Officiële Bekendmakingen (KOOP)
Ede
Subsidie voor organisaties met vrijwillige inzet die jeugdactiviteiten uitvoeren. Doelgroep: organisaties met vrijwillige inzet.
Het domein ‘Sociale basis en preventie’ kent drie subsidieregelingen:
Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - organisaties met beroepsinzet
Subsidieregeling Jeugdactiviteiten - organisaties met vrijwillige inzet
Subsidieregeling Sociale Basis en Preventie - organisaties met vrijwillige inzet
Op grond van deze regelingen verleent de gemeente Ede subsidie. Bij subsidies van meer dan € 50.000 geldt daarbij ook een Programma van Eisen (Hierna: PvE). Dit is vastgelegd in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 (hierna; ASV 2017). Het PvE is het beleidsinhoudelijke kader dat de gemeente Ede opstelt en op basis waarvan organisaties een subsidieaanvraag kunnen doen. Daarnaast gelden ook de kaders die opgenomen zijn in de genoemde subsidieregelingen.
In het eerste gedeelte, ‘Visie van het Gemeentebestuur’, staan de doelen en uitgangspunten benoemd, zoals door de Gemeenteraad vastgesteld. Dit zijn de doelen en uitgangspunten uit de gemeentebegroting en uit inhoudelijke beleidskaders. We willen dat de activiteiten/diensten waarvoor we subsidie verlenen, aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen.
Het tweede gedeelte bevat de opgave voor organisaties: voor welk probleem of voor welke vraag een organisatie een subsidieaanvraag kan indienen. Uit de subsidieaanvraag moet o.a. blijken hoe en welke activiteit en/of de dienstverlening bijdraagt aan de te behalen resultaten, en op welke indicatoren wordt gemonitord. In onderdeel 2 van dit PvE is verder uitgewerkt wat in de aanvraag terug moet komen.
Onderstaande is een korte uitwerking van de leidende principes van de nieuwe gemeentelijke Visie Sociaal Domein. Bij ieder leidend principe geven we een korte toelichting en sluiten we af met een set aan vragen aan partners in de sociale basis.
Visie Sociaal Domein Voorkomen is beter dan genezen
We vinden het als gemeente belangrijk dat inwoners mogelijkheden hebben om gezonder en vitaler te leven. Dat we in onze buurten en wijken omkijken naar elkaar, we elkaar om hulp durven vragen en elkaar helpen. Waar inwoners met lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen om kunnen gaan en richting kunnen geven aan hun eigen leven. We gaan van ‘ziekte en zorg’ naar ‘gezondheid en preventie’.
Om dit te bereiken zetten we in op beschermende factoren en trachten we de invloed van risicofactoren te verminderen. Sommige doelgroepen hebben onze steun meer nodig dan anderen. We richten ons daarom vooral op ouderen, kinderen en jongeren en psychisch kwetsbare inwoners. Levensgebeurtenissen maken we allemaal mee en kunnen een grote impact hebben. We organiseren beschikbare hulp en ondersteuning rondom deze belangrijke gebeurtenissen zodat inwoners meer rust en grip ervaren.
We zetten in op vijf leidende principes:
Voorkomen is beter dan genezen
We kijken breed naar gezondheid
Ongelijk investeren voor gelijke kansen
We doen het samen
We investeren in collectieve hulp
We lichten de vijf leidende principes en de rol die wij voor de sociale basis zien hieronder toe.
1. Voorkomen is beter dan genezen
Dit leidende principe is de titel van onze visie en is daarmee overkoepelend. Ook de andere leidende principes koersen immers (deels) op preventie. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ houdt in dat we vooral kijken naar onderliggende oorzaken van problematiek. We hanteren hierbij het concept Positieve Gezondheid en zetten preventief in op de dimensies van gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren.
