Terug naar de radar

Officiële Bekendmakingen (KOOP)

Subsidieregeling isolatie woningen tweede tranche Edam-Volendam

NieuwGeldig tot 1 januari 2028

Edam-Volendam

Deze subsidieregeling is bedoeld voor meerderjarige eigenaar-bewoners in de gemeente Edam-Volendam met een slecht geïsoleerde woning. De woning moet een WOZ-waarde hebben van minder dan € 477.000 (peildatum 1 januari 2024). Daarnaast moeten aanvragers in energiearmoede verkeren of daarvoor een risico lopen. De subsidie kan worden gebruikt voor isolatie en energiezuinige ventilatie.

Volledige officiële tekst

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;

gelet op artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam, alsmede gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;

overwegende dat het Rijk gelden aan het college heeft verstrekt binnen het Nationaal Isolatieprogramma om slecht geïsoleerde koopwoningen te isoleren;

overwegende dat het Rijk specifieke voorwaarden stelt waaraan deze gelden kunnen worden uitgeven;

overwegende dat het gewenst is om ook na 1oktober 2026 woningeigenaren van een slecht geïsoleerde woning in de gemeente Edam-Volendam, die in energiearmoede verkeren of een risico daarop hebben, te stimuleren om binnen een bepaalde periode maatregelen te nemen die de woning isoleren of de ventilatie verbeteren;

overwegende dat het isoleren van woningen met een slecht energielabel voor de komende jaren wordt gezien als een noodzakelijke en realistische stap om structureel energie te besparen;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende Subsidieregeling isolatie woningen tweede tranche Edam-Volendam.

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • •

    Asv: Algemene subsidieverordening Edam-Volendam.

  • •

    binnendakisolatie: Het isoleren van daken aan de binnenzijde door aan het dakbeschot isolatiemateriaal te bevestigen waarna de binnenwand-afwerking eroverheen wordt geplaatst, waarbij de dakbedekking niet mag worden beroerd en waarbij het niet is toegestaan om een ruimte tussen dakbeschot en binnenwandafwerking te vullen met gespoten isolatiemateriaal in de pre-SMP methodiek.

  • •

    biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal gemaakt van hernieuwbare plantaardige of dierlijke grondstoffen, zoals houtvezel, hennep, vlas, cellulose (gerecycled papier) of schapenwol, zijnde isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014 en opgenomen in de meldcodelijsten ISDE en SVVE van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • •

    bodemisolatie: het aanbrengen van een laag isolatiemateriaal op de grond van een kruipruimte of onverwarmde kelder van een woning;

  • •

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;

  • •

    college: het college van burgemeester en wethouders Edam-Volendam;

  • •

    doe-het-zelfmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 3, derde lid, die door een ander wordt uitgevoerd zonder tussenkomst van een bouwbedrijf;

  • •

    eigenaar-bewoner: een natuurlijke persoon die een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; of

  • •

    energieadviseur: een natuurlijk persoon die werkzaam is bij een onderneming of een onderneming heeft die bedrijfsmatig bewoners adviseert over het nemen van verduurzamingsmaatregelen;

  • •

    energieadvies-rapport: een officieel, onafhankelijk document dat op basis van een huisbezoek is opgesteld door een gecertificeerde energieadviseur, waarin de huidige energetische en bouwkundige staat van een specifieke woning in kaart wordt gebracht en concrete isolatiemaatregelen worden geadviseerd.

  • •

    energiearmoede: een eigenaar-bewoner die te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening of diens woning van (zeer) slechte energetische kwaliteit is.

  • •

    energielabel: een energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • •

    energiezuinige ventilatiemaatregelen: het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%;

  • •

    gevelisolatie:

    • I.

      binnenmuurisolatie: het plaatsen van voorzetwanden met isolatiemateriaal tegen de buitenmuur via de binnenzijde van de woning.

    • II.

      buitenmuurisolatie: het plaatsen van voorzetwanden met isolatiemateriaal tegen de buitenmuur via de buitenzijde van de woning.

  • •

    isolatieprogramma: isolatieprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie;

  • •

    labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap; bijvoorbeeld de stap van energielabel F naar energielabel E of van energielabel A+ naar energielabel A++;

  • •

    materiaalkosten: kosten voor nieuw isolatie- of ventilatiemateriaal en het bijbehorende benodigde constructiemateriaal;

  • •

    Rc-waarde: warmteweerstand van de gehele constructie en uitgedrukt in m2·K/W;

  • •

    Rd-waarde: warmteweerstand van één (isolatie)materiaal, afgegeven door de fabrikant en uitgedrukt in m2·K/W.

  • •

    recreatiewoning: een woonruimte specifiek bedoeld voor tijdelijk en recreatief gebruik.

  • •

    spouwmuurisolatie: het vullen van de bestaande spouw met isolatiematerialen. Het afdichten van kieren of gaten in de muur of bij kozijnen valt hier ook onder, alsook het vervangen van het buitenblad van een spouwmuur en aanbrengen van isolatiemateriaal met een nieuw buitenblad.

  • •

    slecht geïsoleerd bouwdeel: Bouwdelen, die niet voldoen aan de gestelde isolatie-normen volgens de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SPUK LAI), zijnde voor:

    • I.

      de gevel: Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig (Rc ≤ 1,1);

    • II.

      een dakisolatie voor een hellend of plat dak: Geen, slechte en matige isolatie (minder dan 9 cm isolatiemateriaal aanwezig/ Rc ≤ 2,0);

    • III.

      een dak, zolder-/vlieringvloerisolatie: Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is, als alternatief voor dakisolatie. Alleen toe te passen bij een onverwarmde zolder en gesloten vlieringluik of gesloten toegangsdeur. (Rc ≤ 0,5);

    • IV.

      een vloer-/bodemisolatie: Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig, aanpakken bij matige vloerisolatie niet per se noodzakelijk (minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3);

    • V.

      ramen (Glas): Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas (Ug waarde ≥ 1,6).

  • •

    slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of, als er sprake is van geen energielabel, een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn:

    • I.

      de vloer en de bodem (geen of slechte isolatie aanwezig: minder 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3);

    • II.

      de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1);

    • III.

      de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1);

    • IV.

      het dak (geen, slechte en matige isolatie, minder dan 9 cm aanwezig/ een Rc ≤ 2,0) en de zoldervloer/ vlieringvloer (geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig. RC ≤ 0,5);

    • V.

      de ramen, panelen in kozijnen en deuren; (enkel glas, oud dubbelglas en HR glas, kozijnen Ug waarde ≥1,6);

  • •

    thermische schil: de omhulling van het gehele gebouw samengesteld uit de bouwkundige elementen, dak, gevel, vloer en beglazing, kozijnpanelen en deuren.

