf 3.3 en hoofdstuk 7.

  • •

    De aanvraag voldoet aan de DORA-richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4.

  • •

    De aanvraag is opgesteld in het Nederlands of Engels.

  • •

    Indieningsronde september 2026: Het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 18 en maximaal 24 maanden, en start vanaf 1 april 2027 met een uiterste startdatum van 1 augustus 2027.

  • •

    Indieningsronde maart 2027: Het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 18 en maximaal 24 maanden, en start vanaf 1 september 2027 met een uiterste startdatum van 1 maart 2028.

In het aanvraagformulier kunnen toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.

Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of Regieorgaan SIA de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat Regieorgaan SIA de aanvrager binnen 2 weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening. De aanvrager krijgt 1 keer de gelegenheid om binnen maximaal 5 werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt Regieorgaan SIA de aanvraag niet in behandeling.

Over de aanvraag communiceert Regieorgaan SIA van indiening tot en met besluit met de volgende personen:

  • •

    Met de aanvrager (indiener in ISAAC) communiceert Regieorgaan SIA over: toets op indieningsvoorwaarden, subsidiebesluit.

  • •

    Met de contactpersoon opgegeven in het aanvraagformulier communiceert Regieorgaan SIA over: hoor en wederhoor, kennisgevingsbericht, subsidiebesluit.

  • •

    Met het College van Bestuur communiceert Regieorgaan SIA over: subsidiebesluit.

In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van een aanvraag.

De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en nadat de aanvraag is toegelaten tot de beoordelingsprocedure.

De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • 1.

    Vraagarticulatie 25%

    • •

      De vraag is aanwijsbaar afkomstig van (professionals werkzaam in) het mkb. Door middel van de beoogde doorwerking voorziet het antwoord op de vraag in een daadwerkelijke behoefte van de professionele praktijk.

    • •

      De aanvraag beschrijft duidelijk het proces waarlangs de vraagarticulatie plaatsgevonden heeft (workshops in het veld, surveys, verwijzingen naar presentaties, et cetera).

    • •

      De vraag is maatschappelijk relevant, waarbij een heldere indicatie van de verwachte praktijkopbrengst wordt gegeven met een toelichting daarop. Het is een meerwaarde als het gaat om een urgente vraag die uitnodigt tot het ontwikkelen van innovatieve kennis.

  • 2.

    Netwerkvorming 25%

    • •

      De betrokken consortiumpartners, waaronder ook de organisatie van samenwerkende partijen die de mkb-praktijk vertegenwoordigt, hebben een actieve rol in het onderzoek.

    • •

      Het consortium heeft aantoonbaar voldoende kennis en kwaliteit om het onderzoek uit te voeren.

    • •

      Het netwerk van personen of organisaties staat niet geïsoleerd, er zijn relaties in het kennisnetwerk en met relevante initiatieven op het vakgebied, in het binnenland en/of het buitenland.

    • •

      Het is een meerwaarde als het voor de aanvraag samengestelde consortium een uitbreiding van een bestaand netwerk betreft.

  • 3.

    Onderzoeksplan (50%)

    • •

      Het onderzoeksplan bevat een volledige maar beknopte weergave van de state-of-the-art-kennis in de professionele praktijk en wetenschap, binnen en buiten Nederland. Hiertoe behoort een literatuurreview met actuele studies over het onderwerp van de aanvraag. Dit vraagt ook om een overzicht van toonaangevende regionale, landelijke of internationale kennisagenda’s op dit onderwerp, de daaruit voortkomende initiatieven, en de relevantie en de positie die de aanvraag hierin inneemt.

    • •

      De onderzoeksvraag is zorgvuldig geformuleerd, vormt een vertaling van de praktijkvraag en sluit aan bij de state-of-the-art-kennis.

    • •

      Het onderzoeksplan geeft een beschrijving en onderbouwing van de voorgestelde methoden en analysetechnieken waarmee de onderzoeksvraag beantwoord zal worden. De methoden passen optimaal bij de aard van de vraagstelling. De methoden en analysetechnieken verlopen volgens een bepaalde systematiek en zijn daardoor inzichtelijk, reproduceerbaar en overdraagbaar.