De sociale basis kan van betekenis zijn door de activiteiten die zij aanbiedt te richten op het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren binnen de dimensies van (positieve) gezondheid. Voorbeelden van beschermende factoren zijn het hebben van een sociaal netwerk, bestaanszekerheid, eigen regie over het leven, ouderbetrokkenheid, je onderdeel voelen van de maatschappij en mee kunnen doen; deze factoren dragen bij aan een positieve gezondheid. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële problemen en verlies van werk; deze factoren bedreigen een goede gezondheid. Signaleren is hier ook een belangrijk onderdeel in. Op tijd zien dat iemand iets nodig heeft en een reikende hand bieden.
We vragen organisaties om in hun plan op te nemen op welke factoren van gezondheid en preventie zij zich richten en hoe zij dit samen met partners en inwoners vormgeven.
2. We kijken breed naar gezondheid
We bekijken gezondheid vanuit het integrale model van positieve gezondheid. Gezondheid gaat namelijk niet alleen over aan- of afwezigheid van ziekte, maar om het vermogen om te gaan met de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven. Dit vermogen is afhankelijk van de zes dimensies van positieve gezondheid die onder 1 genoemd zijn.
Levensgebeurtenissen zoals geboorte van een kind, overlijden, scheiding of verlies van inkomen kunnen grote impact hebben op de verschillende dimensies van gezondheid en de veerkracht van mensen (tijdelijk) verminderen. Dat is de reden dat we de (preventieve) ondersteuning van inwoners rond levensgebeurtenissen willen versterken. De sociale basis speelt hier een belangrijke rol, omdat de organisaties informeren, signaleren, ondersteunen en verwijzen.
We vragen organisaties om op basis van data, signalen en eigen expertise, in hun subsidieaanvraag uit te werken op welke elementen van positieve gezondheid zij zich focussen en hoe de activiteiten bijdragen aan positieve gezondheid.
Aanvullend hierop vragen we organisaties om te noemen hoe zij oog hebben voor levensgebeurtenissen en de impact hiervan op hun doelgroep.
3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen
Niet elke buurt, doelgroep of gemeenschap heeft hetzelfde nodig om zich te kunnen redden en mee te kunnen doen. Daarom kiezen we er bewust voor onze schaarse middelen ongelijk te investeren om gelijke kansen te creëren. We richten ons extra op die inwoners en buurten/wijken waar de problemen het grootst zijn en waar hulp en ondersteuning het hardst nodig is. Tegelijk zorgen we ervoor dat de basisvoorzieningen op orde zijn en voor iedereen beschikbaar blijven.
Deze aanpak is onlosmakelijk verbonden met ons inclusiebeleid. Een inclusieve samenleving is geen vanzelfsprekendheid, maar een bewuste keuze. De diversiteit in onze gemeente – qua achtergrond, cultuur, levensbeschouwing, seksuele oriëntatie of beperking – vraagt om maatwerk. Ongelijk investeren betekent dat we rekening houden met de specifieke drempels die verschillende groepen ervaren, en dat we ondersteuning bieden op de momenten dat levensgebeurtenissen zich voordoen, ook bij inwoners die niet direct in kwetsbare omstandigheden lijken te verkeren.
Wij vragen de sociale basis om actief te signaleren welke groepen ondersteuning nodig hebben en op basis van ervaringen en data het activiteitenaanbod gerichter in te zetten voor deze groepen inwoners in kwetsbare omstandigheden. Daarnaast vragen we organisaties om in de subsidieaanvraag aandacht te besteden aan diversiteit binnen de eigen organisatie en haar activiteiten en hoe u bijdraagt aan een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig kan participeren. Concreet vragen we:
Cultuursensitiviteit: Hoe toont uw organisatie zich cultuursensitief en hoe draagt u bij aan een omgeving waarin iedereen zich welkom voelt?
Discriminatiebestrijding: Hoe gaat u om met signalen van discriminatie en buitensluiting?
Ontmoeting: Hoe stimuleert u initiatieven die inwoners met verschillende achtergronden met elkaar in contact brengen, zodat begrip en verdraagzaamheid groeien?