  • •

    Ug-waarde: totale warmtedoorgangscoëfficiënt van een constructie, inclusief de overgangsweerstanden van lucht naar de constructie en van de constructie naar lucht uitgedrukt in W/m2·K (warmtegeleiding van glas).

  • •

    woning: een adresseerbaar verblijfsobject of woongelegenheid als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet en als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd;

  • •

    WOZ-waarde: de waarde die een woning op grond van de Wet waardering onroerende zaken toegekend heeft gekregen.

Artikel 2 Doel en doelgroep

1.

Deze regeling heeft als doel om de energietransitie te versnellen door de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen in de gemeente Edam-Volendam te stimuleren, door één of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, in samenhang met eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen, uit te laten voeren.

2.

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan de meerderjarige eigenaar-bewoner van een woning:

  • I.

    gelegen in de gemeente Edam-Volendam, en

  • II.

    een WOZ-waarde heeft onder € 477.000, -, waarbij 1 januari 2024 als peildatum geldt;

  • III.

    die slecht geïsoleerd is als bedoeld in artikel 1, waardoor de eigenaar-bewoner aantoont dat hij in energiearmoede verkeerd of een risico daarop bestaat.

Artikel 3 Subsidiabele activiteit

1.

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten, die worden uitgevoerd in de periode vanaf de eerste dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 1 september 2028:

  • a.

    Energiebesparende isolatiemaatregelen uitgevoerd door een bouwbedrijf;

  • b.

    Energiebesparende isolatiemaatregelen uitgevoerd in doe-het-zelf;

  • c.

    Energiezuinige ventilatiemaatregelen.

2.

Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub a wordt in ieder geval begrepen:

  • a.

    het aanbrengen van dakisolatie aan de binnenzijde van het dak, waarbij:

    • i.

      ten minste 20 m2 van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

    • ii.

      het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2·K/W heeft en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2·K/W heeft; en

    • iii.

      het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • b.

    het aanbrengen van minimaal 20 m2 zolder- of vlieringvloerisolatie van een onverwarmde zolder of vliering, met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 3,5 m2·K/W en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een RD-waarde van tenminste 2,5 m2·K/W heeft, waarbij het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • c.

    het aanbrengen van minimaal 20 m2 vloer-of bodemisolatie van de oppervlakte van een bestaande vloer of de bestaande bodem in de bestaande thermisch schil met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 3,5 m2·K/W, waarbij het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • d.

    het aanbrengen van minimaal 10 m2 gevelisolatie aan de binnen – en buitenzijde van de gevel van de bestande thermische schil van de woning, waarbij de isolatiewaarde (Rd-waarde) minimaal 3,5 m2·K/W is en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van tenminste 2,5 m2·K/W heeft;

  • e.

    het vervangen van glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door:

    • i.

      het vervangen van ten minste 8 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2023 en voor 1 januari 2025, van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2·K;

    • ii.

      het vervangen van ten minste 3 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2024, van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m2·K;

    • iii.

      het vervangen van ten minste 8 m2van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2023 en voor 1 januari 2025, van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2·K;

    • iv.

      het vervangen van ten minste 3 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte indien de maatregel is aangebracht na 31 december 2024, van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/ m2·K;

    • v.

      het vervangen of toevoegen van ten minste 3 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte van een monument indien een maatregel is aangebracht na 31 december 2023 en voor 1 januari 2026, van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/ m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/ m2K; of

    • vi.

      het vervangen of toevoegen van ten minste 3 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte van een monument indien een maatregel is aangebracht na 31 december 2023 van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/ m2·K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/ m2·K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5W/ m2·K, of triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn;

    • vii.

      het vervangen of toevoegen van tenminste 3 m2 van de oppervlakte, of raamoppervlakte van een monument indien een maatregel is aangebracht na 31 december 2025, van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 5,8W/m2·K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2 ·K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2·K.

  • f.

    het vervangen van minimaal 10 m2 spouwmuurisolatie van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil, waarbij:

    • i.

      het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2·K/W heeft en geen UF-schuim is; en

    • ii.

      waarbij het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

3.

Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub b, wordt in ieder geval begrepen:

  • a.

    het aanbrengen van dakisolatie aan de binnenzijde van het dak, waarbij:

    • i.

      ten minste 20 m2 van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

    • ii.

      het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2·K/W heeft en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2·K/W heeft; en

    • iii.

      het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • b.

    het aanbrengen van minimaal 20 m2 zolder – of vlieringvloerisolatie van een onverwarmde zolder of vliering, met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 3,5 m2·K /W en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een RD-waarde van tenminste 2,5 m2·K/W heeft, waarbij het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • c.

    het aanbrengen van minimaal 20 m2 vloer-of bodemisolatie van de oppervlakte van een bestaande vloer of de bestaande bodem in de bestaande thermisch schil met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 3,5 m2·K/W, waarbij het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

  • d.

    het aanbrengen van minimaal 10 m2 van gevelisolatie aan de binnenzijde van de buitenmuur van de bestaande thermische schil van de woning, waarbij de isolatiewaarde (Rd-waarde) minimaal 3,5 m2·K/W is en in geval van een monument is aangebracht na 31 december 2023 en een Rd-waarde van tenminste 2,5 m2·K/W heeft.

4.

Onder een activiteit als bedoeld in het eerste lid, sub c, wordt in ieder geval begrepen een ventilatiemaatregel, die is geplaatst of geïnstalleerd door een bouwbedrijf op of na 1 januari 2026, niet zijnde een ruimteverwarmingstoestel of waterverwarmingstoestel, in combinatie met een aanvraag voor minimaal één isolatiemaatregel als bedoeld in het tweede lid, sub a tot en met h en derde lid, sub a tot en met d of in combinatie met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel als bedoeld in het tweede lid sub a tot en met h en derde lid sub a tot en met d die niet meer dan 24 maanden eerder zijn aangebracht en waarvoor subsidie is verstrekt, bestaande uit:

  • a.

    Een centrale CO2-gestuurde mechanische luchtafvoer-unit, met een minimale capaciteit van 125m3/h, zoals geregistreerd in EPREL, aangestuurd met minimaal twee CO2 sensoren en is voorzien van een etiket en de bijbehorende technisch documentatie.

  • b.

    Een centrale balansventilatie -unit met warmteterugwinning en een minimaal rendement van 85%, getest het plaatsen en installeren van een gelijkstroomventilator (balansventilatie met WTW).

  • c.

    Een decentrale balansventilatie-unit met warmteterugwinning door middel van een recuperatieve warmtewisselaar, een minimaal rendement van 80% getest conform EN 13141-8:2022, een minimale capaciteit van 80 m3/h, met gelijktijdige luchttoevoer en -afvoer in de unit, zoals geregistreerd in EPREL en is voorzien van een etiket en de bijbehorende technische documentatie.

Artikel 4 Aanvraag en indieningsvereisten

1.

In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam kan de subsidie alleen worden aangevraagd vanaf de eerste dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 1 januari 2028.