    • •

      Onderdeel van het onderzoeksplan is het activiteitenplan, dat meetbare (tussen)doelstellingen en te verwachten (tussen)resultaten bevat en waaruit zichtbaar wordt wie wat wanneer doet, waarom en wat het oplevert. De netwerkpartners komen samen tot kennisontwikkeling door zelf kennis in te brengen (kenniscirculatie). In het activiteitenplan staat helder beschreven welke rol praktijk-, onderzoeks- en onderwijspartners op zich nemen (bijvoorbeeld deelname aan focusgroepen, leerkringen, uitvoering van pilots).

    • •

      De wijze waarop de doorwerking van de onderzoeksresultaten naar het onderwijs en onderzoeksgemeenschap wordt gerealiseerd wordt beschreven.

    • •

      Beschrijving van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Hieronder wordt verstaan:

      • ○

        de mate waarin de gevraagde financiële middelen in een redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en verwachte impact van het projectvoorstel;

      • ○

        de mate van personele bezetting en kwaliteit als ook de mate van beschikbare middelen en tijdsinvestering;

      • ○

        de mate waarin sprake is van een duidelijk belegd en gekwalificeerd projectmanagement;

      • ○

        de mate waarin het beroepenveld bereid is zelf substantieel bij te dragen aan de uitvoering van het project (zoals financieel, beschikbaar stellen van apparatuur, werkruimte, in tijd door begeleiding, projectdeelname en dergelijke, beschikbaar stellen van patenten, door middel van licenties, et cetera).

De leden van de beoordelingscommissie beoordelen de criteria met een score in gehele getallen, oplopend van 1 tot en met 6, waarbij 6 de hoogste score vertegenwoordigt.

De kwaliteit van het onderzoeksplan weegt 50% mee in de beoordeling. De criteria vraagarticulatie en netwerkvorming wegen elk 25% mee in de beoordeling. Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore.

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een aanvraag op elk van de criteria een 4.00 of hoger scoren.

De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen volgens het tijdpad zoals wordt vermeld in paragraaf 3.1:

  • •

    eerste vergadering van de beoordelingscommissie

  • •

    weerwoord door aanvrager op het voorlopig oordeel van de beoordelingscommissie

  • •

    (tweede) vergadering van de beoordelingscommissie

  • •

    besluitvorming

Het bestuur van Regieorgaan SIA stelt voor deze ronde een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie in. De leden hiervan zijn afkomstig uit de onderzoekswereld en de praktijk. Formuleer uw aanvraag daarom helder en begrijpelijk voor experts met een diverse achtergrond. De taak van de beoordelingscommissie is de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de in deze Call for proposals benoemde criteria voor het beoordelen van praktijkgericht onderzoek. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.

Na afronding van de toetsing op voorwaarden van indiening worden de aanvragen toegewezen aan subcommissies. Elke aanvraag wordt ingedeeld bij een subcommissie waarin voldoende expertise aanwezig is om de aanvraag te beoordelen.

Voorafgaand aan de beoordeling vindt een kalibratiesessie plaats, waarin de beoordelingscriteria en de wijze van beoordeling door de commissieleden gezamenlijk worden afgestemd.

De subcommissies beoordelen de aanvragen aan de hand van de in deze Call for proposals beschreven criteria (zie paragraaf 4.1) en brengen een gemotiveerd advies uit.

De eindcommissie bestaat uit de voorzitters van de subcommissies en wordt ondersteund door een technisch voorzitter. De eindcommissie stelt op basis van de adviezen van de subcommissies de integrale ranking vast. Indien aanvragen rond de honoreringsgrens gelijk eindigen (ex-aequo), beslist de eindcommissie over de definitieve rangorde volgens de procedure beschreven in paragraaf 4.3.5.

Vanwege de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie wat betreft het beoordelen van praktijkgericht onderzoek heeft Regieorgaan SIA besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.