4. We doen het samen
In Ede is sprake van een sterke verbondenheid binnen gemeenschappen. We bouwen hierop voort. Inwoners, de gemeente en partners in de sociale basis ondersteunen elkaar, werken actief samen en zetten zich actief in voor de omgeving. We werken samen, op alle niveaus, vanuit erkenning van ieders kwaliteiten. De sociale basis faciliteert verbinding tussen verschillende groepen inwoners, stimuleert (bewoners)initiatieven en de inzet van vrijwilligers en versterkt talenten, zodat iedereen een bijdrage kan leveren. Onze partners binnen de sociale basis zoeken oplossingen voor problemen op de eerste plaats binnen het netwerk en de context van de inwoner zelf. Inwoners hebben zelf veel kennis in huis. We maken daarom gebruik van hun ervaringsdeskundigheid. We normaliseren het vragen en bieden van hulp aan elkaar. En schalen hulp en ondersteuning met elkaar op en af waar nodig.
We vragen onze partners binnen de sociale basis dat zij op de eerste plaats binnen het netwerk en de leefwereld van de inwoner naar oplossingen zoeken. Aanvullend hierop vragen we organisaties om de samenwerking met andere organisaties te zoeken waarmee het eigen aanbod versterkt kan worden.
5. We investeren in collectieve hulp
We verschuiven onze aandacht en middelen van individuele naar collectieve voorzieningen, dit geldt zowel voor de preventieve als curatieve (geïndiceerde) voorzieningen. We zetten in op deze beweging omdat we met:
Collectieve voorzieningen efficiënter omgaan met de beperkte financiële en personele middelen in de zorg, zodat we de zorg toegankelijk en betaalbaar houden.
De inzet van collectieve voorzieningen de verbinding en de onderlinge steun tussen gebruikers (inwoners) versterken en inzet op collectieve voorzieningen draagt ook bij aan het normaliseren van problematiek.
Zo blijft geïndiceerde zorg beschikbaar voor wie dat het hardst nodig heeft.
We vragen de sociale basis om mét elkaar - informele en formele partners van Wmo en Jeugd en ketenpartners - de beweging te maken van individuele trajecten naar collectief aanbod.
Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO)
In de gemeente Ede werken we aan sociale verandering door het implementeren van de preventieaanpak Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO) voor jeugdigen en hun ouders. We verwachten van onze partners dat de activiteiten die zij uitvoeren aansluiten bij de OKO-gedachte en -aanpak. Concreet betekent dit dat activiteiten gericht zijn op het versterken van de leefomgeving waarbij onderliggende oorzaken van problemen rond opgroeien en ontwikkeling worden aangepakt. Dit door het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren. Het samenwerken met de gemeenschap en het gezamenlijk komen tot interventies is hierin essentieel. Hierbij willen we dat gebruik wordt gemaakt van wetenschap, ervaringskennis en professionele kennis. De beschermende factoren die worden beschreven door het Trimbos-Instituut1https://www.trimbos.nl/aanbod/programmas/opgroeien-in-een-kansrijke-omgeving/over-opgroeien-in-een-kansrijke-omgeving/ en het Nederlands Jeugd Instituut2https://www.nji.nl/pedagogische-basis/positieve-ontwikkeling kunnen dienen als leidraad.
De volgende zaken zien wij graag toegelicht in de subsidieaanvraag.