2.

Aanvragen ingediend buiten bovengenoemde termijn worden geweigerd.

3.

De aanvraag om subsidie geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

4.

Een aanvraag om subsidie voor één activiteit of meerdere activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, kan slechts eenmaal voor dezelfde woning worden ingediend.

5.

In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam omvat een aanvraag om subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub a, in ieder geval:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zijnde één van de volgende bewijsmiddelen:

    • I.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend energielabel D of slechter; of

    • II.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend bouwkundig rapport waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn; of

    • III.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, opgesteld rapport van een energieadviseur voor de woning waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn;

  • c.

    de datum waarop de activiteiten zullen starten en uiterlijk zullen zijn verricht;

  • d.

    een activiteitenplan waarin wordt aangegeven wanneer en waar welke maatregelen worden genomen met de daarbij horende isolatiewaarden, oppervlakte te isoleren bouwdeel in vierkante meters;

  • e.

    Indien het een energiebesparende isolatiemaatregel betreft waarvoor het bouwbedrijf dat de activiteit uitvoert, moet beschikken over een specifiek certificaat, een vermelding op de offerte van het bouwbedrijf dat het hierover beschikt om de activiteit uit te mogen voeren.

  • f.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering een sloopmelding voor asbest is vereist, een kopie van deze sloopmelding en bewijs van uitvoeringasbestverwijdering;

  • g.

    een kopie van een gespecificeerde offerte van het bouwbedrijf, met daarop vermeld:

    • i.

      de eigenaar van de woning en diens adres;

    • ii.

      beoogde datum van de uitvoering van de energiebesparende isolatie- of ventilatiemaatregel;

    • iii.

      de opsomming van de specifieke isolatie – of ventilatiemaatregelen inclusief het aantal en de specificering van de vierkante meters, de unitprijs, de bijbehorende meldcode, merk en isolatie- waarde van het daarvoor te gebruiken materiaal.

  • h.

    Indien voor de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning vereist is, een verklaring dat deze vergunning wordt aangevraagd.

  • i.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering van de voorgestelde activiteit een specifiek onderzoek moet zijn verricht, een verklaring dat dit onderzoek op tijd wordt gedaan.

6.

In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam omvat een aanvraag om subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub b, in ieder geval:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zijnde één van de volgende bewijsmiddelen:

    • i.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend energielabel D of slechter; of

    • ii.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend bouwkundig rapport waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn; of

    • iii.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, opgesteld rapport van een gecertificeerd energieadviseur waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn;

  • c.

    de datum waarop de activiteiten zullen starten en uiterlijk zullen zijn verricht;een activiteitenplan waarin wordt aangegeven wanneer en waar welke maatregelen worden genomen met de daarbij horende isolatiewaarden, oppervlakte te isoleren bouwdeel in vierkante meters;

  • d.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering een sloopmelding voor asbest is vereist, een kopie van deze sloopmelding;

  • e.

    Indien voor de uitvoering van de activiteit een omgevingsvergunning vereist is, een verklaring dat deze vergunning wordt aangevraagd.

  • f.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering van de voorgestelde activiteit een specifiek onderzoek moet zijn verricht, een verklaring dat dit onderzoek op tijd wordt gedaan.

7.

In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam omvat een aanvraag om subsidie voor één activiteit zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub c, in ieder geval:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zijnde één van de volgende bewijsmiddelen:

    • i.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend energielabel D of slechter; of

    • ii.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, geldend bouwkundig rapport waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn; of

    • iii.

      een voor de woning, waarop de aanvraag betrekking heeft, opgesteld rapport van een gecertificeerd energieadviseur waaruit blijkt welke bouwdelen slecht geïsoleerd zijn;

  • c.

    de datum waarop de activiteiten zullen starten en uiterlijk zullen zijn verricht;

  • d.

    een activiteitenplan waarin wordt aangegeven:

    • I.

      wanneer en waar welke ventilatiemaatregel wordt genomen met de daarbij horende minimale capaciteit en technische documentatie en indien van toepassing het minimale rendement en de testwaarde;

    • II.

      een beschrijving van de te combineren energiebesparende isolatiemaatregel zoals bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid met de daarbij behorende isolatiewaarden, oppervlakte te isoleren bouwdeel in vierkante meters; of

    • III.

      indien de twee te combineren isolatiemaatregelen reeds zijn uitgevoerd, een kopie van de subsidievaststellingsbeschikking voor één energiebesparende isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub a en b, waaruit blijkt dat deze maatregel niet meer da 24 maanden eerder is aangebracht dan de voorgestelde ventilatiemaatregel;

  • e.

    indien het een energiebesparende isolatiemaatregel betreft waarvoor het bouwbedrijf dat de activiteit uitvoert, moet beschikken over een specifiek certificaat, een vermelding op de offerte van het bouwbedrijf dat het hierover beschikt om de activiteit uit te mogen voeren.

  • f.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering een sloopmelding voor asbest is vereist, een kopie van deze sloopmelding en bewijs van uitvoeringasbestverwijdering;

  • g.

    Indien voor de uitvoering van de activiteit of een te combineren activiteit een omgevingsvergunning is vereist, een verklaring dat deze wordt aangevraagd.

  • h.

    Indien voorafgaand aan de uitvoering van de voorgestelde activiteit een specifiek onderzoek moet zijn verricht, een verklaring dat dit onderzoek op tijd wordt gedaan;

  • i.

    een kopie van een gespecificeerde offerte van het bouwbedrijf, met daarop vermeld:

    • i.

      de eigenaar van de woning en diens adres;

    • ii.

      beoogde datum van de uitvoering van de energiebesparende ventilatiemaatregel en indien van toepassing de beoogde datum van de uitvoering van de aanvullende energiebesparende isolatiemaatregel zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid, sub a en b;

    • iii.

      de opsomming van de specifieke isolatie – of ventilatiemaatregelen inclusief het aantal en de specificering van de vierkante meters, de unitprijs, de bijbehorende meldcode, merk, isolatie- waarde van het daarvoor te gebruiken materiaal, de minimale capaciteit en indien van toepassing het minimale rendement, de testwaarden en de technische documentatie.

8.

In afwijking van artikel 6, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam omvat een aanvraag om subsidie voor twee verschillende activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub a tot en met c, waarvan minimaal één uitgevoerd in doe-het-zelf en minimaal één uitgevoerd door een bouwbedrijf, in ieder geval de indieningsvereisten per activiteit zoals genoemd in lid 3 tot en met 7 van dit artikel.

9.

Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Deze datum bepaalt de volgorde van behandeling van de aanvraag.

10.

Het college kan bepalen dat naast de in het zesde tot en met achtste lid genoemde documenten nog andere stukken moeten worden overgelegd indien deze voor de beoordeling noodzakelijk blijken.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

1.

