Officiële Bekendmakingen (KOOP)
Noord-Brabant
Erfgoedparticipatie is een nieuwe paragraaf (paragraaf 4) van de Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant en stimuleert erfgoedparticipatie. Projectsubsidies ondersteunen het versterken, behouden of doorgeven van erfgoed en het versterken van erfgoedgemeenschappen. Doelgroep: erfgoedgemeenschappen: natuurlijke personen, verenigingen en stichtingen. Subsidieplafonds: € 102.000 (16-11-2026 t/m 15-12-2026), € 99.000 (3-5-2027 t/m 31-5-2027) en € 99.000 (1-11-2027 t/m 30-11-2027); subsidiehoogte: € 3.000 per project.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant te wijzigen in verband met het toevoegen van een nieuwe paragraaf 4 Erfgoedparticipatie teneinde erfgoedparticipatie te stimuleren zodat erfgoed toegankelijk, betekenisvol en duurzaam verankerd blijft in de Brabantse samenleving;
Besluiten vast te stellen:
De Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd:
Onder vernummering van paragraaf 4 tot paragraaf 5 en vernummering van de artikelen 4.1 tot en met 4.4 tot de artikelen 5.1 tot en met 5.4 wordt na paragraaf 3 een paragraaf ingevoegd luidende:
§ 4 Erfgoedparticipatie
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
erfgoed: zaken uit het verleden, die mensen en erfgoedgemeenschappen waarderen, waarmee ze zich identificeren, en die ze willen doorgeven aan toekomstige generaties;
erfgoedgemeenschap: groep mensen, zowel formeel als informeel georganiseerd, die zich vanuit een gedeelde interesse en intrinsieke motivatie, op vrijwillige basis en in sociaal verband, inzet voor erfgoed;
erfgoedparticipatie: actieve betrokkenheid van personen bij het herkennen, beleven, beoefenen, delen, behouden of doorgeven van erfgoed;
immaterieel cultureel erfgoed: sporen uit het verleden, het culturele geheugen, die te vinden zijn in tradities, verhalen, ambachten, rituelen en gebruiken;
materieel cultureel erfgoed: sporen uit het verleden, het culturele geheugen, die te vinden zijn in archeologische vondsten, gebouwen, landschappen, documenten, historische kaarten, oude foto's en voorwerpen.
Artikel 4.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel om erfgoedparticipatie in de provincie Noord-Brabant te stimuleren.
Artikel 4.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door erfgoedgemeenschappen in de vorm van:
natuurlijke personen;
privaatrechtelijke rechtspersonen in de vorm van:
verenigingen;
stichtingen.
Artikel 4.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor een project gericht op een of meer van de volgende activiteiten:
het versterken, behouden of doorgeven van erfgoed;
het versterken van erfgoedgemeenschappen.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf;
aan de subsidieaanvrager reeds subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.
Artikel 4.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
de aanvrager is:
onderdeel van een erfgoedgemeenschap;
zet zich actief in voor erfgoed en geeft dit erfgoed door aan toekomstige generaties;
het project:
wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
is gericht op het versterken, behouden of doorgeven van erfgoed of het versterken van erfgoedgemeenschappen;
wordt uiterlijk binnen 18 maanden na verlening van de subsidie afgerond;
wordt na afronding openbaar bekendgemaakt, waarbij het resultaat wordt beschreven.
Artikel 4.8 Subsidiabele kosten
Voor deze subsidie geldt een vast subsidiabel bedrag.
Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag
Subsidieaanvragen worden ingediend van:
16 november 2026 tot en met 15 december 2026;
3 mei 2027 tot en met 31 mei 2027;
1 november 2027 tot en met 30 november 2027.
De subsidieaanvraag bevat een volledig ingevuld aanvraagformulier, waaruit blijkt dat aan de vereisten, genoemd in artikel 4.7 wordt voldaan.
Artikel 4.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op:
€102.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, eerste lid, onder a;
€ 99.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, eerste lid, onder b;
€ 99.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, eerste lid, onder c.
Artikel 4.11 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt € 3.000.
Artikel 4.12 Verdelingswijze
Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger:
start het project binnen 3 maanden na verlening van de subsidie;
rondt het project uiterlijk 18 maanden na verlening van de subsidie af;
zorgt voor communicatie over het project waarbij in publicaties door of namens de subsidieontvanger wordt vermeld dat de te financieren activiteit geheel of gedeeltelijk met financiële steun van de provincie Noord-Brabant wordt of is gerealiseerd.
Artikel 4.14 Verantwoording
De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een publicatie over de activiteit.
Artikel 4.15 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Asv.
Artikel 4.16 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie amtshalve vast op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.
Artikel 4.17 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
’s-Hertogenbosch, 13 oktober 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
I. Algemeen
Inleiding
In 2024 ondertekende Nederland het Verdrag van Faro. Dit verdrag benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed en het belang van deelname door de samenleving: de mens staat centraal. In de geest van Faro heeft de provincie Noord-Brabant in haar Beleidskader Levendig Brabant 2030 aangegeven dat ze wil dat meer Brabanders bij erfgoed kunnen participeren en dat meer doelgroepen worden bereikt. De provincie wil dit onder meer bereiken door ondersteuning te bieden aan erfgoedgemeenschappen, ‘omdat zij ons erfgoed mee levend houden door inwoners van Brabant handvatten te bieden om zelf op ontdekking te gaan naar de geschiedenis van hun eigen leefomgeving en informatie hierover te delen.’ In haar Uitvoeringsagenda Levendig Brabant 2024-2027 heeft de provincie Noord-Brabant aangegeven dat ze ernaar streeft dat al in 2027 meer en wat samenstelling betreft een meer diverse groep Brabanders betrokken zijn bij (het behouden van) erfgoed en participeren in projecten.
Juridisch kader
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling is vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling zijn dus ook de Awb en de Asv in combinatie met de Ras relevant.
Staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de aanvrager een natuurlijke persoon is. Verdere toetsing aan staatssteunregelgeving levert op dat de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd uitsluitend regionaal gerealiseerd kunnen worden. Er is sprake van een zuiver lokaal effect gezien het streekgebonden karakter van het erfgoed en de erfgoedgemeenschappen. De activiteiten hierdoor geen effect hebben op het handelsverkeer tussen lidstaten, er is geen sprake van staatssteun als de aanvrager een stichting of een vereniging is.
II. Artikelsgewijs
Artikel 4.3 Doelgroep
Erfgoedgemeenschappen kunnen gezamenlijk activiteiten uitvoeren. Eén natuurlijk persoon, stichting of vereniging treedt daarbij op als aanvrager.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Onder activiteiten die gericht zijn op het versterken van erfgoedgemeenschappen en ondersteuning bij het levend houden en doorgeven van erfgoed, vallen in ieder geval projecten die ertoe bij kunnen dragen dat erfgoedgemeenschappen meer mensen actief betrekken bij erfgoed, nieuwe of andere groepen aanspreken, hun werkwijze of organisatie zodanig versterken dat erfgoed duurzaam kan worden doorgegeven.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
De weigeringsgronden gelden onverminderd de weigeringsgronden in artikel 4:10 (subsidieplafond) en 4:35 van de Awb.
Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De provinciale regelgeving geeft het college van Gedeputeerde Staten de bevoegdheid om de verplichtingen uit de Asv aan te vullen.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.