Onderwerp | Nadere toelichting |
Visie | Bovenstaand is de visie van het gemeentebestuur geschetst. In uw aanvraag beschrijft u hoe uw aanvraag in algemene zin aansluit bij de beweging die de gemeente wil maken. |
Probleem of vraaganalyse | Met de meeste jeugdigen en hun ouders in de Gemeente Ede gaat het gelukkig goed. Ze halen hun schooldiploma, vinden een baan en nemen op een positieve manier deel aan de samenleving. Sommige jongeren en hun ouders hebben hier meer moeite mee en veroorzaken in sommige gevallen zelfs overlast. De Gemeente Ede vindt het belangrijk dat deze jeugdigen (en hun ouders) in beeld zijn en een duwtje in de rug krijgen. Deze vroegtijdige inzet van ondersteuning bij (beginnende) problemen helpt hen om zich te ontwikkelen tot zelfredzame en veerkrachtige inwoners. Dit vraagt om jeugd en jongerenwerk van hoge kwaliteit dat door signaleren, begeleiden en doorverwijzen, aanwijsbaar bijdraagt aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen en hun ouders en een prettig leefklimaat in de wijken. Beginnende problematiek en hulpvragen worden vroegtijdig gesignaleerd en opgepakt, zodat ergere problematiek voorkomen wordt. Uit uw aanvraag wordt duidelijk welke inzet van jongerenwerk u voorstelt en in welk gebied/welke gebieden en hoe u tot dit voorstel gekomen bent. De inzet van het jongerenwerk in de gebieden dient aan te sluiten bij wat er op dat moment nodig is. Dit kan verschillen per periode/seizoen. In samenspraak met de Wijkteams wordt periodiek afgestemd hoe de inzet van jongerenwerk optimaal kan aansluiten bij wat, waar, wanneer nodig is. De gebiedsagenda’s van de gemeente Ede zijn hierbij een belangrijk instrument. Beschrijf aan welk probleem of vraagstuk u een bijdrage wilt leveren. Onderdeel van de analyse zijn:
|
Beschrijving van de doelgroep | Jeugdigen en jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 23 jaar en hun ouders/verzorgers. Hierbij is speciale aandacht voor jongeren in kwetsbare situaties/met beginnende problemen. De doelgroep wordt ook expliciet omschreven in de subsidieaanvraag. Ook wordt een inschatting gemaakt van het aantal te bereiken personen. |
Beschrijving activiteiten en/of diensten | Van u verwachten wij dat u onderdeel bent van het netwerk rondom jongeren. U legt en onderhoudt contact met jongeren, bent zichtbaar aanwezig in de buurt voor hen en voor andere partners zoals de gebiedsmanager, het wijkteam en de wijkagent. Naast het leggen en onderhouden van contact, organiseert u activiteiten met en voor jongeren en coacht u hen. U signaleert ontwikkelingen en geeft advies aan de partners en ons over wat u tegenkomt in de wijk. Daarnaast heeft u ook online een signaleringsrol. Alle activiteiten en ondersteuning vanuit het jongerenwerk dragen bij aan het overkoepelende doel om de positieve ontwikkeling van jongeren te stimuleren. Een voorbeeld van mogelijke activiteiten (op basis van de subsidieregeling jeugdactiviteiten en -preventie):
Beschrijf in uw aanvraag:
|
Samenwerking met partners | In de subsidieaanvraag beschrijft u met welke organisaties u samen gaat werken bij het uitvoeren van de activiteit/dienst. U beschrijft tevens het doel van de samenwerking en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de dienstverlening.
|
Resultaten | Met uw activiteit/dienstverlening draagt u bij aan de volgende resultaten:
In uw aanvraag beschrijft u hoe u bijdraagt aan deze doelen en resultaten. |
Meten voortgang en rapportage Welke concrete indicatoren worden er ingezet om de resultaten te meten? In uw aanvraagt geeft u aan welke indicatoren u inzet en monitort. Dit komt vervolgens terug in de verantwoording van uw subsidie (indien deze wordt toegekend). | In de aanvraag beschrijft u hoe de effecten van uw activiteiten gemeten worden:
De verantwoording bevat zowel kwalitatieve elementen (zoals casusbeschrijvingen) als kwantitatieve elementen (indicatoren). Voor jongerenwerk vragen we om in ieder geval de volgende indicatoren te monitoren:
|
Reflectie | Wij vragen u om in het jaarverslag of in een bijlage bij het jaarverslag, een reflectie te schrijven met daarin aandacht voor de volgende vragen:
|
Nader in te vullen door gemeente en aanvrager |
|
De volledige tekst hierboven is de officiële, gepubliceerde bekendmaking; de samenvatting bovenaan deze pagina is automatisch gegenereerd. Controleer voorwaarden, deadlines en subsidieplafonds altijd op de officiële pagina voordat u een aanvraag indient.