Als subsidiabele kosten komen in aanmerking de redelijk gemaakte kosten inclusief BTW, die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid a tot en met c, zijnde:

  • I.

    Kosten voor ingezette isolatiematerialen en het daarbij behorende afwerk- en bevestigingsmateriaal;

  • II.

    Kosten voor de ventilatiemaatregel en bijbehorende ventielen, kanalen, hulpstukken, bevestigingsmaterialen en kabels.

  • III.

    Loonkosten van een ingehuurd bouwbedrijf dat de activiteit heeft uitgevoerd;

2.

Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten voor:

  • a.

    Kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag;

  • b.

    schilderwerk/afwerklagen;

  • c.

    verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;

  • d.

    kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, boetes en sancties;

  • e.

    kosten voor het isoleren van nieuw te bouwen bouwdelen;

  • f.

    kosten voor huur of aanschaf van gereedschap;

  • g.

    kosten van tweedehands materialen;

  • h.

    vergunningskosten;

  • i.

    verzendkosten;

  • j.

    kosten voor materialen of producten die niet op de Nederlandse markt zijn toegelaten.

Artikel 6 Hoogte subsidie

1.

In het geval van uitvoering van één van de in artikel 3, eerste lid, sub a, genoemde subsidiabele activiteiten door een bouwbedrijf bedraagt de hoogte van de subsidie voor ten hoogste 85% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, met een maximum van € 1.550, - inclusief BTW per woning.

2.

In het geval van uitvoering van twee of meer van de in artikel 3, eerste lid, sub a, genoemde subsidiabele activiteiten door een bouwbedrijf bedraagt de hoogte van de subsidie voor ten hoogste 70 % van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 6, met een maximum van € 2.050, - inclusief BTW per woning.

3.

In het geval van uitvoering in doe-het-zelf van één van de activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub b, bedraagt de hoogte van de subsidie 100 % van de voor subsidie in aanmerking komende kosten, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, met een maximum van € 1.550, - inclusief BTW per woning.

4.

In geval van uitvoering in doe-het-zelf van twee of meer activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub b, bedraagt de hoogte van de subsidie 100% van de voor in aanmerking komende kosten, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, met een maximum van € 2.050, - inclusief BTW per woning.

5.

In geval van uitvoering van een activiteit zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub c in combinatie met één of meer hiervan afwijkende activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub a en b, bedraagt de hoogte van de subsidie 100% van de in aanmerking komende kosten zoals bedoeld in artikel 5 met een gezamenlijk maximum van € 2.050, - inclusief BTW per woning.

6.

Het in het eerste tot en met vijfde lid genoemde subsidiebedrag wordt slechts eenmaal verleend voor een woning waarop de activiteit, als bedoeld in artikel 3, betrekking heeft.

Artikel 7 Beslistermijn

1.

Het college beslist uiterlijk acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag om subsidieverlening.

2.

Het college kan het nemen van een besluit met ten hoogste zes weken verdagen.

Artikel 8 Verplichtingen

Onverminderd artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam kan het college de volgende verplichtingen aan de subsidieverlening verbinden:

  • a.

    De aanvrager voert de activiteiten als bedoeld in artikel drie, eerste lid, sub a tot en met c uiterlijk binnen negen maanden na bekendmaking van het subsidieverleningsbesluit of vóór een door het college in de subsidieverleningsbeschikking op te nemen datum uit;

  • b.

    gedurende de periode van bekendmaking van het besluit over de subsidieverlening en het besluit over de vaststelling van de subsidie wordt het vervreemden van de woning onverwijld gemeld bij het college;

  • c.

    de aanvrager draagt zorg dat het energielabel van de woning correspondeert met de werkelijke energieprestaties van de woning.

  • d.

    de aanvrager verleent medewerking om in het kader van een steekproef een door de gemeente aangestelde inspecteur op verzoek in de gelegenheid te stellen de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren.

  • e.

    de energiebesparende isolatiematerialen of de te installeren ventilatiemaatregel dienen op de Nederlandse markt te zijn toegelaten;

  • f.

    indien een eigenaar-bewoner de activiteit spouwmuur-, of buitengevelisolatie wil uitvoeren, moeten deze maatregelen worden uitgevoerd door een bouwbedrijf dat gecertificeerd is om deze maatregel uit te voeren;

  • g.

    voor zover vereist, het verkrijgen van de vereiste vergunningen voor de subsidiabele activiteiten;

  • h.

    voor zover vereist, het uitvoeren van verplichte onderzoeken voor start van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd.

Artikel 9 Subsidieplafond en verdeelcriteria

1.

De hoogte van het subsidieplafond voor de gehele looptijd van deze subsidieregeling voor activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, sub a tot en met c, bedraagt € 2.200.000, -.

2.

Verdeling geschiedt op basis van binnenkomst van volledige aanvragen.

3.

Wordt het subsidieplafond, als bedoeld in het eerste lid, op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen subsidieaanvragen bepaald door middel van rangschikking, waarbij:

  • a.

    de aanvraag betreffende een woning met de laagste energielabel als hoogste wordt gerangschikt;

  • b.

    de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

Artikel 10 Weigeringsgronden

De subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 3 wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag door iemand anders dan de juridische eigenaar van de woning is ingediend;

  • b.

    de WOZ-waarde van de woning gelijk is aan of boven € 477.000, - valt op peildatum 1 januari 2024;

  • c.

    de activiteit is uitgevoerd voor inwerkingtreding van deze regeling of na 1 september 2028;

  • d.

    er geen sprake is van een slecht geïsoleerde woning;

  • e.

    reeds begonnen is met het uitvoeren van de activiteiten voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;

  • f.

    door verlening van subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden en de aanvraag daardoor slechts gedeeltelijk zou kunnen worden gehonoreerd;

  • g.

    als de aanvrager voor een activiteit als bedoeld in artikel 3 al vanuit een andere gemeentelijke regeling hiervoor subsidie heeft ontvangen, tenzij in de andere regeling benoemd wordt dat die regeling gestapeld mag worden met de subsidie op grond van deze subsidieregeling isoleren woningen tweede tranche Edam-Volendam;

  • h.

    de aanvrager niet behoort bij de doelgroep, als bedoeld in artikel 2, sub b;

  • i.

    een eigenaar-bewoner binnen een vve de subsidie aanvraagt;

  • j.

    het de activiteit spouwmuurisolatie of dakisolatie van buitenaf betreft en de voorgestelde uitvoering hiervan in strijd is met de bepalingen uit de Omgevingswet en de Wet natuurbescherming;

  • k.

    niet kan worden aangetoond dat de activiteit functioneel, effectief en volledig wordt uitgevoerd;

  • l.

    het geen activiteit betreft als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met vierde lid;

  • m.

    de aanvraag betrekking heeft op een activiteit, waarvoor aan de aanvrager al subsidie is verleend op grond van deze regeling;

  • n.

    de activiteit betrekking heeft op een schuur, garage of bijgebouw;

  • o.

    een activiteit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a, betrekking heeft op een dak dat asbest bevat, tenzij de aanvrager aantoont dat het asbest voor uitvoering van de activiteit wordt verwijderd.