De aanvraag wordt voorgelegd aan de beoordelingscommissie. De commissieleden geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1). De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een voorlopig oordeel op. Het voorlopig oordeel wordt schriftelijk zonder scores gedeeld met de aanvrager.

De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.

De aanvrager ontvangt het voorlopig oordeel van de beoordelingscommissie. Hierop is weerwoord mogelijk. De deadline voor het indienen van het weerwoord is 10 werkdagen na ontvangst van het voorlopig oordeel. Dit weerwoord dient per e-mail te worden ingediend. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure. Na ontvangst van het voorlopig oordeel, kan de aanvrager ervoor kiezen de aanvraag in te trekken via ISAAC. De hoofdaanvrager meldt dit zo snel mogelijk per e-mail aan Regieorgaan SIA. Zie contactgegevens in Hoofdstuk 6.

In de tweede vergadering bespreekt de beoordelingscommissie de aanvraag, de voorlopige beoordeling en het eventuele weerwoord. De beoordelingscommissie komt tot een definitief oordeel en heeft hierbij het eventuele weerwoord meegenomen.

De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het bestuur van Regieorgaan SIA over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag moet op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste 4,00 scoren om in aanmerking te komen voor de subsidie. Het advies komt tot stand op basis van het oordeel van de aanvraag en het maximaal beschikbare budget (subsidieplafond) voor deze ronde.

Het bestuur van Regieorgaan SIA toetst de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Het bestuur besluit op basis van het advies van de beoordelingscommissie over het al dan niet toewijzen van de subsidie. De aanvrager ontvangt daarna een brief per e-mail met daarin het besluit.

Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.

Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken medewerkers van Regieorgaan SIA is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.

Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).

Regieorgaan SIA streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). Regieorgaan SIA biedt leden van een beoordelings?xpp afbm?>commissie/handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).

Regieorgaan SIA hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.

Regieorgaan SIA verzoekt de beoordelingscommissieleden bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.

De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA | NWO), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.

DORA richt zich op het terugdringen van het onkritisch gebruik van bibliometrische indicatoren en het wegnemen van onbewuste vooringenomenheid bij de beoordeling van onderzoek en onderzoekers. Overkoepelende filosofie van DORA is dat onderzoek moet worden beoordeeld op zijn eigen kwaliteiten en verdiensten, en niet op basis van afgeleide indicatoren, zoals het tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd.

Het kan gebeuren dat 2 of meer aanvragen bij de beoordeling (bijna) dezelfde score krijgen. Dit noemen we ex aequo. Dit kan ook voorkomen rond het subsidieplafond, oftewel de grens tussen aanvragen die wel en niet worden toegewezen. Dan moet worden bepaald welke aanvraag wel wordt toegewezen, en welke niet. Dat gebeurt aan de hand van de volgende procedure.

De aanvraag met de hoogste score op het criterium vraagarticulatie krijgt de hoogste positie in de prioritering.

Als aanvragen dan nog steeds op een gelijke positie eindigen, geldt de volgende bepaling.

De aanvraag met de hoogste score op het criterium onderzoeksplan krijgt de hoogste positie in de prioritering.

Als aanvragen dan nog steeds op een gelijke positie eindigen, geldt de volgende bepaling.

De aanvraag met de hoogste score op het criterium netwerkvorming krijgt de hoogste positie in de prioritering.

Als er dan nog aanvragen op dezelfde positie staan rond de grens van wel of niet toewijzen, stemmen de leden van de beoordelingscommissie om te bepalen welke aanvraag op de hoogste positie in de prioritering eindigt (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo doorgestuurd naar het bestuur van Regieorgaan SIA.

Om te bepalen of 2 of meer aanvragen een score hebben die niet van elkaar te onderscheiden is, wordt gekeken naar de gewogen totaalscore van de aanvraag die nog net binnen de grens van het subsidieplafond valt. Als de score van deze aanvraag 0,05 punt of minder verschilt met de scores van de aanvragen buiten de grens van het subsidieplafond, dan wordt het op bovenstaande manier bepaald. Alle aanvragen met een score tussen +0,05 en -0,05 van de referentiescore worden meegenomen in de procedure.