  • p.

    de activiteit betrekking heeft op nog geen bestaand bouwdeel;

  • q.

    de voor het verrichten van de activiteit noodzakelijke vergunningen niet zijn verleend;

  • r.

    de voor het verrichten van de activiteit vereiste sloopmelding asbest niet is gedaan;

  • s.

    het voor het verrichten van de activiteit voorafgaande verwijderen van asbest niet heeft plaatsgevonden;

  • t.

    de kosten van de activiteit op grond van een verzekeringsovereenkomst zijn gedekt;

  • u.

    de uitvoering van de activiteit zou leiden tot een verandering aan een gemeentelijke monument of het pand opgenomen op de lijst van Sliekerfonds die in strijd is met de eisen die volgens wettelijke voorschriften voor de aangewezen status van het pand worden gesteld.

  • v.

    Materiaal zal worden gebruikt dat niet aan de voorgeschreven eisen voldoet of niet op de Nederlandse markt is toegelaten;

  • w.

    de activiteit zal worden uitgevoerd door een bouwbedrijf dat niet betreft en de uitvoering hiervan met gebruik van UF -schuim plaatsvond.

Artikel 11 Verantwoording en vaststelling

1.

De subsidieontvanger van een verleende subsidie dient uiterlijk 6 weken na realisatie van de gesubsidieerde activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.

2.

De aanvraag tot vaststelling als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval:

  • a.

    facturen waarop de subsidiabele kosten per activiteit voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt, met daarbij de gerealiseerde vierkante meters, isolatiewaarden of capaciteit en rendement van het ingezette materiaal, het offertebedrag en KVK en IBAN-nummer en contactgegevens van het bouwbedrijf dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd;

  • b.

    foto's van de installatie van de gesubsidieerde activiteit in de woning van de eigenaar-bewoner;

  • c.

    indien van toepassing een kopie van de vereiste vergunningen;

  • d.

    indien van toepassing een kopie van het certificaat van het bouwbedrijf;

  • e.

    indien van toepassing een kopie van het vereiste uitgevoerde onderzoek;

  • f.

    indien het gaat om de activiteit spouwmuurisolatie, een kopie van de negatieve uitslag van een eDNA test, dat is uitgevoerd door een bedrijf dat is gecertificeerd volgens de beoordelingsrichtlijn InsulaCertificatie-200 uitgebreid sporenonderzoek middels E-DNA.

  • g.

    documentatie waaruit blijkt dat u aan de opgelegde verplichting heeft voldaan.

3.

Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag om vaststelling.

4.

Het college kan een besluit als bedoeld in het vorige lid eenmaal met zes weken verdagen.

Artikel 12 Uitbetaling

Uitbetaling geschiedt binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot vaststelling van de subsidie op de door de subsidieontvanger in het aanvraagformulier tot verlening van de subsidie opgegeven bankrekeningnummer.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan besluiten subsidie aan een aanvrager als bedoeld in artikel 2, sub b, te verstrekken indien de aanvrager motiveert dat sprake is van een uitzonderlijke situatie van energiearmoede die subsidieverstrekking noodzakelijk maakt.

Artikel 14 Slotbepalingen

1.

Deze subsidieregeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

2.

Deze subsidieregeling vervalt op 1 maart 2029.

3.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling isolatie woningen tweede tranche Edam-Volendam.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 27 oktober 2026,

het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,

de secretaris,

N.A. Hellingman-Kuiper.

de burgemeester,

R.J. Beukers.

Toelichting

Algemeen:

Veel inwoners hebben moeite met het betalen van hun energierekening en hebben weinig financiële ruimte om mee te kunnen doen in de energietransitie. Vooral woningen met een slechte isolatie zorgen voor hoge energielasten. Het rijk heeft nogmaals middelen beschikbaar gesteld die het college opnieuw mag inzetten om deze groep eigenaar-bewoners van woningen in onze gemeente op korte termijn te ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen.

Uit de uitvoering van de Subsidieregeling isolatie woningen Edam-Volendam is gebleken dat de eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen vaak alleen één maatregel hebben uitgevoerd en dat deze vooral toeziet op het verbeteren van de vloerisolatie. De effecten hiervan zijn gezien de energetische staat van de woning dan zeer beperkt.

Om de eigenaar-bewoners van slecht geïsoleerde woningen extra te stimuleren, heeft de gemeenteraad besloten eenmalig aanvullende middelen beschikbaar te stellen, waardoor het maximaal te verkrijgen subsidiebedrag bij twee of meer genomen en correct uitgevoerde maatregelen € 500, - hoger is dan bij de eerdere Subsidieregeling isolatie woningen Edam-Volendam.

Voorwaarde is nog steeds dat de eigenaar van de woning wel ook in zijn woning zelf moet verblijven. Het betreft daarom geen steunmaatregel voor eigenaren van slecht geïsoleerde woningen die door hen worden verhuurd.

Zoals in artikel 2 is verwoord heeft deze subsidieregeling tot doel het ondersteunen van eigenaren-bewoners van koopwoningen in Edam-Volendam die te maken hebben met hoge energielasten als gevolg van gestegen energieprijzen in combinatie met de lagere energetische kwaliteit van de woningen, of een risico daarop.

De subsidie is bedoeld voor het treffen van isolatiemaatregelen, eventueel in combinatie met energiezuinige ventilatiemaatregelen aan woningen.

Onder deze maatregelen worden ‘nagelvaste maatregelen’ verstaan, zoals vloerisolatie, HR++ glas en dakisolatie of het plaatsen en het aanbrengen van een balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 85%.

Artikelsgewijs:

Artikel 1

In dit artikel wordt een aantal begrippen verklaard voor zover de betekenis niet zonder meer uit het algemene spraakgebruik kan worden afgeleid.

Artikel 2

Dit artikel geeft aan wat met het verstrekken van deze subsidies zal worden bereikt en wie een subsidie kan aanvragen.

De groep eigenaren is beperkt op natuurlijke personen. Dat betekent dat rechtspersonen zoals bijvoorbeeld wooncoöperaties, stichtingen of verenigingen van eigenaren geen beroep op deze regeling kunnen doen, ondanks dat ook zij maatregelen ter verduurzaming van hun woningen moeten doen.

Daarnaast is het een vereiste dat de natuurlijke persoon ook in de woning moet verblijven of feitelijk na de renovatie daarin verblijft. Het is dus niet mogelijk beroep op de regeling te doen als de aanvrager niet aan alle criteria van de beschreven doelgroep voldoet.

De subsidie kan gedurende meerdere kalenderjaren worden aangevraagd. De gemiddelde WOZ-waarde verschilt per jaar. Het rijk heeft ruimte gegeven om hiermee rekening te houden en heeft de standaardwaarden per gemeente op een peildatum bepaald. Deze worden in de regeling gehanteerd.

Artikel 3

In dit artikel zijn de diverse activiteitengroepen en de specifieke maatregelen beschreven waarvoor subsidie kan worden aangevraagd.

Het betreft gerichte maatregelen, die de eigenaar-bewoner door een bouwbedrijf heeft laten uitvoeren of die hij zelf kan verrichten, omdat hij over de kennis en vaardigheid beschikt om zijn woning duurzamer te maken.

Omdat de energiebesparende maatregelen zullen leiden tot een verbetering van de energetische staat van de woning en dit medebepalend is dat de Europese energiedoelstelling door Nederland kan worden behaald, is vastgelegd dat ook bij maatregelen die in doe- het zelf worden uitgevoerd een minimumaantal vierkante meters moet worden gerealiseerd. Vooralsnog geldt voor deze activiteiten dat zij in doe het zelf zijn uitgevoerd, aangetoond moet worden dat de uitvoering van de maatregel vergelijkbaar met een professionele aanpak moet zijn.

De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet volledig worden uitgevoerd. Het uitvoeren van een maatregel door een bouwbedrijf of in doe- het -zelf voor een deel is niet voldoende. Om verwarring te voorkomen wat onder een activiteit wel of niet valt zijn de begrippen die de activiteit omschrijven nader toegelicht onder artikel 1.

Omdat het plaatsen van bijvoorbeeld een ventilatiesysteem of het aanbrengen van spouwmuurisolatie om specifieke kennis vraagt om effectief te werken, is het niet mogelijk om voor een reeks uitgevoerde isolatieactiviteiten subsidie te ontvangen als zij door de eigenaar-bewoner zelf geplaatst zijn.

Voor enkele maatregelen gelden beperkingen, die voortkomen uit specifieke wetten. Zo is het bijvoorbeeld alleen mogelijk materiaal te gebruiken dat aan bepaalde normwaarden voldoet of mogen door de maatregel geen gevaren voor het milieu, de natuur of veranderingen aan een beschermde status van het gebouw worden veroorzaakt. Of worden bepaalde eisen gesteld voor het minimaal aantal vierkante meters materiaal dat moet worden vervangen. Uit de overgelegde documenten moet blijken dat hieraan wordt voldaan. Bij de beoordeling worden daarom de kaders die het rijk hanteert aangehouden.

Daarnaast mag geen UF-schuim worden gebruikt voor het vervangen van de isolatie in spouwmuren. Bij het aanbrengen van dit schuim, maar ook daarna, kunnen hoge concentraties van de schadelijke stof formaldehyde vrijkomen in de woning waardoor de eigenaar-bewoner, maar ook medewerkers van het bedrijf die de isolatie aanbrengen lopen gevaar op gezondheidsrisico’s.

Voor isolatie aan de buitenzijde van het dak (buitendakse isolatie) gelden andere ecologische verplichtingen dan de specifieke eDNA-spouwmuurregeling. Vleermuizen of vogels kunnen zich immers wel onder dakpannen of dakbeschot nestelen. Hiervoor is doorgaans een regulier ecologisch vooronderzoek of soortgericht advies nodig in het kader van de Wet natuurbescherming, omdat de eDNA-test zoals die nu wettelijk is goedgekeurd, specifiek is toegespitst op spouwmuren. Echter is onduidelijk welk alternatief onderzoek dan wel aan de wettelijke eisen voldoet en bestaat de kans dat de rechter oordeelt dat een genomen maatregel in strijd met de wet is gerealiseerd. Dan moet alles worden teruggedraaid en moet het college handhavend optreden. Om een dergelijk geschil te voorkomen, voorziet deze regeling niet in de subsidiering van de maatregel buitendakse isolatie.

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie om een ventilatiemaatregel moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo mag deze maatregel alleen vanaf een bepaald moment worden uitgevoerd en moet aangetoond kunnen worden dat er ook een aanvullende energiebesparende andere maatregel wordt gerealiseerd of binnen een periode van 24 maanden eerder is gerealiseerd en hiervoor subsidie is verstrekt.

Artikel 4

Welke documenten bij de aanvraag om subsidie voor welke activiteit moeten worden overgelegd is in dit artikel geregeld. Overeenkomstig de Awb-artikelen 4:1 en 4:4 hanteren wij een standaardaanvraagformulier voor de stroomlijning van de aanvragen.

Het werken met een formulier neemt niet weg dat de aanvrager zelf ook zijn verantwoordelijkheid moet nemen om zijn aanvraag met alle gevraagde informatie volgens dit artikel te voorzien. Een formulier ontkracht niet een subsidiegrondslag, maar is alleen een hulpmiddel om voor de meest voorkomende gevallen te helpen bij het indienen van een volledige aanvraag.

Soms is het noodzakelijk dat men eerst diverse onderzoeken moet hebben verricht om over te kunnen gaan tot het daadwerkelijke (laten) uitvoeren van de maatregel, waarvoor subsidie kan worden gevraagd. Te denken valt bijvoorbeeld aan een eDNA-onderzoek, waarmee onder andere aangetoond kan worden dat zich geen beschermde diersoorten in de spouwmuur bevinden.

Bouwbedrijven die deze maatregelen uitvoeren moeten over een specifiek certificaat beschikken. Daarom wordt gevraagd dat het bouwbedrijf in de offerte vermeld dat het over een dergelijk certificaat beschikt.

In artikel 4:5 Awb wordt de wijze van afdoening geregeld voor het geval dat de benodigde stukken ontbreken. Het college moet immers kunnen beschikken over alle relevante stukken alvorens een besluit te kunnen nemen op de subsidieaanvraag.

Als de aanvrager verzuimt alsnog ontbrekende stukken toe te voegen, wordt besloten de aanvraag niet te behandelen. Dat wil zeggen dat zij buiten behandeling wordt gesteld.

Indien de indieningsperiode niet is verstreken en het subsidieplafond nog niet is bereikt, heeft de aanvrager de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen, die dan wel volledig moet zijn en met alle vereiste informatie is voorzien.

Het is wel mogelijk om subsidie te verkrijgen voor meerdere isolatiemaatregelen waarvan ook de ene maatregel door de eigenaar-bewoner zelf is uitgevoerd en de andere maatregel door een bouwbedrijf is uitgevoerd.

Artikel 5

In dit artikel wordt aangegeven welke kosten als subsidiabel worden beschouwd. Subsidiabel betekent dat het om kosten inclusief de BTW gaat die direct aan de activiteit kunnen worden toegerekend. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de eisen die aan het materiaal zijn gesteld. Voldoet een materiaal niet aan de waarden en de wettelijke eisen die in de regeling worden gehanteerd dan komen deze kosten niet in aanmerking voor subsidie. Daarnaast worden een opgegeven uurloon voor isolatiemaatregelen die in doe-het-zelf zijn uitgevoerd niet aangemerkt als subsidiabele kosten. Toerekenbaar zijn noodzakelijke kosten om de woning aan zich energiezuiniger te maken.