In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.

De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project en treedt op als penvoerder. Regieorgaan SIA communiceert met de aanvrager (indiener in ISAAC) over het project. Deze persoon is tijdens het traject het formeel aanspreekpunt tenzij de aanvrager via ISAAC een wijziging doorgeeft.

De aanvrager van het project ontvangt namens het bestuur van Regieorgaan SIA een toewijzingsbrief. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat het datamanagementplan is ontvangen.

De aanvrager (indiener in ISAAC) kan anderen machtigen om administratieve acties voor het project uit te voeren in het ISAAC-systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling is te vinden in de ISAAC-handleiding.

Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Aan het begin van het project werkt de penvoerder de datamanagementparagraaf uit tot een datamanagementplan. Als er door de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De penvoerder beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.

Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de penvoerder. Het datamanagementplan moet binnen 4 maanden na toewijzing van het project via ISAAC bij Regieorgaan SIA worden ingediend. Regieorgaan SIA beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door Regieorgaan SIA is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.

Tijdens de loop van het project houdt de penvoerder Regieorgaan SIA op de hoogte van de voortgang. Na afloop van het project deelt de penvoerder de resultaten. In het subsidiebesluit staat op welke manier dit gebeurt.

Regieorgaan SIA vraagt periodiek de voortgang van een project op. De formats hiervoor staan in ISAAC.

Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting, moet de penvoerder deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voorleggen aan Regieorgaan SIA via een wijzigingsformulier in ISAAC.

Hieronder staan de richtlijnen en kaders die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.

Het is de verantwoordelijkheid van de penvoerder om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. De aanvrager moet ervoor zorgen dat deze tijdig wordt verkregen bij de relevante instelling of ethische commissie. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de penvoerder een kopie van deze verklaring of vergunning aan Regieorgaan SIA verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.

Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de penvoerder Regieorgaan SIA hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan Regieorgaan SIA overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun instelling of bij het NWO Meldpunt wetenschappelijke integriteit.

Regieorgaan SIA hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.

NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in de toewijzingsbrief nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.

De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.

Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de 10 principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.

Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (ABS Focal Point – ABS Focal Point).

Het beleid van Regieorgaan SIA met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling.

Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.

Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.

Leidt onderzoek dat door Regieorgaan SIA is gefinancierd tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder Regieorgaan SIA noemen als financier.

Uiterlijk 13 weken na het einde van de looptijd van het project levert de penvoerder schriftelijk een inhoudelijke en financiële eindrapportage in. Het niet of niet tijdig indienen van deze rapportages kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie.

Regieorgaan SIA kan aanvragers/penvoerders benaderen voor een evaluatie van de procedure en/of het onderzoeksprogramma.

Kijk voor meer informatie op Regieorgaan SIA | Financiering.

Op de webpagina RAAK-mkb op de website van Regieorgaan SIA vindt u de meest recente informatie over deze Call for proposals. U vindt hier ook contactgegevens van de programmamanager.

Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CE(S)T op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen 2 werkdagen een reactie.

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten, overige onderwijsinstellingen en overige organisaties, waaronder publieke organisaties en mkb-ondernemingen. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel. Dit tarief geldt voor de gehele looptijd van het project.

Voor organisaties die niet de cao rijksoverheid of een vergelijkbare cao gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), gelden de volgende salarisschalen van HOT-tabel 2 onder 2.2, kolommen productieve uren. Projectondersteuner: schaal 6. Junior (onderzoeker): schaal 10. Medior (onderzoeker): schaal 12. Senior (onderzoeker): schaal 13. Directeur: schaal 16.

In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de hogeschool of universiteit.

Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.

Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1, eerste lid, c t/m h, van de NWO Subsidieregeling. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.

Een postdoc wordt aangesteld bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of onderzoeksorganisatie zoals genoemd in artikel 1.1,eerste lid, c t/m h, van de NWO Subsidieregeling.

Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van de wetenschappelijke carrière

Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts-onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts-onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie. Indien een project korter duurt dan 48 maanden, is het noodzakelijk dat de decaan of instituutsdirecteur schriftelijk toezegt om het resterende deel van het promotietraject te financieren.

Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.

Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van UMCNL. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van de wetenschappelijke carrière.

Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.

De duur van de aanstelling is niet langer dan de looptijd van het door Regieorgaan SIA gefinancierde project.

Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen benchfee beschikbaar.

Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van universitair (hoofd)docenten en hoogleraren bij universiteiten, umc’s en onderzoeksorganisaties genoemd in artikel 1.1, eerste lid van de NWO subsidieregeling. Begeleiding van een promovendus of postdoc komt niet in aanmerking voor financiering.

Gebruik de tarieven volgens de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 1 onder 2.1, ‘gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal bepaalt het tarief. Voor hoogleraren geldt schaal 17.

Voor universitair (hoofd)docenten en hoogleraren is geen benchfee beschikbaar.

Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie van artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024.

Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘netwerkvorming’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.

De aanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.

Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.

Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring van de onafhankelijke accountant nodig bij de financiële eindverantwoording.

Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van organisaties in de EU die niet onder een van bovenstaande categorieën vallen. Gebruik de HOT-tarieven uit tabel 2 onder 2.2, kolommen productieve uren van schaal 6 (ondersteuner), schaal 10 (junior), schaal 12 (medior), schaal 13 (senior) en schaal 16 (directeur) en corrigeer die voor de landencorrectiecoëfficiënten.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle kosten voor het project en de doorwerking ervan met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van Citizen science vallen eveneens onder deze module.

Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in paragraaf 4.5 Onderzoeksresultaten – Open science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor instellingen die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.

Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:

  • •

    organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;

  • •

    het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;

  • •

    reguliere onderwijsactiviteiten.

Financiering kan worden aangevraagd voor alle projectspecifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur. Loonkosten als onderdeel van de investering zijn op te voeren als personele kosten.

Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.

De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.

Subsidiabel zijn:

  • •

    kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;

  • •

    kosten voor investeringen in datasets;

  • •

    loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.

Niet-subsidiabel zijn:

  • •

    kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden, zoals een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding;

  • •

    dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;

  • •

    overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;

  • •

    kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project (de kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden)

  • •

    kosten gemoeid met gedane investeringen in het buitenland.

Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. Regieorgaan SIA past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.

Voor de ronde RAAK-mkb september 2026 wordt de HOT-tarieven van 2026 gehanteerd. Tenzij de HOT-tarieven van 2027 meer dan 3 weken vóór sluitingsdatum, dat wil zeggen 1 september 2026 of eerder, gepubliceerd zijn.

Voor de ronde RAAK-mkb maart 2027 wordt de HOT-tarieven van 2027 gehanteerd.

Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.

De ambtshalve indexering heeft geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en/of cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de eigen bijdragen en/of cofinanciering kunnen voortvloeien.

De hieronder genoemde organisaties hoeven geen de-minimisverklaring aan te leveren.

  • •

    Biomedical Primate Research Centre

  • •

    CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek

  • •

    Control in Food & Flowers

  • •

    IHE Delft Institute for Water Education

  • •

    IMEC-NL

  • •

    INT – Instituut voor de Nederlandse Taal

  • •

    KNCV – Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot Bestrijding der Tuberculose

  • •

    KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

  • •

    Marin – Maritime Research Institute Netherlands

  • •

    NIVEL

  • •

    NLDA – Nederlandse Defensie Academie

  • •

    NLR – Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

  • •

    RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

  • •

    Stichting Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions

  • •

    Stichting Deltares

  • •

    Stichting Mijn Data Onze gezondheid

  • •

    Stichting Mulier Instituut

  • •

    Stichting Wageningen Research

  • •

    SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

  • •

    TNO

  • •

    Trimbos Instituut

  • •

    Waag Futurelab

  • •

    CMO STAMM

  • •

    Vilans

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.