De legeskosten die de eigenaar moet betalen voor de aanvraag omgevingsvergunning, of die hij moest maken voor meldingen worden niet als subsidiabel aangemerkt.

Daarnaast worden in dit artikel ook nog andere soorten kosten die niet subsidiabel zijn genoemd.

Door te letten op de weigeringsgronden wordt bovendien duidelijk welke kosten niet als subsidiabel worden beschouwd.

Artikel 6

In dit artikel wordt de hoogte van het beschikbaar te stellen subsidiebedrag bepaald. Subsidieverstrekking is geen inkopen van diensten. Het gaat om een bijdrage van het college aan het mogelijk maken van wenselijke activiteiten. Subsidie is een steunbetuiging, een zetje in de rug. Het gaat niet om het volledig bekostigen van alle gemaakte kosten.

Naast deze subsidie is het voor een eigenaar van een woning mogelijk om beroep op landelijke subsidiemiddelen te doen, als hij de activiteit door een bouwbedrijf laat uitvoeren. Het betreft de ‘Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)’. Om een samenloop van de twee regelingen, dus een verrekening van de ene subsidie op de andere subsidie, te voorkomen, wordt bij de berekening van de subsidiehoogte in onze subsidieregeling rekening gehouden met de aanvullende compensatiemogelijkheid van het rijk en de dekkingspercentage en berekeningsmethodiek zij hanteren. Onafhankelijk of de aanvrager beroep op deze landelijke subsidie gaat doen of heeft gedaan of niet.

Om deze redenen wordt een percentagesleutel afhankelijk van het aantal uitgevoerde activiteiten door het bouwbedrijf gehanteerd en wordt een verschil gemaakt in de uitvoering door een bouwbedrijf of in doe-het-zelf. Bij één activiteit die uitgevoerd is door een bouwbedrijf worden daarom alleen 85% van de subsidiabele kosten geaccepteerd. En bij twee of meer activiteiten uitgevoerd door een bouwbedrijf is het percentage 70 %. Vanuit de landelijke subsidieregeling is het namelijk mogelijk subsidie in omvang van 15% van de gemaakte kosten voor één maatregel te ontvangen en voor twee of meer maatregelen is het mogelijk 30% van de gemaakte kosten voor de maatregel aan subsidiemiddelen van het rijk te ontvangen.

Daarnaast geldt voor een activiteit die is uitgevoerd in doe-het-zelf dat geen aanvullend beroep op de rijksmiddelen kan worden gedaan. Daarom worden 100% van de subsidiabele kosten bij de berekening van de subsidie geaccepteerd. Omdat ons beschikbaar budget voor deze grote opgave vrij beperkt is en wij zoveel mogelijk eigenaren-bewoners willen steunen is bovendien de totaalomvang van het te verstrekken subsidiebedrag gemaximeerd.

In dit artikel wordt duidelijk vermeld dat per woning eenmaal het maximale subsidiebedrag kan worden verstrekt. Echter sluit dit niet uit dat de aanvraag van de eigenaar-bewoners betrekking heeft op meerdere activiteiten, dus maatregelen in deze woning.

Artikel 7

Wij vinden het belangrijk dat de aanvrager zo snel mogelijk te weten komt hoe het college op zijn aanvraag besluit. Wij hanteren in het eerste lid een periode van acht weken. Dat is de periode die ook in de Algemene wet bestuursrecht voor het nemen van besluiten op volledige aanvragen wordt genoemd.

In het tweede lid wordt aangegeven dat de periode waarin een besluit door het college moet worden genomen kan worden uitgesteld met maximaal zes weken. Dat zal alleen in bijzondere gevallen aan de orde zijn en uiteraard wordt hierbij opgelet dat hierdoor de aanvrager niet benadeeld wordt.

Artikel 8

Bij de subsidieverlening moet aan de ontvanger duidelijkheid worden gegeven over zijn verplichtingen, die met de verlening aan hem opgelegd worden. Niet naleven van een verplichting kan negatieve gevolgen voor de subsidievaststelling hebben.

De Algemene wet bestuursrecht kent een aantal verplichtingen aan die een aanvrager van een subsidie moet voldoen.

Deze subsidieregeling heeft ten doel om de energie-efficiëntie van een tot nu toe slecht geïsoleerde woning te verbeteren. Echter moet dat ook geregistreerd worden, zo dat aangetoond kan worden dat de genomen maatregel effect had.

Om te voorkomen dat verleende subsidies ongebruikt blijven, zijn in dit artikel bepalingen opgenomen over de termijn waarbinnen de besteding van de gesubsidieerde activiteit moet zijn afgerond.

Het Rijk heeft met het toekennen van middelen uit der SPUK-regeling aan het college onder andere geëist dat een bepaald percentage van de beoogde huizen effectief zijn verduurzaamd. Dit kan betekenen dat eventueel behaalde verbeteringen door de uitgevoerde energiebesparende maatregel kunnen leiden tot een betere labelstap van het energielabel voor de woning.

Door steekproeven na verrichten van de activiteit op locatie uit te voeren kan het college naast de door de aanvrager overgelegde gegevens aantonen dat de maatregel naar behoren zijn uitgevoerd. Uiteraard worden met de aanvrager afspraken hierover gemaakt wanneer de deskundige vertegenwoordiger van het college de uitgevoerde maatregel mag zien.

Om het voor onze inwoners zo makkelijk mogelijk te maken om een geschikte energiebesparende maatregelen te kiezen, voorziet het college voor de mogelijkheid ‘advies in huis’.

Deze energieadviseurs zijn geen door het college aangewezen toezichthouders, maar beschikken wel over de kennis en deskundigheid om te beoordelen of de isolatiemaatregel naar behoren is uitgevoerd. Uiteraard moet hij ook toestemming van de aanvrager hebben om de woning te binnen te komen en moet hij afspraken met de aanvrager maken wanneer hij de uitgevoerde maatregel mag zien.

Artikel 9

In het subsidieplafond wordt het bedrag aangegeven, dat gedurende de werking van deze regeling beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Met het aangeven van het maximale volume van een subsidieplafond ten behoeve van deze regeling wordt bereikt, dat een subsidie wordt geweigerd (artikel 4:25 Awb) als de middelen zijn uitgeput. Het is de bedoeling dat de aanvragers financieel tegemoet wordt gekomen en niet dat een volledige compensatie van gemaakte kosten centraal staat. De verdeling gebeurt op binnenkomst van een volledige aanvraag. Wie eerst komt, wie het eerst maalt.

Zo kan het college tegenover het rijk aantonen dat zij de ontvangen middelen overeenkomstig de spelregels van het rijk heeft uitgegeven.

Soms kan het gebeuren dat op een dag meerdere aanvragen tegelijkertijd binnenkomen en daardoor één of beide subsidieplafonds zullen worden bereikt of zullen worden overschreden. Omdat in de regeling het verbeteren van de energie-efficiëntie centraal staat is ervoor gekozen om in dit geval de aanvragen naar urgentie te rangschikken. Dat betekent dat de aanvrager die een woning met de slechte energielabel heeft voorrang krijgt voor een woning met een betere energielabel.

Artikel 10

In dit artikel worden weigeringsgronden opgenomen, die het voor het college mogelijk maken uit beleidsmatige overwegingen een aanvraag niet te honoreren. Daarnaast zijn er ook weigeringsgronden van toepassing op deze regeling die al in artikel 4:35 van de Awb zijn opgenomen.

De bijzondere weigeringsgrond, namelijk overschrijding van het subsidieplafond (artikel 4:25, lid 2 Awb) is opgenomen in artikel 9 van deze regeling.

De weigeringsgronden die in dit artikel vermeld worden richten zich vooral op de classificering van de aanvrager en zijn eigendom en de activiteit. Het is belangrijk dat de activiteit goed en effectief wordt gerealiseerd, omdat anders het beoogde doel van deze regeling, namelijk de verduurzaming van deze huizen, niet kan worden bereikt.

De Omgevingswet en de Wet Natuurbescherming verplichten de eigenaar-bewoner te waarborgen om bij het uitvoeren van een van de isolatiemaatregelen bedreigde natuur- en diersoorten ongemoeid te laten. Daarom wordt bij de opsomming van de weigeringsgronden ook ingegaan op de beperkende criteria door andere wet- en regelgeving die van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van een specifieke energiebesparende isolatiemaatregel.

Bij de opsomming van de weigeringsgronden wordt daarnaast ook ingegaan op het voorkomen van gezondheidsklachten of -schade door het gebruik van gevaarlijke isolatiematerialen. Het is gebleken dat zich landelijk meerdere casussen hebben voorgedaan met problemen die volgen op na-isolatie met UF-schuim. Denk aan klachten zoals irritatie aan ogen, neus en keel, maar ook hoofdpijn en misselijkheid. In deze casussen werden hoge concentraties formaldehyde gevonden in het binnenmilieu van de woningen. Daarom wordt geen subsidie verleend voor het vervangen van spouwmuurisolatie waarbij dit gezondheidsschadelijke materiaal is gebruikt.

Artikel 11

De subsidievaststelling geeft aanspraak op betaling door het bestuursorgaan van het definitief vastgestelde bedrag. Het recht op de subsidie ontstaat pas met de vaststelling van een subsidie.

Daarnaast wordt in dit artikel aangegeven welke documenten moeten zijn bijgevoegd bij de aanvraag om vaststelling. Het betreft de minimale gegevens die ook in de verleningsbeschikking worden vermeld. Uiteraard kunnen in de verleningsbeschikking ook nog aanvullende gegevens worden vermeld die moeten worden overgelegd bij een aanvraag om vaststelling. De ontvanger van de subsidie toont in het kader van deze aanvraag om vaststelling aan of hij de activiteit waarvoor subsidie aan hem was verleend, heeft verricht zoals in de verleningsbeschikking was bepaald en of hij de subsidie zo heeft besteed als zij aan hem was verleend.

Bovendien wordt aangegeven dat de subsidieontvanger moet aantonen dat hij over de juist vergunningen beschikte en dat hij een ingeschreven bouwbedrijf heeft ingehuurd.

Het artikel bepaalt ook binnen welke periode het college op deze aanvraag moet beslissen en dat er een mogelijkheid om verdaging is als er gegronde redenen zijn die dat noodzakelijk maken.

Artikel 12

In dit artikel wordt vermeld dat de daadwerkelijke uitbetaling van het subsidiebedrag binnen vier weken nadat de subsidievaststellingsbeschikking is verstuurd op een door de subsidieontvanger bij de aanvraag om subsidieverlening opgegeven rekeningnummer gebeurt.

Artikel 13

Met het opnemen van een hardheidsclausule wordt niet beoogd om de criteria voor de isolatie willekeurig te kunnen verlagen. De ruimte voor de toepassing wordt beperkt voor gevallen waarbij de aanvrager onderbouwd en geloofwaardig kon aantonen dat hij technisch niet aan de oppervlakte-eis kon voldoen als gevolg van de omvang van zijn woning.

In zoverre wordt bij het hanteren van de hardheidsclausule in eerste instantie uitgegaan van de uitkomst van een door het rijk uitgevoerd onderzoek. Hieruit bleek dat het alleen bij ruim 10% van de slecht geïsoleerde woningen, zoals zij in deze regeling zijn bedoeld, om bouwtechnische redenen niet mogelijk is de specifieke isolatiemaatregel voor de geëiste minimumoppervlakte te realiseren.

Uit de praktijk is bovendien gebleken dat een aantal energie labels van woningen kennelijk niet overeenkomen met de isolatiestatus van de woning. Dat is echter alleen in uitzonderlijke gevallen zo en is de eigenaar-bewoner in eerste instantie ook zelf verantwoordelijk om (juridische) stappen te ondernemen zo dat hij over een correct energielabel beschikt dat geregistreerd staat.

Indien in de bijzondere situatie de aanvrager verder aan de voorwaarden van de regeling voldoet en gemotiveerd aantoont dat zijn woning een met minimaal energielabel D vergelijkbare energiestatus heeft kan er sprake zijn van een uitzonderlijk geval die de toepassing van een hardheidsclausule vereist.

Omdat de uitvoering van de isolatiemaatregel binnen een bepaalde periode moet plaatsvinden, is er een kans dat bepaalde wet- en regelgeving inzake milieu- en natuurbescherming nog niet daarop van toepassing is. Echter volgt uit de bepalingen in de regeling dat de toets rekening houdt met deze wet- en regelgeving. Het is daarom wenselijk om hiermee bij de beoordeling rekening te kunnen houden. Daarom kan ook in dergelijke gevallen gebruik van de hardheidsclausule worden gemaakt.

Artikel 14

De bekendmaking, inwerkingtreding en uitwerkingtreding van de regeling is gebaseerd op de Bekendmakingswet. De regeling moet worden gepubliceerd in het officiële publicatieblad. Dat is het Gemeenteblad Edam-Volendam (artikel 6 Bekendmakingswet). De doorlopende (geconsolideerde) tekst wordt daarbij beschikbaar gesteld via de decentrale regelingenbank op overheid.nl (artikel 19 Bekendmakingswet).

In dit artikel wordt bovendien vermeld dat het een tijdelijke regeling betreft. Dat is de looptijd.

De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.

De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.